ReportageVerslavingszorg

Ondanks goede resultaten staat de behandeling verslavingen steeds vaker onder druk

Therapeut Angelique Rehling van De Stam (staand, bovenin) met drie bewoners.Beeld Inge Van Mill

Stichting De Stam, een therapeutische woongemeenschap voor mensen met een verslavingsprobleem, trekt twee volle jaren uit om cliënten te helpen om hun verslaving de baas te worden. De resultaten zijn veelbelovend, maar de woongemeenschap kampt met grote financiële problemen.

Manon is pas 26, maar heeft ‘al veel instellingen van binnen gezien’. Niets hielp om van de drugs – cocaïne en ghb – af te komen. “Clean worden is niet zo moeilijk. Maar het blijven is een ander verhaal. Je gebruikt om iets te onderdrukken, om geen angsten te hoeven voelen.” Ze is nu een paar maanden bij De Stam in Den Haag, een woongemeenschap waar mensen met verslavingsproblematiek met therapie en dagbesteding worden geholpen. Haar gezicht klaart op. “Ik ben nu niet meer eenzaam.”

Dat het bij De Stam voorlopig wel lukt om clean te blijven, heeft alles met de ‘lotgenoten’ te maken die ze er heeft leren kennen. Door de lange therapie worden de cliënten elkaars grootste vriend, inspiratiebron én criticus. Manon: “Je krijgt hier niet gewoon een aai over je bol. Je wordt echt door andere mensen op je gedrag aangesproken.”

Soms is dat pijnlijk. “Na een maand dacht ik al: ik ga hier weg”, zegt Jan (38). Hij heeft PTSS overgehouden aan zijn uitzending als militair naar Afghanistan, een aandoening die hij met drugs probeerde te verlichten. De confrontatie die hij met zichzelf moest aangaan in de kliniek viel hem zwaar. “Je wordt hier echt op je eigen verantwoordelijkheid gewezen. Dat kende ik niet uit andere klinieken.” 

Uiteindelijk haalde de groep hem over om te blijven; hij is nu tien maanden bezig met zijn proces bij De Stam. Inmiddels is hij ook ‘echt maten’ met cliënt Rebecca (27). Die is veertien maanden bij De Stam en durft al voorzichtig uit te kijken naar het leven ‘buiten de muren’. Ze heeft na lange tijd weer contact met haar oudere zus, doet vrijwilligerswerk en voetbalt. “Toen er laatst wijn werd gedronken na de training had ik het wel even moeilijk. Maar toen ik mijn situatie aan de andere meiden uitlegde, waren ze er eigenlijk heel oké mee.”

Geld van de gemeente

Rebecca, Jan en Manon zijn geen uitzonderingen, vertelt therapeut Angelique Rehling, die de leiding heeft over De Stam. Met cliënten die De Stam hebben verlaten, gaat het volgens haar erg goed; de meesten houden nog contact. Dit jaar zijn er vier cliënten officieel klaar met hun behandeling. Volgend jaar zullen het er naar verwachting ongeveer tien zijn.

Toch gaat het niet goed met De Stam. Voor het uitgebreide dagprogramma en het (langere) inwonen van de cliënten is De Stam afhankelijk van gemeentelijke geldstromen. Veel cliënten komen van buiten de regio Den Haag. Als zij ingeschreven worden in de woongemeenschap van De Stam, betaalt de gemeente van herkomst vaak niet meer mee aan de verstrekte zorg. Zoals de gemeente Zaandam bijvoorbeeld: terwijl eerder wel budget werd toegekend voor behandeling in De Stam, zegt die gemeente daar nu mee te stoppen. Er is immers in de Zaanse regio ook verslavingszorg beschikbaar.

De gemeente Den Haag besloot ondertussen juist dat per 1 januari 2020 alle cliënten van buiten de Hofstad door de gemeente van herkomst moesten worden betaald. Zo zit De Stam klem tussen gemeentelijke geldstromen. Inmiddels is voor ongeveer de helft van de cliënten geen financiële dekking.

De Stam heeft geen succes gehad bij het aanvragen van extra Haagse steun. Volgens de gemeente hoeven mensen met verslavingsproblematiek niet per se naar De Stam, maar kunnen ze ook naar andere instellingen die behandeling bieden aan een ‘bredere groep cliënten’.

Om de situatie het hoofd te kunnen bieden, heeft De Stam in plaats van plannen om kleiner te worden juist bedacht om uit te breiden: de woongroep wil nu ook een polikliniek openen. Op die manier zouden ook zorgverzekeraars een bijdrage kunnen leveren. “Dan zijn er vanaf dag één in ieder geval de middelen om de behandeling voort te zetten.”

Complexe behandeling verslavingen vaker onder financiële druk

“Behandelingen in de hele GGZ worden korter, dus ook in de verslavingszorg”, zegt hoogleraar Arnt Schellekens, hoogleraar Verslaving en Psychiatrie aan de Radboudumc.“Er zijn gewoon steeds minder bedden.”

Langdurige en complexe verslavingszorg is duur, zegt de hoogleraar, en bovendien niet voor iedereen nodig. “In de wetenschap is er een gebrek aan bewijs dat langer behandelen per se beter is. Het is ook best ingrijpend om iemand langdurig uit de maatschappij te halen met een lange klinische opname.”

Individuele behandelmethodes

Schellekens wijst erop dat de wetenschap vaak individuele behandelmethodes vergelijkt, in plaats van combinaties. “Je kunt wel het nut van bijvoorbeeld groepstherapie onderzoeken, maar als je wilt bekijken wat het nut is van langere therapie, moet je een heel pakket aan maatregelen gaan toetsen. En dat is eigenlijk bijna onuitvoerbaar.”

Toch zijn er volgens de hoogleraar wel aanwijzingen dat het voor sommige typen patiënten goed is om langdurige verslavingsbehandeling te krijgen. “Het is aannemelijk dat mensen met complexe problemen, met een verstandelijke beperking of die langdurig aan de rand van de samenleving hebben verkeerd baat kunnen hebben bij langdurige zorg. “Wij onderzoeken nu welke patiënten dit zijn, zodat we juist voor die patiënten wel langdurende klinische behandeling mogelijk kunnen maken.”

Vergelijkbaar met de jeugdzorg

Volgens De Nederlandse GGZ, de koepelorganisatie van de geestelijke gezondheidszorg, staat verslavingszorg voor die groepen mensen echter onder financiële druk. Er speelt een situatie die vergelijkbaar is met die in de jeugdzorg, stelt de organisatie. “In de verslavingszorg zien we de ontwikkeling van twee typen zorgaanbieders; de zorgaanbieders die zich richten op één, veelal lichtere doelgroep en daarvoor een zorgaanbod ontwikkelen, en de zorgaanbieders die zich ook op zwaardere doelgroepen richten.” Zorgaanbieders die zich richten op mensen met lichtere problematiek zijn significant winstgevender. De koepel maakt zich daarom zorgen. “De ongelijke verdeling van winsten maakt een toch al penibele situatie nog moeilijker.”

Volgens hoogleraar Schellekens vormt die financiële prikkel inderdaad een probleem. “Het is zorgwekkend als instellingen voor mensen met complexe problemen alleen met verlies kunnen draaien.” Hij benadrukt echter dat korte zorg ook vaak effectief is. “Je moet dit niet opvatten als: gooi alle sluizen nu maar open en ga iedereen langdurig behandelen. Maar voor een kleine groep mensen is een langere behandeling wel degelijk nodig.”

Lees ook: 

Rapper Rico: ‘Het liegen en het stiekeme gedoe vond ik het allerergste van mijn verslaving’ 

In de serie ‘Onverdoofd’ spreekt schrijver Erik Jan Harmens met bekende en minder bekende Nederlanders die net als hij besloten zichzelf niet langer te bedwelmen. Aflevering 11: rapper Rico. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden