Rechtszaak Syriëgangers

Staat: ophalen Syriëganger is niet aan de rechter, maar aan politiek

Een foto uit het Koerdische al-Hol kamp.Beeld AFP

De Nederlandse staat voelt zich op geen enkele manier wettelijk verplicht om 23 Nederlandse vrouwen en hun 56 kinderen op te halen uit kampen in Syrië. 

Ophalen is een politieke keuze en het kabinet kiest ervoor Syriëgangers niet te helpen, zei de landsadvocaat vrijdagmiddag in de rechtbank Den Haag namens de staat.

Even daarvoor hadden zes advocaten namens de groep vrouwen betoogd dat Nederland verplicht is de mensenrechten van zijn onderdanen te beschermen. De situatie van de vrouwen met hun veelal jonge kinderen is zeer ernstig. Kinderen overlijden in de Koerdische kampen en met de winter op komst zullen er meer sterven. “De Nederlandse staat heeft een mogelijkheid daar iets aan te doen”, aldus Tom de Boer, een van de advocaten. “De vraag is of de keuze die nu wordt gemaakt en die zo in het nadeel van de kinderen uitvalt, wel door de beugel kan.”

Volgens de staat is dat geen vraag voor de rechter, maar voor het kabinet en de Tweede Kamer. Daar wordt het buitenlandse beleid bepaald. Wil je de vrouwen en kinderen ophalen – “Stel je een heel konvooi voor” – dan moet dat niet alleen met de Koerden, maar ook met onder meer het Syrische regime, de Turken en de Russen worden afgestemd, aldus de landsadvocaat. Dat is niet alleen ingewikkeld, ophalen kan onveilig zijn voor de ambtenaren die de actie daadwerkelijk moeten uitvoeren.

Hoe zit het dan met de verklaring van de vrouwen dat zij in de kampen regelmatig bezoek krijgen van Nederlandse ambtenaren die hen vragen wat ze bij IS hebben gedaan, wilde de rechter weten. “Daar kan ik niets over zeggen”, reageerde de landsadvocaat. “Dat daar Nederlands sprekende mensen aanwezig zijn, betekent nog niet dat het om ambtenaren gaat.”

De staat wijst bovendien op de eigen verantwoordelijkheid van de vrouwen om naar Syrië te vertrekken, tegen elk advies van de Nederlandse overheid in. Daarmee wordt volledig voorbijgegaan aan het belang van de kinderen, vinden de advocaten van de Syriëgangers. De Boer: “Deze kinderen hebben en houden de Nederlandse nationaliteit. Kennelijk bestaat de ijdele hoop dat ze ergens uit het zicht zullen verdwijnen en niet meer willen terugkeren. Dat is naïef.”

Naast het verzoek om terugkeer zo snel mogelijk te regelen, vragen de advocaten de rechter ook om de staat een dwangsom van 2000 euro op te leggen voor elke dag dat er geen uitvoering aan wordt gegeven. Dat is volgens hen nodig omdat het kabinet een eerder verzoek van de rechtbank Rotterdam negeerde om vrouwelijke IS’ers terug te halen om ze in Nederland te kunnen berechten.

Volgens de landsadvocaat klopt dat beeld niet. Het kabinet werd volgens hem gevraagd om voor zover mogelijk alle noodzakelijke maatregelen te nemen om de vrouwen op te halen. De conclusie was dat dit niet mogelijk was. De rechtbank doet op 11 november uitspraak.

Lees ook

IS-vrouwen willen afdwingen dat Nederland hen ophaalt uit Syrische kampen

Het is de plicht van de staat om de mensenrechten te beschermen, aldus een van de betrokken advocaten bij de aankondiging van het kort geding

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden