VeroordelingThijs H.

Tbs, achter de tralies of beide. Wat is erger?

null Beeld Vonq
Beeld Vonq

De rechter beslist donderdag over het lot van Thijs H., de 28-jarige student die drie willekeurige hondenbezitters doodstak. Het Openbaar Ministerie eiste tbs met dwangverpleging én een lange celstraf. Een opmerkelijke combinatie, vinden de experts.

Starend naar het tapijt in de rechtszaal hoorde Thijs H. de strafeis met gevouwen handen aan. Het is duidelijk dat de student iets mankeerde toen hij vorig jaar drie mensen doodstak in Den Haag en op de Brunssummerheide, oordeelde het Openbaar Ministerie over hem. Tbs met dwangverpleging is dus op zijn plaats. Maar de officieren van justitie willen óók dat H. 24 jaar celstraf krijgt. Want wat er precies in het hoofd van H. omging tijdens de moorden, achten zij onduidelijk.

Absurd, noemt Corine de Ruiter de strafeis. De hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit Maastricht verwijst naar het rapport van het Pieter Baan Centrum (PBC). Gedragsdeskundigen concludeerden daarin dat de 28-jarige H., die de moorden heeft bekend, volledig ontoerekeningsvatbaar was toen hij in mei 2018 eerst een vrouw ombracht in de Scheveningse Bosjes, en drie dagen later nog eens twee mensen van het leven beroofde, die vlak bij zijn ouderlijk huis in Limburg hun hondjes uitlieten.

In de Maastrichtse rechtbank verklaarden de experts eind vorige maand dat H. in die periode aan een ernstige psychose leed. In zijn vertekende realiteit waren de mensen om hem heen psychopaten die in codetaal met elkaar communiceerden. Dat ‘systeem’ droeg hem zijn gruweldaden op. Om die reden bevolen de experts de rechter aan om Thijs H. enkel tbs met dwangverpleging op te leggen.

Liever luisteren? Onze collega’s van Blendle spraken dit artikel voor u in.

“Met dat advies in het achterhoofd draaide mijn maag als gedragswetenschapper om toen ik de strafeis hoorde”, zegt De Ruiter. “Natuurlijk mag het OM kritisch zijn, vragen stellen aan de experts van het PBC. Maar in ­deze zaak wordt hun deskundigheid totaal onderuitgehaald. Dat heb ik in mijn ruim twintigjarige carrière nog niet eerder gezien.”

De officieren van justitie noemden het onderzoek van het PBC ‘gemankeerd’. H. zou de slachtoffers opzettelijk en met voorbedachten rade hebben gedood. Waarom liet hij anders een doelwit lopen omdat hij haar ‘te jong’ vond, en zette hij zijn telefoon tijdens zijn daden uit, zodat zijn precieze locaties niet te traceren zouden zijn?

Die gedachtegang noemt De Ruiter te kort door de bocht. “Iemand die psychotisch is, kan heus plannen maken en berekenend te werk gaan. Het is niet zo zwart-wit.” Ook de andere hoofdargumenten van het OM doet de hoog­leraar af als quatsch. “Zo is het helemaal niet gek dat de behandelaars die H. voorafgaand aan de moorden zagen, zijn symptomen anders hebben geduid. Een psychose ontstaat héél langzaam en wordt tragisch genoeg ontzettend vaak gemist. Al helemaal in klinieken waar allerlei protocollen moeten worden afgewerkt en waar door tijdsdruk geen ruimte is voor gedegen diagnostisch onderzoek.”

null Beeld Vonq
Beeld Vonq

Beveiliging, maar ook resocialisatie

In de rechtszaal nam het OM plaats op de stoel van de gedragsdeskundigen, zag de hoogleraar. “Dat is zorgelijk, het leidt ertoe dat het vertrouwen in het PBC en de rechtsstaat enorm achteruit gaat. Officieren zijn juristen. Zij hebben er niet voor geleerd te begrijpen hoe ernstige psychiatrische stoornissen in elkaar zitten. De menselijke geest kan op allerlei manieren ontsporen, forensische psychologie is ongelooflijk complex.”

Het is heus niet zo dat ze geen kritiek heeft op haar eigen vakgebied, benadrukt ze. “Sterker nog, ik pleit al decennialang voor de invoering van gestandaardiseerde diagnostische instrumenten voor het bepalen van de toerekeningsvatbaarheid van verdachten, zoals ze die in de Verenigde Staten hanteren. Ik mis vaak wetenschappelijke onderbouwing in de rapportages en vind dat forensische gedragswetenschappers transparanter moeten zijn over hoe zij tot bepaalde diagnoses komen.”

Maar dat het systeem beter kan, stelt De Ruiter, betekent niet dat het gedragsdeskundig rapport maar terzijde moet worden geschoven. “Het is totaal onterecht dat het OM het PBC afdoet als een of ander amateurclubje, schofferend ook. Zeven weken lang hebben de deskundigen uitgebreid onderzoek gedaan naar Thijs H.. De rapportage kan en moet dus serieus worden genomen. Het is natuurlijk vreselijk dat er drie mensen gedood zijn. Maar willen we als maatschappij proberen te begrijpen wat er gebeurd is? Of willen we daders enkel straffen?”

Een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis?

Toerekenbaarheid gaat juridisch over de vraag of de verdachte op het moment van zijn daad zelfstandig zijn wil kon bepalen. Kon iemand onder invloed van een psychische stoornis daadwerkelijk niet anders handelen dan hij deed?

Om die vraag te kunnen beantwoorden, vraagt de rechter bij zwaardere strafzaken vaak advies aan forensisch psychiaters en psychologen, die de verdachte met het oog op een diagnose onderzoeken. De rapporteurs vergaren informatie bij eerdere hulpverleners, observeren de verdachte, en interviewen hem en eventueel zijn omgeving.

Verdachten in pakweg 250 van de meest ingewikkelde strafzaken per jaar, zoals die rond Thijs H., worden onderzocht in het Pieter Baan Centrum, de psychiatrische observatiekliniek voor het gevangeniswezen.

De rechter wil van de gedragsdeskundigen weten of er bij de verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Bestaat er een verband tussen het misdrijf en de geestesgesteldheid van de verdachte? En hoe groot is de kans op herhaling?

De Nederlandse rapporteur hanteert sinds 2016 drie gradaties in zijn advies, waarmee het zijn deskundigenoordeel ‘vertaalt’ voor de rechter. Naast volledig toerekeningsvatbaar en ontoerekeningsvatbaar is er nog ‘verminderd’ toerekeningsvatbaar, waarbij het feit de verdachte deels kan worden verweten.

De adviesrapporten van de gedragskundigen zijn belangrijk, maar niet allesbepalend. Het is uiteindelijk de rechter die weegt en de precieze toerekening bepaalt. Toerekenbaarheid is geen medisch oordeel, maar vooral een normatieve kwestie.

Oordeelt de rechter na wikken en wegen dat de verdachte een feit heeft begaan maar hem dat wegens een ‘stoornis of een gebrekkige geestelijke ontwikkeling’ niet kan worden toegerekend, dan verklaart artikel 39 wetboek van strafrecht iemand in zo’n geval niet strafbaar. Een celstraf kan de dader dan niet krijgen, hem kan dan enkel tbs met dwangverpleging worden opgelegd.

De 24 jaar celstraf én tbs met dwangverpleging, ook Yvo van Kuijck noemt de strafeis tegen H. opmerkelijk. Hoewel het de rechter en het OM volledig vrij staat af te wijken van het gedragskundig oordeel, hebben beide partijen doorgaans de neiging om de adviezen van het PBC op te volgen, weet de voormalig raadsheer van het gerechtshof in Arnhem en oud-voorzitter van het Forum TBS uit ervaring.

Toch is het niet de wantrouwende houding ten opzichte van het PBC die hem het meest verbaast. Opvallender vindt Van Kuijck de combinatie van een gedwongen behandeling en een lange celstraf. Zeker, erkent hij, dat komt vaker voor. Zo kreeg Michael P. vorig jaar 28 jaar cel en tbs met dwangverpleging opgelegd voor het ontvoeren, verkrachten en doden van Anne Faber. “Maar een tbs-maatregel, die naast beveiliging ook is gericht op behandeling en resocialisatie, staat haaks op een lange gevangenisstraf.”

Met hun eis erkennen officieren van justitie dat er iets mis is met Thijs H., legt Van Kuijck uit. Op grond daarvan verklaarden ze hem verminderd toerekeningsvatbaar en dus niet helemaal verantwoordelijk voor het doodsteken van de drie wandelaars met hond. H. heeft een of meerdere stoornissen, vermoedt het OM, en daarvoor moet hij behandeld worden. Vandaar de wens ‘terbeschikkingstelling met dwangverpleging’.

Snel weer naar buiten komen

“Maar die gevangenisstraf voorkomt vervolgens dat zijn behandeling snel kan beginnen”, gaat Van Kuijck verder. “Want doorgaans zitten verdachten eerst tweederde van hun straf uit voordat de tbs-kliniek om de hoek komt kijken.”

Gaat de rechter donderdag mee met de strafeis van het OM, dan zou H. dus nog zestien jaar in de gevangenis moeten doorbrengen voordat zijn behandeling in de gesloten kliniek begint. “En dat terwijl deskundigen telkens benadrukken dat de kans op een succesvolle behandeling en veilige terugkeer in de samenleving ­samenhangt met een niet te lang uitblijvende de start van de behandeling. Hoe sneller, is het devies, hoe beter. In de cel kan iemand namelijk verharden, of de motivatie voor behandeling verliezen.”

Gevraagd naar een verklaring voor de strafeis, haalt Van Kuijk ‘Zomergasten’ aan. Afgelopen zondag uitte strafrechtadvocaat Inez Weski in dat interviewprogramma haar zorgen over de verharding in het politieke en maatschappelijke denken over straffen. “Ik sluit me bij haar aan. We leven in een punitieve samenleving, waarin de roep om hogere straffen steeds sterker wordt.”

In vonnissen verlangt de maatschappij strenge straffen als vergelding voor het leed van de slachtoffers en nabestaanden. De gewoonte de daad te bestraffen en de dader te zien als medemens, die uiteindelijk weer terug moet keren in de samenleving, is op de achtergrond geraakt. “Mensen hebben daardoor vaak moeite met volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Daarbij kan immers nooit celstraf worden opgelegd, enkel tbs met dwangverpleging.”

Ook voor het OM was alleen tbs ondermaats in de zaak Thijs H.. In de rechtszaal haalden de officieren flink uit naar de 28-jarige verdachte, die tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd en zijn verhaal ook bij deskundigen steeds zou hebben aangepast. Volgens het OM deed hij dat om ontoerekeningsvatbaar te worden verklaard, iets waar hij een groot belang bij zou hebben. “Want dan heeft hij een kans om snel buiten te komen”, zo stelde de officier.

Zij zijn monsters

Ferry de Jong, hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Utrecht, keek daar niet van op. “Met messteken zijn drie willekeurige mensen om het leven gebracht. Gruwelijke delicten, die onrust veroorzaakten in de samenleving. Voor het OM staat er dus nogal wat op het spel. We zien vaker dat het hoog in de boom klimt, dat het een zo hoog mogelijke sanctie wil, om het zwart-wit te zeggen. Ook is het niet de eerste keer dat de officieren de diagnose van het PBC in twijfel trekken. Daarvoor kan soms goede grond bestaan, het kan zo zijn dat de gedragskundigen daadwerkelijk fouten hebben gemaakt. Dan moet je alleen wél heel sterke argumenten hebben.”

Maar snel buiten komen met tbs? De praktijk bewijst het tegendeel, weet De Jong. “Als tbs’er weet je niet of en wanneer je uit de kliniek komt, tbs kan eindeloos verlengd worden. Iemand komt pas uit de tbs-kliniek als bepaald is dat de behandeling geslaagd is en de veiligheid in de samenleving gewaarborgd.”

Net als Van Kuijck ziet De Jong dat het beeld van ontoerekeningsvatbaarheid de laatste decennia is gekanteld. “In Nederland blinken we niet bepaald uit in mededogen met mensen die door psychische ontregelingen tot verschrikkelijke daden komen. Zij zijn monsters, die voor eeuwig moeten worden afgeschreven. Tbs wordt daarbij niet gezien als straf, maar als een makkelijke manier om weg te komen met gruweldaden.”

Als de pest

Onterecht, vindt de hoogleraar. “In dat soort klinieken word je bepaald niet vertroeteld, het is daar helemaal niet zo hotelachtig als de samenleving denkt. Je zit daar ook opgesloten, moet gedwongen meewerken aan de behandeling voor je psychische aandoening en anders dan in de gevangenis heb je geen duidelijk uitzicht op vrijlating. Het is niet voor niks dat verdachten in heel veel gevallen weigeren om mee te werken aan het onderzoek van het PBC, ze mijden tbs als de pest.”

Wie zal de rechter donderdag volgen, het OM of het PBC? De Jong kijkt uit naar het vonnis. “Het vaststellen van een psychische stoornis gaat meestal nog wel, maar het uitpluizen van de relatie van die stoornis tot het delict waarvan iemand verdacht wordt, is onnoemelijk ingewikkeld. De forensische gedragswetenschap is immers geen wiskunde, het is een met veel onzekerheden omgeven vakgebied. En daaraan moeten de rechters dan óók nog eens juridische conclusies zien te verbinden.”

Lees ook:

OM: Thijs H. was niet volledig ontoerekeningsvatbaar

Het Openbaar Ministerie heeft 24 jaar celstraf geëist tegen Thijs H., die vorig jaar drie hondenbezitters neerstak. De student was volgens justitie verminderd toerekeningsvatbaar tijdens de moorden.

Pieter Baan Centrum raadt tbs aan voor Thijs H., nabestaanden hopen op iets zwaarders

Hulpverleners hebben de geestelijke toestand van Thijs H. verkeerd ingeschat, stelt het Pieter Baan Centrum. De kliniek adviseert tbs met dwangverpleging voor de twintiger, die drie moorden bekende. Nabestaanden hopen dat de rechter anders oordeelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden