Déjà VuGeschiedschrijving

Toen de canon nog geen canon heette moest hij vaderlandsliefde ‘aankweeken’

Martinus Stuart: ‘Vaderlandsche historie’

Anders dan nu riep het woord ‘canon’ in de eerste helft van de negentiende eeuw nog geen associaties op met een soort ‘Best of’ van de vaderlandse geschiedenis. Het was destijds vooral een religieuze term. De meest voorbeeldige rooms-katholieken werden heiligverklaard, ­gecanoniseerd. In het geval overgeleverde bijbelteksten bestond een onderscheid tussen canonieke en apocriefe boeken. Opnieuw: voorbeeldig versus dat wat je mocht vergeten.

Ook zonder canon van de geschiedenis bestond er in de eerste helft van de negentiende eeuw wel een duidelijke behoefte aan een nieuw historisch overzicht. Zeker bij Willem I die als monarch van het Koninkrijk der Nederlanden zocht naar zaken die de onder hem vallende gebiedsdelen konden ­samenbinden.

Geschiedenis had die potentie. Het nationale verhaal moest Noord en Zuid, protestant en katholiek, voormalig patriot en orangist aanspreken. Een al te centrale plek voor de Opstand en de Gouden Eeuw was onwenselijk. De nieuwe vertelling moest ook de Belgen ­raken in hun ziel en eigenlijk ook een beetje historisch verantwoorden waarom een Oranje nu hun ­koning was.

Prijsvraag

Willem I benoemde een ­Geschiedschrijver des Rijks. De ­uitverkorene, Martinus Stuart, was ­eigenlijk een remonstrants predikant, maar had zich behalve in de theologie ook gespecialiseerd in ­geschiedenis. De koning achtte hem hoog op dit gebied en zette zich over bezwaren op grond van Stuarts verleden heen. Die was ­patriot geweest en had in de Franse tijd koning Lodewijk Napoleon ­geadviseerd.

Midden achttiende eeuw had in de persoon van Jan Wagenaar voor het eerst sinds lange tijd alweer eens iemand de geschiedenis van Nederland op een rijtje gezet. In eerste instantie bestond zijn ‘Vaderlandsche historie’ uit 21 delen. Later kwamen daar nog drie wat ­actuelere delen bij. Een hele kluif, besefte de auteur, een ambitieuze en studieuze Amsterdamse schoenmakerszoon. Hij bracht daarom ook een samenvatting in één deel op de markt. Later volgden tal van bewerkingen door anderen. Geschiedschrijver des Rijks Stuart greep in belangrijke mate terug op het werk van Wagenaar.

In 1826 werd bij Koninklijk Besluit een prijsvraag uitgeschreven: geschied- en letterkundigen werden uitgenodigd een plan voor een algemene Nederlandse geschiedenis in te dienen. Koning Willem I onderstreepte het belang van zo’n historiebeschrijving: “Aankweeking van vaderlandsliefde, bevordering van burger-deugd en instandhouding van het nationaal karakter”.

De 44 inzenders vormden een bont gezelschap en hadden afgaande op hun voorstellen heel diverse stijlen in hun hoofd. Ze kwamen uit het noorden en het zuiden. Er zaten hoogleraren, onderwijzers en archivarissen bij. Bovendien hadden enkele heren die later een sleutelrol zouden vervullen in de Nederlandse politiek, zin in de opdracht: Guillaume Groen van Prinsterer en Johann Rudolf Thorbecke.

Gedwongen plooi

Een flink deel van de inzenders hikte aan tegen het algemene van de gewenste Nederlandse historie. Noord en Zuid waren “lang gescheiden broeders in hetzelfde huisgezin”. Ze hadden heel verschillende voorgeschiedenissen. Ze toch in één mal proberen te duwen had in de ogen van velen iets krampachtigs en zou de werkelijkheid te veel geweld aandoen.

De jury onder leiding van minister van justitie Cornelis Felix van Maanen met verder vijf leden uit het noorden en vijf uit het zuiden worstelde met hetzelfde probleem. Uiteindelijk besloot het gezelschap in 1829 toch maar geen winnaar te kiezen. Geschiedschrijving in een ‘gedwongen plooi’ was onwenselijk. Vijf inzenders kregen als troostprijs een eervolle vermelding, een gouden medaille en het recht om hun werk uit te geven bij de landsdrukkerij.

Niet veel later ontstond een totaal nieuwe werkelijkheid. Na de Belgische Opstand was het gedaan met de vrede in het ‘huisgezin’ en gingen de ‘lang gescheiden broeders’ ieder hun eigen weg. Dat vroeg om nieuwe geschiedschrijving.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden