InterviewPetra van Haren

Schoolleiders zijn een beetje als Hugo de Jonge: ‘Je doet het nooit goed’

Petra van Haren bij een presentatie in 2014, destijds net aangetreden als voorzitter van de  Algemene Vereniging Schoolleiders. Beeld Hollandse Hoogte / Jan de Groen
Petra van Haren bij een presentatie in 2014, destijds net aangetreden als voorzitter van de Algemene Vereniging Schoolleiders.Beeld Hollandse Hoogte / Jan de Groen

Weinig beroepen zijn het afgelopen jaar zo op de kaart gezet als dat van schoolleider. Als crisismanager moeten ze hun school de pandemie doorslepen. Het heeft in ieder geval wel geleid tot meer waardering, ziet Petra van Haren van de Algemene Vereniging van Schoolleiders.

Joost van Egmond

“Het zijn onmogelijke dilemma’s. Je doet het nooit goed.” Vertrekkend voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging van Schoolleiders AVS vraagt graag even begrip voor de beslissingen die haar achterban de afgelopen maanden aan de lopende band moest nemen.

Waar andere sectoren vaak strakke voorschriften kregen hoe de pandemie moest worden beteugeld, was er voor scholen, zeker na de lange lockdown van vorige winter, geregeld ruimte voor eigen afwegingen. Dat was iets waar de AVS ook op aandrong. “De situatie verschilt lokaal zo sterk, dat we die autonomie heel belangrijk vinden. Het aantal besmettingen is overal anders, elk schoolgebouw is verschillend. Het is heel fijn dat die lokale context mee mag wegen in besluiten.”

Schoolleiders hadden soms binnen hun eigen gebouw de rol die minister van volksgezondheid Hugo de Jonge landelijk speelt. Afstand houden, wel of geen mondmaskers, openblijven of dichtgaan, schoolleiders hebben er op enig moment allemaal zelf beslissingen over moeten nemen in het afgelopen jaar.

Onmogelijke momenten

“Als er weer een nieuwe richtlijn komt, gaat bij de schoolleider twee dagen onafgebroken de telefoon”, zegt Van Haren. Al die aandacht is niet altijd positief. “Neem de noodopvang. Daar was afgelopen week veel gedoe over. Ouders in niet-cruciale beroepen vonden het oneerlijk dat hun kind niet werd opgevangen terwijl ze wel naar werk moesten. Dan krijg je als schoolleider zo iemand op de stoep over een persoonlijke situatie. Dat zijn van die onmogelijke momenten.”

Ook vindt Van Haren dat ‘Den Haag’ op sommige terreinen wel wat meer regie kan pakken. “Die autonomie is fijn als de lokale context belangrijk is. Maar bij generieke maatregelen zoals mondkapjes leidde onduidelijkheid tot gedoe op scholen. Daar zit pijn bij de schoolleiders, want dat was niet nodig. En we wachten nog op een langetermijnvisie op corona voor de scholen. Die is echt nodig.”

Echt verontwaardigd wordt van Haren als het over de staat van schoolgebouwen gaat. Berucht zijn inmiddels de winterse lessen met open ramen wegens corona – “dat kost trouwens een halve leraar aan stookkosten”. Hoewel het ventilatieprobleem al meer dan een jaar op de kaart staat, is het in veel scholen nog steeds niet op orde.

“Dit speelt al veel langer”, zegt Van Haren. “Veel gebouwen zijn hopeloos verouderd. De oorzaak ligt in hoe het geld voor renovatie in het verleden verdeeld is, maar daar hebben deze leerlingen niets mee te maken. Hoe halen we het in ons hoofd om kinderen in een gebouw met de schimmels aan de muur te laten zitten. Als een ambtenaar in zo’n pand zat, zou het worden gesloten met een rood-wit lint eromheen. Los dit op, en ga later kissebissen hoe het gekomen is.”

Aandacht uit Den Haag

De zichtbare positie van schoolleiders zal wel hebben geholpen aandacht te krijgen, denkt Van Haren. “We staan nu prominent in het regeerakkoord. Dat geeft wel voldoening.”

Dat heeft ze in haar acht jaar bij de AVS ook anders meegemaakt. “In 2014 ging het nog alleen over besturen en leraren. Schoolleiders kwamen vaak letterlijk niet in de beleidsstukken voor. In discussies over het lerarentekort kwamen we vaak ook niet voor. Pas nu is het schoolleiderstekort echt becijferd. Het blijkt bijna 13 procent.”

“Die aandacht moet zich nu op de inhoud gaan richten. We willen allemaal dat de schoolleider onderwijskundig leiderschap geeft, maar intussen besteedt die leider veel tijd aan een kapot kopieerapparaat. Want wie moet het anders doen? Dan kan veel beter. We moeten stoppen met die roofbouw en investeren in schoolleiders en hun ondersteuning. Dat maakt ook een enorm verschil voor die 250.000 leraren.”

Dat maakt Van Haren niet meer zelf van dichtbij mee. Ze vertrekt met de jaarwisseling naar de Europese vereniging van schoolhoofden Esha. Daar wil ze vooral het delen van kennis promoten. “We vragen elkaar daar continu ‘hoe doen jullie dat?’. Dan blijkt ook dat we veel te leren hebben van de aanpak in landen als Noorwegen of Ierland. We zitten met het Nederlandse onderwijs erg op een eilandje, en dat is een gemiste kans.”

Lees ook:

Open of dicht, het kabinet moet het zeggen

Maandag hakt het kabinet de knoop door: gaan de scholen volgende week open of worden het weer lessen op afstand.

Onderwijs aan kwetsbare kinderen moet doorgaan, maar dat lukt niet altijd

Het speciaal onderwijs probeert ondanks de lockdown zoveel mogelijk fysiek les te geven, al wordt dat steeds moeilijker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden