ReportageArcheologische vondsten

Van een dure wijnfleszegel tot een klotendolk: de Zaanse bagger blijkt een goudmijn voor archeologen

Het archeologisch depot in Zaandijk, met vaasjes en andere opgravingen.  Beeld Olaf Kraak
Het archeologisch depot in Zaandijk, met vaasjes en andere opgravingen.Beeld Olaf Kraak

Honderdduizenden objecten lagen onder de Wilhelminasluis in Zaandam te wachten op ontdekking. Voer voor archeologen.

“Kijk”, wijst Piet Kleij naar de binnenplaats van het gemeentelijke archeologische depot, waar hij werkt als gemeentelijk archeoloog van Zaanstad. “Daar staan nog acht containers met vondsten die we moeten uitzoeken.” Zo’n 250.000 objecten bevatten de containers - van scherfjes tot kanonskogels, en daartussen wellicht nog onbekende schatten.

Ze zijn gezeefd uit de bagger van de Zaandamse Wilhelminasluis, die de afgelopen maanden grondig is gerenoveerd. Dat werk is praktisch voltooid. Maar archeologen kunnen nog honderden jaren promotieonderzoek doen over alles wat naar boven is gevist, denkt Kleij.

Liever met een troffeltje afgegraven

Een filmpje op de site van de gemeente Zaanstad toont de grove grijper die de bagger - alle archeologische objecten incluis - ophapt en deponeert in duwbakken, die naar de centra werden gevaren waar de modder werd gezeefd en archeologen de eerst schifting deden. Graag had Kleij de grond ter plekke laag voor laag met een troffeltje afgegraven, maar het economisch belang van het scheepsverkeer dat over de Zaan door de sluis heen moet sloot zo’n tijdrovende archeologische exercitie uit.

Wel werd bij het afgraven bijgehouden uit welke laag en welk gedeelte de grond afkomstig was, belangrijk voor de datering. “Ondanks die grove manier van opgraven zijn er toch voorwerpen ongebroken tevoorschijn gekomen”, zegt Kleij. Neem de ongeschonden zeventiende en achttiende-eeuwse medicijn- en parfumflesjes, die op een tafel in het depot liggen. “Het glas is een millimeter dik. Je vraagt je af hoe al die flesjes het geweld hebben kunnen overleven.”

Stadsarcheoloog Piet Kleij toont een schijf van een walviskaak in het archeologisch depot in Zaandijk.  Beeld Olaf Kraak
Stadsarcheoloog Piet Kleij toont een schijf van een walviskaak in het archeologisch depot in Zaandijk.Beeld Olaf Kraak

Bodem bedekt met basaltblokken

Van tevoren wist Kleij niet hoeveel onder de sluis zou liggen. De eerste sluis in de dam dateert vermoedelijk uit de twaalfde eeuw, maar de Wilhelminasluis is pas in 1903 aangelegd. Kleij: “We hoopten dat destijds niet al te diep was gegraven, maar konden dat niet onderzoeken omdat de bodem was afgedekt met basaltblokken.”

Gelukkig bleek onder de basaltblokken de grond te liggen waar Zaandam in de Middeleeuwen zijn bestaan aan dankte: de dam. En nog een geluk: ter versteviging van die dam mengden de bewoners hun afval door de grond: aardewerk, glas en leer. “Je zou een geschiedenis van de schoenmode sinds de Middeleeuwen kunnen schrijven alleen al aan de hand van de leerresten die we hebben aangetroffen.”

Afval kan archeologen veel leren, en niet alles wat men afdankte was kapot. Sommige aangetroffen voorwerpen zijn vermoedelijk niet weggegooid, maar verloren, en meegevoerd met het rivierwater.

Vergelijkbaar met vondsten Noord-Zuidlijn

Kleij vergelijkt het belang en de omvang van de vondsten met die gedaan zijn tijdens de aanleg van de Amsterdamse Noord-Zuidlijn. “Amsterdam was een metropool, een wereldcentrum, met veel rijke inwoners. De Zaanstreek met zijn molens was Nederlands eerste industriegebied, met arbeiders en boeren. Dankzij de grote hoeveelheden materiaal, bijvoorbeeld van aardewerk, kun je onderbouwde statistische vergelijkingen maken over het verschil in levensstandaard tussen Amsterdam en de Zaanstreek. Als we alles hebben gecategoriseerd kunnen specialisten het glaswerk, het aardewerk, botten en noem maar op nader bestuderen.”

Stadsarcheoloog Piet Kleij toont een flesje in het archeologisch depot in Zaandijk.  Beeld Olaf Kraak
Stadsarcheoloog Piet Kleij toont een flesje in het archeologisch depot in Zaandijk.Beeld Olaf Kraak

Musea als het Zaans Museum en het Huis van Hilde in Castricum hebben belangstelling om het materiaal te exposeren, en ook het gemeentehuis van Zaanstad wil in zijn ontvangsthal graag wat vitrines vullen. “Maar corona zet voorlopig alles op losse schroeven.”

Op tafels in het depot liggen alvast wat stukken waarover Kleij enthousiast kan vertellen. “In dit kannetje werd afgekolfde moedermelk gedaan. Kijk, de dop heeft de vorm van een speen: een oud-Hollandse zuigfles, gemaakt van tin en lood. Niet erg gezond voor het kindje.”

Stadsarcheoloog Piet Kleij toont een protestantse spotprent op een tabaksdoos deksel in het archeologisch depot in Zaandijk.  Beeld Olaf Kraak
Stadsarcheoloog Piet Kleij toont een protestantse spotprent op een tabaksdoos deksel in het archeologisch depot in Zaandijk.Beeld Olaf Kraak

Een verhaal apart is de deksel van een tabaksdoos, waarop een bisschop en een paus zijn afgebeeld, herkenbaar aan hun hoofddeksels. Het gaat om protestantse agitprop: draai je de afbeelding op zijn kop, dan zie je op de plek van de paus een duivel met bokkenhoorns; de bisschop wordt een nar met een puntmuts en bellen. Kleij: “Eind zeventiende eeuw ontstonden spanningen tussen bisschop Petrus Codde en paus Clemens XI, die uiteindelijk zouden leiden tot de afscheiding van de Oud-Katholieken. De protestanten wakkerden de tegenstellingen graag aan met spotprenten. Zo’n spotprent op een gaaf gebleven deksel maakt dit tot een topstuk.”

Stadsarcheoloog Piet Kleij toont een wijnfleszegel in het archeologisch depot in Zaandijk.  Beeld Olaf Kraak
Stadsarcheoloog Piet Kleij toont een wijnfleszegel in het archeologisch depot in Zaandijk.Beeld Olaf Kraak

Een miniem stukje glas blijkt het zegel van de Kaapse wijngaard Constantia. “Dat zat op een fles met Zuid-Afrikaanse topwijn. Dat doet vermoeden dat sommige Zaandammers geld genoeg hadden.”

En dat obsceen gesneden stuk hout? “Het heft van een zogeheten klotendolk: Middeleeuwse humor. Die worden vaak gevonden, wat ons leert dat drillrappers oude papieren hebben: Middeleeuwers liepen vaak bewapend rond.”

Stadsarcheoloog Piet Kleij toont een klotendolk in het archeologisch depot in Zaandijk.  Beeld Olaf Kraak
Stadsarcheoloog Piet Kleij toont een klotendolk in het archeologisch depot in Zaandijk.Beeld Olaf Kraak

Raadselachtige vondsten bevatte de bagger ook: “Deze schijven zijn gezaagd uit walviskaken. We weten dat er gaten in werden geboord om er smeerolie uit te halen. Maar waarom ze in schijven werden gezaagd? We hebben geen idee.”

Lees ook:
‘Retourtje verleden’ toont de oudste telescoop van Nederland: ‘een speeltje voor aristocraten’

Wat hebben het oudste skelet en de oudste telescoop van Nederland met elkaar te maken? Een nieuwe expositie in Leiden legt het bloot.

Snackbar uit Oudheid opgegraven in Pompeï

Hun grote liefde voor goed eten hebben de Italianen niet van een vreemde: hun héél verre voorouders wisten al wat lekker was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden