Oud-actievoerders Aly Wisse (r) en Josje de Koning togen dertig jaar geleden al met trekkers naar Den Haag. Ze kijken met afgrijzen naar de boerenprotesten van nu.

Interview

Oud-actieleiders van boerenprotesten in 1990 kijken ‘met afgrijzen’ naar de demonstraties van nu

Oud-actievoerders Aly Wisse (r) en Josje de Koning togen dertig jaar geleden al met trekkers naar Den Haag. Ze kijken met afgrijzen naar de boerenprotesten van nu.Beeld Arie Kievit

Naast ‘coronajaar’ was 2020 was ook het jaar van felle boerenprotesten. Dertig jaar geleden togen er ook trekkers naar de Hofstad. De actieleiders van toen, Josje de Koning en Aly Wisse, kijken met afgrijzen naar de protesten van nu.

De aardappelen in Colijnsplaat zijn net uit de zwarte Zeeuwse klei getrokken. Twee, misschien drie cent per kilo brengen ze dit jaar op. Niet eens genoeg om de kosten te dekken. Omdat de horeca al maanden hermetisch op slot zit, is de vraag dramatisch gedaald. En dat tegenwoordig iedere akkerbouwer in Europa aardappelen verbouwt, helpt ook niet. Aly Wisse: “Was de tarweprijs maar beter, dan stoppen die Franse en Spaanse boeren meteen met aardappels telen. Dat doen ze alleen maar voor de omzet.”

Wisse (66) en De Koning (67) zijn inmiddels actievoerder af, vertellen ze aan de tafel waarop allerlei plakboeken uit die tijd liggen. “Heeft mijn schoonmoeder allemaal bijgehouden”, lacht Wisse. De twee hebben nog steeds een overvolle agenda. Ze zitten samen in de organisatie van een lokale sociëteit die debatten organiseert, en zijn actief in het bestuur van de Energiecoöperatie Noord-Beveland. Wisse: “Omdat ik vind dat we met z’n allen minder energie moeten gebruiken.” Daarnaast hebben ze nog tal van andere, veelal vrijwillige functies. De Koning: “Ik help onder meer om burgerinitiatieven van de grond te krijgen.”

Boze boeren

Dertig jaar geleden waren de twee er verantwoordelijk voor dat honderden boze boeren uit het hele land naar Den Haag trokken op hun tractor. Wisse was destijds akkerbouwer en pluimveehouder, De Koning was net begonnen als beleidsmedewerker bij de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen. De twee kenden elkaar van de studieclub Agrarische Vrouwen Noord-Beveland. Nooit eerder hadden ze een actie op poten gezet. Ze hadden überhaupt nog nooit gedemonstreerd.

In die jaren ging het Europese en Nederlandse landbouwbeleid op de schop. Een vaste graanprijs en het opkopen van productieoverschotten had tot onhoudbare overheidsuitgaven geleid, en daarom werd de overheidssteun ingeperkt. Dat betekende dat de prijzen van landbouwproducten flink daalden, en dat ook de overproductie ter discussie stond. “Wij kregen tijdens een uitje met onze studieclub in het Europees Parlement te horen dat akkerbouw in Nederland geen toekomst meer had”, vertelt De Koning. “Er werd gezegd: ‘de textiel is toch ook uit Nederland verdwenen? Het kan best’”, hekelt Wisse. De Koning: “Dat heeft ons getriggerd. Moesten we dat zomaar laten gebeuren? Echt niet!”

“Je voelt je dan zo waardeloos”, vult Wisse aan. Ze kan zich daarom goed indenken dat de opmerking van D66-kamerlid Tjeerd de Groot dat de veestapel moet worden gehalveerd om de stikstofuitstoot omlaag te krijgen, aanleiding voor boeren is geweest om de straat op te gaan. “Dat is net zoals toen wij in Brussel te horen kregen dat er geen toekomst meer zou zijn voor de akkerbouw”, beaamt De Koning. Ze vinden de uitspraak ‘ongenuanceerd’ en ‘een klap in het gezicht van veeboeren’.

Aly Wisse en Josje de Koning (r). Beeld Arie Kievit
Aly Wisse en Josje de Koning (r).Beeld Arie Kievit

Voortbestaan bedreigd

Net zoals nu, voelden boeren zich in de jaren negentig in hun voortbestaan bedreigd. En ontstond er protest. Zo waren het ministerie van landbouw en het gebouw van de Sociaal-Economische Raad al eens geblokkeerd door tientallen boze akkerbouwers. Zij eisten een stop op de prijsdalingen van landbouwproducten, een nationaal stimuleringsplan voor de akkerbouw en werkbare milieumaatregelen. De demonstranten vonden weinig gehoor.

En toen was daar in februari 1990 plots de motie van Pieter ter Veer (D66). “Een geschenk”, glundert Wisse. “Ter Veer vond dat de graanprijzen omhoog moesten, en toen hebben we iedereen wijs gemaakt dat we naar Den Haag gingen om zijn motie te steunen. Niet dat we voor D66 waren, maar wij moesten een aanleiding hebben voor ons protest”, vertelt ze. “Zo konden we goed uitleggen waarom we protesteerden”, vult De Koning aan. “En kregen we heel veel mensen op de been”, zegt Wisse.

De twee stampten de actie in een week uit de grond en kregen daarbij hulp van het toenmalige bestuur van de Zuidelijke Landbouwmaatschappij, het huidige ZLTO. “Laten we duidelijk zijn: het lukte omdat wij vrouwen zijn”, stelt Wisse. “Vrouwen organiseren zoiets net zoals je het in de keuken organiseert. Je gaat niet je aardappels opzetten en dan nog eens bedenken wat voor groente je die avond wilt eten. Dus wij hadden vooraf slaapplaatsen geregeld. Lunchpakketten. Gezorgd dat er een restaurant ’s avonds om elf uur stamppot boerenkool klaar had staan. We hadden er goed over nagedacht.”

Verkeersinfarct

De twee dertigers lieten er in die dagen geen twijfel over bestaan wie de leiding over het protest had. “Wij waren heel duidelijk”, zegt Wisse. Brede lach: “En dat heeft ons waarschijnlijk gered. De boeren wisten dat er met deze meiden niet te sollen viel.” Ze verhaalt over een voorval op de terugweg, een dag na de demonstratie. Hoewel met de politie was afgesproken dat de trekkers niet over de snelweg zouden rijden, namen de boeren toch de A4 en veroorzaakten een verkeersinfarct door in de Beneluxtunnel opeens te stoppen. De Koning en Wisse reden in een personenauto voor de stoet, en snapten er niets van dat de weg achter hen leeg bleef.

“Toen was daar ineens politie”, vertelt Wisse. “Ik vergeet die man nooit meer! Hij begon te lachen en zei ‘die boeren komen er vanzelf wel uit, want we hebben de ventilatie uitgezet’. Ik dacht: dat gaat fout, dus ik heb die vent bij zijn jasje gegrepen en gezegd dat -ie de tunnel in moest rijden. Naar Josje riep ik dat zij bij de andere motoragent achterop moest springen. Die man vroeg ‘wat wilt u daar gaan doen?’ Ik zei: ‘zeggen dat ze moeten gaan rijden’. ‘Niemand luistert naar u’, zei hij. ‘Dat zullen we nog weleens zien’, zei ik. Ik was woest.”

De Koning: “Ik weet nog dat die agent zei: ‘houd je maar goed vast’. We hadden niet eens een helm op.” Opnieuw klinkt er een bulderende lach door de woonkamer van Wisse. “Jammer dat daar geen foto’s van zijn!”

Versperde toegangswegen

De motie van Ter Veer werd verworpen; de graanprijs werd niet verhoogd. Het protest breidde zich de weken daarna uit. Toegangswegen naar Groningen, Assen, Leeuwarden en de Flevopolders werden versperd door zo’n 5000 boeren. Het gebouw van de Rijksbelastingdienst werd geblokkeerd, de Informatiseringsbank in Groningen en het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht. Toen gedreigd werd om Schiphol plat te leggen, kreeg een commissie toenmalig landbouwminister Gerrit Braks (CDA) na een paar weken zo ver om concessies te doen.

“Wij waren absoluut niet de liefsten”, vertelt Wisse. “Wij hebben ook pleinen afgesloten en de boel geblokkeerd.” Toch vindt ze dat de acties van toen niet te vergelijken zijn met die van nu. “Het is nu harder en extremer. De maatschappij is meer verruwd. En ik heb het idee dat boeren nu veel meer in het nauw zitten. Dan is het net als met een kat: die kun je niet vertrouwen.”

De Koning merkt dat sociale media en mobiele telefoons ook van grote invloed zijn. “Mensen waarschuwen elkaar en jutten elkaar op. En via Twitter en Facebook trek je relschoppers aan. Dan kan iets veel sneller ontsporen. In onze tijd hadden we een bakbeest van een telefoon en dat was ons enige communicatiemiddel.”

Wisse zegt dat het huidige protest wordt georganiseerd door ‘een groep extremisten’. “Zij roepen op tot burgerlijke ongehoorzaamheid, het omver rijden van hekken en wat al niet meer.” Volgend De Koning was het protest dertig jaar geleden veel gemoedelijker. “Mensen keerden zich daarom niet tegen ons. Maar als je met die enorme trekkers tegen de deur van een provinciehuis gaat rijden of mensen met de dood gaat bedreigen... Dat is zo’n machtsvertoon en zo respectloos. Dat moet je niet doen. Je bent dan echt aan het verliezen. Ik voel plaatsvervangende schaamte als ik FDF (boerenprotestgroep Farmers Defence Force, red.) bezig zie.”

Voorzitter Mark van den Oever van Farmers Defence Force bij het Binnenhof in februari 2020. De boerenprotestgroep protesteert tegen maatregelen van landbouwminister Carola Schouten. Beeld Phil Nijhuis, ANP
Voorzitter Mark van den Oever van Farmers Defence Force bij het Binnenhof in februari 2020. De boerenprotestgroep protesteert tegen maatregelen van landbouwminister Carola Schouten.Beeld Phil Nijhuis, ANP

Compromissen sluiten

Wisse, vergoelijkend: “Het is goed als je je laat horen. Ik kreeg bij het eerste boerenprotest in oktober 2019 ook weer de kriebels. Dat vuur zat er echt nog wel. Maar inmiddels is dat vuur helemaal gedoofd. Wat voegt het toe om steeds opnieuw naar Den Haag te gaan? Als je je zin niet krijgt, kun je nog een keer gaan. Maar dan ook nog een derde keer? Je kunt de democratie toch niet omver helpen? Het lijkt erop dat Farmers Defence Force dat wel wil. Maar democratie betekent dat je ook de zwakste schakel in ere houdt. Dat je compromissen sluit en andere opvattingen respecteert. Als je dat niet kunt, heb je niets te zoeken aan een onderhandelingstafel.”

De Koning heeft aan de lijve ondervonden hoe bedreigend sommige boeren tegenwoordig zijn. Een bezoek van minister Schouten (landbouw) aan het bedrijf van haar man werd deze zomer op het laatste moment afgeblazen omdat de minister gevaar liep. “Boeren zorgden voor een veiligheidsrisico.”

Ze zou met de minister in gesprek gaan over de zoetwaterproblematiek. “Iets wat boeren in Zeeland allemaal aangaat en heel belangrijk is. Dan denk ik: waarom bedreig je een minister? Het gaat toch ook over jullie?” Wisse: “Dan zeggen ze later dat ze het zo niet hadden bedoeld. Maar ondertussen staan ze daar wel in hun trekkers langs de weg de boel te intimideren.”

Op de vraag of zij die boeren hebben aangesproken op hun gedrag, schudden beiden gedecideerd hun hoofd. De Koning: “Ik weet niet precies wie er op die trekkers zaten. Het waren niet alleen maar mensen van hier. Ik ga daar mijn tijd niet aan spenderen.”

Boeren demonstreren in juli 2020 bij het RIVM. Beeld Robin van Lonkhuijsen, ANP
Boeren demonstreren in juli 2020 bij het RIVM.Beeld Robin van Lonkhuijsen, ANP

De Bende van Vijf

Na de grote demonstratie van 20 februari 1990 veranderde de rol van de twee Zeeuwse vrouwen. De Bende van Vijf, een groep frontmannen die alle acties in goede banen moest leiden, nam het werk over. De Koning stopte er na een tijdje helemaal mee. Ze ging lesgeven op de Volkshogeschool. Wisse bleef nog wel jarenlang actief als landbouwbestuurder en zat regelmatig met politici om de tafel. Ondertussen runde ze samen met haar man hun pluimvee- en akkerbouwbedrijf.

Op de vraag wat hun protest van destijds heeft opgeleverd, zegt de Koning nuchter dat ze de graanprijzen niet omhoog hebben gekregen. Wel veranderde het politieke klimaat, vinden ze. Wisse: “Wij werden indertijd niet in de steek gelaten, maar straal genegeerd. Nooit werd er door politici met boeren gepraat. Na de demonstraties in 1990 veranderde dat. Blijkbaar wordt er pas naar je geluisterd als je met je vuist op tafel slaat.” Ook verschenen er veel verhalen over boeren in de media.

Doorbroken taboe

Akkerbouwers schaamden zich niet langer om te vertellen dat ze niet meer rond konden komen, vertelt Wisse. “Daarvoor was de houding: dat is taboe, dan denken buren misschien dat je geen goede boer bent.” Die openheid zorgde voor meer solidariteit onderling en had ook effect op het draagvlak in de samenleving en de politiek. Boeren hebben sindsdien betere contacten in Den Haag, menen de twee zestigers. De Koning: “Een mens moet eerst warme gevoelens voor je hebben voor hij iets voor je wil doen.”

Het pluimveebedrijf van Wisse is dik tien jaar geleden van de hand gedaan. Maar de echtgenoten van de twee vrouwen hebben nog immer een akkerbouwbedrijf. Weliswaar niet meer zelfstandig - beiden zijn samengegaan met andere akkerbouwers - maar nog altijd goed voor 180 (Dees-Wisse Agro vof) en 400 (Landbouwbedrijf Nieuw Campen) hectare intensieve akkerbouw. Geen van hun vier kinderen wordt akkerbouwer. En dat is goed zo, zegt De Koning. “Je moet in je leven doen waar je gelukkig van wordt.” Wisse: “We zijn geen koning en koningin, dus ze hoeven ons niet op te volgen. Het is hier niet The Crown.”

Lees ook:

Johan Remkes: ‘Nooit gedacht dat ik me nog eens met stikstof bezig zou houden’

Johan Remkes, de stikstofadviseur van de regering, is nu echt met pensioen. Je krijgt hem Groningen niet meer uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden