Interview Pleegouders

Pleegouders: ‘Een pleegkind brengt ook vrolijkheid en avonturen mee’

Pleegouders Ellen Feller (links) en Moon Helling vingen de afgelopen 23 jaar tientallen tieners op. Beeld Inge Van Mill

Nu er hard nieuwe pleegouders nodig zijn, delen Ellen Feller en Moon Helling hun ervaringen. ‘Begin er uitgerust en goed voorbereid aan’.

Philou houdt haar jas liever aan. Dat mompelt ze terwijl ze naar haar schoenen kijkt in de ruime hal van het jarendertighuis van Ellen Feller (55) en Moon Helling (56). Met haar ogen verscholen achter haar pony onderzoekt ze haar nieuwe woonplek. Ze ontspant als ze vrolijke foto’s van andere pleegkinderen op de koelkast ziet hangen.

De eerste kennismaking, het dingdong-moment, is heel belangrijk in pleegzorg, weet Feller. Onwennig maak je samen een nieuwe start. Slingers ophangen of taart bakken doet het stel nooit als er een nieuw pleegkind met z’n spulletjes voor de deur staat: want bij je biologische ouders weggaan is nooit een feest.

Philou was een van de veertien tieners die Feller en Helling de afgelopen 23 jaar opvingen. Over haar ervaringen presenteert Ellen Feller in deze week van de pleegzorg haar boek ‘Saai is het nooit, belevenissen van een pleegouder voor pubers’. Het verschijnen van het boek valt samen met een campagne ‘Open je wereld’ waarmee Pleegzorg Nederland probeert 3500 nieuwe pleegouders te vinden, die urgent nodig zijn om wachtlijsten weg te werken. 

Hoe zijn jullie pleegouders geworden?

Feller: “Toen we achterin de twintig waren, begonnen we te praten over onze kinderwens. Een biologisch kind is niet vanzelfsprekend voor ons. Zo kwamen we bij pleegzorg uit. Grappend: “Het is een variant op kinderen in je leven zonder te hoeven baren.”

Helling: “We hebben elkaar leren kennen op de lerarenopleiding biologie-gezondheidskunde, dus we hebben allebei iets met tieners. En laten die nu net heel moeilijk pleegouders kunnen vinden...” 

Bij pleegouders zie je toch gauw een klassiek gezin voor je, met een huismoeder die voor extra kinderen zorgt. Jullie werken allebei fulltime.

Helling: “Een kind van veertien gaat gewoon naar school ’s morgens. Dan kunnen wij naar ons werk. En iedereen druppelt aan het eind van de middag weer binnen, dat gaat prima. We hebben genoeg tijd voor elkaar.” 

Feller: “Ik hoop ook dat mensen zich realiseren dat je ook best begin dertig pleegouder kan worden, en ook als je gewoon werkt.” 
Helling: “Het is daarbij onwijs leuk om elkaar als opvoeder te leren kennen. We hebben natuurlijk wel wat discussies gehad, want je kent elkaars opvoedstijl helemaal niet als je eraan begint.”

Feller: “We wilden één lijn trekken tegenover de kinderen. Dus we hebben heel wat afgepraat, en soms compromissen moeten sluiten.”

Helling: “Wanneer laat je een pleegkind voor het eerst alleen, bijvoorbeeld. Jij bent beschermender dan ik, laat veel moeilijker een pleegkind een avond thuis als wij weg zijn. Ik denk eerder: dat komt wel goed.”
Feller: “Je leert ook nieuwe dingen over elkaar. Ik vond het heel bijzonder om te ontdekken dat jij zoveel geduld hebt met jongeren. Wat ons wel heeft geholpen, is dat we na elke plaatsing een tijdje rust namen. Het is dan heel fijn om weer samen te zijn.” 

Jullie willen het imago van pleegzorg opwaarderen. Waarom?

Feller: “Een kind een duwtje in de juiste richting geven is geweldig om te doen. Pleegouderschap brengt ook veel vrolijkheid en avonturen met zich mee. Ieder kind heeft een andere achtergrond, religie of opleidingsniveau. Zo hadden we een keer een islamitische jongen, die bad en halalvlees at. Dat maakt je wereld groter.”

Helling: “Met de een gaan we darten in het café, met de ander gaan we naar carnaval.”
Feller: “Nou, één keer Oeteldonk was voor mij voldoende, haha. We proberen bewust geschiedenis te maken met onze pleegkinderen. Zo nemen we ze altijd mee op reis. Als je met elkaar in the middle of nowhere, op een bus wacht, leer je elkaar op een andere manier kennen.” 

Bijna de helft van alle plaatsingen van pleegkinderen in Nederland wordt vroegtijdig afgebroken. Is het bij jullie weleens misgegaan?

Feller: “We moesten de plaatsing van een jongen die verslaafd bleek te zijn aan blowen afbreken – hij kwam zijn bed niet meer uit. Bij een ander ging het mis door onveilige hechting. Toen we te dichtbij kwamen te staan, wilde hij weg. Dat zijn moeilijke dingen. Je moet pleegzorg niet naïef ingaan. 

“Ik geloof dat betere matching tussen pleegouders en kind al helpt om het afbreken van plaatsingen tegen te gaan. Daarom is het zo belangrijk dat meer pleegouders zich aanmelden, zodat er meer keuze is voor pleegkinderen. Aan nieuwe pleegouders zou ik willen zeggen: begin er uitgerust en goed voorbereid aan. En creëer alvast een plekje in je huis. Je bent niet in verwachting, maar er komt wel een kind....”

Ellen Feller: ‘Saai is het nooit. Belevenissen van een pleegouder voor pubers’, Media uitgeverij, 248 blz. 

Lees ook: 

Pleegouders worden opgezadeld met kinderen met te zware problemen

Bijna de helft van de pleegouders vindt dat zij te vaak kinderen in huis krijgen die ze niet aankunnen. Het schort daarbij aan professionele steun die ouders nodig hebben om te zorgen voor deze kinderen met ernstige gedragsproblemen. Bijna de helft van de plaatsingen stopt daardoor voortijdig en dan moet het kind weer verhuizen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden