Straffen

‘Slimmer straffen’ biedt ex-gedetineerden toekomst: ‘Een korte celstraf is al lang genoeg om dingen kapot te maken’

null Beeld Harry Cock
Beeld Harry Cock

De ene helft van de ex-gedetineerden lukt het, de andere helft niet: de tweede kans pakken. Slimmer straffen, met enkelbanden bijvoorbeeld, zorgt ervoor dat meer ex-gevangen hun weg vinden in de samenleving, zeggen deskundigen.

Als Bram de gevangenis uit loopt, mompelt een bewaker: “die zien we snel weer terug”. Bram is een veelpleger. Hij moet wel. Elke dag gebruikt hij voor 400 euro aan drugs.

Bram is een van de hoofdpersonen in de podcast Buiten de Muren van journaliste Marjolein Knol. Anderhalf jaar lang volgde zij draaideurcrimineel Bram die twee jaar moest zitten en Harry die negen jaar vastzat omdat hij iemand heeft doodgeschoten. Dat had Harry eerder ook al eens gedaan. Toen kreeg hij achttien jaar.

Bram en Harry, niet hun echte namen, willen het ditmaal anders aanpakken. Lukt het hen een leven op te bouwen buiten de muren? Ongeveer 50 procent van de ex-gedetineerden komt binnen twee jaar weer in aanraking met justitie. Dat betekent dat volgens de statistieken ofwel Harry of Bram binnen twee jaar weer de fout in gaat.

Aan die 50 procent van de oud-gevangenen die opnieuw de fout in gaan valt nog wel wat te verbeteren, denkt Anke Ramakers, universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden. “Wij doen veel onderzoek naar de levensloop van mensen die van het rechte pad af gaan. Mijn onderzoek richt zich op de rol van werk. Dat is een van de drie w’s. De andere zijn ‘wonen’ en ‘wederhelft’. Die zorgen ervoor dat de kans op recidive een stuk kleiner wordt. Op twee van die w’s, wonen en werk, hebben we invloed.”

null Beeld Harry Cock
Beeld Harry Cock

Beleidsmatig mag dat zo zijn, ex-gedetineerden krijgen ook te maken met hun nieuwe buren en collega’s. Die zijn soms wantrouwend, merkte Knol. “Dat zag je bij Harry bijvoorbeeld toen hij in de laatste fase van zijn straf zat. Die laatste fase is bedoeld om weer te resocialiseren en te wennen aan de maatschappij zodat het straks veiliger is als hij weer buiten is.”

“Toen Harry ging kijken naar een huis waren mensen heel argwanend. Ze vroegen: komt er een bewaker mee? Voor Harry voelt dat alsof hij niet welkom is. Hij heeft zijn straf uitgezeten, maar blijkbaar gaat je straf toch niet over. Dat is zo kwalijk. Want juist als er vertrouwen is, als ex-gedetineerden het gevoel hebben dat zij worden geaccepteerd, zullen ze minder snel een nieuw delict plegen.”

Knol gelooft in tweede kansen voor oud-gevangenen. Het zijn geen monsters, het zijn mensen waarbij iets mis is gegaan. Ook bij Harry, tweevoudig moordenaar, die zoveel verdriet had toen zijn parkiet overleed. Hij heeft hem begraven. “Stom dat ik zoveel moeite doe voor een vogeltje terwijl ik wel iemand heb doodgemaakt”, zegt hij tegen Knol in de podcastserie. “Maar zo’n vogeltje is voor mij erg belangrijk. Dat andere was ... door omstandigheden.”

Omdat Knol gelooft in tweede kansen, was ze verontwaardigd over een uitspraak van een bewaker, die zei: “Als het lukt om iemand langer buiten de gevangenis te houden, langer op het rechte pad te houden en als het delict minder erg is, hebben we al iets bereikt”. Wat is dat voor instelling, dacht Knol. Nu, na het maken van de serie Buiten de Muren, begrijpt Knol de bewaker wel. “Ik ben iets van mijn naïviteit verloren.”

Toch, hopeloos is het allemaal niet, is de boodschap van Ramakers. Zij wil het positieve van de Nederlandse aanpak benadrukken. “Bijvoorbeeld in de manier hoe we hier omgaan met het strafblad”, zegt ze. “In de VS tik je een naam in en kan je zo nagaan of iemand ooit in de gevangenis heeft gezeten en voor welk delict. Dat is hier gelukkig anders. Als je voor een bepaalde baan een verklaring omtrent gedrag moet opvragen, kan alleen de persoon zelf dat opvragen. Op die verklaring komt dan te staan of de betreffende persoon het beroep mag uitvoeren, niet veel meer. Daarbij laat onderzoek naar sollicitatiebrieven zien dat een detentieverleden voor werkgevers geen reden is iemand af te wijzen. In de VS en andere landen is dat wel anders.”

Vergevingsgezind

Desondanks blijft het voor oud-gedetineerden lastig een betaalde baan te vinden. Dat heeft te maken met gebrek aan de juiste opleiding, werkervaring, niet weten hoe je naar werk zoekt en ook is de wil er niet altijd. Een jaar na vrijlating is het één op de vijf ex-gedetineerden gelukt een baan te vinden. Positief is dan weer dat van degenen die voor detentie een baan hadden één op de drie terugkeert bij de oude werkgever, stelt Ramakers. Zij zijn dus best vergevingsgezind als hun voormalig medewerker weer vrij is. “Daar zouden begeleiders en ex-gedetineerden meer gebruik van kunnen maken. Nu is het idee: laat ik maar niet aankloppen bij mijn oude baas, want die weet wat er is gebeurd.”

Voor veelpleger Bram zit een baan er niet snel in. Hij is iemand met ‘multiproblemen’. “Bram heeft ook psychische problemen”, zegt Knol. “Dat geldt voor 60 procent van alle gevangenen.”

Johan Bac, de directeur van Reclassering Nederland, ziet eveneens veel mensen met psychische problemen of verstandelijke beperkingen. “Dat is een grote groep”, zegt hij. “Deze mensen hebben ondersteuning nodig om hun gedrag te veranderen.”

Die taak ligt niet alleen op het bord van de reclassering. “Het spreekwoord is: it takes a village to raise a child”, zegt Bac. “Dat kan je vertalen in: it takes a village to prevent crime, want je hebt veel partijen nodig om ervoor te zorgen dat mensen uit de criminaliteit kunnen stappen. Schuldhulpverlening is er een, net als hulp bij wonen en de aanpak van psychische problemen. Als gemeenten, zorg en woningcorporaties intensiever zouden samenwerken, kunnen we de recidive verder omlaag brengen.”

null Beeld Harry Cock
Beeld Harry Cock

Langgestraften

Bij Bram wordt het humeur er niet beter op naarmate de dag van zijn vrijlating nadert. Hij is gespannen. Buiten voelt hij zich een opgejaagd dier. Binnen is er in elk geval stabiliteit. Hij hoeft niet op pad om zijn drugs te kunnen betalen. De methadon krijgt hij van de gevangenis. “Zijn leven is er overzichtelijk, hij kan er tekenen”, zegt Knol. “Nooit gedacht dat ik zo zou denken, want iedereen heeft zijn vrijheid nodig, maar bij Bram zie ik dat hij in zijn cel gelukkiger is dan daarbuiten.”

Bram en Harry zijn langgestraften. Dat is niet exemplarisch voor de gemiddelde gedetineerde. “De helft van alle celstraffen is korter dan een maand”, zegt Bac. “Hoe korter de straf, des te beter voor de resocialisatie. Maar er zit ook een nadeel aan korte straffen zoals ze nu in Nederland worden uitgevoerd”, zegt Bac.

“Een korte gevangenisstraf is te kort voor een goede gedragsverandering en lang genoeg om dingen kapot te maken. Mensen kunnen werk verliezen, woningen kwijtraken en in de schulden komen. Daarom pleit ik ervoor om de korte gevangenisstraf te vervangen voor bijvoorbeeld een werkstraf, al dan niet in combinatie met enkelbanden en intensief toezicht door reclassering. Dat is effectiever. Al zijn er grenzen natuurlijk. Er zijn draaideurcriminelen die blijven terugkomen. Op enig moment heb je alles geprobeerd en heb je geen alternatief.”

“Maar als je bedenkt dat 75 procent korter zit dan drie maanden, dan is er in mijn visie een grote potentie voor straffen met een enkelband, contactverbod, toezicht of gedragstraining die ze verplicht moeten volgen. Je ziet ook dat dit soort sancties effectiever zijn in voorkomen van recidive dan vrijheidsbenemende sancties als celstraffen. Na reclasseringstoezicht of een taakstraf recidiveert 34 procent, na gevangenisstraf 47 procent. Je moet slim straffen, niet per se streng. Een hoge gevangenisstraf hoort er soms bij. Maar je moet altijd blijven kijken met welke straf de samenleving het meest is gediend.”

Vergelding

Bac ziet rond celstraffen twee tegengestelde bewegingen. De ‘onderbuik van de samenleving’ zet in op strengere straffen. Een voorbeeld hiervan is het voorgenomen taakstrafverbod na geweld tegen gezagsdragers. Daardoor kan niet langer alleen een werkstraf worden opgelegd maar volgt altijd een celstraf.

“Tegelijkertijd, en dat is het ambivalente, voeren wij als reclassering 30.000 tot 35.000 werkstraffen per jaar uit. Dat doen we bij sportclubs, bejaardentehuizen, kringloopwinkels, Staatsbosbeheer, defensie. Er zijn voldoende organisaties die het zien zitten dat er iemand komt werken met een taakstraf. Daar zit het dus wel goed met het draagvlak. Dan de bevolking. We hebben onderzocht wat daar het draagvlak is. Twee derde van de ondervraagden vindt de werkstraf een goed alternatief voor de korte gevangenisstraf. Ook onder de bevolking is er dus steun.”

Bij Knol bijvoorbeeld, die liever meer taakstraffen ziet dan langere celstraffen. “Wij zeggen tegen gedetineerden: ‘Ga maar op de blaren zitten en nadenken over wat je hebt gedaan’. Zo werkt dat niet. Dat blijkt uit onderzoek en heb ik ook zelf gezien. Celstraffen zijn er als genoegdoening voor de maatschappij. Maar een kale gevangenisstraf doet niets voor de resocialisatie.”

Celstraffen zijn er dus vooral voor de vergelding. Geen onderdeel om te licht aan voorbij te gaan, vindt Ramakers. Vergelding gaat ook over genoegdoening voor slachtoffers, waarvoor nu veel aandacht is. Maar dat moet het denken over andere manieren van straffen niet in de weg staan, vindt Ramakers.

“Nederland zet vergeleken met andere landen vaak preventieve hechtenis in. Daarin zijn wij echt een uitschieter. Vooral bij jeugdigen trouwens. Je kunt je afvragen of dat echt nodig is. Vaak duurt het een tijdje voordat een verdachte voor de rechter verschijnt en zijn vonnis hoort. In de tussentijd zit hij preventief vast. Het komt vaak voor dat de rechter een celstraf oplegt die gelijk is aan de voorlopige hechtenis. Dat kan je anders doen. Bijvoorbeeld door net als in het buitenland een verdachte thuis op de strafzaak te laten wachten, met een enkelband.”

Creatief straffen

Bac is het daarmee eens. “Voorlopige hechtenis moet nooit een automatisme zijn. Je moet voor elk individu aantonen waarom iemand vast moet blijven zitten. Dat gebeurt ook, door de rechter. Toch heeft de Europese rechter ons op de vingers getikt omdat Nederland relatief makkelijk voorlopige hechtenissen verleent.”

Wie in voorlopige hechtenis zit, heeft minder vrijheden dan een veroordeelde. Er is geen dagprogramma, geen werk en nauwelijks tot geen begeleiding bij terugkeer naar huis. Daarnaast zit voorlopige hechtenis andere, creatieve straffen in de weg. “Als iemand twee maanden in voorlopige hechtenis heeft gezeten, heeft de rechter bijna geen andere keuze om die termijn als celstraf op te leggen”, zegt Bac.

“Kijk, als het om een ernstig delict gaat, is het logisch dat mensen vast blijven zitten. Maar bij lichtere zaken kunnen we echt alternatieven bieden. Met enkelbanden of door alvast te beginnen met een gedragstraining, in aanloop naar de strafzaak. Dan kan je namelijk ook beter de rechter informeren over hoe iemand het doet in afwachting van zijn zaak.”

null Beeld Harry Cock
Beeld Harry Cock

Terug naar Bram en Harry. Is de maatschappij beter geworden van hun lange straffen? “Van Bram vraag ik het me af”, zegt Knol. “Behalve dan dat hij twee jaar van de straat is geweest. Maar een beter mens komt er niet uit voort. Bij Harry weet ik het zo net niet. Als ik hem zo zie en hoor, geef ik hem een kans. Ik denk dat de celstraf hem wel goed heeft gedaan. Dat zit hem niet in de lengte. Twee jaar, vijf of negen. Het gaat er eigenlijk om dat je iemand uit zijn omgeving haalt, weghaalt van de verkeerde vrienden.”

Of het Bram en Harry lukt om hun leven ten positieve te keren, is te beluisteren in de podcastserie Buiten de Muren.

De echte namen van Bram en Harry zijn bij de hoofdredactie bekend.

Lees ook:

Onderzoek: Het speciale terreurteam van de reclassering is effectief

Wie is veroordeeld voor een terroristisch misdrijf gaat niet snel opnieuw de fout in. Zo’n 4,4 procent van de veroordeelden recidiveerde terwijl het toezicht van de reclassering nog liep. Bij andere vormen van criminaliteit is dat ongeveer 50 procent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden