In 1993 herdachten honderden boeren in Hollandscheveld de hardhandige ontruiming van drie boerderijen dertig jaar eerder.

Boze boeren

Van blokkades tot brandstichting: het boerenprotest kent in Nederland een lange traditie

In 1993 herdachten honderden boeren in Hollandscheveld de hardhandige ontruiming van drie boerderijen dertig jaar eerder. Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Woensdag voeren boeren opnieuw actie. Ze staan daarmee ze in een lange traditie van landbouwprotesten. Een blik op de geschiedenis van het boerenprotest.

De mestkarren dienden als wapen. De stenen gingen uit de straat. Ruiten van het stadhuis vielen aan diggelen. De woning van de burgemeester werd in brand gesproken. ME’ers probeerden met de wapenstok de orde nog een beetje te handhaven. Eén agent trok op een penibel moment zelfs zijn pistool en dreigde ermee richting de agrariërs.

De opstand in het Twentse Tubbergen op 21 december 1971 gierde uit de klauwen. Aan het einde van de dag stond de teller op twaalf gewonden.

De woede richtte zich op de ruilverkavelingsplannen. In heel Nederland had in de decennia daarvoor schaalvergroting in de landbouw plaatsgevonden. Er kwamen minder en grotere bedrijven. Daarbij paste meer efficiëntie: rechtere wegen en waterlopen, geen versnipperd grondeigendom maar makkelijker te bewerken, aaneengesloten grote percelen. Elders zorgde die ruilverkaveling ook wel voor zuchten en steunen, maar kwam de instemming er toch.

In Tubbergen waren er vanaf het begin boosheid en gebalde vuisten. Dat had alles te maken met de stemming over de ruilverkaveling die op de 21ste december van 1971 werd georganiseerd. In de ogen van boeren mochten veel te veel mensen meestemmen. Bovendien werd wie niet kwam opdagen meegerekend als ja-stemmer. Door de boerenblokkade stemden maar 27 van de 2938 stemgerechtigden uit Tubbergen en omgeving. Vijftien van hen waren voor en twaalf tegen. Maar met de toegepaste procedure betekende dat: 2926 voorstanders. Door alle verzet en geweld van die dag werd de ruilverkaveling in Tubbergen echter op de lange baan geschoven.

Complot tegen de boeren

Veel van het repertoire van de opstand in Tubbergen keerde steeds weer terug bij agrarische protesten de afgelopen eeuw: boerenslimheid tegenover intellectuele betweters, platteland versus het politiek-ambtelijke complot dat de vrijheid van de keihard werkende, voor dag en dauw opstaande landbouwer en veeteler steeds verder kapot wilde maken.

Menig betoog van Arend Braat, voorman van de Plattelandersbond tussen de twee wereldoorlogen, was ermee doorspekt. Ver voor de bij velen nog bekende Boer Koekoek manifesteerde hij zich als markantere parlementariër van het platteland: Boer Braat. Zijn partij was tussen 1918 en 1937 steeds goed voor minstens één zetel en drie jaar lang zelfs voor twee zetels.

Braat stond op het Binnenhof al snel bekend als ‘den meest ongelikten beer die ooit in de politieke arena was losgelaten’. Van de traditionele omgangsvormen trok hij zich weinig aan en hij gooide rustig de benen op tafel. ‘Stadse’ manieren en geleerdheid leidden volgens hem tot niets. Ook van ambtenaren hoefde de boer weinig goeds te verwachten.

Bedilzucht

Met trekkerblokkades dreigde Braat niet. De meeste boeren beschikten niet over imponerend materieel. Met de macht van het getal konden ze wellicht wel iets bereiken. Het stak het Kamerlid, afkomstig van de Zuid-Hollandse eilanden, dat de arbeiders uit angst voor het rode gevaar tegemoet werd gekomen. Dat ging ten koste van de kleine boer, zei Braat, en dat was volgens hem volstrekt onnodig. Socialistische en communistische oprispingen konden gemakkelijk met andere middelen worden bestreden: “Als de Nederlandse Lenins en Trotski’s de revolutie uitroepen, dan staan honderdduizenden plattelanders klaar om Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, de broeinesten van dit alles, met de grond gelijk te maken”.

Onder gewapend geleide verlaat ‘vrije boer’ Hartman in 1963 met zijn kinderen de boerderij in Hollandscheveld. Achter hem Evert Harmsen, bestuurslid van de ‘Vrije Boeren’.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

In de loop van de jaren dertig verloor Braats beweging snel terrein. Boeren vonden elders radicaal onderdak, een deel bij de NSB. Daarna volgden oorlog en wederopbouw. Nederland werd nog meer dan voorheen een land van regeltjes. Veel kleine boeren zagen de nieuw ingevoerde Landbouwschappen als uitgesproken voorbeeld van die bedilzucht. Door vertegenwoordigers uit de sector bij elkaar te zetten zouden de belangen van de boer gediend zijn en was er één mondige gesprekspartner richting regering. De kleine boeren zagen het heel anders. Velen van hen beschouwden het Landbouwschap juist als het verlengstuk van de overheid.

Boer Koekoek en de zijnen

Hendrik Koekoek van de in 1958 opgerichte Boerenpartij trad op als een van hun leiders. Hij was er ook bij toen in september 1961 uit protest tegen het Landbouwschap een paar dagen lang snelwegen op de Veluwe werden geblokkeerd. Daarvoor gebruikten de agrariërs een enkele trekker en vrachtwagens, maar vooral personenauto’s.

De politie probeerde de wegen weer vrij te krijgen door middel van gesprekken met de demonstranten. Dat leverde niks op. Daarna gebruikten agenten hun wapenstok om inzittenden uit de auto’s te slaan en de wagens naar elders te krijgen.

Anders dan de boze agrariërs van vandaag, zagen Boer Koekoek en de zijnen snel in dat ze met blokkades weinig zouden bereiken. Een goede kans op het winnen van bredere sympathie deed zich anderhalf jaar later voor in Koekoeks eigen Hollandscheveld in Drenthe. Drie boeren hadden gedurende langere tijd principieel hun heffing voor het Landbouwschap niet betaald en werden om die reden uit huis gezet.

Het ging hard tegen hard. Politie met helmen, paarden, karabijnen en klewangs tegen boeren, toegestroomde jeugd en andere sympathisanten met blote vuisten, sneeuwballen en stenen. Toen een agent klappen kreeg en neerzakte, schoot de politie zelfs een paar keer.

Het beeld dat bleef hangen was vooral dat van gezinnen, huisraad en vee die in de koudste winter van de eeuw op straat werden gezet en dat van een van de drie boerderijen die de volgende nacht zomaar in vlammen opging. Het oproer in Hollandscheveld zou de geschiedenisboekjes ingaan als de Opstand der Braven.

Bij de verkiezingen van twee maanden later haalde Koekoeks boerenpartij drie zetels in de Tweede Kamer. Vier jaar later waren dat er zelfs zeven. De Boerenpartij zou tot 1981 vertegenwoordigd blijven, zij het in de laatste jaren maar met één zetel.

De tractorblokkade werd in de zomer van 1974 voor het eerst grootschalig als middel ingezet. Met name begin augustus van dat jaar stond Nederland op veel plekken vast, toen tienduizenden boeren met hun materieel in het geweer kwamen tegen tegenvallende opbrengsten. Op verzoek van de overheid stopten ze overigens weer. De rest van Nederland bracht geduld op voor de protesten: het waren jaren waarin door sommige andere pressiegroepen op veel radicalere wijze actie werd gevoerd en zelfs gijzelingen plaatsvonden om beoogde doelen te bereiken.

Nitwits

Zo ver gingen de boeren nooit. Wel dienden de landbouwministers bij de boerenprotesten vaak als kop van jut. Stedelingen als Jozias van Aartsen (VVD) en Laurens Jan Brinkhorst (D66) konden gemakkelijk worden weggezet als nitwits die niet eens begrepen waarover ze spraken. Als bewindslieden het boerenbedrijf wel van binnenuit kenden zoals Sicco Mansholt (PvdA), Gerrit Braks (CDA) en huidige landbouwminister Carola Schouten (CU) werden ze als verrader afgeschilderd.

Braks stelde in de loop van de jaren tachtig van de vorige eeuw als eerste voorzichtig grenzen aan de groei van de agrarische sector. Toen Den Haag en Brussel ook nog eens de aankopen van landbouwoverschotten terugschroefden en de prijzen als gevolg daarvan fors daalden, kwam het in 1989 en 1990 tot nieuwe acties. Met name de getroffen graanboeren roerden zich flink. Het leidde tot blokkades met trekkers van onder meer het ministerie van landbouw, het Binnenhof, het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht, diverse overheidsdiensten in het land en de vliegvelden in Eelde, Rotterdam en Lelystad. Schiphol leek een logische volgende halte, maar de autoriteiten lieten duidelijk doorschemeren dat een blokkade van de nationale luchthaven het passeren van een grens was. Dat zou de overheid niet tolereren. Voor alle zekerheid werd het leger in staat van paraatheid gehouden om in te grijpen.

In 1995 droegen boeren in Den Haag een doodskist met een pop die landbouwminister Van Aartsen moest voorstellen. Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Defensie werkte ook mee aan de beveiliging van de Eurotop eind 1991 die voorafging aan het Verdrag van Maastricht. Een deel van de gemeentegrenzen van de Limburgse hoofdstad vormen tegelijkertijd de landsgrens met België. Daar stonden tanks klaar om indien nodig boze Waalse boeren en hun landbouwvoertuigen tegen te houden.

Kunststukjes

Belgische en Franse boeren hadden toch al de naam iets Latijnser en grimmiger te demonstreren dan hun Nederlandse collega’s. Soms leidde hun radicale vastberadenheid tot voor onmogelijk gehouden kunststukjes. In 1971 wist een groep Belgische agrariërs met drie koeien door te dringen tot de zesde etage van een gebouw van de (EU-voorloper) EEG. Op een van de meegesjorde dames stond de leus ‘Aan de galg met Mansholt’ (op dat moment Europa’s landbouwcommissaris).

Een nieuwe Koekoek-achtige voorman trok vanaf midden jaren negentig van de vorige eeuw de aandacht. Wien van den Brink voerde met de mede door hem opgerichte Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) acties voor hogere vergoedingen voor agrarische ondernemers die waren getroffen door de overstromingen van begin 1995. Langs snelwegen werden behalve spandoeken en protestborden ook poppen opgehangen die landbouwminister Van Aartsen voorstelden. De dreiging van snelwegblokkades hing in de lucht. Maar voor het zover kwam, gingen de vergoedingen omhoog.

Korte tijd later stond Nederland wel in de file door boerenblokkades onder leiding van Van den Brink tegen het mestbeleid. In kringen van agrariërs was zijn radicale verzet tegen de verplichte registratie van varkens omstreden. Van den Brinks stijl van opereren en taalgebruik kon ook intern niet ieders goedkeuring wegdragen. In de strijd tegen de herstructurering van de sector na de varkenspest stond op borden langs de snelwegen de voor de landbouwminister weinig fijnzinnige tekst ‘Brinkhorst killer van 10.000 gezinnen’. Van den Brink gebruikte voor de terugdringing van de varkensstapel bovendien de term ‘etnische zuivering’.

In 2002 maakte Van den Brink zijn entree in de Tweede Kamer. Namens de LPF, hoewel Pim Fortuyn een tamelijk hard landbouwbeleid voor ogen had. Van den Brink bleef volksvertegenwoordiger namens de LPF tot de verkiezingen van 2006, toen veel partijgenoten al door het electoraat waren weggestemd of hun heil hadden gezocht bij een van de vele afsplitsingen.

Lees ook:

Hoe Farmers Defence Force zijn ‘strijders’ mobiliseert

Boze boeren komen al maandenlang keer op keer in actie tegen Den Haag. Dat vergt serieuze organisatie: hoe doen de betrokken boeren dat?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden