Gemeentebeleid

Verboden te gebruiken, past dat binnen het Nederlandse drugsbeleid?

null Beeld Patricia Rehe, Hollandse Hoogte
Beeld Patricia Rehe, Hollandse Hoogte

Een meerderheid van de gemeenten verbiedt drugsgebruik op straat. Hoe verhoudt zich dat tot het Nederlandse drugsbeleid, waarin de volksgezondheid vooropstaat? ‘Gebruikers belanden langzaam maar zeker in het verdomhoekje.

Breda kent een drugsproblematiek die bij een grote stad hoort. Zo ontstond er enige tijd geleden een gebruikerszone achter het station, pal tegenover de daklozenopvang. Die had niet alleen een aanzuigende werking op een groeiende groep verslaafden. Ook dealers kwamen erop af, wetende dat er geld te verdienen viel. Reden voor de gemeente om op te treden, zegt burgemeester Paul Depla (PvdA). “We hebben gebiedsverboden opgelegd en de verslaafden naar de zorg proberen te verleiden.”

Steeds duikt het probleem op verschillende plekken op. Niet alleen op straat, ook woningen waar veel wordt gebruikt of gedeald zorgen voor overlast in de Brabantse stad. Vrijwel altijd zijn er dan harddrugs in het spel, zegt Depla, of alcohol. Bijna nooit zorgen softdrugs voor de problemen. “Ik ken geen softdrugspanden waar gillende mensen zorgen voor overlast. De overlast komt van de klassieke junkiepanden, of panden waar alcoholverslaafden wonen.”

De burgemeester snapt de fixatie van zijn collega’s op het gebruik van drugs daarom niet. Uit onderzoek van Trouw blijkt dat het in een groeiend aantal gemeenten niet is toegestaan om op straat een joint op te steken of speed te snuiven. Inmiddels heeft ruim twee derde van de 352 gemeenten in Nederland in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) vastgelegd dat openlijk gebruik van zowel soft- als harddrugs op de openbare weg en in openbare gebouwen is verboden. Gemeenten noemen overlast en gevoelens van onveiligheid bij burgers als motief voor de ontzegging.

Alcohol zorgt voor meer overlast

Maar alcohol zorgt voor een stuk meer gesodemieter in Breda dan drugs, ziet ­Depla. “Het kost me in de uitgaansgebieden ook veel meer politiecapaciteit dan drugsgebruik.” Zeker, dealen moet je aanpakken en overlast moet je bestrijden, vinden de burgemeester en wethouder Greetje Bos (VVD) van leefbaarheid en wijkveiligheid. Maar over iemand die wel eens een blowtje rookt of een xtc-pil slikt, moeten we wat hen betreft vooral niet te moeilijk doen. “Bovendien is het naïef te denken dat een verbod het gebruik doet stoppen”, zegt Bos.

Een blowverbodsbord in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt. Beeld Bert Verhoeff, Hollandse Hoogte
Een blowverbodsbord in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt.Beeld Bert Verhoeff, Hollandse Hoogte

Dat is ook de reden dat Breda een van de 74 gemeenten is die het gebruik van hard- en softdrugs op straat niet aan banden heeft gelegd via de APV. Ook niet met een gedeeltelijk verbod. Ruim veertig gemeenten hebben wel specifieke plekken aangewezen waar geen wiet, hasj of pep mag worden gebruikt, waaronder speeltuinen en parken, of verbieden alleen het gebruik van harddrugs in de APV.

Verbod onwenselijk

Depla en Bos vinden zo’n verbod overbodig. Een verstoring van de openbare orde kunnen ze ook zonder die bepaling aanpakken, zeggen zij. Bovendien vinden ze een drugsgebruikverbod onwenselijk.

“We hebben in Nederland altijd onderscheid gemaakt tussen dealers en gebruikers”, legt Bos uit. “Een zinvol onderscheid. Dealers en drugscriminaliteit pak je aan, bij gebruikers probeer je te voorkomen dat ze afhankelijk raken van middelen.”

In de landelijk geldende Opiumwet heeft de wetgever drugsbezit en -handel strafbaar gesteld, maar het gebruik van drugs doelbewust niet. Gebruikers moet je niet criminaliseren, maar waar nodig helpen, is het idee daarachter. Toch mag een gemeente gebruik op straat verbieden via de APV. Na jarenlang gesteggel is dat de rechterlijke consensus, mits het motief voor het verbod hinder is.

Laveloze jongeren

Drugsdeskundigen vragen zich echter af of het de gemeenten werkelijk alleen om de openbare orde te doen is. “Ik kan me een verbod op gebruik op sommige plekken best voorstellen”, zegt Rob Otten, die zich bij Verslavingszorg Noord Nederland bezighoudt met preventie. “Zo hebben we hier in Groningen een lachgasverbod in delen van de binnenstad, omdat er op uitgaansavonden allerlei jongeren laveloos op straat lagen door die ballonnetjes. Dat gaf veel overlast en rotzooi. En lachgas is wettelijk niet eens een drug.”

Maar het gebruik van drugs altijd en overal verbieden is wat anders, vindt Otten. “Als het gemeenten echt gaat om de openbare orde, dan zou een verbod op gebruik alleen moeten gelden voor plekken waar daadwerkelijk overlast is, niet voor de hele stad.”

Ook volgens August de Loor, die zich al meer dan veertig jaar bezighoudt met drugsgebruikers en grondlegger was van het testen van drugs in uitgaansgelegenheden, passen de verboden in de APV’s in een bredere trend. Hij ziet dat gebruikers langzaam maar zeker in het verdomhoekje belanden.

“Kijk ook naar het beleid rond coffeeshops. Dat waren altijd plekken waar je in een veilige en sociale omgeving kon blowen, een geweldige uitvinding. Nu zie je dat coffeeshops verdwijnen, het steeds vaker afhaalloketten zijn in plaats van cafés en dat er gemeenten zijn die ze helemaal hebben verbannen. Het gevolg is dat de sociale controle verminderd is. Bovendien zijn er mensen die hun cannabis nu online kopen, waar hun ook allerlei harddrugs worden aangeboden.”

‘Anti-gebruikersbeleid niet op realiteit gebaseerd’

Volgens De Loor is het huidige anti-gebruikersbeleid, waar hij de verboden in de APV’s ook onder schaart, niet gebaseerd op wat er in de realiteit gebeurt. Dat is dat de meeste drugs, net als alcohol, een onderdeel zijn van de vrijetijdscultuur. Mensen gebruiken genotmiddelen hoe dan ook. “Dan kun je er maar beter voor zorgen dat ze dat veilig doen. Gebruik laat je met rust, waar nodig bied je zorg aan. Dat idee, waarop het Nederlandse drugsbeleid altijd gebaseerd is geweest, staat onder druk.”

Daan van der Gouwe van het Trimbos Instituut beaamt die afnemende tolerantie ten opzichte van gebruikers. “Er is een verandering in de samenleving ten aanzien van alles wat afwijkt. Waar vroeger gebruik van drugs werd getolereerd als uiting van de individuele vrijheid, is het nu meer: doe maar normaal.”

Toch begrijpt hij wel dat gemeenten gebruik op straat willen tegengaan, met name harddrugs. “In de jaren tachtig en negentig was het hier in Rotterdam een drama. In bussen, trams en op straat werd openlijk heroïne gebruikt. Toen zijn de regels strakker geworden en is er een alternatief geboden via gebruikersruimten en hostels waar verslaafden terechtkunnen. Dat heeft geholpen.”

Combinatie van overlast aanpakken en zorg bieden

Juist in die combinatie van overlast aanpakken en zorg bieden, zit de kracht van het Nederlandse drugsbeleid, stelt Van der Gouwe. Gemeenten zouden het daarom niet moeten laten bij het opnemen van een verbod in de APV. “Voor je die maatregel inzet, is het goed om te weten waarom mensen gebruiken op straat. Gaat het om dakloze verslaafden? Dan kun je opvanglocaties bieden. En wat is de achtergrond van blowende mensen op straat? Als ze het simpelweg fijn vinden om buiten te roken, is het van een andere orde dan dat ze het doen omdat ze het nergens anders terechtkunnen.”

Als je drugsgebruik enkel verbiedt, dan loop je het risico dat het nog meer in de illegaliteit belandt en dat probleemgevallen uit beeld raken, zegt ook Otten. “Ik werk in de verslavingszorg. Je kunt hier voor de deur iedereen gaan oppakken of beboeten. Maar mensen zullen dan minder geneigd zijn om om hulp te vragen, omdat ze vrezen dat het ellende oplevert.”

Hij vraagt zich bovendien af of een gebruikverbod op straat wel te handhaven is. “Bij een scholengemeenschap hier in Groningen is het een paar jaar geleden geprobeerd. Iedereen die rond die school stond te blowen zou een standje krijgen van de politie. Maar wat gebeurde er: jongeren zagen de politie aankomen en gooiden snel hun blowtje weg. Was de politie weer vertrokken, dan staken ze er weer een op. Het viel slecht te bewijzen dat iemand aan het gebruiken was.”

‘Laat volksgezondheid leidend zijn, niet de openbare orde’

Maar als verbieden niet helpt, wat kun je dan wel doen om gebruik te beperken? Otten: “Wij proberen ervoor te zorgen jongeren zo laat mogelijk beginnen met middelen. En dan doel ik ook op sigaretten en alcohol. Hoe later iemand begint, hoe kleiner de kans dat hij op latere leeftijd verslaafd raakt.”

Daarnaast is er volgens de verslavingsdeskundige een wereld te winnen door normaal te praten over drugsgebruik. Hij ziet dat beleidsmakers en de media het vaak problematiseren. “Raak vooral niet in paniek als iemand eens een pilletje slikt. Zit je goed in je vel, dan kan drugsgebruik leuk zijn en hoeft het niet zo’n probleem te zijn.”

Ook wethouder Greetje Bos en burgemeester Paul Depla van Breda hebben een oproep: laat niet de openbare orde, maar de volksgezondheid weer leidend zijn. “Burgemeesters, zet een stap terug en laat het beleid rond drugs over aan wethouders volksgezondheid”, spoort Depla zijn collega’s aan. “Ik maak me bijvoorbeeld zorgen over crystal meth. Als die drug zich hier gaat vestigen, dan hebben we een groot gezondheidsprobleem. Voorkom dat door er in de voorlichting op in te zetten. Dat lijkt me de belangrijkste stap. Pas daarna volgt het belang van de openbare orde.”

Onderzoek APV’s

Trouw bestudeerde voor dit verhaal de APV’s van alle 352 gemeenten en ontwaarde drie categorieën. De eerste betreft gemeenten zonder verbod, waar het gebruik van hard- en softdrugs niet aan banden wordt gelegd via de verordening of waar een verbod alleen wordt ingesteld als de openbare orde in het geding is.

De tweede categorie zijn plaatsen met een volledig verbod. Hier mogen in de hele gemeente geen hard- en softdrugs worden gebruikt op de openbare weg en in openbare gebouwen.

Tot slot zijn er gemeenten met een gedeeltelijk verbod. Daar zijn alleen harddrugs verboden bijvoorbeeld, en is het roken van een joint wel toegestaan, of geldt een verbod alleen op plekken die door de burgemeester zijn aangewezen. De gemeente Eemsdelta, die op 1 januari ontstond na een fusie van Appingedam, Delfzijl en Loppersum, heeft nog geen APV. Tot die tijd gelden de verordeningen van de oude gemeenten, meldt een woordvoerder.

Volledig verbod: 236
Gedeeltelijk verbod: 42
Geen verbod: 74

Lees ook:

De twee gezichten van het Nederlandse drugsbeleid

D66 vindt de oorlog tegen drugs een ‘heilloze weg’, maar volgens de ChristenUnie is de strijd nog niet eens begonnen. Eén ding is duidelijk: het Nederlandse drugsbeleid hinkt al decennia op twee gedachten.

Drugsgebruikers in Amsterdam, elke groep zijn eigen middel en motief

Door een kritisch rapport over het Amsterdamse antidrugsbeleid staan plotseling ook de gebruikers in de schijnwerpers. Wie zijn dat eigenlijk? Het smoelenboek van de grootste spelers uit de hoofdstedelijke drugsscene.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden