Nieuwe vaccins

Over hele wereld wordt geprikt, maar in Bilthoven werken ze door aan nog een coronavaccin

Een medewerker van Intravacc werkt aan een coronavaccin. Beeld Frank van Biemen/Intravacc
Een medewerker van Intravacc werkt aan een coronavaccin.Beeld Frank van Biemen/Intravacc

De vaccinrace lijkt gelopen, maar bij Intravacc in Bilthoven zien ze nog volop kansen. ‘Niemand weet hoe de wereld er over een half jaar voor staat.’

Het gesprek komt de vaccinontwikkelaars net iets te vroeg. Ze hadden graag willen laten zien hoe goed hun vaccins werken. Maar de proefdieren moeten hun tweede inenting nog krijgen en pas daarna kan blijken of de vaccins beschermen tegen het coronavirus. “De eerste data zien er goed uit”, zeggen ze. “De vaccins doen in ieder geval iets.”

Precies een jaar geleden werd de eerste coronabesmetting in Nederland gemeld. Een logisch moment om terug te blikken, én om te bepalen waar iedereen nu staat. Dat geldt ook voor Intravacc uit Bilthoven. Trouw volgt het vaccinbedrijf sinds de zomer.

Drie ijzers hebben ze in het vuur. Drie kandidaat-vaccins waarmee ze hopen hun bijdrage te leveren aan de strijd tegen het coronavirus. Plus nog enkele projecten met anderen. Volgens de planning hadden ze nu aan het klinische traject moeten beginnen. Van zeker één vaccin was de verwachting dat begin 2021 alle vooronderzoek van ontwikkelen, dierstudies en laboratoriumproeven zou zijn afgerond en de eerste prik in een mens zou gaan.

Maar de biologie bleek weerbarstig. En de markt van benodigdheden voor vaccinonderzoek werd overvraagd. Waar ze anders hun materialen gewoon bestelden, moesten ze nu soms maanden wachten op een cruciaal onderdeeltje. De startdatum voor het klinisch onderzoek verschoof naar 2022. Een ander vaccin nam de koppositie over. Hopelijk kunnen de klinische studies daarmee in het voorjaar van 2022 beginnen.

Mosterd na de maaltijd

Volgend voorjaar? Dan is heel Nederland vermoedelijk al ingeënt. En een groot deel van de wereldbevolking. Zijn ze niet bang dat hun vaccins mosterd na de maaltijd zijn? Nee, zegt Elly van Riet, wetenschappelijk hoofdonderzoeker. “We weten niet hoe de wereld er over een jaar uitziet. Hoeveel mensen zijn dan ingeënt? Hoe lang bieden de vaccins bescherming? Hoe snel muteert het virus? Houden de vaccins de verspreiding tegen?”

De bestaande vaccins doen het goed, vult Dinja Oosterhoff, programma-directeur vaccins, aan. “Maar hoe ontwikkelt zich dat op de langere termijn? Ik ben ervan overtuigd dat de wereld moet doorwerken aan een tweede generatie vaccins. Als iedereen nu zou stoppen met onderzoek en ontwikkeling en de huidige vaccins blijken de strijd met het virus niet aan te kunnen, dan heeft de wereld een groot probleem.”

Van Riet: “Het heeft niet veel zin om nu met een dichtgetimmerd plan te komen. We moeten in de gaten houden wat er gebeurt en waar de problemen ontstaan. En dan hopen op een beetje geluk: dat het grootste probleem in de hoek blijkt te zitten waar jij de oplossing voor hebt.”

Maar voorlopig kampen ze zelf met een enorm probleem: hoe bewijzen ze straks dat hun vaccins effectief zijn? De veiligheid is nog wel aan te tonen, maar als ze willen laten zien dat hun vaccins werkzaam zijn, hebben ze grote groepen proefpersonen nodig die niet besmet zijn geweest én geen ander vaccin hebben gehad. Waar vind je die mensen? En als je ze nog kunt vinden, is het dan ethisch te verantwoorden dat je ze in twee subgroepen opdeelt waarbij de ene helft een experimenteel vaccin krijgt en de andere een placebo? Terwijl er vaccins zijn met bewezen werkzaamheid?

Het is moeilijker voor ons geworden, erkent Oosterhoff. “Er zijn al vaccins op de markt die boven verwachting goed presteren. Dat is goed voor de wereld, maar de lat is voor ons daardoor hoog komen te liggen. Bovendien was er vorig jaar een noodsituatie en waren de procedures versneld. Dat is nu niet meer zo. En dan moeten we nog geschikte populaties zien te vinden.”

null Beeld Frank van Biemen/Intravacc
Beeld Frank van Biemen/Intravacc

Hoe doe je dat? De WHO kijkt nu naar mogelijke richtlijnen voor de tweede generatie vaccins, zegt Van Riet. “Je zou je vaccin in een studie kunnen vergelijken met een bestaand vaccin, met dat van Pfizer bijvoorbeeld. Maar ja, daar zijn die vaccins nu niet voor bedoeld.”

Toch zien de onderzoekers nog allerlei kansen. Een van de vragen bij de bestaande vaccins is: hoe houden ze de overdracht van het virus tegen? Mochten mensen die zijn ingeënt toch anderen kunnen besmetten, dan heeft Intravacc wellicht een troef achter de hand. Van Riet: “Onze vaccins worden via de neus toegediend en dat voorkomt beter, bijna per definitie, dat het virus via de neus wordt verspreid.”

Dat intranasale heeft nog een voordeel. Waarschijnlijk is de reactie op de vaccinatie in de neus beter te meten, waardoor de werkzaamheid in een studie in mensen die eerder al gevaccineerd of besmet zijn geweest makkelijker te bepalen is.

En dan hebben ze nog hun geheime wapen: het peptide-vaccin. Alle bestaande ­coronavaccins – en bijna alles wat nog in de pijplijn zit – richten zich op het zogeheten spike-eiwit van het virus, het uitsteeksel waarmee het virus zich aan een lichaamscel vastklampt en binnendringt. Met dat spike-eiwit is een groot deel van de mensheid over een halfjaar in aanraking geweest. Hetzij via een vaccin, hetzij via een besmetting.

Onbekende stukjes

Maar het peptide is een aaneenrijging van stukjes van verschillende virale eiwitten. Van Riet: “Daar zitten voor de meeste mensen nog onbekende stukjes tussen, althans, voor de mensen die zijn ingeënt. Ons vaccin zal bij hen zeker een nieuwe respons geven.”

Met die peptides kunnen we ook sneller schakelen, zegt ze. “Het peptide is dusdanig ontworpen dat het een afweer opwekt tegen meerdere coronavirussen, dus ook tegen Sars of Mers. Daar zitten dus ook stukjes bij die niet gevoelig zijn voor mutaties. En: we kunnen het heel snel aanpassen.”

Uiteindelijk hoop je op een vaccin dat levenslang werkzaam is tegen alle varianten van het coronavirus. Van Riet: “Het hangt ervan af hoe het virus zich ontwikkelt en of zo’n vaccin nodig is. Waarschijnlijk blijft dit coronavirus onder ons, net als met andere coronavirussen is gebeurd. Misschien hebben we iedere vijf jaar een nieuw vaccin nodig.” Oosterhoff: “Voor ons is het absoluut duidelijk dat de race nog niet gelopen is”.

Drie vernieuwende vaccins in de maak

Het blijft een opmerkelijk vaccin. Waar anderen een virus gebruiken om de essentie van hun vaccin op de plaats van bestemming te krijgen, werken ze in Bilthoven met bacteriën. Terwijl het gros zich richt op het zogeheten spike-eiwit waarmee het coronavirus zich toegang verschaft tot de lichaamscellen, gebruiken ze hier peptides, kleine stukjes van diverse eiwitten van het virus. En in tegenstelling tot de rest van de hele wereld die een afweerreactie met antistoffen wil opwekken, slaan ze met dit vaccin die stap over en proberen ze een respons van T-cellen te genereren.

Een buitenbeentje, dit vaccin, waarmee Intravacc uit Bilthoven hoge ogen dacht te gooien. Vooral ook omdat de peptides snel te maken zijn en het vaccin dus in korte tijd zou kunnen worden aangepast aan een lastige mutant van het virus. Of zelfs een heel nieuw virus.

Het was de bedoeling dat het vaccin begin dit jaar zijn klinische fase in zou gaan, dat het dus getest zou worden op mensen. Dat wordt nu begin 2022.

Het begon er al mee dat de concurrentie, zoals AstraZeneca en Janssen uit Leiden, afgelopen voorjaar al een voorsprong had doordat zij de basis voor hun vaccins – het platform, in jargon – klaar hadden liggen. Deze bedrijven hadden ervaring met hun virus, een soort verkoudheidsvirus. Ze wisten hoe ze het moesten kweken, hadden er al andere vaccins mee ontwikkeld en konden dus onmiddellijk met corona aan de slag.

Intravacc was nog niet zover met zijn platform, gebaseerd op bacteriën. Bacterieblaasjes, om precies te zijn. Een bacterie gebruikt zulke blaasjes om te communiceren met zijn omgeving. Omdat de blaasjes eiwitten van de bacterie bevatten, kun je ze gebruiken als vaccin tegen zo’n bacterie (Intravacc doet dat al). Maar je kunt die eiwitten ook strippen en vervangen door eiwitten van een virus. Of door peptides.

Voor het zover was, moest het Intravacc-team van Dinja Oosterhoff en Elly van Riet de productie van blaasjes in de vingers krijgen. Dat viel tegen. Het bleek vooral lastig om de peptides erop te zetten.

Dat leek een makkie, zegt Van Riet. “Maar het werkte anders dan gehoopt. Je moet de peptides eerst ergens in oplossen en dat lukte bij het ene peptide beter dan bij het andere. Daarnaast moeten we uitzoeken wat de beste voorwaarden zijn om de peptides aan de blaasjes te koppelen. Dat hadden we allemaal niet verwacht. Ik vergelijk het wel eens met opvoeden. Bij je tweede kind denk je dat je wel weet wat werkt en wat niet. Maar dan blijkt die tweede toch heel anders.”

Het koppelen is nu toch gelukt. Waarna de volgende stap wachtte: dierstudies. De peptides wekken geen reactie met antistoffen op (het lichaam krijgt immers maar een klein stukje van het coronavirus te zien), maar ze leren het immuunsysteem wel hoe het geïnfecteerde cellen kan herkennen en opruimen. Daar hebben de onderzoekers muizen voor nodig die genetisch zo zijn aangepast dat ze een afweerreactie met humane T-cellen kunnen geven. “Maar deze muizen zijn niet vatbaar voor het coronavirus”, zegt Oosterhoff. “Vatbare muizen bestaan wel, maar zijn nu uitverkocht.” Van Riet: “We moeten daarom een beetje puzzelen hoe we kunnen uitzoeken of de opgewekte T-celrespons voldoende is om een infectie te bestrijden.”

Daarnaast bleek het soms moeilijk de goede materialen bijeen te krijgen – in tijden van corona zit iedere vaccinproducent verlegen om reactorflessen of pipetpuntjes. Vandaar de vertraging.

Hun grootste troef is nu ingehaald door een tweede kandidaat: een vaccin op basis van diezelfde blaasjes, maar dan met het spike-eiwit van het coronavirus eraan vast. Hamsters hebben daarvan nu net een tweede dosis gehad. Binnenkort worden ze blootgesteld aan het virus zelf.

En dan is er nog het derde ijzer in het vuur: een vaccin met een virus als drager. Niet een verkoudheidsvirus (een adenovirus) zoals bij AstraZeneca en Janssen, maar het Newcastle disease-virus, dat onder vogels rondgaat. Het concept moet zich nog bewijzen, maar er zit een voordeeltje aan. Tegen dat adenovirus zelf bouwen mensen ook een afweer op. Zo’n vaccin kun je daarom maar een paar keer toedienen. Daarna wordt het door het immuunsysteem opgeruimd voordat het zijn gastheer heeft kunnen laten kennismaken met het coronavirus. Dat probleem is er met het vogelvirus als transportmiddel niet.

De hamsters hebben ook hiervan hun eerste injectie gehad. Trials bij mensen staan gepland voor 2022.

Lees ook:

De race tussen virus en vaccins is begonnen: maar of we winnen, staat niet vast

Na de aanvankelijke blijdschap over de eerste vaccins wordt steeds duidelijker: de strijd met het coronavirus is nog verre van beslist. Hoe goed zal het lukken om in te spelen op mutaties?

Een bacterie als wapen tegen het virus

Met een vaccin dat geen antilichamen opwekt wil Intravacc uit Bilthoven de strijd aangaan met het coronavirus. Trouw volgt het bedrijf bij zijn zoektocht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden