HuishoudenKringloopwinkel

Uitmesten dat huis, maar kan de kringloop het aan?

Beeld Idris van Heffen

We halen massaal de bezem door onze inboedel, nu we veel tijd thuis doorbrengen. Kringloopwinkels wérden al overstelpt met spullen, maar kunnen de toevloed nu nauwelijks nog aan. Journalist Annette Wiesman gaat poolshoogte nemen, met een zakje knikkers en een hertengewei.

In een opslagloods van kringloopketen Rataplan staan dubbele rijen dozen opgetast tot het plafond, vol met gesorteerde spullen. “Die wachten allemaal op mij”, verzucht bedrijfsleider Mimoun Bouich van de vestiging in Amsterdam-West. “Ze kunnen lang wachten, er blijven spullen binnenkomen.” En het zwelt verder aan: tijdens de meivakantie wordt zo veel naar de kringloopwinkel gebracht, dat ze de deuren van de uitpuilende loods letterlijk niet dicht krijgen.

Alleen verkoopbare spullen

Nu we zo lang gedwongen thuis doorbrengen, duiken we met z’n allen extra diep in onze opbergkasten om de boel uit te mesten. Al die onderdrukte energie gaat in het weggooien van spullen zitten, lijkt het. Met als gevolg dat kringloopwinkels overspoeld worden met spullen. Veel winkels hebben hun laagdrempelige inbrengbeleid omgegooid: waar ze tot voor kort alles royaal verwelkomden, is de boodschap nu: breng alsjeblieft alleen verkoopbare spullen. Na een stille periode heeft de klandizie zich aardig hersteld. Net als bij de supermarkt wachten de klanten keurig buiten, tot binnen voldoende ruimte is.

Ik ben één van hen. Rataplan is de kringloopwinkel waar ik al jaren kom. Eens per twee, drie maanden breng ik er boodschappentassen vol nutteloze spullen heen, in een poging de eindeloze spullengroei in ons huis af te toppen. Altijd weer ben ik opgelucht als ze mag achterlaten.

Beeld Idris van Heffen

Leven in een consumptiemaatschappij betekent dat spullen schijnbaar zonder regie je huis binnenstromen: cadeaus, gratis onzin bij de kassa, prullaria waar je kinderen geen nee tegen kunnen zeggen, online aangeschafte handigheidjes die ooit onmisbaar leken. De massa dingen waar we ons mee omringen is eindeloos, de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo baseerde er haar succes op. Maar in haar boeken besteedt ze opvallend weinig aandacht aan de vraag wat je dóet met al die spullen waar je zo moedig afscheid van genomen hebt. Alles naar de vuilcontainer, dat vindt het milieu niet leuk. Ziedaar de kringloopwinkel: die onmisbare schakel om zonder schuldgevoel van overtollige zaken af te komen.

Vaas, gewei en knikkers

In mijn boodschappentas zitten onder andere een glazen bloemenvaas, een in het wild gevonden hertengewei en een zakje knikkers. Met die knikkerverzameling heb ik vroeger fanatiek gespeeld. Er zitten mexicaantjes tussen, bonken, eentjes, tweetjes en drietjes. Eén knikker, een grote doorzichtige bonk overdekt met gele putjes, schonk de buurjongen mij nadat ik vanwege een weddenschap een grote peper rauw verorberd had.

Helaas hebben mijn kinderen nooit hetzelfde fanatisme voor knikkeren ontwikkeld. Om mij een plezier te doen hebben ze het een paar keer geprobeerd, maar vaktermen als ‘kuuk’ en ‘pisboog’ zijn nooit aangeslagen. De knikkers mogen dus naar een ander.

Maar hoe gewenst zijn mijn vaas, gewei, lamp en knikkers eigenlijk? Voorzie ik in een behoefte of verschuif ik mijn afvalprobleem naar een ander? De Rataplan-locatie aan de Generatorweg, dicht bij het Amsterdamse station Sloterdijk kan in elk geval aardig wat kwijt. Met twee verdiepingen en 3500 vierkante meter heeft die een ‘hub’-functie: spullen die collega-vestigingen niet kwijt kunnen, worden hier opgeslagen en verwerkt.

Beeld Idris van Heffen

Tweederde van de instroom bestaat uit inboedels die met de vrachtwagen worden opgehaald. “Vroeger kregen we complete inboedels mee”, vertelt Bouich, die 21 jaar geleden als chauffeur bij Rataplan begon. In die tijd heeft hij gezien hoe de tweedehands markt steeds meer geaccepteerd raakte, terwijl hij de kwaliteit van het gebodene achteruit zag gaan. “Nu komen we bij iemand binnen die wijst: dát is voor Petra, dát zet ik op Marktplaats en dát is voor jou.”

Veertien adressen rijden de chauffeurs gemiddeld per dag af. Ze dragen handschoenen en aanbieders worden tegenwoordig geacht hun spullen voor hun deur klaar te zetten. Bouich wordt regelmatig gebeld door een twijfelende chauffeur. “Dan zeggen ze: ik sta hier naast een ontzéttend lelijke bruine bank. Maakt niet uit, neem maar mee, zeg ik dan. De chauffeur heeft natuurlijk geen zin om al die trappen af te sjouwen. Maar ik zeg altijd: alles is verkoopbaar. Wat jij lelijk vindt, vindt een ander mooi.”

Geen kapotte kast

Die dag bedanken de chauffeurs voor een kapotte kast en een wasmachine met kapotte deur. “Toen de chauffeur zei dat ze die niet konden meenemen, vroeg die dame of ze hem even naar de stort konden brengen. Dat doen we dus niet.”

Nederland telt naar schatting ruim duizend kringloopwinkels; vintagewinkels niet meegerekend. Hoewel het aantal kringloop- en tweedehandswinkels jaarlijks toeneemt, hebben ze geen last van een dalend aanbod, zegt directeur-bestuurder Gert-Jan Dekker. “Ook als we ons vrachtwagenpark zouden verdubbelen, kregen we alle wagens makkelijk vol. Soms weten we gewoon niet waar we alles moeten laten en de coronacrisis heeft dat alleen maar verergerd.” Ze voelen zich een beetje zoals de overspannen garnalenpelster uit die oude Gouden Gids-reclame, die vanachter bergen ongepelde garnalen tot haar afschuw een vloot garnalenvissers ziet binnenvaren, vertelt hij.

“Tenslotte moet alles eerst door onze handen: sorteren, schoonmaken, repareren en soms nieuwe onderdelen erbij zoeken.” In de coronatijd kost de verwerking nog meer tijd, omdat alles extra gereinigd wordt. Alleen de boeken niet: die blijven een tijdje in hun dozen, bij wijze van quarantaine.

Beeld Idris van Heffen

Ze zijn bijna non-stop aan het sorteren, de mannen en vrouwen van Rataplan Generatorweg. Voor schoonmaken of repareren is nauwelijks tijd. Een hoofdpijndossier is de hoek met elektra, omringd door stapels dozen met apparaten die wachten op een diagnose. De spaghetti aan snoeren en opladers, het voortdurende tekort aan batterijen, de vraag wat het ook alweer wél deed en wat niet; al die gruwelijke frustraties die we thuis hebben, gelden hier in het kwadraat. Of, zoals Bouich zegt: “Als je hier werkt, moet je stressbestendig zijn.”

De helft belandt in de winkel

Gelukkig is daar Peter: ex-elektricien, tengere zestiger in spijkerbroek, op klittenbandgympen en met wilde grijze baard. Onverstaanbaar mompelend scharrelt hij rond tussen de met telefoons en apparaten overladen tafel en de afvalbak. Ongeveer de helft van wat binnenkomt, belandt in de winkel, schat hij. De rest – kapotte of incomplete fototoestellen, telefoons, speakers, printers – gaat in de bak. Peter heeft onmiddellijk het juiste ledlampje in een oude bureaulamp geschroefd. Over een paar weken gaat hij met pensioen, vertelt Bouich, die zijn arm om hem heen slaat. 

Beeld Idris van Heffen

“Maar je blijft twee dagen per week komen voor vrijwilligerswerk, toch? Dat hebben we afgesproken. Anders kom ik je halen, ik weet waar je woont.” Peter haalt zijn schouders op en bromt: “Ik kan verhuizen.”

Zou de boel ontploffen als ik mijn zakje knikkers kom brengen, zoals de tot ballon opgeblazen gast in die Monty Python-scène, als hij door de ober een laatste ‘after dinner mint’ opgedrongen krijgt?

In de speelgoedsorteerhoek, een tafel met daarop bergen babyspeelgoed, puzzels, knuffels en prullaria, plakt sorteerder Karin een etiketje met 0,95 cent op de knikkers. “Ik denk dat een mama of een oma het daarvoor wel doet.” De kleingoedtafel daarachter wordt bemand door Frederik, een rustige man in Rataplan-sweater. De sorteerbakken zijn gerangschikt op prijscategorie, van een paar dubbeltjes tot zes euro.

Voor schoonmaken is geen tijd, vertelt hij, maar om het ergste vuil weg te halen, staan er spuitbussen met schoonmaakmiddel en doekjes. Als er geen eer meer aan te behalen valt, wacht de afvalbak. De handgeblazen vaas belandt in de 3,50-kist; het gewei krijgt na kritisch onderzoek op echtheid een stickertje met 12,50 opgeplakt. Frederik brengt hem hoogstpersoonlijk naar de winkel en legt hem zorgzaam in de vitrine voor, zo zegt hij plechtig, ‘heel oude en andere bijzondere dingen’.

Afgeprijsde spullen

Hoewel het aan de achterkant dus steeds harder zwoegen is, gaat het aan de voorkant, in de winkels, goed. Volgens Rataplan wordt meer dan de helft van alle instroom in de winkel verkocht, hoewel dat niet precies vast te stellen is (zie kader). Spullen die niet binnen een of twee weken verkocht worden, worden flink afgeprijsd – de boel moet tenslotte doorstromen.

Wat langer dan een maand in de winkel ligt, gaat alsnog in de afvalbak. Het zijn vooral de eierdopjes, vaasjes, gekke klokken, sleutelhangers, onderzetters en barbiepoppen die over de toonbank vliegen. Ook kleren en boeken zijn populair. “Toen ik hier pas kwam werken, dacht ik dat het om meubels draaide, maar dat is niet zo”, vertelt Bouich.

Op beide verdiepingen van de opslagloods staan grote bakken klaar voor de reststromen: afgekeurde apparaten met doorgeknipte snoeren, keramiek, glas, hout, karton en ijzer, die wekelijks worden opgehaald voor recycling. Een transportkar die is volgeladen met televisies wacht tot hij voor een zacht prijsje wordt meegenomen door een paar handelaren die geregeld langskomen. Regelmatig treffen ze in de loods vreemde vondsten aan. Zo vonden ze ’s ochtends voor de deur een kooi inclusief hamster (‘werd binnen vijf minuten door iemand meegenomen’) en kregen ze eens een magnetron binnen met daarin een halve gebraden kip.

Beeld illustratie Idris van Heffen

Bouich vindt het altijd moeilijk om mensen te zeggen dat hun spullen waardeloos zijn. Zoals die man die had gebeld dat hij stapels geweldige boeken in zijn kelder bewaarde, maar die bij aankomst allemaal beschimmeld bleken. Of die vrouw die een hoogslaper zelf had verbouwd, met een extra tafeltje erin en allerlei andere creatieve extra’s. “Ik zeg: mevrouw, het is práchtig, maar waar is de beddenplank? Ja, die kon ze nergens vinden.”

Binnen een uur nadat mijn knikkers in de winkel zijn gelegd, worden ze meegenomen door een moeder en haar driejarige zoon. De nieuwe eigenaar heeft een speen in zijn mond en klemt zijn buit tevreden vast. Een nieuwe generatie die leert knikkeren; er is hoop.

Als ik weken later in de winkel kom kijken, zijn het hertengewei en de vaas ook verdwenen. Of ze een tweede leven hebben gekregen of alsnog op de afvalberg beland zijn, valt niet te vast te stellen. Thuis staan de volgende volle tassen met spullen alweer te wachten op onze volgende gang naar de kringloopwinkel, plus een oude fitnessfiets, een rieten mand en wat apparaten waarvan niemand weet of ze kapot zijn. 

Hoeveel gooien we weg?

De kringloopwinkels die zijn aangesloten bij Branchevereniging Kringloopbedrijven Nederland (BKN) zamelden in 2018 gezamenlijk 137 miljoen kilo aan spullen in. Daarvan belandde 43 procent in de winkel, werd 40 procent gerecyceld, ging 17 procent naar de stort en 1 procent naar het buitenland.

Hoe effectief is de kringloopwinkel?

Op de registratie in kilo’s is wel het een en ander aan te merken. Zo worden de inkomende goederen niet gewogen in kilo’s, maar geregistreerd per productcategorie. De uitgaande stroom wordt wél gemeten in kilo’s.

“Wat ben je nu aan het meten, kilo’s of producten?” vraagt Jan Jonker, hoogleraar duurzaamheid en kringloopeconomie aan de Radboud Universiteit zich af. “Zelfs al lukt het om alles in kilo’s te meten, is er nog onvoldoende informatie. Misschien heb je het over 27 T-shirts, twee bankstellen en één winterski, of misschien over honderd boeken. Rekenen in kilo’s zegt bovendien niks over waardebehoud: hoe lang wordt dat tweedehandsjasje na aankoop gedragen?”

Volgens Jonker dreigen kringloopwinkels te verworden tot het afvoerputje van de circulaire economie. De kringloopsector mag volgens hem ambitieuzer worden: “Weg met dat Calimero-complex! Ze zouden moeten roepen: wij zijn de circulaire outlets, hier moet je zijn! Reframen, opleuken, oppoetsen, Dior-parfum in die muffe winkels spuiten. Blijf niet hangen in industriegebieden en trieste buitenwijken. Je wilt dat klanten zeggen: ik ga shoppen in de binnenstad, daar zit een leuke second life-winkel waar ik ook even langsga.”

Betalen voor afval

Gemeenten gaan heel verschillend om met kringloopwinkels. In sommige gemeenten kan de kringloopwinkel zich op de gemeentewerf zonder gedoe van zijn overtollige spullen ontdoen. In andere betaalt de gemeente de kringloopwinkel voor de inname van spullen, waarna die op zijn beurt het afvalbedrijf betaalt voor wat wordt weggegooid. Maar er is een derde model in opkomst waarbij de kringloopwinkel gewoon moet betalen voor al het afval. Dat gebeurt al in de gemeenten Westland (ZH), Almere en Haarlem.

Brancheorganisatie BKN verzet zich hier tegen. Het probleem is dat in steeds meer gemeenten strenger afvalbeleid voor particulieren wordt ingevoerd, vertelt Leonie Reinders van BKN. “In een poging het scheiden van afval aan te moedigen, wordt het aanbieden van restafval duurder gemaakt. We verwachten dat burgers de kringloopwinkels daarom steeds vaker als dumpplek gaan gebruiken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden