KPMG-rapport

Rapport: Nederland laat in het coronabeleid veel steken vallen, maar presteert niet slecht

Premier Mark Rutte spreekt in maart 2020 op televisie het land toe over het coronavirus. Daar begint de verwarring al over het beleid dat Nederland voert.  Beeld ANP
Premier Mark Rutte spreekt in maart 2020 op televisie het land toe over het coronavirus. Daar begint de verwarring al over het beleid dat Nederland voert.Beeld ANP

KPMG publiceert donderdag een tussentijdse evaluatie van het Nederlandse coronabeleid, met een flinke lijst verbeterpunten.

De kritiek die accountantskantoor KPMG heeft op het Nederlandse coronabeleid is fors. Een greep uit de lijst: te snelle versoepelingen, te laat ingrijpen als het verkeerd gaat, onduidelijke communicatie over het gevoerde beleid, sturen op ziekenhuiscapaciteit in plaats van op zo min mogelijk besmettingen, traag met mondkapjes en het testen. Ondanks deze lijst aan kritiekpunten heeft Nederland het Europees gezien niet eens slecht gedaan. Als de onderzoekers van KPMG kijken naar sterfte en economische schade komt Nederland uit in de Europese middenmoot.

“Nederland heeft een gemiddelde prestatie geleverd”, zegt onderzoeker van KPMG David Ikkersheim. “Het had beter gekund, maar ook slechter.”

Strenger beleid België leidde niet tot minder sterfte

Beter, dat deden Noorwegen, Denemarken en Finland. De sterfte was er lager, het economisch herstel beter. Die landen hanteerden na de eerste uitbraken een harde aanpak om verspreiding van het virus tegen te gaan. België was eveneens strenger dan Nederland, maar dat land heeft niet minder sterfte. Daarbij is de economische schade ook nog eens groter. Ook landen als Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Portugal en Italië leden meer gezondheids- en economische schade dan Nederland.

De belangrijkste kritiek van KPMG is dat Nederland stuurde op de ic-capaciteit. Maar ophogen van de ic-capaciteit leidt paradoxaal genoeg alleen maar tot meer gezondheidsschade, stelt KPMG. Door te sturen op de ziekenhuizen wordt pas ingegrepen als de bedden vol liggen. Oftewel: hoe hoger de ic-capaciteit, des te later beperkende maatregelen ingaan die verspreiding van het virus en dus nieuwe slachtoffers voorkomen.

Doel van het beleid werd nooit helemaal duidelijk

Ook nu stuurt het kabinet nog op de ic-capaciteit. Meer dan ooit zelfs, omdat besmetting minder vaak tot ernstige ziekte leidt. “Dat is in deze situatie ook wel logisch”, zegt Ikkersheim, “omdat iedereen de kans heeft gehad zich te laten vaccineren. Er is een minder duidelijke koppeling tussen het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames.”

Ondanks alle debatten in de Tweede Kamer en de persconferenties is nooit helemaal duidelijk geworden wat het doel was van het coronabeleid. “Eén punt dat in de bredere evaluaties zoals de mogelijke parlementaire enquête niet mag ontbreken, is het (bewuste) gebrek aan klare taal rondom de Nederlandse beleidsdoelen, specifiek het vertoonde woordenspel met termen als groepsimmuniteit, maximaal controleren, mitigeren en indammen door kabinet, RIVM en OMT”, staat in het rapport van KPMG. De onderzoekers raden aan voortaan internationaal geaccepteerde termen te gebruiken als mitigeren (rondgaan van het virus), indammen of eradicatie.

Waarom traag met testen

Mist was er ook rond de vraag waarom Nederland zo laat was met verspreiden van beschermingsmiddelen in ziekenhuizen, verpleeghuizen en in de thuiszorg. En waarom het testen zo traag op gang kwam. Dat komt door schaarste, hebben diverse betrokkenen eerder laten weten in de media. Maar vanuit het kabinet is altijd ontkend dat schaarste een rol speelt. “Ik denk dat daar een parlementaire enquête voor nodig is om de onderste steen boven te krijgen”, zegt Ikkersheim. “Wij schrijven overigens dat schaarste een legitiem argument is om te prioriteren, maar wees daar wel helder over. Doe je dat niet, dan ondergraaf je het vertrouwen in adviezen en beleid.”

Het kabinet koos bij grote beslissingen over bijvoorbeeld versoepelingen voor het ‘optimistische scenario’, concludeert KPMG. Vaak tegen de geldende wetenschappelijke consensus in paste Nederland niet het voorzorgsprincipe toe.

Bij een FFP1-mondkapje bestaat geen twijfel over de effectiviteit

Zo adviseerde de Wereldgezondheidsorganisatie WHO een indambeleid te voeren, terwijl het kabinet koos voor mitigatie. De WHO benadrukte ook te testen, testen en nogmaals te testen. Maar die urgentie was niet terug te vinden in het kabinetsbeleid, wellicht vanwege de eerder genoemde schaarste. KPMG noemt ook de langzame invoering van mondkapjes “terwijl het RIVM/OMT ook een FFP1-mondneusmasker had kunnen adviseren waarover geen twijfel bestaat wat betreft de effectiviteit. Het meest recente voorbeeld betreft de versoepelingen van 30 juni, waarbij in plaats van gradueel te versoepelen voor een ‘big bang’ is gekozen met een te snelle stijging van het aantal besmettingen tot gevolg, waardoor een deel van de bevolking besmet raakte voordat het de kans had gehad zich (volledig) te laten vaccineren.”

In juli dit jaar, toen de besmettingen in recordtempo omhoogschoten, waarschuwde het kabinet ineens voor long covid. Op dat moment was al langer bekend dat grote groepen covid-patiënten langdurig klachten houdt. Zo concludeert een Noors onderzoek dat zes maanden na milde covid 52 procent van de jongeren tussen zestien en dertig jaar oud klachten houdt.

In Nederland constateert het RIVM dat in de leeftijdsgroep van 40-69 jaar zo’n 40 procent lijdt aan long covid. “In welke mate deze klachten op lange termijn alsnog verbeteren is onduidelijk”, aldus KPMG, “maar indien dit niet of maar beperkt het geval zal zijn, is deze impact mogelijk in te geringe mate meegewogen in de Nederlandse coronastrategie, die eruit bestond het virus gecontroleerd rond te laten gaan”. Anderzijds erkent KPMG ook dat de druk om te versoepelen vanuit de samenleving groot was. “In die zin heeft het kabinet wellicht geluisterd naar de samenleving, maar met mogelijkerwijs uiteindelijk negatieve langdurige gevolgen voor een groot deel van de bevolking.”

Luister niet naar ziekenhuislobby

Kritiek heeft KPMG ook op de ziekenhuislobby, die onder aanvoering van ic-baas Diederik Gommers en de voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg Ernst Kuipers ervoor zorgde dat ziekenhuispersoneel voorrang kreeg bij vaccinatie, tegen het advies van de Gezondheidsraad in. “Ik denk dat er veel draagvlak was in de maatschappij om zorgpersoneel met voorrang te vaccineren”, zegt Ikkersheim.

“Nederland heeft als eerste een 38-jarige verpleegkundige gevaccineerd, terwijl 80-plussers moesten wachten. Dat heeft tot gezondheidsschade geleid. Uit de data blijkt dat de beschermingsmiddelen in de ziekenhuizen goed werken. Er waren nauwelijks besmettingen in het ziekenhuis toen de beschermingsmiddelen er waren. Dus voortaan luisteren naar de Gezondheidsraad.”

Lees ook:

Nederland doet het best goed in de coronacrisis

Peter van Bergeijk, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit en auteur van het pas verschenen boek Pandemic Economics, is niet somber gestemd over het Nederlandse beleid. “We vergeten hoeveel beter het gaat dan we hadden kunnen verwachten”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden