Hoger beroep

Staat handelde niet onrechtmatig bij doden treinkapers De Punt: claim nabestaanden afgewezen

Advocaat Liesbeth Zegveld (links) van nabestaanden van Max Papilaja en Hansina Uktolseja eerder dit jaar in de rechtszaal van het Paleis van Justitie in Den Haag. Beeld ANP
Advocaat Liesbeth Zegveld (links) van nabestaanden van Max Papilaja en Hansina Uktolseja eerder dit jaar in de rechtszaal van het Paleis van Justitie in Den Haag.Beeld ANP

De staat heeft niet onrechtmatig gehandeld bij de treinkaping in het Drentse dorp De Punt in 1977.

Het blijft onduidelijk wat er precies is gebeurd toen de treinkapers Max Papilaja en Hansina Uktolseja in 1977 werden gedood. Kwam de dodelijke kogel van buiten de trein, van een marinier die de coupé binnenstormde, waren de twee kapers op dat moment een gevaar voor de mariniers en gegijzelde passagiers? Het was aan de nabestaanden van de twee kapers om antwoorden te vinden op die vragen, om te bewijzen dat de Nederlandse staat onrechtmatig handelde. Maar die bewijzen kwamen niet, en dus oordeelde het Hof dat de staat niet onrechtmatig heeft gehandeld. “Er blijft onzekerheid bestaan. Bij twijfel kunnen de vorderingen niet toegewezen worden,” zei de rechter dinsdag.

Daarmee komt voorlopig na zes jaar een einde aan een proces over een gebeurtenis van 44 jaar geleden. Op 23 mei 1977 gijzelen negen Molukkers een trein die op weg is naar Groningen. Tegelijkertijd gijzelen Molukse jongeren ook leerlingen en docenten van een basisschool in Bovensmilde. Die actie verloopt zonder bloedvergieten. In de trein, die vast staat bij het Drentse dorp De Punt, is de afloop heel wat gewelddadiger. Zes kapers en twee passagiers worden doodgeschoten, drie kapers worden aangehouden.

Wel of geen executie

Was er sprake van een executie, terwijl de kapers geen gevaar meer vormden? Nee, stelt de Staat. Er was geen ‘heimelijke instructie’ om de kapers te doden, zoals nabestaanden denken, en er was geen sprake van onrechtmatig geweld. Toch wel, denken nabestaanden van Papilaja en Uktolseja. Daarom begonnen zij een juridische procedure tegen de Staat, met hulp van advocaat Liesbeth Zegveld.

De rechtbank oordeelde in 2018 ook al dat het gebruikte geweld niet onrechtmatig was. In hoger beroep komt het Hof dus tot dezelfde conclusie. Het Hof wees er ook op dat de acties gezien moesten worden in het licht van die tijd. Twee jaar eerder waren bij een treinkaping door Molukkers drie personen doodgeschoten.

Ook was de toenmalige regering onder leiding van Joop den Uyl niet vergeten dat in 1970 Molukkers de woning van de Indonesische ambassadeur in Wassenaar binnen waren gevallen en daarbij een agent doodden. In 1975 volgde een actie in het Indonesisch consulaat waarbij eveneens een dode viel. De treinkapers van 1977 hadden ook met geweld gedreigd.

Toch was het niet de verwachting dat de Molukse kapers de treinpassagiers iets wilden aandoen. Dat het crisisteam, dat onder leiding stond van minister van justitie Dries van Agt, toch hard ingreep, was vooral vanwege het welzijn van de passagiers. Dat zou na de wekenlange opsluiting in een trein met bewapende gijzelnemers gevaar lopen. Ook was er een kans dat passagiers zich na wekenlange stress zich tegen de kapers zouden keren.

Schoten vanuit de richting van Uktolseja

Voordat het zover kwam, scheerden in de vroege ochtend van 11 juni 1977 straaljagers over de trein om met hun geluid verwarring te zaaien. Daarop volgde een salvo van duizenden kogels op delen van de trein waarvan defensie dacht dat de kapers zich daar zouden ophouden. Hoeveel kapers door dat vuur zijn omgekomen, is niet precies bekend. Volgens de rechter kan Max Papilaja zijn gedood door een kogel die van buiten de trein is afgevuurd. In dat geval is er sowieso geen sprake van een executie.

Hansina Uktolseja is wel gedood door een marinier in de trein. Een van de mariniers verklaarde dat hij dacht dat hij werd beschoten van de plek waar Uktolseja zich bevond en dat hij daarom heeft teruggeschoten. Bewijzen dat er sprake was van een executie zijn er niet, aldus de rechter. De nabestaanden kunnen naar de Hoge Raad of naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens om alsnog hun gelijk te halen.

Met hun gewapende acties wilden de Molukkers forceren dat de Nederlandse overheid zich hard zou maken voor een onafhankelijke Zuid-Molukse republiek op Indonesisch grondgebied. Dat was een oude belofte van Nederland. De Molukkers wilden namelijk niet bij Indonesië horen toen dat land onafhankelijk werd. Zij stichtten in de jaren vijftig hun eigen staat, waarop Indonesische troepen de eilanden binnenvielen. Steun vanuit Nederland kregen de Zuid-Molukkers niet. In plaats daarvan werden de banden met Indonesië juist steeds warmer, wat tot extra woedde leidde bij de Molukkers.

In een eerdere versie stond dat het toenmalige kabinet in 1977 onder leiding stond van Dries van Agt. Dat klopt niet. Dat was Joop den Uyl.

Lees ook:

Schoten mariniers ten onrechte Molukse kapers dood in 1977?

Wat gebeurde er in 1977, en waar gaat deze slepende rechtszaak precies over?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden