ReportageSchaatsen

Schaatsen en glühwein in Giethoorn: ‘Het is voor het eerst weer een beetje gezellig’

Mensen schaatsen door het dorpje Dwarsgracht, vlak bij Giethoorn. Beeld Herman Engbers
Mensen schaatsen door het dorpje Dwarsgracht, vlak bij Giethoorn.Beeld Herman Engbers

In en rond het pittoreske Giethoorn werd zondag volop genoten van de laatste schaatsdag van het seizoen. Een welkome troost voor iedereen die snakte naar de geannuleerde wintersportvakantie.

De fanatieke schaatser is overal in Nederland gemakkelijk te herkennen. Aan de schaats natuurlijk (klapschaats bij voorkeur, of een ouderwets laag paar noren), aan de kleding (strak schaatspak, sjaal voor de mond en neus) en aan het vroege tijdstip waarop hij zich aan de waterkant meldt (bij zonsopgang het liefst, om nog voor het ijs kapotgeschaatst is een rondje te kunnen maken).

Ook in en rond Giethoorn melden zich zondagochtend vroeg de echte diehards. Op de Dwarsgracht bijvoorbeeld, en het kanaal dat uitkomt op het Nationaal Park Weerribben-Wieden. Links en rechts halen ze uw krabbelende verslaggever (niet de meest ervaren schaatser) in. Van blaren lijken zíj geen last te hebben. 

Het zijn mensen als Gerrit Pascal uit Zwolle, die in de vroegte voor zijn vrouw uit is geschaatst. “Ze heeft kunstschaatsen aan, dus dat gaat niet zo hard”, grinnikt hij. Of zoals Martin en Ilse Jutstra, uit Hoogeveen, die zelfs tienerdochter Anne-Roos zover kregen om vanochtend om zes uur op te staan en er rond halftien al een flinke tocht op hebben zitten. Ilse Jutstra laat op haar telefoon een filmpje zien van een paar uur eerder. Een rode streep waar de zon langzaam boven de weilanden uitkomt, geen mens in de buurt. “Prachtig toch?”, zegt ze. “Typisch Hollands”, voegt man Martin toe.

Schaatsers bij Giethoorn. ‘Mensen hebben dit zó nodig.’ Beeld Herman Engbers
Schaatsers bij Giethoorn. ‘Mensen hebben dit zó nodig.’Beeld Herman Engbers

De burgemeester van Steenwijkerland, de gemeente waar Giethoorn toe behoort, waarschuwde ruim voor het weekend al dat de gemeente de wegen naar het dorp zou afsluiten bij te grote drukte. De ijsvereniging mocht bovendien het ijs niet prepareren, zoals ze anders zou doen. Dat zou te veel mensen trekken. 

En dus moet de schaatser die het er desondanks op waagt de laatste schaatszondag ook regelmatig kleine stukken klunen om de slechte stukken ijs te vermijden. “Och, als je toch 40 kilo lichter bent”, verzucht een vader terwijl hij de beschermers om de ijzers doet, en de kant op stapt. Jaloers kijkt hij toe hij zijn twee jonge kinderen onder een brug door zoeven.

Bakje snert

Zeker in het dorp zelf is het ijs inmiddels bedekt met een flinke laag poederige sneeuw. Maar de schaatsers die hier rijden, komen dan ook vooral voor een glaasje chocolademelk, of een bakje snert, dat de restaurants aan het Binnenpad verkopen. Op de kant draaien ze hun gezicht in de zon en strekken ze de schaatsen vooruit. Niet alleen de skipakken die velen van hen dragen, maar ook de muziek op de achtergrond (‘doe mij maar bier, ieder kwartier’, en daarna ‘Sweet Caroline’), doen denken aan de wintersportvakantie die zoveel mensen hebben moeten missen dit jaar.

“Mensen hebben dit zó nodig”, verzucht Joost ten Vaarwerk. Zijn blauw-rode schaatspak van de Hengelose schaatsvereniging verraadt dat hij vroeger wedstrijden heeft gereden. De twintiger, chauffeur bij de Hema, zag net als iedereen veel niet doorgaan het afgelopen jaar. “Ik heb festivals moeten missen en ik zou een rondreis maken door Amerika”, vertelt hij. Nu hij even kan genieten van het buiten zijn, doet hij dat ook volop. 

Bij de glühweinkraam van restaurant Fratelli is hij inmiddels een oude bekende. “Weet je het zeker?”, grapt Maurizio Parrella als Ten Vaarwerk zijn alcoholische bestelling doet. Niet ten onrechte wellicht. Want hoe ervaren die laatste ook is, een demonstratie van zijn ‘Sven-Kramer-modus’, eindigde even daarvoor nog in een valpartij.

Schaatsers drinken een kop erwtensoep of chocolade om op te warmen. Beeld Herman Engbers
Schaatsers drinken een kop erwtensoep of chocolade om op te warmen.Beeld Herman Engbers

Hoewel de hotels dit weekend vol zaten en de auto’s langs het kanaal aantonen dat niet iedereen gehoor heeft gegeven aan de oproep om toch vooral in de eigen omgeving het ijs op te gaan, is het nergens echt druk. Hooguit daar waar lekkers te krijgen is. En toch: “We hoeven mensen er ook nauwelijks aan te herinneren dat ze afstand moeten houden”, zegt Arie-Willem Vermeij van Grand Café Fanfare. “Het is gewoon voor het eerst weer een beetje gezellig.”

Lees ook: 

De schaatstocht van 200 kilometer die al 24 jaar bestaat, maar nog nooit werd verreden

Het is bijna een mythe: de 200 kilometer lange Overijsselse Merentocht. Schaatsfanaten fluisteren dat hij de Elfstedentocht misschien wel overstijgt. Al 24 jaar liggen de draaiboeken klaar, maar de tocht is nog nooit verreden.

Coronaregels maken soms een voortijdig einde aan het schaatsplezier

Ligt er een keer prachtig ijs, sluiten gemeenten de toegang af. Ook schaatsers ontsnappen niet aan de coronaregels. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden