Diefstal

‘Opeens waren de troepen en hun waardevolle wapens verdwenen’

Uit het Oorlogsmuseum in Ossendrecht zijn de belangrijkste elementen van de nagebouwde Duitse commandopost gestolen, van SS-uniformen tot een Duits Fallschirmjägergewehr.Beeld Arie Kievit

Na het oorlogsmuseum in Beek kreeg ook het museum in Ossendrecht deze week te maken met een zorgvuldig voorbereide inbraak. Het hart is uit zijn levenswerk gerukt, zegt eigenaar Jan de Jonge.

De nagebouwde commandopost van het Duitse leger mist zijn belangrijkste elementen: de militairen zelf. Acht origineel aangeklede strijdkrachten had eigenaar Jan de Jonge in deze hoek van zijn oorlogsmuseum neergezet, inclusief elite-eenheden van de Fallschirmjäger. In het museum van De Jonge draait het om beleving. Hier ervoer je hoe de Duitsers 76 jaar geleden even verderop op landgoed Mattemburgh hun uitkijkpost hadden ingericht. Tot woensdag. Toen waren de troepen, en hun waardevolle wapens, opeens verdwenen.

“Het hart is eruit”, jammert De Jonge wanneer hij een rondleiding geeft door zijn 800 vierkante meter grote museum. Jarenlang kwamen bezoekers van over de hele wereld naar zijn museum. Maar juist de unieke objecten waarvoor zij naar de bossen rond Ossendrecht afreisden, zijn weg. “De inbrekers wisten donders goed wat ze moesten hebben. Allemaal Duitse spullen, van de geallieerden hebben ze niets meegenomen. Een Franse hoek, een Engelse, een Canadese: allemaal intact. Duits materiaal, zeker kledij, is zeldzaam.”

Een kleine 150 kilometer verderop weet Wim Seelen hoe De Jonge zich voelt. De eigenaar van het oorlogsmuseum Eyewitness in het Limburgse Beek kreeg begin augustus ook ongevraagd bezoek. De inbraken doen onmiskenbaar aan elkaar denken, de daders wisten in beide gevallen precies wat ze moesten hebben. “Het enige wat ik kan verzinnen, is dat iemand er opdracht toe heeft gegeven”, zegt Seelen. “Veel van de gestolen spullen zijn zo uniek dat je ze niet aan de man kunt brengen. Onze wereld is een kleine. Zo gauw er iets uit Beek of Ossendrecht opduikt, wordt het meteen bekend.”

Tonnen schade

Bij Eyewitness, dat op 1 oktober heropende, bedroeg de schade zo’n anderhalf miljoen euro. In Ossendrecht moet De Jonge de balans nog opmaken, maar loopt de waarde van de buit zeker in de tonnen. Maar het gaat ook om een levenswerk dat deels naar de knoppen is. De Jonge is 77 en verzamelt al bijna zeven decennia. “Dat begon met een veldfles en een werkjasje op de werkplaats van mijn vader die de Duitsers hadden gevorderd. Op mijn twaalfde ontmoette ik iemand die een grote verzameling had aangelegd en ging opruimen. Ik heb er jarenlang al mijn zakgeld aan besteed. Op de kweekschool in Middelburg kwamen bij opgravingen opeens Duitse onderscheidingen naar boven. Verroest natuurlijk, maar ik keerde met zakken vol naar huis.”

Later werd het professioneel en stegen de bedragen die De Jonge aan zijn verzameling spendeerde. Zijn museum herbergt een nagebouwde bunker met originele pantserdeuren, maar ook legerauto’s, mitrailleurs, kanonnen en een radiokamer. Stad en land reisde hij ervoor af, veel objecten restaureerde De Jonge zelf. Maar het meest trots was hij altijd op de uitrustingen die hij aankocht. “Helmen, baretten, camouflagejacks. Veel van de SS en de Fallschirmjäger. Het is allemaal weg. De dieven hebben goede instructies gekregen. De onderdelen die minder waard waren, hebben ze hier gelaten.”

Sprankje hoop

In Beek heeft Seelen tweeënhalve maand na dato slechts een sprankje hoop dat hij nog iets van de gestolen spullen terugziet. “Stel dat de inbraken aan elkaar zijn gerelateerd en de opdrachtgever zit in Nederland, dan zou het kunnen. Anders niet. Jan en ik wilden onze collecties delen met de maatschappij. We geven de jeugd mee dat een oorlog alleen maar verliezers kent. Dan is er dus iemand die de collectie bij ons laat weghalen om er thuis naar te gaan zitten kijken. Dat vind ik enorm triest.”

Net als Seelen is ook De Jonge vast van plan door te gaan met zijn museum, al weet hij nog niet precies hoe. “Veel opstellingen vertellen een verhaal. Zonder de gestolen spullen zijn die verhalen niet meer compleet. Daar moet ik dus over gaan nadenken. Eén ding weet ik wel: ik ga op mijn leeftijd geen hoge prijzen meer betalen om alles te kunnen vervangen.”

Steeds meer verzamelaars

“De koers van Duits oorlogswaar is de afgelopen twintig jaar harder gestegen dan die van Shell”, zegt directeur Erik van den Dungen van het Oorlogsmuseum Overloon. “Het aantal verzamelaars breidt zich uit. Amerikaanse spullen zijn niet exclusief, maar een geweer van de Fallschirmjäger wordt op de internationale markt zelden aangeboden. Door de unieke nummering zal dat met de gestolen geweren in Beek en Ossendrecht ook niet gebeuren. Voor kleding die aan personen is toe te kennen geldt hetzelfde.

“Ik denk ook dat op de achtergrond een verzamelaar actief is. In onze wereld beginnen veel mensen jong aan een eigen collectie. Je hebt ook mensen die lui zijn en minder zuiver op de graat. Ik heb de indruk dat in het voormalige Oostblok veel geld is voor dit soort dingen, al weet ik niet of ze tot dit soort inbraken in staat zijn. De grootschaligheid is bijzonder. Maar als je veel te verteren hebt, zijn dit de spullen die je wilt hebben. Een Fallschirmjägergeweer bijvoorbeeld is de Rolex onder het oorlogstuig.”

Lees ook:

De held en de boef tegenover elkaar in oorlogsexpositie

In een tentoonstelling over een Canadese en Duitse militair tijdens de Tweede Wereldoorlog vallen de gelijkenissen op. Toch is het museum voorzichtig. ‘We trekken ze niet gelijk.’ 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden