Reconstructie Stint

Van ideale bakfiets tot misbaksel: hoe de stint van de weg verdween

De rechtbank in Utrecht oordeelt vandaag of minister Cora van Nieuwenhuizen de Stint van de weg mocht halen. De elektrische bakfiets was dé uitkomst voor kinderdagverblijven, maar het ongeluk in Oss veranderde alles. Een reconstructie.

Met een zee van bloemen, knuffels en kaartjes herdenkt Oss op donderdag 20 september het tragische ongeluk dat de Brabantse plaats eerder die dag treft. 's Morgens omstreeks half negen komen vier kinderen om het leven als een trein op een bewaakte spoorwegovergang botst op een elektrisch aangedreven bakfiets. Nog een kind en de bestuurder, een medewerker van een kinderdagverblijf uit Oss, raken zwaargewond.

Er is verdriet, en ontsteltenis, in het hele land. En er ontstaat dezelfde dag al scepsis over het voertuig waarin de overleden kinderen vervoerd werden. Een Stint, het best te omschrijven als een gekleurde badkuip op wielen die elektrisch aangedreven wordt. Een ooggetuige zegt tegen de NOS dat de Stint niet remde toen die op de spoorwegovergang afreed. Dat de bestuurder riep dat het niet lukte om te remmen.

Vanmorgen is het precies zes weken na het ongeluk in Oss. Wat de oorzaak van het ongeval was? Op die vraag is nog altijd geen antwoord. De politie doet met betrokken instanties nog onderzoek naar de toedracht, en kan daar nog niets over zeggen. En de Stint? Die werd 11 dagen na het ongeluk door minister van verkeer Cora van Nieuwenhuizen van de weg gehaald. Volgens Edwin Renzen, eigenaar van het bedrijf achter de Stint, was dat de nekslag voor zijn firma. Hij heeft inmiddels faillissement voor zijn bedrijf aangevraagd. Vandaag oordeelt de rechtbank in Utrecht of het besluit van de bewindsvrouw om de Stint van de weg te halen rechtsgeldig is en behandelt de Tweede Kamer met de minister het komen en gaan van de Stint op de Nederlandse weg.

De weg op ...

In 2008, jaren voordat Nederland kennis maakt met de Stint, constateert het toenmalig ministerie van verkeer en waterstaat samen met de Tweede Kamer dat Europese regelgeving te beperkend is voor de toelating van nieuwe hippe vervoermiddelen. De voordelen van innovatieve voertuigen kunnen daardoor niet worden benut. Directe aanleiding hiervoor is de introductie van de Segway, een elektrisch aangedreven, zelfbalancerend voertuig voor één persoon. Een nuttig apparaat, vindt het ministerie, dat daarom een uitzondering maakt en besluit de Segway toch toe te laten, aangemerkt als 'bijzondere bromfiets'.

Begin 2011 verankert het nieuwe ministerie van infrastructuur en milieu (I en M) de bevoegdheid om een bijzondere bromfiets aan te wijzen in de Nederlandse wet. In tegenstelling tot 'normale' voertuigen zoals brommers, auto's en vrachtauto's - al dan niet elektrisch - gebeurt deze toelating op nationale, in plaats van Europese, grondslag. Ook hoeven deze bijzondere bromfietsen na toelating niet periodiek (zoals een APK) gekeurd te worden, en is er geen toezicht op de verkoop.

De minister verzoekt de RDW, de voormalige Rijksdienst voor het Wegverkeer, in april om per direct de technische beoordeling van aanvragen voor bijzondere bromfietsen op zich te nemen. In een antwoord waarschuwt de RDW het ministerie per brief over de gebrekkige controle van een 'bijzondere bromfiets'. Dezelfde kritiek wordt eerder al door RDW-medewerkers in gesprekken met ambtenaren van I en M geuit. Toenmalig minister Melanie Schultz van Haegen legt de zorgen naast zich neer. In een brief aan de RDW, drie maanden later, erkent het ministerie dat er 'inderdaad minder toezicht door de overheid op bijzondere bromfietsen dan op andere voertuigen is'. Gezien de kleine aantallen van de voertuigen wordt dit risico aanvaardbaar geacht.

Op 28 juli 2011 ploft er een nieuw verzoek tot aanwijzing van een bijzondere bromfiets bij I en M op de mat. De aanvraag is voor de Stint, volgens de bedenker het beste te beschrijven als een elektrische bolderkar. De Stint is ontwikkeld om kinderopvangorganisaties in Nederland te ondersteunen bij het ophalen van kinderen bij basisscholen. Een betaalbare oplossing voor waar tot dan toe milieubelastende auto's, taxi's en busjes worden gebruikt. Er passen maximaal tien kinderen in de stint, die kunnen worden vastgezet met heupgordels. Twee instanties adviseren de Stint niet zomaar toe te laten op de Nederlandse weg. Volgens de RDW voldoet de Stint niet aan regelgeving omdat deze iets breder (een halve centimeter) is dan de toegestane breedte. De minister besluit hier geen punt van te maken. In hetzelfde testrapport wordt ook 'permanent aangebrachte inrichting aan de bromfiets om lading mee te kunnen vervoeren' gecontroleerd. Gek genoeg krijgt dit onderdeel het oordeel 'niet van toepassing'. Opvallend, omdat de Stint voor een groot deel bestaat uit een grote bak waarin tot tien kinderen vervoerd mogen worden.

Het idee van tien kinderen in een open laadbak is juist voor de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) reden om de Stint niet zonder meer goed te keuren. In een rapport van 8 november 2011 stelt de SWOV de vraag of 'er vanuit mag worden gegaan dat een persoon van zestien jaar of ouder zonder enige rijopleiding, veilig tien personen (kinderen) kan vervoeren.' Aanvullend onderzoek acht de stichting wenselijk, maar dat komt er niet.

Behartenswaardig

Zes dagen na ontvangst van het rapport wijst minister Schultz van Haegen de aanvraag van de Stint toe. De bewindsvrouw adviseert de stintfabrikant rekening te houden met de 'behartenswaardige' opmerkingen van de SWOV maar is van oordeel dat met de Stint voldoende veilig aan het verkeer kan worden deelgenomen. In de zeven jaren die volgen is het relatief stil rondom de bakfiets, die langzaam maar zeker gaat fungeren als ideaal vervoermiddel voor kinderdagverblijven, en later ook aan populariteit wint bij (pakket)bezorgers van bijvoorbeeld PostNL. De stintfabriek verkoopt tussen 2012 en 20 september 2018 zo'n 3500 van de elektrische bakfietsen en zet daarmee miljoenen euro's om.

In de loopt der tijd past de fabrikant de Stint enkele keren aan. Zo komt er onder meer een handrem die eerder nog ontbreekt en krijgt het voertuig een sterkere elektromotor zodat hij beter meegaat met de rest van het verkeer. Aanpassingen waarvan de fabrikant nu zegt dat deze pasten binnen de ontwikkeling van zijn ontwerp en de eisen voor een bijzondere bromfiets. De modificaties hoefde de fabrikant, gezien de aanwijzing die hij in 2011 tekende, niet te laten testen. Pas in 2015 verandert het ministerie de wet, waarna fabrikanten moeten verklaren dat de op de markt te brengen bijzondere bromfietsen identiek zijn aan het door de RDW geteste exemplaar.

Er zijn wel eens ongelukjes met de Stint, zo breekt iemand eens een been bij het afstappen, maar grote incidenten blijven uit. Tot 20 september 2018, de dag van het treinongeluk in Oss. 24 uur na het ongeval stuur minister Van Nieuwenhuizen een brief naar de Tweede Kamer.

Ze schrijft: 'Naar aanleiding van het ongeluk is op verschillende plekken de vraag opgekomen of de Stint veilig gebruikt kan worden. Er is op dit moment geen informatie die aanleiding geeft om de toelating van de Stint op de openbare weg te herzien.' Ook constateert de minister dat een toenemend aantal innovatieve voertuigen, waaronder bijzondere bromfietsen, op de weg is gekomen. Ze vraagt de RDW en de SWOV om een advies over de manier waarop nieuwe voertuigen tot de weg worden toegelaten. Opvallend genoeg waarschuwde kennisinstituut TNO al in 2014 voor die ontwikkeling en het gebrek aan toezicht op nieuwe voertuigen: 'voor deze categorie is er geen wet- en regelgeving om de veiligheid van de gebruiker, maar ook de omgeving te kunnen garanderen.'

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) maakt op 9 oktober bekend onderzoek te gaan doen naar de toelating van de Stint op de weg, en wat dit voor invloed heeft op de veiligheid. Ook andere innovatieve voertuigen die toegelaten zijn, worden de komende periode door de OVV onderzocht.

... van de weg af

Op maandag 1 oktober kondigt minister Van Nieuwenhuizen aan de Stint toch te schorsen, omdat er op basis van een 'verkennend' onderzoek van enkele andere Stints uitgevoerd door de politie, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) 'twijfels' zijn ontstaan over de technische constructie van de Stint. Vanuit de verkeersveiligheid acht de minister de schorsing per 2 oktober noodzakelijk.

Voorafgaand aan het besluit tot schorsing wordt door ILT bij de fabrikant van de Stint aangedrongen op een terugroepactie, maar daartoe was deze niet bereid. In de ogen van eigenaar Edwin Renzen is er geen verband tussen het ongeluk in Oss en de eventueel mogelijke technische problemen van de Stint. In de vier weken die volgen sinds de schorsing van de Stint ontstaat de vraag of de minister haar besluit op basis van juiste, volledige informatie heeft genomen. Is haar beslissing wel correct?

De minister baseert zich op 1 oktober op een feitenrelaas opgesteld door ILT. Uit de testen blijkt dat een stroomkabel kan losraken of breken, waardoor de Stint uit zichzelf versnelt tot de maximale snelheid. Hetzelfde kan gebeuren als een veertje in de gashendel breekt waardoor deze niet vanzelf terugdraait naar nul. De handrem is vervolgens onvoldoende krachtig om het voertuig te stoppen, alleen ingrijpen via het contactslot - een onnatuurlijke beweging - zou de Stint nog tot stilstand kunnen brengen.

In het feitenrelaas van ILT staat geschreven dat de fabrikant op 30 september tot 'dezelfde bevindingen' was gekomen. Op 19 oktober blijkt dat dit niet klopt. Bij de beantwoording op 66 Kamervragen stuurt minister Van Nieuwenhuizen 43 aanvullende stukken naar de Tweede Kamer. Een van deze stukken is het onderzoeksverslag van een teamleider van ILT over de Stint. Hierin schrijft de teamleider: 'Fabrikant blijft herhaaldelijk terugkomen op de veronderstelde kabelbreuk uit de quick scan en dat dat niet herkenbaar was. Kabelbreuk komt volgens de fabrikant eigenlijk niet voor.'

En ook op het oog belangrijke aanvullingen van het NFI, dat een paar Stints technisch heeft gecheckt, hebben het feitenrelaas van ILT niet gehaald. Zo stelt het NFI dat de Stint altijd tot stilstand kan worden gebracht door de gashendel zelf terug te draaien. Ook blijkt dat de kabelbreuk waar ILT over schrijft slechts bij een klein percentage van de Stints tot een gevaarlijk probleem kan leiden. Het is volgens het NFI 'niet ondenkbaar' dat de veiligheidsmaatregel, een microswitch in de gashendel, niet werkt. Dat er een relatief eenvoudige aanpassing denkbaar is waardoor de draadbreuk direct wordt waargenomen, wordt door ILT niet meegenomen.

Een dag eerder behandelt de rechtbank in Utrecht het kort geding dat kinderopvangbedrijf Het Kinderstraatje uit Almere aanspant om het schorsingsbesluit van minister Van Nieuwenhuizen terug te draaien. Eigenaresse Michelle van Zundert is een van de vele mensen in de kinderopvangbranche die halsoverkop op zoek moest naar een alternatief voor de 'ontzettend handige' Stint. Per taxi, bus, fiets of te voet moeten kinderen in Nederland weer naar school of sport worden gebracht. Volgens Van Zundert, die geen rijbewijs bezit, heeft minister Van Nieuwenhuizen niet voldoende nagedacht over het belang van de Stint voor kinderopvangbedrijven.

Landsadvocaten

Ter zitting, 18 oktober, komen de rapporten van onder meer het NFI - deze zijn tot dan toe door het ministerie geheim gehouden - ook aan bod. De rechter vraagt landsadvocaten van minister Van Nieuwenhuizen uitvoerig naar het besluit om de Stint te schorsen, en hoe het kan dat technische mankementen in 2011 niet werden opgemerkt maar zeven jaar later plots wel. Veel verder dan de verkeersveiligheid komen de landsadvocaten in hun repliek niet. Op de vraag of er een kans is dat de Stint na uitgebreid onderzoek toch terug op de weg mag, wordt door de juristen van de minister instemmend gereageerd. Ze laten weten dat TNO de opdracht heeft gekregen om de veiligheid van de Stint te onderzoeken. Uitkomsten van dat onderzoek worden rond de jaarwisseling gepubliceerd.

Vandaag doet de rechter uitspraak in het kort geding dat is aangespannen door Het Kinderstraatje uit Almere. Vanavond moet minister Van Nieuwenhuizen zich verantwoorden voor de Tweede Kamer. Het lijkt voor de minister een pittig debat te worden, zeker nadat RTL Nieuws maandag op basis van deels geheime documenten en informatie van insiders concludeerde dat de minister de Tweede Kamer eenzijdig, onvolledig en mogelijk onjuist heeft ingelicht in de nasleep van het ongeluk in Oss. Gisteren stuurden de Branchevereniging Kinderopvang en BOiNK, de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang, een brandbrief naar de Tweede Kamer. De inhoud is simpel: minister Van Nieuwenhuizen moet zo snel mogelijk een licht aangepaste versie van de Stint toestaan op de weg.

Maar vandaag komt te laat voor Edwin Renzen en zijn bedrijf Stint Urban Mobility gevestigd in Putten. Maandag 29 oktober vraagt Renzen faillissement aan voor zijn bedrijf. Sinds 20 september heeft hij geen Stint meer verkocht en het bedrijf kan zijn rekeningen niet meer betalen. Zelfs als de rechter het besluit van de minister om de Stint te schorsen zou terugdraaien, en de 3500 Stints in Nederland weer toelaten op de weg, heeft Renzen er geen fiducie meer in.

"Er is sterk de twijfel gewekt dat mijn voertuig, waar nota bene kinderen in gaan, onveilig zou zijn. Daarmee is het bestaansrecht van de Stint vol onderuit gehaald; die zweem van twijfel neem je nooit meer terug."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden