null

Ongelijke behandeling

Politie en Belastingdienst erkennen institutioneel racisme. Hoe moet het nu verder?

Beeld Suzan Hijink

Racisme binnen de Belastingdienst en de politie is ‘institutioneel’ en ‘structureel’, zeggen de organisaties zelf. Hoe zijn ze daartoe gekomen? En wat betekent het voor de relatie tussen burger en overheid?

Robin Goudsmit

Je zou ze best de ruggengraat van Nederland kunnen noemen. De politie en de Belastingdienst doen iets heel anders, maar zijn cruciaal voor het dagelijks functioneren van het land. De Belastingdienst mag als de kassa van de staat geld eisen van burgers. En de politie mag als enige geweld gebruiken namens de overheid.

Maar juist bij deze twee organisaties ging het de afgelopen jaren op een pijnlijke manier mis. Burgers met een niet-Nederlandse achtergrond belandden bij de Belastingdienst structureel vaker in het fraudebakje, terwijl ze onschuldig waren. En de politie kwam de afgelopen jaren in opspraak vanwege racistische appgroepen en agenten van kleur die op hun werk gediscrimineerd en gepest werden.

In de afgelopen weken deden beide organisaties daarom een poging om eens goed in de spiegel te kijken. Bij de politie werd racisme binnen de eigen gelederen ‘structureel’ genoemd, bij de Belastingdienst was sprake van ‘institutioneel’ racisme.

Bij zowel de Belastingdienst als de politie was de druk om toe te geven dat er sprake was van racisme flink opgevoerd door burgers, politici en media. Maar wat is er precies bereikt met deze definities, en kunnen de organisaties het vertrouwen van de burger terugwinnen?

De politie: een harde, masculiene cultuur zorgt voor structureel racisme

In het hoofdkantoor van de politie in Utrecht kun je niet om de missie van de politie heen, maar je kan er wel onderdoor lopen. Bovenin de entreehal hangt in grote letters de tekst van artikel 1 van de grondwet: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld”.

Dat dat artikel binnen de politie niet altijd wordt nageleefd, gaf de organisatie de afgelopen weken in niet mis te verstane bewoordingen toe. Politiechef Martin Sitalsing, tevens portefeuillehouder diversiteit, noemde het racismeprobleem bij de politie eind mei ‘structureel’. Plaatsvervangend korpschef Liesbeth Huyzer stelde dat agenten die zich racistisch of discriminerend gedroegen, altijd bestraft zouden worden. Ontslag zou voor die agenten nu een mogelijke optie zijn, beloofde ze.

Huyzer en Sitalsing zeggen nu dat het maatschappelijke klimaat hun stellingname heeft beïnvloed. Huyzer: “Als je inzoomt op racisme zie je dat de maatschappij aan het veranderen is. Veel minderheden zijn op een punt gekomen dat ze zeggen: tot hier en niet verder, dit moet anders.”

Volgens Huyzer zorgden in 2019 de onthullingen van NRC over racistische appgroepen van agenten voor een ‘schokgolf’ binnen de organisatie. Uit onderzoek van de krant bleek dat agenten op Whatsapp racistische scheldwoorden gebruikten voor burgers.

De conclusie uit die gebeurtenissen was dat bestaande anti-discriminatieprogramma’s niet genoeg hielpen, zegt Huyzer. “Je kan pas effectief zijn in je werk als politie als het team ook veilig en inclusief is. Maar dat kan alleen als leidinggevenden zich verantwoordelijk voelen. Dat was onvoldoende het geval.”

Ook de moord op de Afro-Amerikaanse George Floyd door twee agenten hakte er bij de Nederlandse politie in. Sitalsing postte destijds een foto in knielende pose, een symbool voor protest tegen racisme. De reacties waren toen gemengd. “Sommige collega’s vroegen zich af: wat betekent dit voor onze neutraliteit?”

Maar nu hij racisme binnen de politie structureel heeft genoemd, zijn de reacties begripvoller, stelt hij. Hij deed zijn uitspraken naar aanleiding van de documentaire De Blauwe Familie, waarin agenten vertellen over het racisme dat ze hebben meegemaakt binnen de politie. Met ‘structureel racisme’ bedoelt hij niet dat de politie een racistische organisatie is, verduidelijkt Sitalsing. “Het structurele karakter zit ‘m erin dat er op veel plekken in de organisatie elementen zijn die discriminatoir zijn. Van de ‘humor’ in een team die als stoom afblazen wordt gezien tot discriminatie in een selectieprocedure.”

Hij en Huyzer denken dat van oudsher een masculiene, ietwat harde cultuur de norm is bij de politie. Een cultuur waarbij een grapje moet kunnen en je niet meteen aan de bel trekt als je gekwetst bent. En een cultuur waarin ‘boeven vangen’ beloond wordt en praten met buurtvaders minder snel wordt gewaardeerd. Sitalsing: “Het is een familiecultuur, van een geintje in de kantine. Mensen komen werken bij de politie omdat ze mensen kennen die dat ook doen. Maar die cultuur is ook eenvormig en moet veel diverser worden.”

Alhoewel er in de samenleving aan de ene kant emancipatie plaatsvindt en meer ruimte is voor praten over racisme, is er ook een andere kant waarbij de maatschappij juist verhardt, denkt Sitalsing, die zelf van Surinaamse afkomst is. “Als je kijkt naar wat er op televisie en in de politiek allemaal geroepen wordt en mag worden geroepen over minderheden in vergelijking met dertig jaar geleden, dan voel ik mezelf ook aangesproken. Ik heb kinderen die studeren die tot op de dag van vandaag als pinda worden aangesproken. Dat ze de strijd aan moeten om te laten zien dat ze erbij horen, vind ik heel pijnlijk om te moeten constateren.”

Hij vervolgt: “Mijn kinderen zou ik niet kwetsbaar willen noemen. Maar als mensen met een niet-Nederlandse achtergrond die wel kwetsbaar zijn zich niet veilig voelen, dan moeten wij als politie echt aan de bak. En als het racisme ook nog naar binnen sluipt terwijl wij het geweldsmonopolie in handen hebben, dan hebben we niet één maar twee stappen te zetten.”

Huyze is het daarmee eens: “Als de samenleving ons niet vertrouwt, staat de rechtsstaat onder druk. We kunnen het ons niet veroorloven om niks te doen.” Aan de andere kant denkt ze ook dat het racisme bij de politie niet uniek is. “Alle organisaties in Nederland en in de hele westerse wereld moeten veel beter onder ogen zien wat er aan racisme in de organisatie zit.”

Ze zegt dat er veel schaamte is bij de politie naar aanleiding van De Blauwe Familie. “Het was echt niet leuk. Maar als de schaamte ons kan helpen om in beweging te komen, dan zeg ik: dankjewel en laten we het omarmen.”

null Beeld Suzan Hijink
Beeld Suzan Hijink

De Belastingdienst: na ‘een leerproces’ toch institutioneel racisme

‘Sociologisch jargon’ noemde Mark Rutte institutioneel racisme nog in 2020 tijdens een debat naar aanleiding van de Black Lives Matter-beweging. “De maatschappelijke discussie wordt gekaapt door termen waardoor een groot deel van de bevolking denkt: waar hebben ze het over”, zei hij. “Ik vind het vermoeiend dat het snel verwordt tot een ingewikkeld sociologisch debat.”

Maar twee jaar later lijkt het begrip toch behoorlijk ingeburgerd. Vorige maand kwam het hoge woord er bij de Belastingdienst uit; er was wél sprake geweest van ‘institutioneel racisme’ bij een deel van de fiscus. Mensen met een niet-Nederlandse achtergrond waren stelselmatig onterecht als fraudeur aangemerkt. Daar paste deze definitie bij, aldus de staatssecretaris in een Kamerbrief.

Dat was niet zonder slag of stoot gegaan. Het definiëren van racisme was ‘een leerproces’, aldus Van Rij. In februari stelde hij nog dat institutioneel racisme ‘het stelselmatig en bewust vernederen van een bevolkingsgroep’ betekende. Dat was bij de Belastingdienst niet aan de hand, stelde hij.

De Belastingdienst had slechts ‘discriminatoir’ gehandeld, vond de staatssecretaris. De kersverse Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, Rabin Baldewsingh, vond echter dat dat niet genoeg was. “Bij de Belastingdienst was een lijst met criteria om fraude op te sporen: donaties aan de moskee, nationaliteit. Er was hier per definitie sprake van institutioneel racisme.”

Uiteindelijk kwam Van Rij tot dezelfde conclusie. Dat is ‘hard aangekomen bij de Belastingdienst’, laat een woordvoerder nu weten. Maar alhoewel er medewerkers zijn die door de brief van de staatssecretaris extra gemotiveerd zijn om fouten te herstellen, zijn er ook ‘collega’s die vragen hebben en zich niet herkennen in de conclusies uit de Kamerbrief van Van Rij. Soms ook door daar fel afstand van te nemen’. En er zijn volgens de woordvoerder ook tal van medewerkers die zich niet zoveel van de nasleep van het toeslagenschandaal aantrekken, omdat ze simpelweg op een andere afdeling werken.

De reacties zijn bovendien niet nieuw, zegt de woordvoerder. “Al deze perspectieven zien we vaker wanneer er nieuws over de Belastingdienst is.”

SP-Tweede Kamerlid Renske Leijten weet niet precies wat er intern bij de Belastingdienst is veranderd waardoor nu wél gesproken kan worden over institutioneel racisme. Maar ze vindt wel dat de Belastingdienst ‘lang over de erkenning heeft gedaan’. “Ze hebben het voor zich uit geschoven. De strategie was altijd om het toeslagenschandaal kleiner maken. Eerst zou het gaan om 300 slachtoffers, toen maar over een periode van twee jaar, en toen slechts over een gedeelte van de fraude-afdeling.”

Volgens Leijten heeft vooral druk van buiten gezorgd dat de Belastingdienst naar binnen moest kijken. “Steeds weer kwamen er publicaties, of doken er stukken op die lieten zien dat het wel degelijk groter was.” Ze hekelt het gebrek aan transparantie van het kabinet. “De Belastingdienst is niet de enige plek waar dit gebeurt. Er wordt op tal van plekken etnisch geprofileerd. Ook de IND draaide bijvoorbeeld een systeem waarbij bedrijfsbesturen werden verdeeld in niet-Westers en westers. Dat ontdekte Argos. Maar wat me stoort, is dat wij als Kamerleden dat dan via de media moeten vernemen.”

Ze denkt niet dat de kous met een nieuwe definitie is afgedaan. “De hele overheid is zo vormgegeven.”

Groot grijs gebied

Zowel bij de Belastingdienst als bij de politie is nog niet helemaal duidelijk hoe de maatregelen tegen racisme en discriminatie precies zullen werken. “Toezicht is en blijft mensenwerk, en daar hoort aandacht voor dilemma’s en ethiek in het dagelijks werk nadrukkelijk bij”, schrijft de woordvoerder van de Belastingdienst. De Dienst onderzoekt nog hoe de ‘rechtmatigheid en de transparantie van de risicoselectie gegarandeerd kunnen worden’.

Ook bij de politie moeten sommige dingen nog worden uitgezocht. “Een zero-tolerance-beleid is helder als je het over drugs hebt”, zegt plaatsvervangend korpschef Liesbeth Huyzer. “Je hebt een pil of geen pil. Met racisme is het anders.”

Volgens haar is de context van een overtreding belangrijk. “Je moet ook meewegen: hoe staat iemand bekend, is iemand zich bewust van wat hij heeft gedaan of bereid om excuses aan te bieden? We hebben gezegd dat het slechts eenduidig is vast te stellen. Er volgt altijd een sanctie en zo nodig ontslag. Maar er blijft sprake van een groot grijs gebied.”

70 procent van de Amsterdamse bedrijven weet niet wat te doen bij discriminatie

Maar liefst zeventig procent van de Amsterdamse bedrijven reageert niet adequaat op discriminatie op de werkvloer. Dat blijkt uit onderzoek van het lokale Meldpunt tegen discriminatie. Bedrijven bagatelliseren klachten over discriminatie, of doen een discriminerende opmerking af als een grap. Het Meldpunt analyseerde voor het onderzoek 125 dossiers uit 2018, 2019 en 2020.

Om discriminatie bij bedrijven tegen te gaan, richtte gedragswetenschapper Marjorie Esajas het Fyjas Discriminatie en Racisme Keurmerk op. Dat het misgaat bij bedrijven is niet altijd een teken van kwade wil, licht ze toe. “Het is niet dat ze niets willen doen, maar ze weten vaak gewoon niet wat ze met een melding van discriminatie aan moeten.”

Esajas denkt dat werkgevers daarom ‘handvatten’ nodig hebben om op te kunnen treden tegen ongelijke behandeling. Die moet het keurmerk, dat deze week werd gelanceerd, gaan bieden. Bedrijven kunnen het keurmerk verdienen door middel van een audit, een onafhankelijk onderzoek naar de anti-discriminatiemaatregelen. Volgens Esajas is het een overzichtelijke procedure. “Werkgevers hoeven niet te zwemmen, het is heel concreet.”

“Om eerlijk te zijn ben ik er klaar mee dat we praten over discriminatie en dat er geen oplossing is”, vertelt ze. Het keurmerk is bedoeld om alle vormen van discriminatie tegen te gaan.

Lees ook:

Astrid Sy: ‘Geschiedenis is fluïde, onderhevig aan verandering. Dat is precies wat ik er zo interessant aan vind.’

Ze zou zonder pardon een zeeheld van z’n sokkel trekken, geen traan laten als Vladimir Poetin wordt omgelegd en vindt ‘mannetjes’ zoals Johan Derksen ‘om van te kotsen’. Verder verlangt historica, schrijfster en presentatrice Astrid Sy, tevens moeder van een peuter en een baby, vooral naar rust. ‘Wij gaan als zombies door het leven.’

Johny Pitts beschrijft Europa door een zwarte bril: ‘Black Lives Matter heeft echt dingen veranderd’

De Britse Johny Pitts is Europeaan. Toch is het leven voor hem anders dan voor witte Europeanen. In zijn boek Afropeaan beschrijft Pitts het leven van zwarte Europeanen, vaak in verre buitenwijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden