Een ongedateerde foto van Auschwitz-Birkenau, vermoedelijk genomen door een SS’er.

OnderzoekTweede Wereldoorlog

Tot aan de deuren van de gaskamers werkten in Auschwitz Nederlandse SS’ers

Een ongedateerde foto van Auschwitz-Birkenau, vermoedelijk genomen door een SS’er.Beeld Getty Images

Tot de bewaking van Auschwitz behoorden zo’n 24 Nederlanders, blijkt uit onderzoek van journalist Stijn Reurs. Het Duitse concentratie- en vernietigingskamp werd woensdag, precies 76 jaar geleden, bevrijd.

“Mijn vader werd eind 1941 uit de SS ontslagen en vanuit Auschwitz naar een gekkenhuis gestuurd. Hij had een psychose en was helemaal de weg kwijt. Die ene maand in Auschwitz heeft de rest van zijn leven bepaald.”

In een verzorgingstehuis onder de rook van Utrecht vertelt een inmiddels hoogbejaarde zoon over zijn vader, die als SS’er in Auschwitz was. De oorlog achtervolgt hem al zijn hele leven, hij weet wat de gevolgen kunnen zijn als mensen achter het familiegeheim komen. Om zijn kinderen te beschermen wil hij zijn verhaal daarom alleen anoniem doen.

“Hij was veel te gevoelig, gaf de gevangenen soms wat extra en ging vriendschappelijk met ze om. Daarom kreeg hij al snel het bevel om strenger te zijn. Zodoende werd hij op een dag door twee andere SS’ers naar een vertrek meegenomen. Daar hebben ze voor zijn ogen een gevangene doodgeslagen. Of hij ook gedwongen werd om te mishandelen, dat weet ik niet. Een vijftienjarige Poolse jongen, zijn hulpje, kwam afscheid nemen omdat hij zou worden doodgeschoten. Mijn vader heeft geprobeerd om hem te redden, het mocht niet baten. Hij is compleet doorgedraaid.”

Voor het eerst is er nu zicht op misschien wel de zwartste bladzijde in de Nederlandse geschiedenis: de betrokkenheid van Nederlanders bij de moord op minstens 1,1 miljoen mensen in vernietigingskamp Auschwitz.

De Poolse historicus Aleksander Lasik (67) deed meer dan dertig jaar onderzoek naar SS’ers die tijdens de oorlog in Auschwitz dienden. In januari 2017 publiceerde hij zijn magnum opus: een lijst met 8500 namen. Sindsdien is het niet alleen mogelijk om onderzoek naar de slachtoffers te doen, maar juist ook naar de daders.

De deur van de gaskamers

In vrijwel alle geledingen van het vernietigingskamp werkten Nederlandse SS’ers, tot aan de deuren van de gaskamers aan toe. Als onderzoeksjournalist heb ik jaren gewerkt aan het samenstellen van een namenlijst van deze Nederlandse Auschwitz-bewakers. Ik bezocht archieven in binnen- en buitenland, reconstrueerde hun levens aan de hand van dossiers en sprak hun families. Hoe gaan de nabestaanden tot op de dag van vandaag om met het oorlogsverleden van hun ouders? Wat is hun bekend?

Bij diverse families rinkelde de afgelopen maanden de telefoon of viel een brief op de deurmat met deze vragen. Voor sommigen was het een onaangename verrassing, anderen waren opgelucht om voor het eerst over hun vaders en moeders te vertellen.

Minstens 24 Nederlanders hebben tot de bewaking van Auschwitz behoord. Het gaat om vijftien mannen en negen vrouwen, al ligt het totale aantal vrijwel zeker hoger.

Nederlandse SS-bewaakster in uniform. Beeld Bundesarchiv
Nederlandse SS-bewaakster in uniform.Beeld Bundesarchiv

Aangezien minstens 25.000 Nederlanders tijdens de oorlog bij de Waffen-SS dienden, is het feit dat er ook Nederlanders in Auschwitz waren eigenlijk nauwelijks verwonderlijk. Eén ding hadden allen gemeen: na de oorlog zwegen zij als het graf over de plek waar ze getuige waren geweest van de grootste massamoord in de geschiedenis. Wat ze eveneens gemeen hadden, was dat nagenoeg iedereen om overplaatsing vroeg om uit het vernietigingskamp weg te komen. Sommigen waren voor straf naar Auschwitz overgeplaatst, anderen geheel toevallig. Verschillende Nederlandse SS-Aufseherinnen, bewaaksters, werden zelfs bewust zwanger om uit actieve dienst ontslagen te worden.

Hollanders in een moordfabriek

Direct na de oorlog hadden de Nederlandse opsporingsambtenaren nauwelijks benul van wat zich in Polen had afgespeeld. In verschillende verhoren met Nederlandse Auschwitz-bewakers, die in het Nationaal Archief in Den Haag worden bewaard, wordt over het kamp met geen woord gerept. Niet één Nederlander is na de oorlog specifiek veroordeeld wegens dienst in Auschwitz of Beihilfe, hulp aan massamoord. Allen werden slechts veroordeeld wegens hun dienst in de SS.

In 1945 was Auschwitz uitgegroeid tot een gigantisch complex: het Stammlager Auschwitz, vernietigingskamp Birkenau en het industriële gedeelte Monowitz. Daarnaast waren er meer dan veertig satellietkampen, tot in Tsjechië aan toe. Vanaf de oprichting van Konzentrationslager Auschwitz, begin mei 1940, tot aan de evacuatie op 27 januari 1945, dienden er nagenoeg 9000 SS’ers. Gemiddeld bestond de SS-bewaking uit zo’n drie- tot vierduizend man.

Van de drie kampcommandanten was SS-Obersturmbannführer Rudolf Höss de langstzittende en meest meedogenloze. Hij voerde het bevel over het gehele Auschwitz-complex.

De interne Auschwitz-bewaking viel onder de SS-Totenkopfverbände, het SS-onderdeel dat de concentratiekampen bestierde. Onderdeel hiervan was de SS-Totenkopf-Sturmbann KL Auschwitz. De bewaking om het kamp heen werd uitgevoerd door de Waffen-SS, de militaire tak van de SS-organisatie. Beide SS-afdelingen vielen onder het bevel van Höss, zodat de binnen- en buitenbewaking in de praktijk door elkaar liep. Op enkele honderden meters rondom Auschwitz en Birkenau was dag en nacht een perimeter opgesteld, de zogeheten große Postenkette. De kleine Postenkette patrouilleerde direct om het prikkeldraad en bemande de wachttorens.

Jaren onderzoek leveren een ontluisterend beeld op van de Nederlandse Auschwitz-bewakers. Minstens tien vervulden er wachtdienst bij de kleine Postenkette. Sommigen van hen schoten gevluchte gevangenen dood.

In het Stammlager Auschwitz huisde in blok 11 de Politische Abteilung, ook wel Lager-Gestapo. Het was een gevangenis binnen het kamp en een ware hel op aarde. Gevangenen werden er op beestachtige wijze verhoord, gemarteld en vermoord, onder anderen door een Nederlander.

Dan was er de Hundestaffel, waarbij minstens twee Nederlanders dienden. Als hondengeleiders stonden zij in Birkenau bij het ‘perron’ waar transporten met Joden werden uitgeladen. Josef Kramer, de commandant van Birkenau, werd ondertussen door zijn Groningse chauffeur rondgereden.

Minstens drie Nederlanders dienden bij de Fahrbereitschaft, het wagenpark dat onder bevel stond van Höss. Zijn vrachtwagens brachten kinderen, ouderen en zieken direct na aankomst naar de gaskamers in Birkenau.

Nederlandse SS-bewaker. Beeld Bundesarchiv
Nederlandse SS-bewaker.Beeld Bundesarchiv

Sonderkommando

Een Brabantse SS’er verklaarde na de oorlog: ‘Die mensen dachten niet aan de dood. De meesten gingen er met een lachend gezicht in. Wanneer alles binnen was werd de deur dichtgemaakt. In de bunker waren aan het plafond buizen aangebracht met kleine gaatjes. De mensen zullen gedacht hebben: daar komt water uit, maar er kwam gas uit in plaats van water. Wanneer het gas kwam klonk een geschreeuw dat ver te horen was. Na tien minuten werden de deuren opengemaakt en vielen de lijken eruit. Een extra commando van Joden met gasmaskers op moest die lijken op een lorrie laden. Anderen moesten die lorrie weer wegduwen, 200 meter het bos in. De Joden die de lorrie duwden, laadden de lijken daar af. Weer andere Joden moesten de lijken in een kuil leggen, twee lagen lijken, een laag hout, enzovoort. Daarna werd er benzine opgegooid en alles in brand gestoken. Het vuur brandde maandenlang.’

De gaskamers stonden onder leiding van de meest gewetenloze Duitse SS’ers. Zij voerden bevel over het Sonderkommando. Dit commando bestond uit Joden die de vergasten uit de gaskamers moest slepen en hen met tangen en scharen van gouden tanden en haar moesten ontdoen. De Sonderkommando-leden wisten dat ook zijzelf na enkele maanden zouden worden vergast. Vrijwel alleen leden van het laatste Sonderkommando wisten te overleven, omdat de oorlog afliep voordat ook zij vermoord kon worden. Na de oorlog legden ze in het kader van het Shoah-project van Steven Spielberg unieke getuigenissen af over de grootste misdaad aller tijden.

Mogelijk zijn tot heden de grootste massamoordenaars uit de Nederlandse geschiedenis onbekend gebleven. Verschillende overlevenden van het laatste Sonderkommando verklaarden na de oorlog over Nederlandse SS’ers die in Birkenau in de gaskamers en crematoria werkten.

Wanneer er niet genoeg gevangenen waren om de gaskamer mee te vullen, werden ze in de crematoria doodgeschoten. In een interview verklaarde het Griekse Sonderkommando-lid Morris Venezia (1921-2013): “Toen die 200, 300 werden gebracht om te worden doodgeschoten was de Nederlander de eerste die zich meldde, het was ongelofelijk. Hij was heel vriendelijk tegen ons, maar hij had er ook plezier in om die mensen dood te schieten.”

Vernietigde administratie

Het zal niet de enige keer zijn geweest dat deze landgenoot de trekker overhaalde, want bijna dagelijks vonden zulke moordpartijen plaats. Mogelijk betreft het hier dan ook de inktzwarte ‘primeur’ van Nederlands grootste massamoordenaar, die honderden mensen aan de lopende band executeerde. Omdat de SS in 1945 grotendeels de administratie van Auschwitz vernietigde, is niet meer na te gaan om welke Nederlanders het precies gaat.

Jacob Gabbai hoorde bij hetzelfde Sonderkommando, en ook hij heeft herinneringen aan een Nederlandse SS’er. “Een jonge Hongaarse moeder werd met haar pasgeboren baby naar het crematorium gebracht. Ze wist dat ze vermoord zou worden. De leden van het Sonderkommando hadden op dat moment niets te doen, boden haar een stoel aan en gaven haar eten en een sigaret. Ze vertelde dat ze zangeres was en we spraken een tijdje. Naast ons zat een Nederlandse SS’er, best aardig, een vriendelijke kerel. Aan het einde van het gesprek stond hij op en zei: goed, we kunnen hier niet eeuwig blijven zitten. Hij vroeg haar wat ze wilde: eerst het kind of eerst zijzelf. Ik kan mijn dode kind niet zien, zei ze. De Nederlander nam daarop zijn geweer en schoot haar dood, waarna ze in het crematorium verbrand werd. Daarna richtte hij op de baby, schoot, en dat was dat.”

Nederlandse SS-bewaker. Beeld Archief Stijn Reurs
Nederlandse SS-bewaker.Beeld Archief Stijn Reurs

‘Mijn hemel wat is dit een smerig gat’

Negen Nederlandse SS-bewaaksters werden vanaf december 1943 toegewezen aan de staf van commandant Josef Kramer in Birkenau. Hun dienst voltrok zich aldaar in het Frauenlager en ze deden in wreedheid bepaald niet onder voor hun mannelijke collega’s. De Joodse Regina Clipper was in 1944 in Birkenau en herinnert zich: “Op een dag zei een Aufseherin iets tegen mij. Omdat ze een Nederlands accent had, vroeg ik waar ze vandaan kwam. Mijn vraag beviel haar niet en ik kreeg er met een zweep van langs.”

Tussen maart en juli 1944 wordt in Birkenau de ‘Aktion Höss’ uitgevoerd. Minstens 400.000 Hongaarse Joden worden op de valreep van de oorlog en masse omgebracht. Op het hoogtepunt van de massamoord, in mei 1944, schrijft een Overijsselse kampbewaakster een brief aan haar vriendje: ‘Je hebt me gevraagd om een lange brief te schrijven, maar ik weet niet of me dit lukt, aangezien ik van de dienst niets mag schrijven. Jij denkt misschien dat we hier een soort verpleegsters zijn maar dat is lang niet het geval [...] Jij denkt dat het hier mooi is maar dan moet ik je uit de droom helpen. Een smeriger gat dan Auschwitz heb ik tot nog toe in mijn leven niet gezien [...] Gisteren was ik voor de eerste keer uit naar de stad Auschwitz. Mijn hemel wat is dat een smerig gat. De mensen zijn nog te vies om met een tang aan te pakken. [...] De mensen zo smerig en zoveel luizen als je maar hebben wil [...] Buiten is het heerlijk weer en we gaan baden in de Sola.’

Terwijl de bewaakster in de rivier de Soła zwemt, schept het Sonderkommando kruiwagens met as in diezelfde rivier.

Over een Utrechtse kampbewaakster schrijft de Leeuwarder Courant in 1949: ‘Zij ranselde met een zweep haar slachtoffers halfnaakt uit het badhuis de buitenlucht in met een temperatuur van soms meer dan 20 graden beneden nul. Vaak bakte ze spek, alleen om hen door de geur dol te maken. Het spek werd in het zand geworpen en als een uitgehongerde gevangene haar hand ernaar durfde uit te steken, werd zij gruwelijk mishandeld.’

Na de oorlog

In 1953 kwam de laatste Nederlandse Auschwitz-bewaker op vrije voeten. De oorlog hield daar echter niet op. Een voormalig Hundestaffel-lid werd slager in Alkmaar en floot in het weekend als scheidsrechter voetbalwedstrijden. Na een onderzoek van de Duitse justitie naar zijn betrokkenheid bij de moord op een gevangene emigreerde hij naar Australië en verdween.

Een ander vertrok naar Zuid-Afrika en leefde onder haar getrouwde naam verder. De meesten bleven echter in Nederland en leefden, om met de woorden van Hannah Arendt te spreken, hun ‘banale levens’. De laatste Nederlandse Auschwitz-bewaker overleed in 2013 op 93-jarige leeftijd in een klein dorpje in Groningen.

De echte naam van de hoogbejaarde zoon is bekend bij de hoofdredactie.

NB: in een eerdere versie van dit artikel stond geschreven dat het tot nu toe onbekend dat in Auschwitz Nederlandse SS’ers werkten. Dit is niet helemaal waar, wel was hier nooit eerder een gedetailleerd overzicht van gemaakt.


Deze publicatie is tot stand gekomen met hulp van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Stijn Reurs is journalist en werkt aan een publicatie over Nederlandse SS-bewakers in Auschwitz.

Lees ook:

Opa werkte in Auschwitz

Opa was SS’er in Auschwitz. Zijn kleinzoon houdt het angstvallig geheim. “Als mensen erachter komen, bekladden ze mijn huis met hakenkruizen.” Het Duitse concentratie-en vernietigingskamp werd op 27 januari 1945, maandag 75 jaar geleden, bevrijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden