Onderzoek

Onderzoek wijst uit: de stad Amsterdam profiteerde eeuwenlang van slavernij

Het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Amsterdamse Oosterpark.Beeld ANP

Amsterdam heeft als stad lang geprofiteerd van slavenhandel en slavenarbeid. Politieke elites hadden eeuwenlang zelf economische belangen in slavenhandelaren en -productie. Dat staat in de studie naar de Amsterdamse betrokkenheid bij het slavernijverleden, die burgemeester Femke Halsema dinsdagmiddag in ontvangst heeft genomen.

De aanloop naar 2021 – dan is het 400 jaar geleden dat de eerste Nederlandse op slavernij gebaseerde kolonie werd gesticht – biedt volop aanleiding zich te bezinnen op deze betrokkenheid bij het slavernijverleden, die het stadsbestuur tot voor kort vaak bagatelliseerde. De bevindingen van de studie, waaraan zo’n veertig historici hebben meegewerkt, zijn gebundeld in het boek ‘De slavernij in Oost en West: Het Amsterdam-onderzoek’. Volgens de historici bevat het boek “zelfs voor veel specialisten nieuw inzicht in de omvang en reikwijdte van het Amsterdamse slavernijverleden”.

De Amsterdamse gemeenteraad gaf vorig jaar aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam opdracht tot het onderzoek. “Het is hoog tijd voor Amsterdam om formele excuses aan te bieden voor haar rol in het slavernijverleden”, zo staat in het initiatiefvoorstel dat juni vorig jaar werd aangenomen. “Het is tijd om de identiteit van onze stad opnieuw te kunnen definiëren zonder de ballast van het verleden, maar wél met de kennis ervan”, aldus het besluit, waarmee de gemeenteraad ‘verzoening in de toekomst’ wil bevorderen.

Kernpunten uit het Amsterdamse slavernij-onderzoek

1. Vanaf de zestiende eeuw tot ver in de negentiende eeuw was de stad Amsterdam betrokken bij slavenhandel en slavernij. Die betrokkenheid strekte zich uit tot praktisch de hele wereld.

2. Het Amsterdamse stadsbestuur was verantwoordelijk voor commerciële slavernij. Direct, omdat Amsterdamse burgemeesters deelnamen aan het bestuur over de kolonie Suriname, die voor een aanzienlijk deel eigendom was van de stad. Indirect, omdat Amsterdamse burgemeesters bestuursfuncties bekleedden in de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC).

3. Vele Amsterdamse burgemeesters en vroedschapsleden (de vroedschap was de stedelijke regering ten tijde van de Republiek) investeerden in slavenschepen en slavenarbeid, bijvoorbeeld op plantages. Zakelijke belangen en bestuurlijke verantwoordelijkheid gingen vaak hand in hand. Bestuurders bevorderden de belangen van slavenhouders en Amsterdams positie in de handel van in slavernij geproduceerde goederen.

4. Europese handelaren vervoerden ruim 12,5 miljoen slaafgemaakte Afrikanen naar Noord- en Zuid-Amerika, Nederlandse slavenhandelaren transporteerden er waarschijnlijk meer dan 600.000. Het Amsterdamse aandeel in de trans-Atlantische slavenhandel bedroeg naar schatting rond de 135.000 slaafgemaakten, van wie bijna 20.000 de overtocht niet overleefden.

5. Amsterdamse politieke en economische notabelen verzetten zich in de negentiende eeuw tegen de afschaffing van de slavernij.

6. Het stadsbestuur heeft de herinnering aan de slavernij helpen marginaliseren, door een historisch zelfbeeld uit te dragen, waarin slavernij tot zeer kort geleden buiten beschouwing bleef.

7. De aanloop naar 2021 is een goed moment om het slavernijverleden opnieuw te bezien. Dan is het 400 jaar geleden dat de VOC op de Banda-eilanden de eerste op slavernij gebaseerde kolonie onder Nederlands bestuur inrichtte. Ook werd 400 jaar geleden de WIC opgericht, die snel daarna de leiding nam over de Nederlandse slavenhandel in het Atlantisch gebied. Amsterdam was in beide ondernemingen zowel een van de gangmakers als belangrijkste begunstigde.

Lees ook:

Het Mauritshuis laat vanaf nu ook de slavendrijver Johan Maurits zien

Prins Johan Maurits zat dieper in de slavenhandel dan tot dusver bekend. Het Mauritshuis in Den Haag schenkt voortaan permanente aandacht aan deze onderbelichte zijde van zijn naamgever.

Het slavernijverleden drukt nog altijd een stempel op de samenleving, zegt organisator herdenking

Het racismedebat in Nederland blijft ondanks de Black Lives Matter-beweging veel te oppervlakkig, vindt Urwin Vyent, organisator van de jaarlijkse slavernijherdenking in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden