InterviewCommissie-Joustra

Snoeihard rapport doet adoptieouders pijn: ‘Alsof ik onderdeel ben van een crimineel circuit’

Februari 1972. Op Schiphol komen ter adoptie dertien Koreaanse weeskinderen aan.  Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo
Februari 1972. Op Schiphol komen ter adoptie dertien Koreaanse weeskinderen aan.Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

In de jaren zeventig adopteerden Hans Walenkamp en zijn vrouw Ina drie kinderen uit Colombia, Korea en Suriname. Het snoeiharde rapport over de rol van de overheid bij adoptiemisstanden doet hem pijn. ‘Beter hadden wij, in die tijd, niet kunnen handelen.’

Het is niet uit de lucht komen vallen. Al in de jaren tachtig hoorde hij de eerste wanklanken over adoptie, en bleek het beeld niet te kloppen dat hij en zijn vrouw hadden toen zij in 1971 hun eerste kind in de armen sloten. Toch doet het rapport Hans Walenkamp verdriet. “Door de conclusies van de commissie-Joustra voel ik me als adoptieouder in een hoek geduwd. Het advies doet voorkomen alsof ik onderdeel ben van een crimineel circuit.”

Ook de gedachte dat hij mogelijk indirect heeft meegewerkt aan misstanden, vindt Walenkamp (78) pijnlijk. Deze week is opnieuw gebleken dat bij buitenlandse adopties papieren zijn vervalst, informatie is gewist en geadopteerde kinderen hun wortels vaak niet kunnen achterhalen. Het spijkerharde rapport over de rol van de overheid bij dit soort problemen leidde tot een stop van internationale adopties.

“Mijn vrouw en ik hebben er veel over gesproken. Maar ik moet eerlijk zeggen dat we ons geen moment schuldig hebben gevoeld. We hebben bij de adopties van onze drie kinderen heel goed rondgekeken en de hulp ingeschakeld van een bonafide bemiddelaar die door de overheid was goedgekeurd. Met ontzettend veel goede wil, ethisch bewustzijn en zorgvuldigheid hebben we beslissingen genomen. Beter hadden we in die tijd niet kunnen handelen.”

‘Al red je er maar één’

‘In die tijd’, beklemtoont Walenkamp meermaals. Want een halve eeuw geleden was de sfeer rond adoptie heel anders. De eerste adoptiegolf werd eind jaren zeventig veroorzaakt door schrijver Jan de Hartog. Op televisie vertelde hij Mies Bouwman over de twee Koreaanse zusjes die hij had geadopteerd. Met de zin ‘Al red je er maar één’ moedigde hij kijkers aan hetzelfde te doen.

“Wij gaan kinderen helpen, zo was de gedachte”, stelt Walenkamp, die meerdere boeken over adoptie schreef en in de jaren zeventig en tachtig in het bestuur zat van adoptieorganisatie Wereldkinderen. “Weeshuizen puilden uit, zagen we op tv. Wij vonden het een mooi idee om hen een toekomst te geven.”

“Let wel: we wilden ook onszelf helpen.” Hij en zijn vrouw Ina konden geen baby krijgen. “Wij waren kinderloos en een kind op de wereld ouderloos. Die gebreken sloten voor ons op elkaar aan. Als adoptieouders kinderen met veel liefde zouden omringen, zou alles goed komen, dachten we.”

‘Naïef idealisme’

Naïef idealisme, zo concludeert Walenkamp. Nu weet hij dat een aantal van de geadopteerde kinderen wil weten van wie zij afstammen, dat adoptieouders en -organisaties soms te goed van vertrouwen zijn geweest, en zendende landen niet altijd goed genoeg controleerden wat de afkomst was van de kinderen.

“Mocht mijn eigen dochter, die inmiddels 45 is, op zoek willen gaan naar haar Colombiaanse familie, dan wordt dat moeilijk.” Hoewel hij een ordner vol gegevens over haar heeft, en de adoptie afkaartte met advocaten, rechters en lokale kinderorganisaties, bleek decennia geleden dat Colombia de administratie rond haar adoptie niet op orde heeft. “Onze contactpersonen konden toen niks terugvinden.”

Vervelend en raar, vindt Walenkamp. Toch heeft de queeste nooit een vervolg gekregen. “Mijn kinderen hebben nooit enige belangstelling getoond voor de landen waar zij vandaan komen.” ‘Trek het je niet aan pap’, zei zijn zoon toen Walenkamp hem deze week verdrietig opbelde, ‘je weet toch hoe blij en rijk wij ons voelen met jullie als onze ouders?’ Walenkamp: “Mensen moeten weten dat een heleboel geadopteerde kinderen het uitstekend maken in Nederland. Het doet zeer dat dat nu wordt vergeten.”

Lees ook:

Geadopteerden ervaren een rouw die onaf is. ‘De rouw die wij voelen past bij vermissing.’

Psychotherapeut Daksha van Dijck werd als baby zelf onder onduidelijke omstandigheden geadopteerd uit India.

Het kabinet stopt met buitenlandse adopties wegens misstanden

Een snoeihard rapport over de rol van de overheid bij adoptiemisstanden leidt tot een acute stop op buitenlandse adopties. Mogelijk volgen in de toekomst rechtszaken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden