75 jaar bevrijding

‘Te weinig oog voor Indisch verzet tijdens Duitse bezetting’

Van de circa 900 Nederlanders die tijdens WOII bij de RAF in Engeland dienden, kwamen er 207 uit Nederlands-Indië, zo ook deze Indische vliegtuigtelegrafisten Hielckert, Middelkoop en Duijkers. Beeld Familie Hielckert

Mensen die uit Indonesië kwamen, waren in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog onevenredig vaak in het verzet actief, stelt journalist en schrijver Herman Keppy in zijn maandag verschenen boek ‘Zijn jullie kerels of lafaards? De Indische en Indonesische strijd tegen de nazi’s 1940-’45.’ 

Elf procent van de Engelandvaarders uit de Tweede Wereldoorlog kwam uit Nederlands-Indië, schrijft Keppy. Velen gingen bij de RAF. Van de 900 Nederlanders bij het Raf-personeel, zijn er 207 in Indië geboren. “En circa honderd Indonesische studenten, dus met beide ouders Indonesisch, die in Nederland studeerden toen de Duitsers binnenvielen in mei 1940, werden actief in het verzet,” vertelt hij.

Hij geeft in zijn boek tientallen voorbeelden van verzetsdaden waarbij mensen met Indische banden betrokken waren. Van de vele Indische vrienden rond ‘Soldaat van Oranje ‘ Erik Hazelhoff Roelfzema, zelf ook in Indië geboren, tot de assistenten van verzetsheld Gerrit van der Veen. Ook Indonesische studenten, moslims, hielpen joden om onder te duiken.

“In de geschiedenisboeken kom je niet tegen dat zovelen uit de Indische gemeenschap een belangrijke rol hebben gespeeld bij het verzet tegen de nazi’s”, merkte Keppy. “Ik wil ze met dit boek letterlijk een gezicht geven.”

Keppy, zelf zoon van een Nederlandse moeder en Molukse vader, onderscheidt drie groepen die uit het koloniale Nederland-Indië in de oorlogstijd in Nederland waren. De zogenoemde ‘totoks’, puur Hollandse mensen, vervolgens de Indo’s, de mensen van gemengd Indisch/Hollandse afkomst en ten derde de Indonesiërs. Alle drie deze groepen hebben zich, blijkt uit Keppy’s onderzoek, in het verzet tegen de nazi’s sterk gemanifesteerd. Ze werkten deels onafhankelijk van elkaar, zoals ze ook in Nederlands-Indië sterk gesegregeerd leefden, maar wisten elkaar in het verzet ook te vinden.

De Nederlandse Spitfires die onder RAF-vlag vlogen waren bekostigd met geld uit Nederlands-Indië, vandaar dat ze ook Indische namen kregen, zoals deze die 'Bandoeng' is gedoopt Beeld NIMH

Hij noemt verschillende redenen voor de hoge deelname van mensen met een Indische achtergrond aan verzetsdaden. “De Indo’s en de Indonesiërs wilden graag Nederlandser zijn dan de Nederlanders. Ze werden gediscrimineerd, maar wilden hier in Nederland toch juist graag zo goed mogelijk met alles meedoen en verzetten zich dus ook sterk tegen de Duitse bezetting.”

Volgens Keppy waren bovendien alle drie de groepen avontuurlijker dan de gemiddelde Nederlander. “Indonesië is veertig keer zo groot als Nederland, zij zijn vandaar naar Nederland gereisd, vaak alleen. Terwijl Nederlandse jongeren bij wijze van spreken het erf nog niet af geweest waren.”

En de groep bestond daarnaast voor een groot deel uit jongeren die in Nederland studeerden, terwijl hun familie nog in Nederlands-Indië verbleef. “Ze hoefden bijvoorbeeld niet te overleggen met hun ouders dat ze naar Engeland wilden varen.”

Te vaak, vindt Keppy, worden Indische mensen gezien als zielige vluchtelingen die na de oorlog naar Nederland kwamen, toen Indonesië onafhankelijk werd. “Het Indische verzetselement tijdens de oorlog in Nederland wordt nooit genoemd, dat vind ik onbegrijpelijk. Mijn boek toont aan dat de Indische gemeenschap meer respect verdient.”

‘Prins Bernhard cultuurfonds startte met geld uit Indië’

In Nederlands-Indië zijn in de periode voor de Japanse inval in 1942 miljoenen guldens ingezameld door particulieren en bedrijven om de geallieerde strijd tegen de Duitsers vanuit Engeland te steunen. Er werden tientallen bommenwerpers, een torpedobootjager en Spitfire-vliegtuigen gekocht van geld uit dit zogenoemde ‘Spitfirefonds’.

Schrijver en journalist Herman Keppy ontdekte dat de Indische kranten veel aandacht besteedden aan de inzamelacties, er ontstond een ware ‘spitfirekoorts’ in de toenmalige kolonie. Geld inzamelen werd een soort nationaal tijdverdrijf. De flinke bedragen uit Indië gingen vanaf augustus 1940 naar het in Londen opgericht Prins Bernhard Fonds, dat ook een Indië- afdeling kende. Na de oorlog gaat dit over in het huidige Prins Bernhard cultuurfonds. Keppy: “Dat is dus niet met geld van Prins Bernhard zelf begonnen, maar met geld uit Indië.” 

Lees ook:

Het was de wens van verzetsman Rudi Jansz: eerst Nederland vrij, daarna Indonesië

Het oorlogsverleden van zijn Indische vader Rudi loopt als een rode draad door het leven van zoon en muzikant Ernst Jansz (Doe Maar). Hij was een van vele verzetsmensen in Nederland die sterke banden had met Nederlands-Indië. 

Postume onderscheiding voor oorlogsheld die in Colditz menig ontsnapping op touw zette

Scheepsstoker Wim de Lange hielp mensen ontsnappen uit Slot Colditz maar kreeg daarvoor decennia lang geen erkenning. Woensdag wordt hij postuum onderscheiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden