Interview Mariëtte Hamer

Studieschuld, woningnood, prestatiedruk: ‘Jongeren van nu hebben te maken met een giftige cocktail’

SER voorzitter Mariëtte Hamer in gesprek met twee studenten: Bas van Weegberg (rechts) voorzitter FNV Jong en Jurgen van der Hel (links) voorzitter JOB (Jongeren organisatie beroepsonderwijs). Beeld Inge Van Mill

Met een studieschuld, woningnood, prestatiedruk en slecht betaalde (flex)banen schetst de Sociaal Economische Raad een donker toekomstbeeld voor  jongeren in een vandaag verschenen rapport. Een gesprek met Ser-voorzitter Mariëtte Hamer (61) en twee jongeren.

Hoe goed zijn jongeren van 14 tot 35 jaar toegerust om een zelfstandig bestaan op te bouwen? Met die vraag begon het jongerenplatform van de Ser een onderzoek naar de staat van de mijlpalen op weg naar volwassenheid: de eerste studie, de eerste eigen woning, een serieuze baan en het stichten van een gezin. 

Jongeren staan onder druk, is de algehele teneur. Het Nederlandse onderwijs is goed, maar problemen hebben ze genoeg, staat in het rapport: een studieschuld door het leenstelsel, prestatiedruk, slecht betaald flexwerk, woningnood en zorgen over de kwaliteit van kinderopvang. Daardoor bereiken ze, onvrijwillig, pas op latere leeftijd een zelfstandig bestaan.

Hoe de samenleving zich ontwikkelt, is problematisch voor de nieuwe generatie, vindt Ser-voorzitter Mariëtte Hamer (61). Ze strijkt de mouw van haar blazer recht en biedt Bas van Weegberg (22) en Jurgen van der Hel (21) iets te drinken aan. De voorzitters van respectievelijk FNV Jong en de jongerenorganisatie voor mbo (Job) zijn zelf als onderzoekers verbonden aan het jongerenplatform van de Ser. Als de koffie is ingeschonken, zegt Van der Hel: “Kom maar op met die vragen.”

De jongeren van nu krijgen het flink te verduren, lees ik in het Ser-rapport. Hoe is het met jullie?

Van Weegberg lacht. “Met mij gaat het goed, maar er is wel iets aan de hand met mijn generatie. Het leenstelsel levert schulden op en die zorgen ervoor dat ik straks geen huis kan kopen met mijn vriendin, die ook een studieschuld heeft. Een tussenop­lossing in de vorm van een studio is ook niet makkelijk vanwege de woningnood en de hoge huurprijzen. Deze generatie heeft te maken met een giftige cocktail. Dat willen we met dit rapport aankaarten, maar we willen ook kijken naar hoe we het kunnen oplossen.”

Mevrouw Hamer, had u niet te maken met precies dezelfde problemen toen u jong was?

“Nou, nee. Toen ik jong was, net na de babyboomers, hoorde daar ook onzekerheid bij en toen hielp het ook als een van je ouders wat geld had om je te helpen. Maar zoals de ­samenleving zich nu ontwikkelt, is problematisch voor de jonge generatie. Het verschil in toekomstperspectief tussen jongeren met en jongeren zonder een groot sociaal en kapitaal netwerk neemt toe. Denk daarbij aan ouders die financieel kunnen bijspringen of een oom die via zijn werk wel een stageplek kan regelen. Wie dat mist, heeft het ­ondanks behaalde diploma’s een stuk moeilijker.”

Maar met een goed netwerk zijn toch niet alle problemen opgelost?

Hamer: “Zeker niet. Jongeren staan enorm onder druk. De verwachtingen vanuit de maatschappij zijn hoog. Het is een generatie die opgroeit met Cito-toetsen en schoolsystemen zoals Magister, die voor ouders direct inzichtelijk zijn. Dat zijn allemaal prestatiegerichte ontwikkelingen.” 

Van der Hel: “Wij zijn opgegroeid tijdens de kredietcrisis met een duidelijke boodschap: het wordt voor jullie bijna onmogelijk om werk te vinden. Daarom hebben we het gevoel dat we nooit stil kunnen staan.”

Hamer: “Door die druk van buitenaf stellen jongeren ook hoge ­eisen aan zichzelf. Toen mijn dochter veertien was, zei ze dat ze een baantje zocht. Dat deed ze om haar cv aan te vullen voor een volgende, betere bijbaan. Zo heb ik nooit hoeven denken.”

Willen jongeren van nu misschien gewoon zelf meer, of andere dingen van het leven?

Hamer: “Dat jongeren steeds later op zichzelf gaan wonen of een gezin stichten is in principe helemaal niet erg. Wat wel erg is, is dat dit voor de meeste jongeren niet een vrije keuze is.”

Zijn er nog andere grote verschillen tussen u en deze generatie?

Hamer: “Ik kreeg toen ik 23 was een betaalbare benedenwoning in de ­Jordaan in Amsterdam aangeboden”.

Van der Hel: “Oké, dat is nu onvoorstelbaar”.

Van Weegberg: “Ja, dat lukt nu echt niet meer”.

Zijn dit uiteindelijk geen luxe­problemen?

Van Weegberg: “Zo zie ik het niet. Het gaat niet om een biertje minder kunnen betalen in de kroeg, maar om het noodgedwongen uitstellen van grote beslissingen.”

Van der Hel: “Het onderwijs is in vergelijking met andere landen in Nederland van hoge kwaliteit. Alleen als je inzoomt, zie je gewoon dat de ongelijkheid toeneemt. We zijn zeker niet zielig, maar aan die ongelijkheid willen we wel graag iets doen.”

Lees ook: Denk ook eens aan ons, de jongeren

Het is steeds dezelfde groep die de klos is: als het over flexwerken gaat, als het over toegang tot de woningmarkt gaat: wie denkt er eigenlijk aan ons, vraagt de 28-jarige Tom Tielemans uit Utrecht zich af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden