Rob Bolland. Beeld Maartje Geels
Rob Bolland.Beeld Maartje Geels

Tien GebodenRob Bolland

Rob Bolland: Ik kan zeker lastig zijn, maar ik ben geen leugenaar en oneerlijkheid verdraag ik niet

Twee jaar geleden kreeg zanger/componist Rob Bolland te horen dat hij ongeneeslijk ziek is. Die boodschap zorgde, na ‘twintig jaar gebakkelei’, voor een hereniging met zijn broer, de andere helft van Bolland & Bolland. Inmiddels heeft een akkefietje met het tv-programma Beste Zangers roet in het eten gegooid. ‘Ik hoef geen woord meer met Ferdi te wisselen.’

Arjan Visser

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Als acht-, negenjarige zat ik op de lagere school in Zuid-Afrika waar we iedere ochtend, in onze uniformpjes, op een groot veld verzamelden en Onward Christian soldiers zongen. Dat vind ik nog steeds een geweldig lied. Ik ben niet gelovig opgevoed, alhoewel mijn moeder wel boos werd als we vloekten omdat zoiets niet mocht van de Heer – maar als je mij nou vraagt: wat komt voor jou het dichtst in de buurt van het goddelijke, dan zeg ik: muziek. Sommige liedjes doen iets met je lijer, ze raken een zenuw; dát gevoel, dat is God voor mij.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Ik liep van het strand naar ons hotel in Durban – we woonden heel chique of heel scharrig, dat had met de omstandigheden van mijn ouders te maken waar ik je straks meer over zal vertellen – toen ik voor het eerst I Want to Hold Your Hand van The Beatles hoorde. Wow! Wat was dát? Zulke muziek wilde ik ook wel maken. En daar beroemd mee worden, zoals die drie zingende blonde jongetjes, geen idee meer hoe ze heetten, die in Zuid-Afrika heel erg populair waren. We zongen vaak. En graag. In het begin deed mijn vijf jaar oudere broer ook mee. We hebben als ‘The Swingkickers’ zelfs nog aan een of ander talentenjachtje meegedaan, maar toen we plotseling weer naar Nederland verhuisden, dachten we dat we onze kans gemist hadden. Die kids waren acht, negen en elf. Ferdi en ik waren, met onze twaalf en dertien jaar, voor ons gevoel al over the hill. We hebben later wel een paar singles gemaakt, maar uiteindelijk toch voor de componistenkant gekozen. De drang om gezien, erkend te worden is altijd gebleven, al had ik nooit alleen de uitvoerder van liedjes kunnen zijn; ik wilde óók net zo goed worden als Rodgers en Hammerstein of Goffin en King. Ik moest het alleen nog even waarmaken…

“Muziek, ik zei het je al, was mijn alles, maar dat gevoel is heel lang helemaal weggeweest. Het begon met de jaren waarin rechtszaken tegen Willem van Kooten – ja, komen we óók nog op, heerlijk dit! – mijn leven domineerden, gevolgd door een letterlijk donkere periode, kanker in mijn hoofd, 24 uur per dag in een verduisterde kamer, geopereerd, bestraald, chemo, niets meer aan te doen, maar toen ik twee jaar geleden, tegen alle verwachtingen in, niet dood bleek te gaan, vond ik de zin van mijn bestaan weer terug. In de liefde voor muziek.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Tijdens die zware jaren betrapte ik mezelf er op dat ik ineens naar allerlei stichtelijke liedjes wilde luisteren. De klanken bevallen me nog steeds – ik mag ook graag naar reportages van de EO-landdag kijken – maar als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat ik het moeilijk vind om die ‘the Lord is my Savior-teksten’ serieus te nemen. Laat staan dat ik ze zou kunnen zingen. Dat zou niet waarachtig zijn. Muziek staat voor mij, ongelovige, nog altijd boven God.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Als ik straks op de bank ga liggen, zal ik zo, boink, in slaap vallen. Ik laat me niet kennen, onderneem van alles, maar soms heb ik wel twee zondagen achter elkaar nodig om daar weer een beetje van bij te komen. In mijn hoofd ben ik zo enthousiast als een klein jochie, erop af!, maar mijn lijf zegt: nee, nú rusten!”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn ouders zijn in Nederland getrouwd. Mijn oudste broer werd hier geboren. Daarna zijn ze, vanwege mijn vaders werk, hij was ingenieur bij Shell, naar Zuid-Afrika verhuisd waar eerst ik en ruim een jaar later Ferdi werd geboren. Toen ik twee jaar oud was, keerden we tijdelijk terug naar Den Haag en daarvandaan vertrokken we naar Duitsland, waar mijn vader verliefd werd op zijn Duitse secretaresse. We verhuisden drie keer, steeds achter mijn vader aan, naar huizen die hij nog wel voor ons uitzocht, maar niet al te vaak bezocht. Ik herinner me dat ik altijd op hem zat te wachten. Mijn moeder heeft haar trouwring nooit afgedaan. Ze heeft nooit kunnen verdragen dat ze door hem in de steek was gelaten. Toen hij naar Zuid-Afrika vertrok, besloot ze hem wéér te volgen… Mijn vader leverde wel een financiële bijdrage, maar verder werden we min of meer aan ons lot overgelaten.

“Mijn moeder had al sinds haar zeventiende chronische gewrichtsreuma. Op een gegeven moment moest ze ook in het ziekenhuis worden opgenomen en werden wij bij twee oude dametjes geparkeerd. Toen ze werd ontslagen, ging die ‘achtervolging’ verder: van Durban naar Bloemfontein en van Bloemfontein naar Brakpan bij Johannesburg. Van camping naar hotel naar een soort compound waar buitenlanders werden opgevangen die moesten repatriëren. Mijn moeder had de ambassade gevraagd of die ons kon helpen terug te keren naar Nederland. Waar mijn vader toen was weet ik niet. We hadden nog een foto van hem in de krant van Durham zien staan, te midden van een paar schilderijen: hij was kunstschilder geworden.

“We betrokken een flat in Den Haag. Eindelijk een vaste plek, waar we vriendjes kregen en een leuke school bezochten. Ferdi en ik bouwden na een tijdje weer verder aan onze droom. In het keukentje speelden we eindeloos liedjes voor mijn moeder, die min of meer onze manager werd. Toen we vijftien en zestien waren, brachten we onze eerste single uit en in datzelfde jaar hadden we een optreden in Kijkduin, samen met Ben Cramer en Sandra & Andres. Ferdi werd verliefd op Sandra en trok een week later bij haar in. Dat betekende dat ik met mijn moeder achterbleef. Ze had zo’n beetje haar leven voor ons opgeofferd, haar fysieke toestand werd steeds slechter: ik kon haar niet in de steek laten. Ik heb, tot ze op haar 72ste zou komen te overlijden, bij haar in huis, boven of naast en zelfs later met mijn gezin nog bij haar in de buurt gewoond.

“Ik heb enorm veel respect voor mijn moeder. Ze had een uitgesproken mening, was rechtdoorzee – dat heb ik van haar – en kon lullen, jongen, dat is echt ongelooflijk. Eh, ja, dat heb ik óók van haar.

“Mijn vader? Dat is een heel ander verhaal. Hij is al op zijn 53ste gestorven. Toen Ferdi en ik enige bekendheid kregen, vond hij het ineens wél interessant een rol in ons leven te komen spelen. Zijn laatste bijdrage was een ritje naar Hilversum, waar we een evenementenbespreking hadden. Ferdi zat rechts van hem, ik zat op de achterbank. Ineens parkeerde mijn vader de auto in een bocht en begon allerlei rare geluiden te maken. Daar moesten we eerst nog wel om lachen, want hij maakte altijd grapjes, maar na een tijdje hield hij op met kreunen en bewoog niet meer… Ik sprong uit de auto, holde naar het ziekenhuis, een paar honderd meter verderop, om hulp te halen. Binnen een paar minuten waren we terug bij de auto, maar mijn vader was al overleden.

“Ik weet niet of ik heel lang om zijn dood heb getreurd. Wat ik me vooral van hem herinner, is dat hij nooit, of te laat, kwam opdagen. En uiteindelijk is hij ook, typisch iets voor hem, te vroeg voorgoed vertrokken.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Het begon met een dingetje op mijn lip. Nadat ze daar een beetje in hadden gehakt, werd kanker geconstateerd en besloten ze de linkerkant van mijn gezicht te opereren. Onderlip weg, stuk van mijn tong eraf en een hap uit mijn kaak. Daarna volgde de bestraling. Toen bleek het ook rechts te zitten: nieuwe bestraling… Een volgende operatie werd afgezegd: de tumor had zich aan een kaakzenuw gehecht en er waren inmiddels uitzaaiingen in de hersenen geconstateerd. Er was niks meer aan te doen. Uitbehandeld. Hoe het verder zou aflopen wisten ze ook niet. Ik moest het gewoon maar afwachten. Ik heb tegen mijn gezin gezegd: zodra ik een blok aan jullie been word, zal ik om euthanasie vragen. Daar willen ze niets van weten, natuurlijk. En ik raas voorlopig nog wel even door, al ben ik me er, door die steeds erger wordende pijn, zeer goed van bewust dat ik zo langzamerhand iets zal moeten gaan regelen.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Toen ik mijn vrouw had voorgelegd dat je mij, in dit verband, zou kunnen vragen of ik weleens was vreemdgegaan, zei mijn vrouw dat ik eerlijk moest zijn. Niet liegen! Dus ja, ik heb mijn vrouw bedrogen. Het is al lang geleden, ik heb het opgebiecht, spijt betuigd, maar de pijn is er nog steeds. Ik heb iemand gekwetst van wie ik enorm veel houd. Het ging niet slecht in mijn huwelijk, ik was niet onder invloed van verdovende middelen of zo, nee, het gebeurde gewoon. En het had beter niet kunnen gebeuren. We hebben het gered, dat is waar, maar het is net zoiets als de oorlog in gaan en een been verliezen. Je kunt met één been nog prima functioneren in de maatschappij, maar het was beter geweest om helemaal niet aan die oorlog mee te doen.”

VIII Gij zult niet stelen

“Het gevolg van mijn jarenlange juridische strijd over auteursrechten met mijn voormalige uitgever Willem van Kooten en Buma/Stemra (sinds 2008, AV) is dat ik inmiddels als een soort gekkie wordt gezien. Laat het toch rusten, zeggen ze, maar het gaat niet alleen over de miljoenen euro’s die ik ben misgelopen doordat Willem de buitenlandse rechten voor veel van onze nummers niet aan ons heeft doorbetaald – die gegevens heb ik zwart op wit omdat ik erbij mocht zijn toen Willems boekhouder de cijfers over de periode van 1985 tot 2010 liet zien – of het onder één hoedje spelen van de vrienden Hein van der Ree – voorheen directeur Buma/Stemra, nota bene de organisatie die mijn belangen zou moeten behartigen – en Willem van Kooten, maar vooral over de enorme onrechtvaardigheid die hier speelt.

“En dan doet zich nóg een merkwaardig geval voor: er is nu een Nederlandse onderneming, Pythagoras geheten, die muziekrechten koopt en verhandelt. Een van de initiatiefnemers is John Ewbank. Een ander directielid is Hein van der Ree, de man tegen wie ik jarenlang heb gestreden bij Buma/Stemra en dan heb je nog een onbezoldigde chairman, ja hoor: Willem van Kooten. Ik heb John Ewbank geschreven en gevraagd of we een kop koffie konden drinken om over die rechten te praten. Zijn antwoord: ‘Los jij eerst je problemen met Willem van Kooten maar op’. De brief die ik hem vervolgens stuurde, kreeg ik ongeopend retour. E-mails bleven onbeantwoord. Hoe kan ik iets oplossen met Willem, die bij Pythagoras in het bestuur zit, over de rechten die hij inmiddels aan diezelfde onderneming heeft verkocht? Het is Kafka.

“Dat ik al minstens twee jaar over mijn limiet heen ben, is natuurlijk een groot nadeel voor die mensen. Wanneer gaat die Bolland nou eindelijk eens dood? Dan zijn we d’r vanaf. Nou, ik kan je zeggen dat deze zaak nog tijdens mijn leven zal worden opgelost. De gaten in de boekhouding van Van Kooten zijn door een groot administratiekantoor gecheckt, ik heb goede advocaten op de zaak zitten, dus ik ga ervanuit dat Pythagoras geen imagoschade wil oplopen en met een faire beslissing zal komen. Van Van Kooten verwacht ik niets. Die man zal, om Barry Hay te citeren, met een hernia nog een dubbeltje oprapen.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Wat ik je nu ga vertellen zou een welles-nietes-verhaal kunnen zijn, ware het niet dat ik wát er is gezegd op band heb staan. Het begint zo: Koos van Dijk, onze manager, had ons twee keer aangeboden aan het AvroTros-programma Beste Zangers. Er was geen plek, zeiden ze. Ik belde met de producent, Frank Timmer, en die zei toen letterlijk dat hij geen terminaal zieke patiënt op zijn Beste Zangers-bank wilde hebben. Hij ontkende later zoiets gezegd te hebben, maar ik kan de opnames laten horen, als je wil. Anyway. Later bleek dat ze alleen Ferdi hadden gevraagd – begrijp je dat nou? Het is toch Bassie én Adriaan, Peppi én Kokki? – die daar vervolgens niets over tegen mij had gezegd, vermoedelijk omdat hij het met Timmer op een akkoordje had gegooid. Het was de zoveelste judasstreek die Ferdi me heeft geleverd. We waren vanwege die kankertoestand van mij, na twintig jaar gebakkelei op de vierkante centimeter, net weer ‘herenigd’, maar dit lijkt me een goed moment om te zeggen: zo is het genoeg. Zakelijke dingen handel ik netjes af, maar ik hoef verder geen woord meer met hem te wisselen. Hand in eigen boezem: ik kán lastig zijn, absolutely, maar ik ben geen leugenaar en oneerlijkheid verdraag ik niet.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Laatst was ik bij een concert van Harry Styles in Ziggo Dome, waar voorafgaand aan het optreden allerlei hits werden gedraaid om de boel een beetje op te warmen. Op een gegeven moment kwam Bohemian Rhapsody van Queen voorbij en ál die kids van zestien, zeventien jaar zongen het woordelijk, met steeds precies de juiste toonhoogte, mee! Dan denk ik: fuck zeg… wat een kwaliteit! Jaloersmakend, ja, maar vooral: inspirerend. Dat is exact waarom ik leef; om ooit nog zó’n nummer te kunnen maken. Een lied dat alles overstijgt en je middenin je donder weet te raken.”

CV

Rob Bolland (Port Elizabeth, Zuid Afrika, 1955) vormde met zijn jongere broer Ferdi het duo Bolland & Bolland. Met zijn eigen band, ‘Rob Bolland & Friends’, speelt hij op 14 augustus tijdens het Haagse Beat Festival in het Zuiderparktheater en op 4 september tijdens het Uit Festival, eveneens in Den Haag.

Lees ook:

Bolland start meldpunt voor klachten over Buma Stemra

Componist Rob Bolland en een groep medegedupeerden die hem steunen, kondigen dinsdagmiddag na de zitting van de Rechtbank in Haarlem, de Top 10 eisen en doelen van hun nieuwe organisatie ‘KleanMusik’ aan. Daarbij kondigt de organisatie ook de start van een onafhankelijk landelijk Buma-Stemra klachtenmeldpunt aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden