ReportageStrandvakantie

Ondanks corona zijn de ‘royale, correcte en vriendelijke’ Duitsers niet weg te houden uit Egmond aan Zee

De Duitse familie Alonso viert vakantie in Egmond aan Zee.Beeld Olaf Kraak

Zelfs in coronatijd overspoelen Duitse toeristen Nederland. Egmond aan Zee is veranderd in een Duits kuuroord. ‘Het is gezellig, vlakbij en iedereen spreekt Duits’.

Bij de afslag naar Egmond aan Zee begint het al: ‘Blumenzwiebeln 2 x rechts’. Op de eerste parkeerplaats wisselen Nederlandse en Duitse kentekens elkaar af. KLE, OE, Bo, Du, GM: het zijn kentekens uit Noordrijn-Westfalen, de deelstaat die grenst aan Overijssel, Gelderland en Limburg. Vooral voor deze Duitsers is de Nederlandse kust dichterbij dan hun eigen strand of hoofdstad Berlijn. 

Egmond aan Zee is een familiebestemming met twee voertalen: Nederlands en Duits. Zelfs bij de viskar hangt het complete menu er tweetalig en is er keus tussen Brötchen Matjes, Aal of rosa Krabben.

Vorig jaar bezochten 6,2 miljoen Duitsers Nederland, op een totaal van ruim 20 miljoen buitenlandse vakantiegangers. Hun aantal stijgt jaarlijks. Daarbij zijn de vele miljoenen Duitse dagtrips niet meegeteld, evenmin als toeristen die komen via verhuurplatforms als Airbnb, met bootjes of cruises. Duitse gasten trekken vooral in de lente en zomer naar de kust, in de volgorde Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland. Vliegen is door corona voor veel Europeanen uit den boze, dus zitten autovakanties in de lift. 

Landelijke cijfers zijn er nog niet, maar sinds begin juni lijkt de Duitse aanwas in Nederland zo groot, dat het de sombere prognoses van de NBTC, het nationaal marketingbureau, ontkracht. Het NBTC voorspelt een neergang in Duits toerisme van 40 tot 60 procent.

In juni liep het al storm 

Dat blijkt mee te vallen. Zo lijdt de gemeente Bergen in Noord-Holland helemaal niet onder een terugloop. Integendeel. De Duitsers komen hier al generaties en zijn niet weg te houden. Egmond aan Zee, deel van gemeente Bergen, heeft zo'n 5000 inwoners, maar ook zeker 5000 hotelbedden. En die zijn bezet. “We hadden een aanlooptijd verwacht, maar begin juni ging het meteen vol gas lopen”, zegt woordvoerder Richard Nan in hotel Zuiderduin. De Zuiderduingroep heeft hier 1300 hotelbedden, waarvan 760 in Zuiderduin. “Die zitten vandaag vol.” De Duitsers staan op een kamer met zeezicht. Bij de Zuiderduingroep vormen zij 46 procent van de klandizie tegen 51 procent Nederlanders. “Als ik een personeelslid aanneem, moet die Duits kunnen spreken.”

Velen in Egmond aan Zee leven van het toerisme, dus weerstand tegen Duitsers is er amper. “Het zijn ook fijne toeristen. Veel vaste gasten, geen overlastveroorzakers. Egmond aan Zee heeft geen discotheken, het is een familiebadplaats.” Nan noemt de Duitsers in zijn hotels ‘royaal, correct en vriendelijk’. Het valt hem op dat ze ook steeds vaker proberen Nederlands te spreken. Op boekingsplatform Egmondaanzee.info loopt het sinds mei storm, met 100.000 voornamelijk Duitse bezoekers per maand, tegen normaal 30.000. 

Beeld Sander Soewargana

Hun boodschappen: ‘Luxe broodjes, kaas, ham en salami voor ontbijt’

In de enige, drukke winkelstraat sorteert eigenaar Tessa van Amstel kaas in haar delicatessenzaak ‘t Winckeltje. Na de zware coronatijd draait haar familiebedrijf nu voor 99 procent op Duitsers. “Vaak blijven ze drie weken. ‘Sind Sie wieder da?’ en een handdruk horen er normaal bij. De kracht is dat je ze allemaal kent.” 

Hun favoriete boodschappen? Bonbons, luxe broodjes, kaas, ham en salami voor ontbijt. In een bijruimte staan souvenirs: huisjes met oud-Hollands snoep, Lakritz (drop), eierlikeur Kaatje aan Zee en Derper (dorpse) brandewijn. 

Vanavond is er eenmalig een braderie, want Duitsers waarderen dat er iets te doen is. Er is een Nijntjebeeld ter ere van Dick Bruna die hier een vakantiehuisje had, en het konijn voor het eerst op het strand tekende. Daarachter staat een reuzenrad van een lokale ondernemer, als goedmakertje voor de afgelaste kermis.

Wethouder Klaas Valkering (CDA, wonen) zegt dat Duitsers graag naar Bergen komen omdat het ‘gezellig en vlakbij is, en iedereen Duits spreekt’. Hij geeft ronduit toe dat hij dat zelf niet doet en weigert zijn steenkolen- Duits te laten horen. 

Omdat inmiddels tien procent van de woningen in Bergen door bewoners en beleggers voor toerisme wordt gebruikt, komt er vanaf januari een maximum van zestig verhuurdagen per jaar. “Duitsers zijn heel belangrijk voor onze economie, maar het is een afweging van belangen. Het kan niet zo zijn dat ze de woningen voor onze jongeren bezet houden.”

Neefjes Jan en Piet slaan een balletje.Beeld Olaf Kraak

‘Dichtbij, gezellig en kindvriendelijk’

De familie Loch uit Beckum bij Münster, die met vijf kinderen van de parkeerplaats naar het strand loopt, is lyrisch over de kust. “Veel mooier dan bij ons. Het is geen wad, en je hoeft er niet voor te betalen”, zegt Roswitha (64) die hier al sinds haar tienertijd in de jaren zeventig komt met Manfred (68). Dit keer zijn dochter Sarah (38) en zoon Rafael (41) meegekomen met hun kinderen. Die hebben zelfs Nederlandse namen gekregen: Mieke (9), Jan (6) en Piet (6). Ze verblijven een week in een huisje in Akersloot.

Iedereen kent de woorden voor de lekkernijen: poffertjes, kibbeling en frikandel. Sarah produceert moeiteloos de zin: ‘Mag ik de rekening?’ Minstens één keer per jaar zijn ze hier. “Het is dichtbij, gezellig en kindvriendelijk. Zelfs met vijf kinderen naar een restaurant gaan, is geen probleem.”         

‘Niemand stoort zich hier aan kinderen’

De familie Alonso uit Neuss bij Düsseldorf (zie foto boven dit artikel) is hier toevallig terechtgekomen. “We hebben op internet gezocht naar strand, natuur en familievriendelijkheid”, zegt moeder Silvia (37). Ze logeren drie nachten in een hotel in Alkmaar. “Het is gunstig dat de kinderen hier gewoon rond kunnen lopen terwijl je toch overzicht hebt. Er zijn veel kinderen en niemand kijkt geïrriteerd naar hen.”

“Deze kust is voor ons dichterbij dan de Duitse Noordzee”, zegt vader Javier. “Het is tweeënhalf uur rijden, zo dichtbij dat het er altijd tussen te schuiven is. We vinden het leuk en komen zeker terug.” Met zoontjes Antonio (8) en Genaro (11) – half Spaans, half Italiaans - zitten ze volledig gekleed op een bankje op de duinen. “We hadden al niet veel hoop op goed weer dus je moet het er maar mee doen.”

Peter en Lucia SchickBeeld Olaf Kraak

‘Voor ons is dit strand het dichtst bij’

Het echtpaar Schick staat te hannesen bij de parkeermeter. De man stelt zich voor als ‘dr. Schick’ (69) die bij medicijngigant Bayer werkte. Samen met zijn vrouw Lucia (61) logeren ze een week met familie in een vakantiedorp bij het Veeloévemeer (het Veluwemeer red).

Eigenlijk komen ze uit het zuidelijke München, ‘maar Nederland is van ons uit dichterbij’. Fietsen voor de kleinkinderen – die gek zijn op hagelslag - zijn meegenomen, die voor de volwassenen ter plekke gehuurd. “Jullie vervoeren fietsen achterop de auto, wij op het dak.” De Schicks willen vanmiddag de Noordzee zien. Naar Nederland komen ze sinds hun verhuizing naar Leverkusen, in 1985, elk jaar wel een keer. Het mooist vinden ze de zee, de kleine huisjes en de duinen.

Lees ook:

Aan die toeristenstroom komt geen einde - Amsterdam maakt er maar het beste van

Niemand verwacht dat de groei van het toerisme in Amsterdam zal stilvallen. En dus probeert de stad de drukte maar zo goed mogelijk te managen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden