Geschiedenis

Van Breda tot Hoorn: steden onderzoeken hun eigen slavernijverleden

Het Rotterdams Slavernijmonument aan de Lloydkade.  Beeld ANP
Het Rotterdams Slavernijmonument aan de Lloydkade.Beeld ANP

Het slavernijverleden leeft niet alleen in de vier grote steden, blijkt uit een inventarisatie van Trouw. In veel kleinere steden lopen onderzoeken. Wat opvalt: het initiatief komt vaak van onderop.

Robin Goudsmit en Rianne Oosterom

Tientallen Nederlandse steden, provincies en instituties kijken het eigen slavernijverleden in de ogen. Op dit moment lopen er ten minste negentien onderzoeken naar het slavernijverleden, waarvan vijftien in steden of provincies. In nog eens zestien plaatsen is de slavernijgeschiedenis een politiek thema en komt er bijvoorbeeld een monument of herdenking.

Dat blijkt uit een inventarisatie van Trouw . In navolging van steden als Rotterdam en Amsterdam worden nu in allerlei kleinere steden als Breda, Gouda, Deventer, Hoorn onderzoeken opgestart of al uitgevoerd.

Onderzoek vanuit de politiek én maatschappelijke organisaties

Een ruime week voordat het kabinet op 19 december een excuus wil maken voor het slavernijverleden, blijkt deze zwarte bladzijde in de vaderlandse geschiedenis een zaak die overal in het land speelt. Uit de rondgang blijkt ook dat elf lokale onderzoeken naar de betrokkenheid van steden bij slavernij al zijn afgerond.

Van de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag) was al bekend dat zij hun rapport over de eigen rol in het slavernijverleden klaar hebben. Maar ook in onder meer Alkmaar, Vlissingen en de provincie Gelderland ligt een afgerond (voor)onderzoek. Wat opvalt is dat onderzoeken niet altijd door de politiek, maar ook door maatschappelijke organisaties opgestart worden.

De Gelderse koepel van erfgoedorganisaties begon bijvoorbeeld op eigen initiatief een slavernij-onderzoek en het waren wetenschappers en studenten die zich uit eigen beweging over de Friese en Groningse betrokkenheid bij slavernij bogen. Een streekcultuurcentrum in Overijssel doet al een jaar onderzoek omdat één medewerker zich daar hard voor maakte na een vakantie in Suriname.

Tekst loopt door onder deze kaart.

Deze kaart is gebaseerd op een inventarisatie die waarschijnlijk niet compleet is. Is uw stad of gemeente ook bezig met het slavernijverleden? Laat het de redactie weten en mail naar robin.goudsmit@trouw.nl. Zo kunnen we de interactieve onlineversie van de kaart actueel houden.

In Zaanstad wordt een schaduwonderzoek gedaan

In Nijmegen was het Amnesty die een werkgroep slavernijverleden oprichtte, waarin onder andere geschiedkundigen zitten die een verkennend onderzoek uitvoeren. Omdat in Zaanstad de gemeenteraad een officieel onderzoek te duur vindt, is het antidiscriminatiebureau in de gemeente alvast een ‘schaduwonderzoek’ gestart.

Het is een trend die historica Barbara Henkes, auteur van de boeken Sporen van het slavernijverleden in Groningen en Sporen van het slavernijverleden in Fryslân, herkent. “Je ziet bij veel onderzoek naar het slavernijverleden dat het onderop begint, met één persoon, een groepje mensen met historische belangstelling, of een instantie die er iets in ziet.”

Aan de vooravond van het herdenkingsjaar 2023, waarin wordt herdacht dat de slavernij 150 jaar geleden stopte, zien veel gemeenten zich genoodzaakt hier ‘iets’ mee te doen. Zo is in diverse steden geld vrijgemaakt voor een monument waarmee het slavernijverleden herdacht wordt, zoals in Groningen, Den Bosch en Arnhem.

Soms volgen excuses

Op een aantal plekken is een excuus aan de orde. Zonder dat er erg veel duidelijk is over de Zaanse slavernijgeschiedenis, bood de burgemeester van Zaandam wel twee keer excuses aan. In Utrecht praat een werkgroep met Statenleden over een mogelijk sorry vanuit de provincie, in navolging van de excuses van Utrecht-Stad. In Vlissingen twijfelt het college over excuses.

Naast steden en provincies, werpen op dit moment ook vijf instituties de blik op het verleden. Deze week gaf het Koninklijk Huis hier opdracht toe. Het ministerie van binnenlandse zaken en de Universiteit Utrecht kondigden eerder een onderzoek aan. Bij navraag bij de Universiteit Wageningen, bleek die ook gestart met een driejarig onderzoek naar het slavernijverleden.

Veel bestuurders hopen dat onderzoek naar slavernij tot grotere verbinding in de maatschappij zal leiden. Maar, waarschuwt historica Henkes, dat is misschien niet meteen het geval. “Sommige informatie over dit verleden roept ook controverse op. Natuurlijk streeft iedereen ernaar dat groepen bij elkaar komen, maar we moeten niet bang worden als het gaat wringen.”

Een monument, dubbelexcuus of onderzoek: lees hier meer

Benieuwd hoe het slavernijverleden wordt onderzocht in Zaanstad, Harderwijk, Groningen, Breda, Limburg, Dordrecht en Overijssel? Lees hier verder.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden