Stakers trekken op 20 september 1979 in optocht over de Willemsbrug met een spandoek: "Het slepen is gedaan, voor F 50,- gaan wij vol aan”

Interview Havenstaking

‘Paultje’ Rosenmöller mocht het zeggen

Stakers trekken op 20 september 1979 in optocht over de Willemsbrug met een spandoek: "Het slepen is gedaan, voor F 50,- gaan wij vol aan” Beeld Nationaal Archief

Zeveneneenhalve week lag de Rotterdamse haven grotendeels plat, in de langste naoorlogse staking zonder vakbondssteun. De dokwerkers voerden veertig jaar geleden een verloren strijd tegen het net aangebroken containertijdperk. 

Keien en straatklinkers vlogen door de lucht in de Rotterdamse haven. De Mobiele Eenheid (ME) voerde charges uit tegen stakende havenarbeiders. Paul Rosenmöller stond vooraan toen op 19 september 1979 havenwerkers probeerden het vergrendelde terrein van containerbedrijf Unitcentre binnen te dringen. Zo moet het dus niet, dacht hij toen. “De havenstaking is daar op onacceptabele wijze geëscaleerd”, zegt hij nu.

Het geweld voor de poort van Unitcentre herinnert de voormalig fractieleider van GroenLinks en huidige voorzitter van de VO-raad zich als het dieptepunt van de langste naoorlogse wilde havenstaking in Nederland. Morgen is het veertig jaar geleden dat de vlam in de pan sloeg. 52 dagen lag de haven vrijwel geheel plat. Paul Rosenmöller (63) groeide uit tot een van de stakingsleiders.

Het waren in de jaren zeventig andere tijden in de Rotterdamse haven. In de stad hoorde je de luide stemmen van de havenwerkers nog op de kades. “Elk Rotterdams gezin, elke familie had wel iemand die in de haven werkte. Het domineerde het gesprek op verjaardagen”, zegt Rosenmöller.

Rosenmöller was als 22-jarige maoïst in de haven gaan werken om de revolutie te ontketenen. Met dat doel voor ogen was het lid van het marxistisch-leninistische Rode Morgen gestopt met zijn studie sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, destijds een extreem-links bolwerk. “We wilden niet alleen verbinding maken met de arbeidersklasse, we gingen het arbeiderswerk ook daadwerkelijk doen”, zegt Rosenmöller. Het contact tussen intelligentsia en proletariaat zou op termijn de revolutie bespoedigen.

In de dagelijkse routine van de haven was de communistische ideologie overigens een stuk minder dominant aanwezig. “Praktisch zette ik me in voor verbinding tussen en het lot van de arbeiders, zonder geweld te gebruiken.” Het ideologische kader van voorbeeld Mao was net even anders, erkent hij.

Zijn familie maakte van die extreme politieke zienswijze nooit een probleem. “Ik ben opgevoed met het katholieke begrip naastenliefde. Ik vulde dat anders in dan mijn ouders, maar ze waardeerden mijn inzet voor kwetsbare mensen.” Wel uitten ze subtiele kritiek op zijn idealen. Als sinterklaassurprise kreeg hij van zijn vader het Rode Boekje, de pet van Mao en een Chinese vlag.

Wachtende vrouwen en stakers voor het Huis van Bewaring, zwaaiend naar gearresteerden in het Huis van Bewaring. Beeld Nationaal Archief

Om binnen te komen bij stukgoedbedrijf Müller-Thomson moest Rosenmöller wel een leugen vertellen. Als gesjeesde student sociologie met marxistisch-leninistische motieven zou hij vermoedelijk niet snel zijn aangenomen bij het bedrijf dat zich bezighield met het lossen en laden van schepen met vaten, balen en kisten. “Ik had een gefingeerd arbeidsverleden opgegeven. Valsheid in geschrifte, zou je nu zeggen.”

Tijdens de staking kwam dat bedrog uit. Een bevriende zoon van een bestuurder van Müller-Thomsons moederbedrijf herkende Rosenmöller op televisie. “Ze hadden me op staande voet kunnen ontslaan, maar hebben dat niet gedaan, om de zaak niet uit de hand te laten lopen.” Ook de havenarbeiders met wie Rosenmöller werkte maakten er geen probleem van. “Havenwerkers baseren hun oordeel op wat je zegt en doet, niet op je achtergrond. Het interesseerde ze niet dat ik in een marxistisch-leninistische groep zat.”

Vastgeketende boten

De staking barst op 22 augustus 1979 spontaan uit als de werknemers van sleepbootbedrijf Smit Internationale op hun teleurstellende nieuwe loonstrookje kijken. Zo’n vijfhonderd werknemers van het bedrijf eisen meer loon. Om die eis kracht bij te zetten ketenen ze hun boten vast aan de Willemskade midden in de stad. Zonder slepers kunnen schepen lastig manoeuvreren, aan- of afmeren in de haven.

Ook in de veel grotere stukgoedsector waar Rosenmöller werkt suddert de onvrede. De havenarbeiders hebben eerder in het jaar een loonakkoord van de vakbond weggestemd. Als Smit zestien stakers voor de rechter daagt, leggen ook de ruim tienduizend arbeiders in het stukgoed het werk neer. Ze eisen meer geld.

In eerste instantie bestaat de stakingsleiding uit een driemanschap van oudgedienden: George Klaassen, Jim Stavinga en Flip Schults. Langzamerhand treedt de goedgebekte Rosenmöller als vierde leider op de voorgrond. Hoe die promotie precies tot stand komt weet Rosenmöller niet meer. “Ik voelde me een beginneling naast die andere drie. Ik was het jaar ervoor, in de zomer van 1978 in de haven gaan werken. In het eerste jaar had ik het vak geleerd: hoe je een schip laadt en lost.”

Wel speelt mee dat Rosenmöller vanaf het begin van zijn havenloopbaan actief is op de vergaderingen van de vakbond. Met regelmaat bekritiseert hij in de bedrijfskantines de vakbondsbestuurders die in zijn ogen niet genoeg opkomen voor de dokwerkers. “Daar verwoordde ik de kritiek van collega’s. Met bonkend hart.” Hij blijkt hun boosheid naar wens te verwoorden. “Mensen zeiden tegen me: zeg jij het maar Paultje.”

Demonstratietocht van stakende havenarbeiders en sleepbootpersoneel langs werkgevers en vervoersbonden FNV; een delegatie verlaat het gebouw van de vervoersbonden FNV. Beeld Nationaal Archief

In de weken na het spontane begin voeren de havenarbeiders de druk op. Met duizenden tegelijk trekken de havenarbeiders door de tunnel onder de Nieuwe Maas naar het stadscentrum in Noord, om daar hun onvrede kenbaar te maken. Dagelijks zijn er bijeenkomsten op het Afrikaanderplein op Zuid. Dat arbeidersbastion staat tijdelijk bekend als het Rode Plein.

Dweilploegen weerhouden met harde hand werkwilligen van de arbeid. Als de stakers van slepersbedrijf Smit een van hun boten weg zien varen richting een klus, enteren ze het schip en vechten het uit met de stakingsbrekers, die ze zien als onderkruipers. Een politieboot achtervolgt en overmeestert de kapers.

Cruciaal voor het succes van de staking zijn de arbeiders in de containersector. Zij zijn in het decennium tot 1979 in aantal gegroeid: van vijfhonderd man in 1970 naar twaalfhonderd in 1980. Omdat een kraanmachinist in zijn eentje meer werk krijgt dan een gespierde dokwerker, neemt het aandeel van de containerbedrijven in de hele stukgoedsector nog veel harder toe. In 1970 zijn ze goed voor 19 procent van al het overgeslagen stukgoed, in 1980 is dat al 53 procent.

Solitair werk

Die groei gaat ten koste van de traditionele dokwerkers. Voor elke volle container blijven voor hen minder zakken, kisten en balen over. Hun aantal neemt af van 11.100 in 1970 naar 8500 in 1980, om daarna verder te dalen.

Van levensbelang is dus dat de staking overslaat van het traditionele stukgoed naar de containers. Maar verwoede pogingen om de collega’s bij de containerbedrijven mee te krijgen blijven zonder succes. Arbeidssocioloog Evert Smit, gepromoveerd op havenstakingen, weet waarom. Bij de containerbedrijven werken arbeiders van een heel ander slag, zegt hij. “Het is solitair werk. In plaats van werken in een ploeg, zit je alleen op een kraan of een vrachtwagen.” Zo ontstaat veel lastiger een teamgevoel .

Er is nog een reden dat arbeiders in de containersector een ander soort mensen zijn, zegt Smit. Containerbedrijf ECT neemt in de jaren zeventig bewust zo min mogelijk arbeiders met een havenverleden aan. De mentaliteit van de stukgoedarbeiders staat ze tegen. Mensen van buiten zijn minder licht ontvlambaar, is hun ervaring.

Bij elkaar eten

Na een paar weken doen de stakende havenarbeiders op 19 september een ultieme poging de containerbedrijven toch mee te krijgen. De staking begint dan al te verlopen. Een paar weken zonder inkomen valt veel van de havengezinnen zwaar. Voedselpakketten ten spijt beginnen huisvrouwen te morren. Sommige arbeiders moeten op rantsoen voor bier en sigaretten. Ook Rosenmöller moet het doen zonder inkomen. “Dat lukte, iedereen deed dat. Je hielp elkaar, mensen gingen bij elkaar eten”, zegt hij.

De poging loopt faliekant uit de hand. De havenwerkers trekken naar de poort van containerbedrijf Unitcentre. Verder komen ze niet. Tot hun woede stuiten ze op de ME. “We vonden dat we recht hadden op toegang tot de kantine”, zegt Rosenmöller. De sfeer wordt grimmig. Stakers zwaaien met fietskettingen in het rond en rukken klinkers uit de straat. De ME ramt erop los met de wapenstok. De agressie illustreert de onmacht van de stakers, volgens Rosenmöller.

Paul Rosenmuller, voormalig fractieleider van GroenLinks en huidige voorzitter van de VO-raad, stond vooraan toen op 19 september 1979 havenwerkers probeerden het vergrendelde terrein van containerbedrijf Unitcentre binnen te dringen. Beeld ANP

De jonge stakingsleider vlucht weg als zijn poging tot het stichten van vrede niet slaagt. “Ik heb geen klappen gekregen en ook niet uitgedeeld”, zegt hij. Als hij het schiereiland Heijplaat wil verlaten, ontdekt hij dat hij in de val zit. De politie heeft de enige toegangsweg afgesloten en pakt de maoïst op. Zijn collega-­leiders ontkomen met een boot die havenarbeiders gebruiken om trossen te lossen. “Achteraf is het een strategische blunder dat we ons op een schiereiland hadden verzameld.” Na een paar uur in de cel komt hij weer vrij.

De veldslag op Heijplaat is het omslagpunt van de staking. Enkele dagen na het geweld beginnen de eerste arbeiders uit het stukgoed weer kratten te sjouwen en balen te hijsen. Van de vakbond krijgen ze voor hun bereidheid aan de slag te gaan een eenmalige uitkering. De sleepbootstaking loopt nog door tot 13 oktober. Ook de stakers van Smit Internationale moeten genoegen nemen met een eenmalige uitkering en een lagere loonsverhoging dan geëist.

Staking met een bijsmaak

Volgens arbeidssocioloog Evert Smit was de havenstaking van 1979 meer dan een loonconflict. “Het markeert de overgang van conventioneel stukgoed naar containers.” In 1970 was een soortgelijke wilde havenstaking nog een groot succes geweest. Maar de haven was in tien jaar tijd veranderd. De containersector zou alleen maar groeien en het klassieke sjorwerk zou verdwijnen, zoveel was nu duidelijk. “Er was verdeeldheid ontstaan in de haven. Die bijsmaak heeft de staking van 1979 altijd een beetje gehouden.”

Zo’n langdurige wilde staking als in 1979 is nu ondenkbaar, zegt Rosenmöller. “Er is sindsdien wel iets veranderd. Mensen hebben het veel beter gekregen. En staken zit niet in onze cultuur. Wij zijn meer van het poldermodel.” 

Bovendien hebben vakbonden lering getrokken uit de strategie van de wilde havenstakers. “Het was onverstandig van ons om de hele haven plat te gooien. Dat maakt zo’n staking voor de betrokken bedrijven heel planbaar. Schepen konden eenvoudig uitwijken naar Antwerpen en Hamburg.” Als voorbeeld van de geleerde lessen wijst hij op het verrassingselement van stakingen in het heden. “Kijk hoeveel media-aandacht het basisonderwijs heeft gegenereerd met een uur en later een dag staken.”

Voor Rosenmöller persoonlijk was de staking aanleiding om zijn marxistisch-leninistische gedachtegoed te vervangen door een gematigder links geluid. “De ideologische ballast knelde steeds meer.” Ook stak de latere vakbondsbestuurder op dat een staking zonder steun van de bonden gedoemd is tot mislukken. “Natuurlijk heeft de staking de bedrijven geld gekost, maar de stakers werden er harder door geraakt: ze kregen geen salaris en ook geen geld uit de stakingskas.” Dat steeds legere huishoudpotje maakte het voor de havenbedrijven mogelijk de arbeiders uit te roken, legt Rosenmöller uit. 

Verwijten over de mislukte staking heeft Rosenmöller na afloop nooit gehoord. “De saamhorigheid was altijd groot. Dat veranderde niet toen we hadden verloren. Al hadden we natuurlijk wel een ontzettende kater. Maar op de eerste dag na de staking stonden we gewoon weer samen een schip te lossen.”

Journaliste Henny de Lange deed veertig jaar geleden voor Trouw verslag van de havenstakingen van 1979. Beluister alhier in deze podcast hoe ze daar nu op terugkijkt , of open de podcast Achter de Schermen via iTunesSpotify en Google Podcasts.

Lees ook: 

Havenbedrijf Rotterdam wil uitstel CO2-heffing tot 2023

Het Rotterdams havenbedrijf vindt 2021 te vroeg voor een CO2-taks. Bedrijven kunnen nog niet aan alle eisen voldoen, zegt topman Allard Castelein.

Paul Rosenmöller keert na zestien jaar terug in de politiek

Hij wordt lijsttrekker voor GroenLinks bij de Eerste Kamerverkiezingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden