null Beeld

Rouwverwerking

Per jaar verliezen 6000 schoolkinderen een ouder. Wat kan de school doen voor een kind met groot verdriet?

Per jaar verliezen zo’n 6000 schoolgaande kinderen een ouder; honderden leerlingen overlijden zelf. Leraren en directies moeten niet denken dat rouwen iets voor thuis is. Op school is het verdriet er ook.

Het was mei 2012 toen de destijds 11-jarige Thirza van Vliet een bijzonder privilege kreeg op haar basisschool. Haar juf Vismaya had haar even apart genomen en gezegd: “Als je je verdrietig voelt of geen zin meer hebt, mag je de klas uitlopen naar de lerarenkamer. Kijk, hier staat een speciale koekjestrommel en daar is een grote, luie stoel. Daar mag je net zo lang boekjes lezen tot je weer zin hebt om terug te komen.”

“Ik weet nog hóe vet ik het vond dat dat mocht,” zegt Thirza, die nu twintig is en in Utrecht hbo pedagogiek studeert. “Ik heb er geloof ik nauwelijks gebruik van gemaakt, maar dat de juf daar zo aan had gedacht, voelde heel speciaal. Ze was echt superlief voor ons.”

Toen ze in groep 7 van de vrije basisschool in De Bilt zat, was Thirza’s vader overleden. Hij had galwegkanker. Zij, haar moeder en drie zusjes bleven achter. Onfortuinlijk genoeg kreeg vijf jaar later haar moeder baarmoederhalskanker. Na aanvankelijk goede vooruitzichten overleed zij toch aan de uitzaaiingen.

Op de basisschool en middelbare school trof Thirza lieve, betrokken docenten – zoals Vismaya – maar er waren ook genoeg minder tactvolle en pijnlijke momenten.

“Ik weet nog dat we voor een kunstvak een huiswerkopdracht kregen waarbij je iets aan je ouders moest vragen. De docent gaf iedereen de beurt en vroeg ook aan mij: en Thirza, wat ga jij vragen? Ik wilde wel schreeuwen: yo, mijn ouders zijn dood, doe effe normaal! Maar ik heb de docent alleen maar héél boos aangekeken. Zo boos, dat ze door had dat ze me even moest overslaan.”

Nu zat Thirza niet op een voorkeursbehandeling te wachten. Het laatste wat ze wilde, is dat ze ‘dat zielige meisje’ was dat je voorzichtig moest behandelen.

“Maar ik dacht wel: hang even een lijstje op in de lerarenkamer ofzo waarop staat welke leerlingen een ouder hebben verloren. Want ik kon het nog houden bij boos kijken, maar ik kan me ook voorstellen dat je totaal flipt in zo’n situatie.”

Foto in de klas

Ieder jaar verliezen ongeveer 6000 kinderen tussen de 0 en 18 jaar een ouder; honderden leerlingen overlijden zelf. Jaarlijks krijgen dus duizenden scholen met zo’n verlies te maken. Hoe gaan directies en leerkrachten daarmee om?

Er zijn allerlei kwesties: van praktische zaken over hoe je de klas vertelt over een zelfmoord of de beslissing hoe lang de foto van een overledene in de klas blijft staan, tot emo­tionele zaken, die niet een, twee, drie voorbij zijn. Zoals de gevolgen van rouw op het gedrag van een kind en impact die een overlijden heeft op het docententeam.

Chantal Frederiks vindt dat rouw een onderbelicht thema is in het onderwijs. Ze is rouwcoach en schrijver van Verlies is voor altijd – omgaan met verlies en rouw in het onderwijs. “Scholen zijn te vaak blind voor hoe lang een overlijden effect heeft op een kind. Ze denken al snel: na een paar weken is het wel weer. En bij de overgang naar een volgende klas of wisseling van een mentor glijdt de aandacht helemaal weg.”

Ze hoort veel over vooral jongens, die veroordeeld worden vanwege hun lastige gedrag. “Die krijgen een label opgeplakt als adhd, of add, terwijl hun gedrag vaak een gevolg is van de rouw om een ouder, broertje of zusje, ook al is die een paar jaar geleden overleden. Ik pleit voor meer kennis over de stadia van rouw bij docenten. Leraren zijn vaak niet onwillig, ze weten gewoon niet wat er allemaal gebeurt bij een kind dat een dierbare verliest.”

Duizend verhalen over wat ze allemaal op scholen voorbij ziet komen

Riet Fiddelaers-Jaspers vindt dat er nog genoeg te doen is, maar ziet ook een hoop verbetering ten opzichte van 1995, toen ze begon met onderzoek naar rouw en onderwijs. “Er was niks, op één GGD na die een protocol had gemaakt. Nu zijn er materialen en deskundigen beschikbaar. Daar heb ik wellicht het fundament voor gelegd, als ik een beetje onbescheiden ben.”

Fiddelaers-Jaspers (68) is een autoriteit op het gebied van rouw bij kinderen en jongeren en van de manier waarop scholen daarmee om kunnen gaan. Ze schreef er talloze boeken over, promoveerde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en is initiatiefnemer van Expertisecentrum Omgaan met Verlies en een tweejarige post-hbo-opleiding.

Haar dochters hebben de organisatie van het Expertisecentrum overgenomen, maar in uitzonderlijke, vaak heftige, situaties is Fiddelaers-Jaspers zelf nog beschikbaar als expert. Na al die jaren heeft ze wel ‘duizend verhalen’ over wat ze allemaal op scholen voorbij ziet komen. Over die docent die ontslag nam, nadat de herdenkingstafel voor een overleden leerling zonder overleg was weggehaald. “Dat toont hoe heftig zoiets is voor het docententeam. En ook hoe essentieel communicatie is. Want de één denkt bij zo’n tafeltje: mooi, dat blijft tot het eind van het jaar staan, terwijl de ander het na de uitvaartdienst wil opruimen.”

Frederiks en Fiddelaers-Jaspers geven in hun boeken handvatten over hoe om te gaan met een verliessituatie. Een protocol opstellen hoort daarbij: wanneer vertel je wat aan wie, komt er een afscheidsdienst op school, een ouderavond? In de categorie praktisch tipt rouwcoach Frederiks scholen om een rouwkalender te maken waarop de geboorte- en sterfdag van de overleden kinderen en ouders staan, met moeder- en vaderdag als vanzelfsprekend moment voor wat extra aandacht.

Ook raadt ze aan om een vast clubje aan te stellen dat getraind is in rouwbegeleiding. Ad hoc beleid en teams zijn niet wenselijk, meent ze.

Je kunt protocollen maken wat je wilt, elke keer gaat het toch anders, relativeert Fiddelaers-Jaspers. “Het gaat erom dat je zonder oordeel in gesprek blijft over wat het overlijden persoonlijk met je doet. Zowel met collega’s als ­leerlingen. Het ene kind zal er graag en veel over praten, een ander zegt: doe mij maar gewoon rekenen. De ene leerkracht kan het fantastisch begeleiden, een ander laat het liever aan zich voorbijgaan, terwijl het voor de rest een voortreffelijke juf of meester is.”

Dolfijnenknuffel en beschilderde stenen

Directeur Miriam Stallaert van basisschool ’t Schrijverke in Den Bosch heeft voor de gelegenheid alle materialen van toen er nog eens bij gepakt. Toen is de kerstvakantie van 2003. De zesjarige Jens – die in groep 3 zat – overleed aan een hersentumor.

In de doos voor Stallaerts neus zit het afscheidsboekje dat de leerlingen uit de klas maakten, de dolfijnenknuffel die mocht logeren bij Jens, de kleine stenen die de leerlingen na zijn overlijden beschilderden met goud- en zilververf: eentje om bij het graf van Jens te leggen, een tweede om in hun jaszak te doen als tastbare herinnering.

“Het is meer dan vijftien jaar geleden, maar nu ik er zo over vertel, komt er weer veel boven. Het had een ­enorme impact op ons team. De twee docenten van groep drie waren zelf best jong en heel betrokken bij het gezin. In de laatste maanden hebben ze zelfs hun lokaal verhuisd van de eerste verdieping naar de begane grond, zodat Jens niet meer de trap op hoefde.”

Een laatste groepsfoto

’t Schrijverke riep professionele hulp in: een coach van stichting Achter de Regenboog kwam twee keer langs in Den Bosch om met het team te praten. “Dat was fijn, omdat zij toch weer dingen aanstipt waar je zelf niet aan zou denken: om te letten op andere kinderen die een verlies hebben meegemaakt, of om een laatste groepsfoto te maken.

“Maar het meest gaat toch intuïtief, heb ik gemerkt. Toen we in de klas vertelden dat Jens overleden was, was dat een heel stil moment. De juffen hebben met de kinderen in de kring gezeten en een passend prentenboek voorgelezen. Toen voelden we: oké, even genoeg nu. We hebben die dag geloof ik wel drie keer buitengespeeld.”

Stallaert onderhield het contact met de familie van Jens. Dat vond ze bij vlagen best lastig. “Het is goed om dingen te bespreken: wie belt wie als Jens straks overlijdt, wat mogen we zeggen tegen de kinderen? Maar je voelt ook de pijn en je wilt je niet opdringen. Gelukkig gaven de ouders duidelijk aan wat ze wel en niet fijn vonden. We mochten betrokken zijn.”

Het hielp, denkt Stallaert, dat ze zelf haar vader verloor toen ze zeven was, aan een hartinfarct. “Ik kon open zijn over mijn ervaringen en merkte dat dat hielp voor anderen om óók hun verhaal te vertellen.”

Overigens ging het er toen haar vader stierf – in 1965 – bij haar op school heel anders aan toe. “Mijn vader overleed net voor de zomervakantie. Daarna moesten we verhuizen en begon ik op een andere school; daar is het er, voor zover ik me herinner, nooit over gegaan.”

Een illustratie van haar hersenen

Thirza van Vliet vond het fijn dat er één vast iemand was op haar school bij wie ze terecht kon. Dat was Katja, haar docent Duits. “Zij sprak me af en toe even aan: hé, hoe gaat het nou met je? Dat voelde heel oprecht, zonder dat ze me letterlijk vroeg: hoe-is-het-met-je-nu-mama-dood-is?”

Aan Katja kon ze vertellen dat school haar veel energie kostte. In haar latere profielwerkstuk over rouw bij kinderen, maakte Thirza een illustratie van haar hersenen. Slechts een klein gedeelte was beschikbaar voor ‘leren en concentreren’, het overgrote grijze gedeelte was gevuld met ‘het verdriet’.

“Ik sliep slecht, woonde net bij mijn nieuwe pleeggezin en had veel nachtmerries. Katja is toen dingen voor me gaan regelen. Ik hoefde niet meer naar gym, naar koor, de niet-belangrijke toetsen mocht ik overslaan. Het was zo fijn dat zij dat oppakte en daarmee erkende: het is zwaar, dit kost energie. Zelf had ik daar nooit om durven vragen.”

Riet Fiddelaers-Jaspers geeft als belangrijkste tip: denk niet dat rouwen vooral thuis gebeurt. “Ook al is school voor het kind een fijne afleiding van het verdriet thuis, dan nog vinden kinderen het fijn als ze het gevoel hebben dat de docent weet hoe het zit. Dat kun je subtiel laten merken: met een blik, een schouderklopje of door er af en toe naar vragen.”

Goede begeleiding van het verlies kan een enorme levensles zijn over het omgaan met rouw én over hoe je daarna weer verder gaat, zegt Fiddelaers-Jaspers. “Je ziet dat stoere meisje uit de klas eens huilen en het zachtaardige jongetje opeens heel stevig een leiderschapsrol op zich nemen. Je ziet dat de juf verdrietig is, maar dat ze daarna weer gewoon een les rekenen geeft. Je bent er voor elkaar. Dat zijn van die dingen die, ook tien of twintig jaar later, nog steeds op je netvlies staan.”

Lees ook:
Geen arm om de schouder, zelfs geen koffie of cake: Hoe kun je goed rouwen in coronatijd?

Per dag overlijden gemiddeld vierhonderd mensen in Nederland. Wat is de invloed van corona op rouwverwerking? ‘Dat de dood onderdeel is van ons leven, realiseren we ons des te meer tijdens deze crisis.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden