Onderzoek

Overheid wilde liever geen homoseksuele ambtenaar

Wie ooit met de politie in aanraking kwam wegens het rondhangen bij urinoirs, kon een baan bij de overheid wel vergeten. Urinoirs werden gezien als ontmoetingsplekken voor homo’s. Beeld HH
Wie ooit met de politie in aanraking kwam wegens het rondhangen bij urinoirs, kon een baan bij de overheid wel vergeten. Urinoirs werden gezien als ontmoetingsplekken voor homo’s.Beeld HH

Wie met de ogen van nu kijkt naar het verleden moet concluderen: de overheid discrimineerde homo’s en lesbiennes.

Homoseksuelen maakten in het verleden minder kans op een baan bij de overheid dan heteroseksuelen. Wanneer hun seksuele geaardheid op een later moment werd ontdekt, of slechts vermoed, kon dat grote gevolgen hebben voor hun carrière. Dat blijkt uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut dat vandaag wordt aangeboden aan demissionair minister Kajsa Ollongren (binnenlandse zaken).

Verschillende geschreven en ongeschreven regels, vooroordelen en wetten zetten homo’s op achterstand, blijkt uit het rapport. De onderzoekers hebben in de vele archieven die ze doorspitten echter nergens expliciet zien staan dat homoseksuelen uitgesloten moesten worden van een baan bij de overheid. Over getrouwde vrouwen bijvoorbeeld bestond die expliciete afwijzing wel: zij moesten de dag na hun huwelijk ontslagen worden.

Wel stijgt uit de archieven en interviews met homo’s en lesbiennes, en daarmee uit het onderzoeksrapport, een enorme spruitjeslucht op: alles wat afweek van de heteroseksuele norm was verdacht en ongewenst.

Elke snipper informatie kon het verschil maken

Sollicitanten werden helemaal doorgelicht en de afdelingen personeelszaken hadden toegang tot een gigantische hoeveelheid informatie. Elke schijnbaar willekeurige snipper informatie kon het verschil maken. “In aanbevelingsbrieven voor hogere functies of een baan bij de politie werd bijvoorbeeld uitgebreid verteld over iemands vrouw en gezin. Hoe zij zich gedroegen werd helemaal meegenomen in de vraag of iemand geschikt was voor zijn functie”, zegt hoofdonderzoeker Marian van der Klein van het Verwey-Jonker Instituut.

Daar komt bij dat gemeenten en rijksoverheid gebruik konden maken van gegevens van de politie. Dat kon voor homoseksuelen een probleem zijn, omdat zij nog wel eens staande werden gehouden op basis van plaatselijke politieverordeningen die het verboden om te lang rond te hangen rondom openbare toiletten. Op die plekken ontmoette een deel van de homogemeenschap elkaar.

In dat licht was het ook problematisch dat heteroseksuele jongeren wel seks mochten hebben als een van hen ouder dan 21 was, maar homoseksuele jongeren niet. Door die bepaling in de Zedenwet (248bis) kwamen homoseksuelen eerder in aanraking met de politie, wat het moeilijker maakte een baan te bemachtigen bij de overheid.

Systemische discriminatie

Uit het rapport wordt ook duidelijk hoeveel vooroordelen er in de onderzoeksperiode (1945 tot 1971) leefden over homo’s en lesbiennes. Zo vonden de onderzoekers de kwalificaties ‘verwijfd’ en ‘aanstellerig’ op formulieren en in interviews met directeuren van arbeidsbureaus. Het was een manier om een vermoeden van homofilie uit te spreken. De rijksoverheid was bang dat homo’s chantabel waren vanwege hun meestal geheim gehouden seksuele voorkeur en gemeenten wilden homo’s niet met kinderen laten werken.

Al met al komt het erop neer dat er naar de huidige maatstaven sprake was van systemische discriminatie van homo’s en lesbiennes door de overheid, schrijft het Verwey-Jonker Instituut: overal in het systeem lagen hindernissen en valkuilen die het homo’s moeilijker maakten dan hetero’s om in dienst te komen bij de overheid. De zinsnede ‘naar de huidige maatstaven’ is daarbij wel belangrijk. Het was op dat moment namelijk niet verboden om onderscheid te maken. De wetgeving die discriminatie op grond van seksuele voorkeur verbiedt, kwam er pas in de jaren negentig.

Het onderzoek naar homodiscriminatie kwam er na publicaties van Trouw in 2017. Daaruit bleek onder meer dat een groepje Amsterdamse notabelen tot ver in de jaren vijftig homoseksuelen weerde uit overheidsdiensten en private bedrijven. Op verzoek van twee ministeries heeft het Verwey-Jonker Instituut onderzoek gedaan in de archieven van zes gemeenten, drie ministeries, vier centrale personeelsdiensten en de binnenlandse veiligheidsdienst. Ook speurden de onderzoekers in de archieven van het COC naar ervaringen en spraken zij met mannen en vrouwen die in de onderzoeksperiode werkzaam waren voor de overheid.

Lees ook:

Homo’s bij de overheid: “Nederland is niet altijd een gidsland geweest.”

Naar de huidige maatsteven discrimineerde de overheid systematisch homo’s en lesbiennes, blijkt uit een vandaag gepubliceerd onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. “Er heerste in de onderzoeksperiode een enorme afwijzing van alles wat niet de keurige heteronorm was”, zegt hoofdauteur Marian van der Klein.

Voor de beoordelingscommissie gold: Eens een homo, altijd een homo

Uit de Amsterdamse archieven blijkt dat tot ver in de jaren vijftig een groepje notabelen homoseksuelen weerde uit overheidsdiensten en private bedrijven. Vooral de politie bleek daarin zeer actief.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden