De straat op

Van klimaatmars tot coronaprotest: Nederlanders gaan steeds vaker de straat op

Demonstranten op het Museumplein.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Demonstranten op het Museumplein.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Het aantal demonstraties in de vier grote steden is in vijf jaar tijd bijna verdubbeld. Ondanks, of misschien juist dankzij de coronamaatregelen, zette de stijgende lijn ook in 2020 door. Dat blijkt uit cijfers die Trouw opvroeg in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

Den Haag is en blijft de protesthoofdstad. Ruim 1700 keer vorig jaar kondigden actievoerders aan zich naar het Malieveld en andere Haagse protestlocaties te begeven. De boeren kwamen op tractoren, Black Lives Matter trok hier duizenden demonstranten na het filmpje van de dood van George Floyd, en de coronakritische ‘bloemenvrouw’ Wendy Kroeze stond er in juni tussen de hooligans die slaags raakten met de ME.

Maar de demonstraties namen het snelst toe in de andere drie grote steden. Rotterdam telde in 2016 nog 72 demonstraties. In de jaren erna verviervoudigde dat aantal naar 285 in 2020. Utrecht ging van 83 naar 245 en Amsterdam steekt inmiddels al bijna Den Haag naar de kroon. Vorig jaar vielen daar 1442 kennisgevingen van een demonstratie op de mat van de gemeente. Vier jaar eerder waren dat er nog maar 565.

“Demonstraties raken steeds meer verspreid door het hele land”, zegt Jacquelien van Stekelenburg, hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Zij bestudeert sinds begin jaren 2000 het protestgedrag van de Nederlander. In 2009 zag ze deze ontwikkeling voor het eerst. In plaats van een grote pensioendemonstratie op het Malieveld, voerde vakbond FNV dat jaar in meerdere steden tegelijk actie. De kopje-koffieprotesten en de demonstraties van Black Lives Matter laten zien dat dit fenomeen gemeengoed is geworden. “Vaak worden ze ook door verschillende lokale groepen georganiseerd.”

Meer demonstraties, stabiel aantal demonstranten

Zo’n 3 procent van de Nederlanders gaf aan tussen 2012 en 2018 te hebben gedemonstreerd. Dat blijkt uit de jaarlijkse European Social Survey. Die enquête vraagt in dertig Europese landen of kiesgerechtigde burgers de afgelopen twaalf maanden hebben deelgenomen aan een ‘geoorloofde openbare demonstratie’. De nieuwste editie gaat over 2018. “Die 3 procent is lager dan in veel andere Europese landen”, zegt Josje den Ridder van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Het lijkt erop te wijzen dat er weliswaar meer demonstraties zijn, maar dat de omvang tot in ieder geval 2018 beperkt bleef. “In 2004 gingen nog 300.000 mensen tegelijk de straat op voor ‘Nederland verdient meer’”, zegt Van Stekelenburg. “Dat zie ik de laatste jaren niet meer gebeuren.”

‘Alleen in de jaren zestig zelfde aantal’

Van Stekelenburg praat over demonstraties als over de markt. Met een vraagzijde (bereidheid om te demonstreren) en aanbodzijde (organisatoren die een demonstratie op touw zetten). De zijdes lijken sinds de financiële crisis van 2008 steeds meer bij elkaar gekomen te zijn, zo valt af te leiden uit wat Van Stekelenburg vertelt. Ze laat een tabel zien uit een onderzoek naar protesten in de Oeso-landen tussen 1900 en 2012 van de Zweedse wetenschapper Magnus Granberg. Het staafdiagram piekt na 2008. “Alleen in de roerige jaren zestig zien we ongeveer hetzelfde aantal protesten. Met als belangrijk verschil dat het toen vaker om protestrellen ging dan om demonstraties.”

De data van Granberg lopen tot 2012, maar Van Stekelenburg heeft genoeg aanwijzingen die erop duiden dat de trend omhoog zich in de Oeso-landen heeft doorgezet. Bovendien: de demonstraties in het ene land wakkeren weer protesten aan in andere landen. Kijk maar naar de klimaatprotesten of Black Lives Matter.

Die internationale invloed ziet Van Stekelenburg ook terug in Nederland. Ze is op dit moment bezig met een onderzoek naar de opkomst van Amsterdam als tweede grote proteststad. Wat opvalt: het merendeel van de demonstraties in de hoofdstad gaat over internationale onderwerpen. “Demonstraties van de diaspora over onderwerpen uit hun herkomstland, of solidariteitsmarsen zoals onlangs voor Wit-Rusland”, zegt de VU-hoogleraar.

Toch was het een binnenlands twistpunt dat afgelopen jaar een belangrijke positie innam op de demonstratieagenda: de coronamaatregelen. Dat ziet Van Stekelenburg ook terug in haar lopende onderzoek in Amsterdam. “De eerste coronademonstratie was op 5 mei. Toen ik in november naar de cijfers keek waren er al 128 demonstraties aangemeld over dit thema in Amsterdam.”

Lees ook:

Waarom burgemeesters niet ingrijpen als demonstranten geen afstand houden

Demonstreren in coronatijd mag, maar het plaatst burgemeesters voor lastige dilemma’s. Opbreken kan gevaarlijker zijn dan het protest door laten gaan.

Demonstratievrijheid komt niet neer op het recht om te treiteren

Boeren die menen dat zij in hun recht staan als ze anderen lastigvallen met hun demonstraties, miskennen juist de betekenis van grondrechten en democratie. Dat schrijven rechtsgeleerden Guido Terpstra en Stefan Philipsen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden