null

Cold case

Politie zet DNA-onderzoek in om een zedenmisdrijf uit 2010 op te lossen

In 2010 werden twee minderjarige meisjes onder dreiging van een mes verkracht. Een grootschalig DNA-onderzoek moet de politie nu alsnog helpen de dader te vinden.

Judith Harmsen

Met een grootschalig DNA-onderzoek in de omgeving van Rotterdam hoopt de politie de dader van een ernstige zedenzaak uit 2010 op te sporen. Kort na elkaar werden destijds in Schiedam en Vlaardingen twee meisjes (van 13 en 15 jaar oud) in een kelderbox verkracht. Een derde meisje (16 jaar) wist te ontkomen. De dader werd niet gevonden.

Nu wil de politie het DNA van tientallen mannen uit de regio onderzoeken. De eerste veertig krijgen maandag een uitnodiging om deel te nemen. Het gaat om mannen die in 2010 in de buurt van de slachtoffers woonden en die voldoen aan het signalement van de dader. Deelname aan het DNA-onderzoek is niet verplicht en de politie benadrukt dat de mannen geen verdachten zijn in de zaak.

Holobox

Vorig jaar maakte de politie op basis van een compositietekening al een driedimensionaal beeld van de dader. Deze levensechte ‘holobox’ werd onder meer vertoond in tv-programma Opsporing Verzocht. In totaal kwamen daarna meer dan driehonderd tips binnen, die door de rechercheurs zijn doorgenomen en zijn gebruikt bij het samenstellen van een lijst met tientallen namen van mannen van wie de politie graag DNA zou verkrijgen.

Als die mannen meewerken aan het onderzoek, wordt hun DNA vergeleken met het DNA dat de dader in 2010 achterliet. Daarna wordt het materiaal weer vernietigd. De politie hoopt zo vooral namen weg te strepen. In een persbericht zegt René Bergwerff, leider van het coldcaseteam, dat hij zich kan voorstellen dat de mannen die benaderd worden vragen hebben. “Meewerken aan het DNA-onderzoek is voor een goed doel: het vinden van de man die de ernstige zedenmisdrijven op zijn geweten heeft. De personen van wie namen zijn genoemd, kunnen natuurlijk nooit allemaal de dader zijn. Dan is DNA een heel praktisch selectiemiddel.”

Het is niet voor het eerst dat de politie grootschalig DNA-onderzoek inzet als onderzoeksmiddel in een coldcase. Eerder gebeurde dat onder meer in de zaak van de in 1999 vermoorde Marianne Vaatstra. In 2000 werd in die zaak al eens 150 mannen om hun DNA gevraagd. Het ging voornamelijk om mensen uit Marianne’s kennissenkring en mensen uit de buurt die in de politiesystemen voorkwamen. Dat onderzoek leverde niets op.

Verwantschapsonderzoek

Toch werd in 2012 nogmaals DNA-onderzoek gedaan. In dat jaar kreeg de politie namelijk wettelijk toestemming om verwantschapsonderzoek te doen. Dat houdt in dat het DNA-materiaal dat mensen inleveren ook kan worden gebruikt om te kijken of zij mogelijk familie zijn van de dader. Ruim 8000 mannen uit de omgeving Zwaagwesteinde, in Friesland, werd gevraagd DNA in te leveren. Dat onderzoek leidde uiteindelijk naar Jasper S., die de moord uiteindelijk bekende.

Ook in de zaak van de 11-jarige Nikki Verstappen werd een grootschalig verwantschapsonderzoek gedaan. De politie in Limburg vond via die weg twee verre verwanten van Jos B., die uiteindelijk voor de moord werd veroordeeld.

Het DNA dat vrijwilligers afstaan in de zedenzaak in Schiedam en Vlaardingen wordt overigens niet op verwantschap onderzocht. In een persbericht schrijft de politie dat het Nederlands Forensisch Instituut het DNA ‘een-op-een’ zal vergelijken met het DNA-materiaal van de dader.

Lees ook:

Slecht nieuws voor daders: een nieuwe methode zet het forensisch DNA-onderzoek op z’n kop

Ruim dertig jaar na de eerste Nederlandse zaak waarin DNA-bewijs werd gebruikt, is er een nieuwe doorbraak. Met MPS kan een klein DNA-spoor al leiden tot kennis over haarkleur, oogkleur en herkomst.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden