Dekolonisatie Indonesië

Upik Sjahrir zag haar vader in ongenade vallen bij Soekarno

Zittend: Siti Wahyuna (Poppy) Sjahrir met dochter Siti Rabyah Parvati (Upik) en Sjahrir met zoon Kriya Arsjah. Genomen tijdens Idul Fitri op 15 februari 1964 in de gevangenis Wisma Keagungan voor politieke gevangenen te Jakarta. Sjahrir schreef in zijn gevangenisdagboek: ‘Ik wil mijn kinderen zo opvoeden dat zij mensen met een nobel karakter worden.’

Haar vader was onafhankelijkheidsstrijder én een voor Nederland betrouwbare gesprekspartner: Sutan Sjahrir, eerste minister-president van de Republiek Indonesië. Deel 3 van een serie over de kinderen van de hoofdrolspelers in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, die 75 jaar geleden begon.

Onderwijs, voor individu en natie, was voor Sutan Sjahrir (1909-1966) de grootste waarde in het leven. Al in de vroege jaren dertig was de jonge onafhankelijkheidsstrijder voorzitter van een Indonesische organisatie die het politieke bewustzijn van de bevolking wilde verhogen. Toen het koloniale bewind hem vanwege zijn nationalistische activiteiten verbande naar het eiland Banda Neira, adopteerde hij er vier kinderen die hij dagelijks lesgaf, samen met hun vriendjes en vriendinnetjes. Sjahrir zou later de eerste premier van Indonesië worden.

De jaren in ballingschap, tussen 1935 en 1942, waren niet de laatste die Sjahrir in onvrijwillige vrijheidsbeperking doorbracht. In 1962 werd hij gevangengezet op verdenking van het voorbereiden van een aanslag op president Soekarno. Toen hij in de gevangenis ernstige gezondheidsklachten kreeg, mocht Sjahrir in 1965 op verzoek van zijn vrouw met zijn jonge gezin naar Zwitserland vertrekken voor behandeling. 

Dit speelde zich af in de vroege jeugd van zijn dochter Siti Rabyah Parvati Sjahrir (1960).  In de woonkamer van haar ruime villa waar ze woont met haar gezin, valt een levensgrote geschilderde kopie van ‘De Nachtwacht’ op. De schilder had er zelf geen plaats voor. Upik wel – de naam die ze vraagt te gebruiken. In de taal van de Minangkabau, de etnische groep op West-Sumatra waaruit haar vader voortkomt, betekent het ‘klein meisje’.

Siti Rabyah Parvati Sjahrir (Upik). dochter van Sutan SjahrirBeeld Suzanne Liem

Klein van stuk, maar een groot hart

De herinneringen aan haar vader dateren uit de periode nadat Sjahrir bij Soekarno in ongenade was gevallen. “In onze kindertijd vroegen we ons vaak af waarom onze vader, op wie we zo trots waren, in de gevangenis was opgesloten. Zonder duidelijke reden en zonder proces. Als onze moeder er niet was geweest, hadden onze vragen gemakkelijk kunnen uitgroeien tot haat en boosheid. Mijn moeder was een geweldige vrouw die een overvloed aan liefde en geduld had. Ze heeft ons er eindeloos aan herinnerd dat papa wilde dat we vrij van verdenking en haat zouden leven. Sjahrir was klein van stuk, maar hij had een groot hart.”

Aan de korte tijd met haar vader in Zürich, voor zijn dood in 1966, heeft Upik gelukkige herinneringen overgehouden. “Elke ochtend ging ik in mijn pyjama naar zijn slaapkamer en vertelde hem alles wat me maar te binnen schoot. Ik was nogal spraakzaam als kind. Hij lachte dan, de tranen stroomden over zijn gezicht. Verward vroeg ik mijn moeder: waarom huilt papa altijd als ik hem verhalen vertel? Dat zijn tranen van geluk, antwoordde ze. Dat zijn de enige herinneringen die ik aan hem heb. Ondanks alle slechte ervaringen overspoelde mijn vader ons altijd met zijn positieve energie.”

Al tijdens de Japanse bezetting was duidelijk dat Sjahrir een andere benadering koos dan Hatta en Soekarno, de onafhankelijkheidsstrijders die in augustus 1945 de Republiek Indonesië uitriepen. Zij hadden in de jaren daarvoor samengewerkt met de Japanners om de onafhankelijkheid te kunnen bereiken. Sjahrir deed dit uit principe niet.

Hij veroordeelde de Bersiap

In het najaar van 1945, vlak na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring, publiceerde Sjahrir zijn indrukwekkende pamflet ‘Onze strijd’. Hierin veroordeelde hij onder meer sterk het geweld tijdens de Bersiap, toen strijdgroepen zich tegen elke vorm van buitenlands gezag keerden. De chaotische situatie in het land was volgens hem ontstaan omdat de Indonesiërs nog niet wisten hoe ze met hun vrijheid moesten omgaan.

Op 14 november van dat jaar werd hij de eerste minister-president van Indonesië. Hij zou het ruim 2,5 jaar blijven en in die tijd drie kabinetten leiden.

Omdat hij niet met de Japanners had samengewerkt, vond Nederland Sjahrir een betrouwbare gesprekspartner tijdens de onderhandelingen voor het Akkoord van Linggadjati (1946). Daarin werd toegewerkt naar zelfbeschikkingsrecht van Indonesië, maar wel met de Nederlandse koningin aan het hoofd. Dat Sjahrir bereid was te praten met onder anderen koloniaal bestuurder Huib van Mook en voormalig premier Willem Schermerhorn, namen radicale Indonesische groepen hem niet in dank af.

Dochter Upik: “Zijn politieke diplomatie in de jaren 1945-1949 was cruciaal voor de internationale erkenning van Indonesië als vrij en onafhankelijk, soeverein land. In Linggadjati zaten de Indonesiërs en de Nederlanders als twee naties bij elkaar en hoewel het voor beide partijen moeilijk was, werden ze het uiteindelijk op verschillende punten eens. Mijn vader werd toen echter door veel Indonesiërs niet of verkeerd begrepen, omdat het oplossen van politieke problemen via diplomatie nog niet werd erkend.”

Eerste ‘politionele actie’

Uiteindelijk sneuvelde het kabinet Sjahrir-III over de uitvoering van het Akkoord van Linggadjati. Nederland zegde het akkoord op 20 juli 1947 op om een dag later Operatie Product (eerste ‘politionele actie’) te beginnen. Aan het begin van Operatie Kraai (de tweede ‘politionele actie’) werd Sjahrir op 19 december 1948 samen met de Republikeinse top, waaronder Soekarno en Hatta, gevangengenomen. Wat vindt Upik van de relatie tussen Indonesië en Nederland in de periode 1945-1949?

“Die was in die tijd niet goed, maar is sindsdien beter en beter geworden. Ik leerde van mijn vader dat hij, hoewel ze in oorlog waren, toch bevriend kon zijn met de Nederlanders. Hij had veel Nederlandse vrienden. Daarom hield ik van mijn vader. Hij was anders en zijn visie was zijn tijd ver vooruit.”

Sutan Sjahrir mocht meepraten met Nederland

De Haagse oekaze liet aan duidelijkheid niets te wensen over. “Met Soekarno zal niet, met Sjahrir zal wel overlegd worden”, zei de Nederlandse minister van Overzeese Gebiedsdelen Johann Logemann na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring in 1945. Soekarno had in de jaren daarvoor met de Japanse bezetters samengewerkt en werd in Nederland vergeleken met Hitler en Mussert. Sutan Sjahrir (1909-1966) had geweigerd om zaken te doen met de ‘Jappen’. Dus mocht hij meepraten over het latere Akkoord van Linggadjati.

Dat maakte Sjahrir in de ogen van sommige Indonesiërs ook een omstreden figuur. Hij opereerde als een diplomaat op een moment dat veel anderen de lijn van confrontatie voorstonden. En was hij niet te veel verwesterd, stiekem toch een beetje Nederlander met de Nederlanders? Hij was per slot van rekening ook enige tijd samen geweest met een Hollandse vrouw.

Op de achtergrond speelde ook een afkomstverhaal. Javanen als Soekarno domineerden de strijd. Sjahrirs wortels lagen op Sumatra. Zijn vader werkte als officier van justitie. Die rol in het koloniale apparaat belette hem niet om er privé on-Nederlandse gewoonten op na te houden. De man had meerdere vrouwen en in totaal minstens 22 kinderen.

De jonge Sjahrir hield van lezen en speelde viool. In 1929 ging hij naar Nederland om rechten te studeren. Een tentamen of examen legde hij echter nooit af. In 1931 keerde de Sumatraan terug naar zijn geboorteland om een rol te kunnen spelen in de onafhankelijkheidsstrijd. Zelfs een gematigd nationalist als hij konden de Nederlandse autoriteiten niet verdragen. Ze arresteerden hem en sloten hem zeven jaar lang op in verbanningsoorden.

Na het uitroepen van de Republiek Indonesië in 1945 werd Sjahrir minister-president. Op zijn 36ste was hij de jongste premier ter wereld. Voor de Nederlandse erkenning van de onafhankelijkheid belandde hij echter al op een zijspoor. Sjahrirs socialistische partij kreeg nooit veel steun en werd later zelfs verboden. In Soekarno’s laatste jaren als president werd Sjahrir zelfs gearresteerd.

Paul van der Steen

In het onafhankelijke Indonesïë kreeg Sjahrir nooit meer echt een voet tussen de deur, ook door zijn meningsverschillen met Soekarno. Onder diens regime werd hij in 1962 gevangengezet op verdenking van het voorbereiden van een aanslag op diens leven – een strategie die Soekarno vaker toepaste om politieke tegenstanders onschadelijk te maken. 

Benoemd tot nationale held

Upik zou haar vader graag zien als inspiratiebron voor veel mensen. “Sjahrir vocht voor de onafhankelijkheid en de menselijke ontwikkeling, voor de bevrijding van onderdrukking, uitbuiting en vernedering die de ene mens aan de andere heeft toegebracht. Hij hechtte veel waarde aan moraal en ethiek in de natie en het burgerschap. Het is niet zo dat we, nu we in 1945 onze onafhankelijkheid hebben opgeëist, alles kunnen doen wat we willen. We moeten deze vrijheid met volwassenheid kunnen omarmen, met verantwoordelijkheid en integriteit.”

Op 9 april 1966 overleed Sutan Sjahrir in Zürich. Via Schiphol, waar Schermerhorn tijdens een eerbetoon een toespraak hield, werd zijn stoffelijk overschot naar Indonesië gevlogen. Daar kreeg hij een staatsbegrafenis. Soekarno was de grote afwezige. Zijn politieke rol was op dat moment praktisch uitgespeeld, maar hij tekende wel op 15 april het decreet waarin Sjahrir tot nationale held werd benoemd. Ook zorgde Soekarno voor een huis voor zijn weduwe en haar kinderen.

Regelmatig komen jonge mensen die Sjahrirs boeken hebben gelezen bij Upik thuis om met haar te praten over politiek. Zij dringen er bij haar op aan om de politiek in te gaan, maar daar voelt ze weinig voor. Net als haar vader beschouwt ze onderwijs als een van de nobelste taken binnen de maatschappij. Upik wijdt er haar leven aan, ze is directeur van een kleuterschool.

“Mensen komen naar onze school omdat we de kinderen leren trots te zijn om Indonesiër te zijn, trots te zijn op onze bahasa (taal), onze natie, en natuurlijk onze diversiteit. We moeten de kinderen opvoeden met vriendelijkheid, ze leren over eerlijkheid en over respect. Politiek is niet mijn cup of tea, maar wat ik de natie kan geven is het verspreiden van bewustzijn en educatie over de goede waarden, vooral onder de jonge generatie. Wat ik tot nu toe gedaan heb is het ontsteken van een klein lichtje dat hopelijk helderder zal worden en zal schijnen over de natie.”

Verantwoording 

Met medewerking van Marjolein van Asdonck en Kees Snoek. Dit interview is mede tot stand gekomen met financiële steun van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land-, en Volkenkunde. Het maakt deel uit van het project Kinderen van de Oorlog. Hiervoor fotografeert en interviewt Suzanne Liem nazaten van grote spelers tijdens het dekolonisatieproces, aan Indonesische en aan Nederlandse zijde. Het project verschijnt volgend jaar in boekvorm bij uitgeverij WalburgPers. Ga naar Trouw.nl/Indonesië voor extra’s.

Lees ook:

Mohammed Hatta: hier een opruier, in eigen land een held

In de zomer van 1945 begon in Indonesië de onafhankelijkheidsoorlog. Documentair fotograaf Suzanne Liem zocht de kinderen van de hoofdrolspelers op. Deel 1 van een nieuwe serie: de dochters van Mohammed Hatta, eerste vicepresident van de Republiek Indonesië en nationale held.

Huib van Mook zat klem tussen Nederland en Indonesië

Huib van Mook verspeelde als hoogste gezagsdrager in Indonesië het vertrouwen van de Nederlandse politiek. Zijn zoon moest zijn vader maar vergeten, vond zijn voogd. Deel 2 van de serie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden