Pieter Hermanides en zijn kunstwerken op de achtergrond

Naschrift Pieter Hermanides

Pieter Hermanides (1932-2019) reisde liever in zijn hoofd

Pieter Hermanides en zijn kunstwerken op de achtergrond

Pieter Hermanides tekende en dichtte vooral voor zichzelf. Dat zijn kunstwerken niet vaak werden verkocht, deerde hem weinig. Als hij tevreden was over een tekening, gaf hem dat genoeg voldoening.

Tekenaar Pieter Hermanides zat de laatste jaren het liefst in zijn werkkamer omringd door stapels kunsttijdschriften, krantenknipsels, tekeningen en snuisterijen. Hij had nooit de behoefte gevoeld de wereld te ontdekken via reizen. Aan de wand hing een tekst van Gerard Reve: ‘Op vakantie gaan we niet, het is hier fijn genoeg’. Zo dacht Pieter er ook over. Liever reisde hij in zijn hoofd. Daar was genoeg te beleven met zijn rijke verbeelding en gedachtenkronkels.

In zijn met aquarel ingekleurde minutieuze pentekeningen verwerkte hij vaak de hersenkwab, omdat het brein hem fascineerde. “Een mens is eigenlijk heel chaotisch vanbinnen”, zei hij daarover, “maar hij handhaaft zich door de chaos verborgen te houden en alleen dat wat hij vorm kan geven naar buiten te brengen. Dat is mijn wereld. Daar teken ik over”. Ook verwerkte hij vaak zichzelf in zijn creaties, want, zo zei hij: “Ik kom in mijn eigen leven ook het meeste voor”.

Pieter Hermanides als kind

Pieter Hermanides wordt geboren in 1932 in een gereformeerd arbeidersgezin. Vader Pieter senior is ambulancechauffeur en zijn sympathieke moeder Sia zorgt voor het gezin. Pieter draagt haar op handen. Hij is een intelligente jongen, die graag leest, tekent en naar jazz en bluesmuziek luistert – een noviteit in huize Hermanides. Hij creëert op zijn zolderkamertje in Amsterdam-Noord een eigen domein vol elpees en boeken. Behalve broer Ton en zus Tineke woont nichtje Coby bij hen: zij is als een zusje voor hem.

In debat met de dominee

Samen met zijn neefje Johan wordt hij de laatste twee winters van de oorlog opgevangen in Friesland. Pieter moet wel letten op Johan, die jonger is. De tiener loopt daarom iedere week kilometers van zijn eigen opvangadres naar het gezin waar Johan verblijft. Die zorgzaamheid typeert hem. Eigenzinnig en dwars is hij ook. Hij beleeft veel lol aan het uitlokken van discussies; op de zondagsschool gaat hij het debat aan met de dominee. Omdat hij op zijn vragen over het verhaal van Kaïn en Abel geen steekhoudend antwoord krijgt, besluit hij die dag nooit meer naar de kerk te gaan.

Pieter trekt altijd zijn eigen plan. Na de mulo gaat hij naar de kunstnijverheidsschool, maar moet in militaire dienst en ziet daarna een toekomst als tekenaar ineens niet meer zitten – mede ingegeven door zijn ouders die blijven aandringen op een ‘gewone’ baan. Pieter wil graag zelfstandig worden en gaat in Rotterdam wonen. Hij heeft daar diverse baantjes. Op zijn vierentwintigste keert hij terug naar Amsterdam en vindt werk bij de bekende keramiste Lucie Bakker. Hij werkt hier ruim tien jaar en komt na onenigheid met Lucie in de WW terecht. Al die jaren is hij blijven tekenen en als hij hoort van het bestaan van de BKR, de regeling voor kunstenaars die niet van hun werk kunnen leven, meldt hij zich aan en wordt toegelaten. Via deze ‘contraprestatie’ komt het ware kunstenaarschap terug in zijn leven.

Perfect gesmeerde boterhammen

Inmiddels is Pieter getrouwd met Rita Veling, samen krijgen ze een zoon, Peter. Het vaderschap zit Pieter als gegoten. Ze tekenen graag samen en hij helpt mee aan schoolwerkstukken, waarin hij extra tijd steekt om die mooi te verzorgen. Hij is perfectionistisch; ook boterhammen smeert hij met de grootste nauwkeurigheid. Het huwelijk verloopt ogenschijnlijk goed tot Rita hem na 12 jaar verlaat. Peter en ‘Piet’, zoals zijn zoon hem altijd noemt, blijven bij elkaar wonen en hij neemt de zorg van zijn zoon op zich. Beiden kijken met warme gevoelens terug op die tijd.

Pieter Hermanides met zijn drie kinderen

Na enige jaren komt er een nieuwe vrouw in zijn leven, Leonoor Willenborg, een goede vriendin. Hun vriendschap groeit uit tot een huwelijk dat ruim vijfendertig jaar zal duren. Ze krijgen twee dochters: Elisa en Sia. Hij is inmiddels de vijftig gepasseerd en geniet volop van zijn kinderen. Alle maandagen is hij er voor de meisjes en maakt met hen samen tekeningen. Op zondagochtend nestelen ze zich voor de tv om naar ‘Villa Achterwerk’ te kijken, en als ze ouder worden naar vele detectives. In de vakanties kunnen ze zich verliezen in het maken van hoorspelen zoals ‘Het geheimzinnige zwervertje’ en ‘Het meisje met de houten beentjes’.

Na de afschaffing van de BKR-regeling is Leonoor in haar eentje verantwoordelijk voor de inkomsten. Dit zorgt weleens voor spanningen thuis. Leonoor geeft Pieter alle ruimte maar verwijt hem gebrek aan realiteitszin. Hoewel zijn creatiedrift onuitputtelijk is, houdt hij zich nauwelijks bezig met de financiële kant van zijn kunstenaarschap. Hij is actief in kunstenaarsvereniging De Keerkring, waarmee hij regelmatig in de vleugel van het Stedelijk Museum exposeert. Dit levert hem een zekere bekendheid op. Ook in galeries is zijn werk incidenteel te zien.

Verder heeft hij niet de behoefte zichzelf in de markt te zetten en daarvoor borrels af te lopen: “Ik houd er niet van om als persoon in de belangstelling te staan. Mijn werk is nogal gesloten. De meeste mensen snappen er geen bal van, die kunnen die associaties niet maken.” Pieter is trots op wat hij maakt en vindt dat mensen maar naar hem toe moeten komen.

Tekening Pieter Hermanides met zichzelf

Zoals die keer dat Vrij Nederland-redacteur Carel Peeters zijn werk ontdekt in het blaadje De kunstliefhebber, dat Pieter samen met kunstenaar Karel Meijers uitgeeft. Peeters nodigt hem uit de vaste tekenaar van Gerrit Komrij te worden bij zijn filosofische rubriek ‘Humeuren en temperamenten’. Zijn lichtelijk absurdistische tekeningen passen daar uitstekend bij. Pieter vindt dat leuk om te doen maar worstelt met de deadlines. Hij is dan ook opgelucht als de rubriek op een gegeven moment stopt. Later is hij nog jaren bestuurslid van kunstenaarssociëteit Arti & Amicitiae, waar hij samen met graficus Wim Compier het blad De Maatschappij maakt.

Liedjes voor de poes

Vanaf zijn 55ste kampt Pieter met gezondheidsproblemen. Hartklachten en andere aandoeningen hebben invloed op zijn wat sombere inslag. Hij is veel bezig met de dood, maar nog banger is hij dat zijn geliefden iets zal overkomen. Als zijn oudste dochter haar babyzoon verliest, vindt Pieter het moeilijk omdat hij er niet voor haar kan zijn. Hij is innig betrokken bij zijn kinderen en is trots op het succes dat zij hebben in hun creatieve beroepen. Voor eenieder ligt altijd een stapeltje krantenknipsels klaar over onderwerpen die hun interesseren.

Pieter is een fervent krantenlezer, met als hoogtepunt de dagelijkse strip ‘Heinz’. Van krantenkoppen stelt hij gedichten samen. Aan dat spelen met taal beleeft hij veel plezier. Ook zijn poes Frimousse is een bron van inspiratie, voor haar schrijft hij liedjes als de Freemoose blues en Poeskatore. Het liefst werkt hij in stilte in zijn atelier ‘de Geheime Kamer’, als een monnik in zijn cel.

Dan komt het moment dat ook zijn dagelijkse ritjes naar het atelier eindigen. Pieter levert steeds meer vitaliteit in – hoe lastig soms ook, hij past zich steeds aan zijn nieuwe situatie aan. Zijn scherpzinnige geest blijft helder tot hij inziet dat hij het leven moet loslaten.

Jaren eerder dichtte hij:

Wat daarna?
De tijd dringt
U hoort nog van ons
Of nooit meer.

Pieter Hermanides werd geboren op 18 februari 1932 in Amsterdam en overleed daar op 22 juni 2019.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden