null

EssayWendelmoet Boersema

Traditioneel is Nederland het land van vertrouwen, maar er broeit iets

Beeld Suzan Hijink

In een democratie moeten mensen elkaar recht in de ogen kunnen kijken, vindt Martha Nussbaum. Van oudsher zit dat in Nederland wel goed: er is groot vertrouwen in politiek en instanties. Maar er broeit iets.

‘You trust us with your penis. Trust our vaccine.’ In een appgroep van mijn zus en haar collega’s, allemaal huisartsen, ging in december deze tekst rond, bij een plaatje van een blauwe viagrapil. De producent van het bekende erectiemedicijn, Pfizer, brengt ook het eerste coronavaccin op de markt. Het is een knipoog die veel zegt over deze coronatijd. Het vertrouwen in elkaar, in de wetenschap en de politiek ondergaat een grote stresstest. We groeperen ons rond de vlag van de leider of de wetenschapper, maar de verschillende groepen in de samenleving staan niet altijd meer om dezelfde vlag.

Een pandemie maakt onzeker en angstig, het voelt onveilig. Waar ben jij deze week nog meer op bezoek geweest, vriend? Heb je je handen wel gewassen en hoe lang? Zeker weten dat het hooikoorts is? Meer dan ooit moeten we erop vertrouwen dat de ander zich goed beschermt en daarmee ook ons. Zeker weten doen we het niet.

Vorig voorjaar heerste er nog een sfeer van groot vertrouwen dat Nederland deze crisis te boven zou komen, van ‘samen tegen corona’. De barometer van het Sociaal en Cultureel Planbureau sloeg uit: het vertrouwen in politiek en instanties groeide sterk in maart en april. Het vertrouwen in anderen en de sociale omgangsvormen steeg mee.

Wendelmoet Boersema studeerde Slavische taal- en letterkunde en Rechtsfilosofie. Ze werkt sinds 1998 bij Trouw, was eerder correspondent in Rusland en werkt nu als politiek verslaggever.

Misschien omdat we aan het turbulente begin van de coronacrisis tot niet anders in staat waren dan vertrouwen op een goede afloop. Niemand hier heeft eerder een pandemie meegemaakt. Zekerheden als werk, inkomen en ons sociale leven vielen weg, we kregen er gevoelens als hulpeloosheid, onzekerheid en pessimisme voor terug. Wetenschap en politiek voeren in de mist.

Een sprong in het duister

Vertrouwen is soms lastig te vatten, ook voor onderzoekers. Meestal wordt het verondersteld er gewoon te zijn, in meer of mindere mate. Mensen scharen er een veelheid aan begrippen onder, zoals geloof, hoop, zekerheid of rechtvaardigheid. Je kunt vertrouwen baseren op feiten en de gevestigde wetenschap, op alternatieve feiten, op een charismatisch leider. Vertrouwen heeft een religieuze kant, het is vaak een sprong in het duister. Een kind dat aan de hand van z’n ouder op pad gaat, zonder te weten waarheen.

Vertrouwen hebben in een ander is een veerkrachtige emotie. Soms tegen de klippen op, bestand tegen de modder van alledag, de menselijke zwaktes en leugentjes om bestwil. Het brengt ontspanning in een relatie, waar wantrouwen alle energie op slurpt.

Ik moest deze week uit mijn vriend de bekentenis trekken dat hij weer bezweken is voor de sigaret. Na veertien jaar niet gerookt te hebben. Zo’n bekentenis schaadt het vertrouwen, zeker als de ander eerdere signalen en vragen over rare luchtjes heeft weggewuifd. Doe niet zo wantrouwend! Ongetwijfeld zal mijn vertrouwen in hem zich weer oprichten, misschien eerst nog aarzelend, als een stekje in een potje. Het wordt heus wel weer een stevige plant.

Bewuste hulpeloosheid en gewild verlies van controle

De vergelijking met de plant had ik net zelf bedacht – geloof me – toen ik hem in iets andere vorm tegenkwam bij de Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum. Zij schrijft prachtig over de betekenis van emoties in onderlinge relaties en in de politiek, zoals woede, vergevingsgezindheid, liefde, compassie, afkeer, schaamte en vertrouwen. In intieme relaties, aldus Nussbaum, is vertrouwen jezelf openstellen voor de mogelijkheid beschaamd te worden, voor verraad of verwonding. Een soort bewuste hulpeloosheid en gewild verlies van controle. Een goed leven leiden als mens vereist volgens haar vertrouwen in het onzekere en een bereidheid om jezelf bloot te geven. Ook als dat schadelijke gevolgen kan hebben.

Zoals een plant waarvan de schoonheid voor een groot deel in z’n kwetsbaarheid zit. Wat overigens bij haar geen pleidooi is voor blind vertrouwen.

Martha Nussbaum pleit ervoor dat we de ander zien, ongeacht zijn sociale achtergrond Beeld Maartje Geels
Martha Nussbaum pleit ervoor dat we de ander zien, ongeacht zijn sociale achtergrondBeeld Maartje Geels

Nussbaum verbindt in haar werk – ze is hoogleraar recht en ethiek aan de universiteit van Chicago – emoties met politieke filosofie. Het politieke is altijd emotioneel, betoogt ze. Zij trekt geen scherpe lijn tussen persoonlijk en maatschappelijk vertrouwen. In een goed functionerende democratie, aldus Nussbaum, verbindt een horizontaal vertrouwen de burgers onderling en moeten we elkaar recht in de ogen kunnen kijken.

Het spiegelbeeld van zo’n democratie is de dictatuur, waarin het met geweld uitgeoefend wantrouwen van een overheid in haar burgers ook de menselijke relaties aantast. Ik heb het zelf nooit meegemaakt, maar als correspondent in Rusland wel de wrede verhalen gehoord, van het onderling bespioneren van buren, vrienden en echtgenoten in de oude Sovjet-Unie. En er zijn de recente voorbeelden, van dictators en populisten die met nepnieuws en desinformatie het vertrouwen in een samenleving manipuleren en ondermijnen. De bestorming van het Capitool in Washington is ook het symbool van een van de grootste vertrouwensbreuken in een moderne democratie.

Zo ver zal het in Nederland gelukkig niet komen. Denken we. Of broeit er toch iets? Nederlanders hebben traditioneel een bovengemiddeld groot vertrouwen in politiek en instanties, in vergelijking met de landen om ons heen. Onderzoek van de Oeso legt een verband tussen vertrouwen en het welzijn en de mate van ongelijkheid in een land.

We drijven uiteen

Terreuraanslagen, rampen of politieke moorden schokken weliswaar het vertrouwen van burgers, maar de effecten daarvan zijn volgens de meerjarige vertrouwenscijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek niet blijvend. Ook de positieve niet. Zo is het hoge vertrouwen van dit voorjaar volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau alweer terug op een gemiddeld niveau.

Maar in dat gemiddelde niveau zit de kneep. De verschillen tussen de diverse bevolkingsgroepen groeien. Ook toen het economisch nog goed ging, waarschuwde het SCP er al voor. We drijven van elkaar af, in onze posities op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en op de

woningmarkt. Dat tast de solidariteit en het vertrouwen tussen burgers aan. En de coronacrisis heeft de problemen van mensen met wie het toch al niet goed ging, verergerd.

Wereldwijd is deze tendens nog veel sterker. De Edelman Trust Barometer, van een communicatiebureau dat al twintig jaar wereldwijd (economisch) vertrouwen meet, spreekt in 2020 van twee verschillende ‘vertrouwensrealiteiten’. Een kleine geïnformeerde elite die vertrouwen heeft in de gevestigde instanties, media en overheid, versus het grootste deel van de bevolking. Dat zoekt zijn heil in eigen leiders, eigen (sociale) media en keert zich af van de overheid. Ieder op zijn eigen eiland. Wantrouwen voedt zich met de groeiende ongelijkheid in de samenleving.

Voor een vertrouwensbreuk, veroorzaakt door de overheid, hoeven we niet ver van huis

Echt grote problemen ontstaan als een overheid zelf een grote vertrouwensbreuk veroorzaakt. Daarvoor hoeven we niet ver van huis te gaan. De toeslagenaffaire is een van de grootste politieke en sociale drama’s die Nederland het afgelopen decennium heeft laten gebeuren. Een ‘clustercatastrofe’, een ‘crisis in slow motion’, ‘ongekend onrecht’, de kwalificaties logen er niet om. Het derde kabinet-Rutte begon de rit onder het motto ‘Vertrouwen in de toekomst’, maar eindigde met een zwaar geschonden vertrouwen in de democratische rechtsstaat en alle instanties die daar deel van uitmaken. Een tuin vol planten waar een orkaan overheen is geraasd.

Dat maakt herstel niet eenvoudig. Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) pleitte onlangs voor een nieuw sociaal contract. De overheid heeft bijzonder veel macht en kan levens van mensen ‘met een pennenstreek kapotmaken’, zei Omtzigt in een online-lezing voor de Stichting Sociale Christendemocratie in november. Die macht ontvangt ze van de samenleving, om zo in noodzakelijke en gemeenschappelijke behoeften te voorzien. Het sociaal contract zorgt ervoor dat de overheid die macht niet misbruikt. Daarvoor is volgens Omtzigt echte transparantie en controle nodig, waar een zelfbewuste overheid zich vrijwillig aan moet onderwerpen.

Pieter Omtzigt vindt het tijd voor een nieuw sociaal contract tussen overheid en burger. Beeld ANP
Pieter Omtzigt vindt het tijd voor een nieuw sociaal contract tussen overheid en burger.Beeld ANP

Omtzigt grijpt terug op een lange traditie van sociaalcontract-denken. Zeventiende en achttiende eeuwse denkers probeerden de samenleving en het gezag van de staat te verklaren vanuit het idee dat de mens, uit welbegrepen eigenbelang, een deel van zijn vrijheden opgeeft en overdraagt aan de gemeenschap. Het contract werkt twee kanten op. Het begrenst en respecteert vrijheden van burgers onderling, en van de burgers tegenover het gezag, of dat nu een vorst of een democratische overheid is.

Wat als jij dat sociaal contract mag opstellen?

Stel dat jij de eerste bent die zo’n contract mag opstellen. De Amerikaan John Rawls was een van de filosofen die de theorie op deze manier vernieuwde. Zijn gedachte-experiment uit de jaren zeventig luidt: jij mag het contract maken, maar je weet nog niet welke positie je later in de maatschappij zult innemen. Word je een ouder die een kinderopvangtoeslag aanvraagt of leider van een belangrijke politieke partij? Word je een rechter of moet je straks ergens asiel aanvragen? Heb je een zwarte huid in een samenleving met overwegend witte mensen, of andersom, je weet het niet. Toch moet jij van achter deze ‘sluier van onwetendheid’ de regels stellen en de controlemechanismen ontwerpen.

John Rawls bedacht een gedachte-experiment voor een rechtvaardiger sociaal contract. Beeld
John Rawls bedacht een gedachte-experiment voor een rechtvaardiger sociaal contract.

Volgens Rawls levert het een rechtvaardiger samenleving op. Een wereld waarin een goede balans is gevonden tussen vertrouwen en controle, regels en rechtvaardigheid. Of het een toeslagendrama had kunnen voorkomen, is de vraag. Het experiment van Rawls leverde zelf ook weer nieuwe vragen en kritiek op. Volgens Nussbaum – en met deze samenvatting doe ik haar werk ongetwijfeld te kort – kan de ‘sluier van onwetendheid’ niet garanderen dat de rechten van kwetsbare groepen voldoende geborgd zijn. In praktijk wordt vaak over hun hoofden heen beslist, terwijl juist de kwetsbaren, de minderheden in de samenleving mee moeten beslissen over zo’n sociaal contract. Te vaak nog bestaan de instanties uit de minst kwetsbaren, met de grootste privileges, in kleur, bankrekening, gender of netwerk.

Een pleidooi voor menselijkheid

Nussbaum noemt onder meer mensen met een beperking, arme mensen (in eigen land en elders op de wereld) en deze lijst is makkelijk aan te vullen. Haar ideeën voor een rechtvaardige samenleving komen in essentie neer op een pleidooi voor menselijkheid. Voor het zien van de ander, ongeacht zijn sociale achtergrond.

Vaak nemen we onze plek, onze status in de maatschappij voor lief, we schrijven die toe aan onze eigen inspanningen, verdiensten en talenten. Dat vertrouwen in eigen kunnen geeft een heerlijk gevoel, geef maar toe. Gaat het minder met ons, dan is dat botte pech. Of een eenmalige misser, een fout, zand erover. We zeggen uiteraard sorry. Onze eigen fouten wantrouwen we niet, die van anderen wel.

Hier ligt een duidelijke overeenkomst met het mensbeeld dat in de kabinetten-Rutte floreerde: dat van de zelfredzame burger die actief participeert en zijn zaakjes voor elkaar heeft. Zo niet, dan vinden we strenge straffen (voor anderen) op hun plaats.

Echt een mens, iemand van ons

Het verhaal van een slachtoffer vertrouwen we pas als we een persoonlijke ontmoeting hebben. Dan wordt zo iemand pas echt een mens, en ‘iemand van ons’. Premier Rutte ging pas anders denken over Zwarte Piet toen ‘mensen met een donkere huidskleur en kleine kinderen’ hem vertelden hoe gediscrimineerd ze zich voelden. Precies dezelfde emoties, uitgeschreeuwd door demonstranten, geprint of gefilmd in de media hadden hem niet overtuigd.

Mark Rutte vielen de schellen pas van de ogen na persoonlijke ontmoetingen met getroffen ouders. Beeld ANP
Mark Rutte vielen de schellen pas van de ogen na persoonlijke ontmoetingen met getroffen ouders.Beeld ANP

Hetzelfde gold voor de gedupeerde ouders in de toeslagenaffaire. Alle rapporten, signalen, woedende Kamerleden en onthullingen in media ten spijt, de persoonlijke ontmoeting met deze ouders deed premier Rutte en minister Hoekstra pas de schellen van de ogen vallen. Niet voor niets eiste Pieter Omtzigt in het debat over de toeslagenaffaire dat Rutte deze ouders blijft ontmoeten, tot hun problemen zijn opgelost.

Ook de hoogste bestuursrechter van het land moest erkennen dat het recht áchter de formele letters van de wet, het basale vertrouwen in rechtvaardigheid is beschaamd. De mensen om wie het gaat, waren uit beeld waren verdwenen. Dat is iets om in het achterhoofd te houden bij de vraag wie er mee moet schrijven aan zo’n nieuw sociaal contract. 

Lees ook:

Psychoanalyticus Paul Verhaeghe: Gelukkig is de mens die vertrouwt 

Hoe word je een argwanend of juist naïef mens? Volgens psychoanalyticus Paul Verhaeghe ontwikkelt de mate van vertrouwen in de ander zich al vanaf de vroege jeugd. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden