InterviewGrondleggers van de voedselbank

Oprichters voedselbank zien het 'succes' met lede ogen aan: 'Het is volledig uit de hand gelopen’

Clara en Sjaak Sies, de oprichters van de voedselbank, in de weer bij de Gaarkeuken Rotterdam. Beeld Werry Crone
Clara en Sjaak Sies, de oprichters van de voedselbank, in de weer bij de Gaarkeuken Rotterdam.Beeld Werry Crone

Van een klein uitgiftepunt voor de armen van Rotterdam groeide de voedselbank uit tot een instituut met 172 vestigingen en duizenden klanten. Maar oprichters Sjaak en Clara Sies zien het met lede ogen aan.  

 In het huis van Sjaak (78) en Clara (68) Sies kom je niet snel iets tekort. Clara springt op, kopjes koffie en thee worden onmiddellijk klaargezet in de gezellige woonkamer van hun Rotterdamse rijtjeshuis. En heeft het bezoek eigenlijk wel geluncht? Delen wat je hebt en zorgen voor de ander, dat is het credo van het echtpaar Sies. Oók (of juist!) als het even wat minder gaat. Het echtpaar weet als geen ander wat het is om weinig te besteden te hebben. 

Als de twee in de jaren tachtig noodgedwongen moeten stoppen met hun Rotterdamse modezaak, komen ze diep in de schulden terecht. Het echtpaar kan er inmiddels zonder schaamte over vertellen. Over de veertiende verjaardag van één van de kinderen bijvoorbeeld, als er opeens een werknemer van het elektriciteitsbedrijf op de stoep staat. Het echtpaar mag kiezen: óf het gas gaat eraf, of het licht gaat uit. 

Sjaak Sies: “Ik zei: doe dan maar het licht, dan kunnen we tenminste nog koken. We hebben overal kaarsjes aangedaan, in de wc ook. En dan krijg je het commentaar van de visite: oh wat creatief!” Clara Sies: “We hebben nooit verteld wat er eigenlijk aan de hand was. Veel te genant.”

Door de armoede komt het echtpaar in contact met anderen die in hetzelfde schuitje zitten. Eenmaal uit de schulden willen ze iets doen voor de lotgenoten die ze hebben ontmoet. In 2002 richten ze de eerste voedselbank in Nederland op, in hun Rotterdam. Wat begint met spullen uit de eigen koelkast, verpakt in een doos, groeit uit tot een vereniging met inmiddels 172 vestingen, 10 distributiecentra, 12.000 vrijwilligers en wekelijks 100.000 klanten.

Maar met het succes van de voedselbank – hun ‘kindje’ – zijn Sjaak en Clara Sies niet onverdeeld blij. Een grote organisatie brengt regeltjes met zich mee, en bureaucratie, zien ze. Ze stappen zelf daarom uit het bestuur. Contact met de organisatie is er tegenwoordig nauwelijks meer. Clara Sies: “Het is soms wel een beetje zuur.”

Eerst even terug naar hoe het allemaal ­begon, in 1986. Hoe groot was jullie schuld?

Clara: “Ongeveer 60.000 gulden.” Sjaak: “We waren zelfstandigen, hadden een zaak in damesmode met een atelier erbij. In een gegoede wijk. Het heeft vijftien jaar geduurd, toen ging het bergafwaarts. We hadden met een aantal dingen pech. En ja, dan moet je stoppen.”

Hardwerkende ondernemers, en dan ­tienduizenden guldens schuld. Wat heeft dat met jullie gedaan?

Sjaak: “Je krijgt er natuurlijk toch een klap van. Ik was toen in de vijftig. En uitgerangeerd. Je leeftijd heb je tegen bij een sollicitatie. Dat doet je zelfbeeld niet veel goed.”

Clara: “In die tijd liepen we ook onverzekerd rond. Dan dank je God op je knietjes dat er niks is gebeurd. Echt, prettig is anders – we hadden vier kinderen, in ’91 kwam de vijfde. Maar we zijn er altijd creatief mee omgegaan. Zelf taart maken, schoenen op de markt kopen, kleding maken.”

Sjaak: “Onze dochter Rivka zei laatst: ‘Ik heb nooit gemerkt dat we zo weinig geld hadden’. Dat vond ik een groot compliment.”

En door die schuld werden jullie geïnspireerd om iets voor anderen te doen?

Sjaak: “We kwamen terecht in een bepaalde doelgroep. Daar zagen we dat veel mensen dezelfde problemen hadden als wij. We dachten: de plusjes zouden iets voor de minnetjes moeten doen. Het begon met kleding, eind jaren negentig. Maar destijds waren kringloopwinkels ook in opkomst. We zaten in elkaars vaarwater. Een van de bestuursleden van die kringloopstichting kwam uit de tuinderswereld en kon wel wat groente en fruit bij elkaar krijgen. Toen zijn we met voedselbanken begonnen.”

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

Een concept dat in verzorgingsstaat ­Nederland onbekend was. In het buitenland werd het al wel gedaan, heeft dat jullie aan het denken gezet?

Sjaak: “Het is oorspronkelijk een Amerikaans fenomeen, daar zijn de voorzieningen voor armen ook veel slechter. Maar in Europa had je ook voedselbanken. Al snel kwam er een vriend die zei: ‘Je moet eens in België kijken. Daar hebben ze iets dat de voedselbank heet.’”

Clara: “Daar zagen we pakketten met voedsel dat over was uit de productie. Potten jam met verkeerde stickertjes, dat soort achterlijke dingen. Je verlost bedrijven van die producten en kan er mensen blij mee maken.

“In 2003 hebben we onze stichting omgedoopt tot Voedselbank Nederland. We dachten dat we zo meer mensen in Rotterdam zouden helpen. Met een vriend bouwden we een website, in Frontpage, zegt jullie dat nog wat? Daarmee gingen we naar bedrijven.”

En, waren die enthousiast?

Sjaak: “Nou, als je zomaar bij Unilever aan komt kloppen, kom je in eerste instantie niet verder dan de portier. Voedselbanken? Nooit van gehoord. Meneer Sies? Onbekend. Dus toen hebben we wat meer tamtam gemaakt. Met lokale kranten. In het begin waren we niet zo goed voorbereid. Op een gegeven moment kwam er een fotograaf, maar we hadden nog helemaal geen voedselpakketten. Toen hebben we een doos gepakt en onze eigen koelkast leeggehaald. Daar gingen we mee op de foto.”

Clara: “In februari 2003 kwamen we in een tv-uitzending van ‘Netwerk’ op zondagavond. Meteen na de afloop begon de telefoon begon te rinkelen. Uit het hele land kregen we mensen aan de lijn die óók een voedselbank wilden beginnen. Tegen die mensen hebben we gezegd: kom maar naar Rotterdam en kom kijken, we helpen je drie maanden.

“Normaal gesproken als je een bedrijf start, heb je een visie, en een vijfjarenplan. Hadden we niet, wij waren vanuit ons hart en onze huiskamer begonnen. Maar binnen een paar jaar kwamen er zeventig locaties bij. We hadden in Rotterdam één heel grote loods voor alle spullen, die hadden we gekregen via studenten die ons hielpen met professionaliseren. Zij zeiden: ‘Je hebt een opslagruimte nodig van 2000 vierkante meter’. Schei uit, zeiden wij, dat is te groot. Maar ja, uiteindelijk bleek die veel te kléin.”

Inmiddels is de voedselbank een instituut. Hadden jullie dat ooit gedacht?

Sjaak: “We dachten aan een kleinschalig Rotterdams project. Dat is niet gelukt.”

Clara: “Het is volledig uit de hand gelopen.”

Sjaak: “Als we iets hebben bereikt, is het wel dat armoede bespreekbaar is geworden. Er was natuurlijk altijd al armoede, maar dat werd doodgezwegen. Ook de politiek sprak er niet over.”

Tegenwoordig krijgt de voedselbank stevige subsidie, van gemeenten, maar dit jaar ook miljoenen van het Rijk.

Sjaak: “In Rotterdam hebben we altijd gezegd: geen subsidie. Dat konden we ons permitteren omdat we door het bedrijfsleven en de media werden omarmd. We wilden niet afhankelijk zijn van een politieke richting, of voor een politiek karretje worden gespannen. Gemeenteraadsleden wilden altijd graag op bezoek. Dan zeiden wij: dat mag, maar geen foto’s om zelf sier meer te maken.”

Clara: “De meesten kwamen dan niet. Er was zelfs een partij die vlak voor de verkiezingen honderd bioscoopkaartjes beschikbaar stelde voor kinderen van voedselbankklanten. Wij zeiden: doe dat na de verkiezingen, in de grote vakantie als kinderen zich vervelen. Nooit meer wat van gehoord.”

Is het niet een taak van de overheid om ­armoede de wereld uit te helpen?

Clara: “Ik denk dat er in de politiek veel schaamte is. Politici vinden het moeilijk om toe te geven dat het niet zo mooi is als ze doen voorkomen. We hebben een fantastisch stelsel hier – zorgstelsel, uitkeringen, allerlei toestanden – maar toch zijn er valkuilen. De bureaucratie bijvoorbeeld, als je ineens geen baan meer hebt of in scheiding ligt. Het kan dan maanden duren voordat je een uitkering krijgt en dan stapelen de schulden zich op. Mensen komen tussen wal en schip terecht.”

Sjaak: “Het is vaak pech”.

Wat vinden jullie van de manier waarop de voedselbanken nu werken?

Clara: “Er is wel een zekere bureaucratie de voedselbanken binnengeslopen. Neem die drie-jaarregel waarbij je in principe drie jaar recht hebt op voedselhulp. Natuurlijk zijn er ook mensen die om de een of andere reden na drie jaar nog steeds hulp nodig hebben. Maar nu is er een computer die zegt: sorry, maar je hebt je drie jaar gehad. Lokaal wordt het nog weleens door de vingers gezien, maar soms ook niet. In de beginjaren was het makkelijker om naar persoonlijke situaties te kijken.”

Sjaak: “Het is best dubbel. Met zo’n grote organisatie moet je regels hebben, maar dat vervlakt wel. Het is moeilijk om daar een ­balans in te vinden. Ik weet dat er in Rotterdam bij de voedselbank altijd een groep mensen staat te wachten. Die hebben zelf geen recht op het voedsel, maar nemen mee wat er aan het einde van de dag over is. Dat is de praktijk.”

Hebben jullie als grondleggers eigenlijk nog contact met voedselbanken Nederland?

Clara: “Op een gegeven moment werd het te veel en te groot voor ons. Wij zijn geen mensen van organiseren en vergaderen. Toen zijn we er uitgestapt.”

Sjaak ietwat verbittert: “Ik sta als erevoorzitter op de website. Maar ik ben nog nooit voor iets gevraagd in die functie.”

Clara: “We hadden het graag anders gezien. Nodig ons eens uit voor een belangrijke gelegenheid, of eindejaarsborrel. Ik wilde graag betrokken blijven, maar het moet wel van twee kanten komen. Als je het Voedselbanken Nederland vraagt hebben ze heel veel respect en waardering voor ons. Maar daar blijft het bij. Bij mijn afscheid heb ik gezegd: de voedselbank is ons zesde kind. Natuurlijk, kinderen gaan het huis uit en staan op eigen benen. Maar dan is het niet zo dat je er nooit meer naar omkijkt. Natuurlijk, ieder kind gaat uiteindelijk zijn eigen pad. Maar ik zou er niet aan moeten denken dat een van mijn kinderen zo met me zou omgaan. Het is soms een beetje zuur. Liever hebben we het er niet meer over. Maar we gaan er niet over lopen kniezen, en we hebben nu weer iets anders om handen.”

Alweer iets nieuws?

Sjaak: “Tja, je zit thuis, en de verhalen over armoede blijf je horen. Toen dachten we: we zouden eigenlijk een gaarkeuken willen beginnen. Dus nu koken we voor de bewoners, zodat er gezamenlijk eten is voor een groep die dat anders niet kan betalen. Dat is drie jaar geleden gestart. Inmiddels zijn we met de vijfde locatie bezig.” Trots: “Die opent in de wijk waar ik ben opgegroeid.”

Wanneer de landelijke uitrol is? Sjaak en Clara kijken elkaar glimlachend aan. “Dat project heet nu Gaarkeukens Rotterdam”, zegt Clara. “Heel goed afgebakend. Want zoals het bij de voedselbank ging… dat willen we niet meer.”

Voedselbanken Nederland: ‘Diepe bewondering voor echtpaar Sies’

Voorzitter Leo Wijnbelt van Voedselbanken Nederland zegt in een reactie ‘diepe bewondering’ en waardering te hebben voor Clara en Sjaak Sies. “Zij verdienen alle credits nadat ze zich jarenlang met hart en ziel hebben ingezet. Het beeld dat zij schetsen is hun werkelijkheid en die mag ook worden verteld.” Wel wil Wijnbelt nuanceren dat klanten van de voedselbank automatisch het na drie jaar zonder pakket moeten doen. “Veel mensen die wij helpen ­lopen langer dan drie jaar bij de voedselbank, bijvoorbeeld als de ­situatie vrij uitzichtloos is.”

Het aantal klanten dat langer dan drie jaar voedselhulp krijgt is zo’n 17 procent, zeggen de voedselbanken. “Wel is het zo dat het aanbod van voedsel bepaalt hoeveel mensen we kunnen helpen en kan het zijn dat voedselbanken daarom lokaal andere regels hanteren.”

Lees ook: 

Voedselbanken krijgen onnodige miljoenen

Het kabinet maakte sinds het begin van de coronacrisis miljoenen euro’s vrij voor voedselbanken. Tot nu toe is er geen gebruikgemaakt van dat geld. Toch blijven de subsidies komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden