InterviewDisa Jironet

Officier van justitie Disa Jironet: ‘Ook een moordenaar kan mededogen verdienen’

Disa JironetBeeld Patrick Post

De Amsterdamse officier van justitie Disa Jironet schreef een opvallend boek waarin ze pleit voor een menselijker strafklimaat. Met alleen de focus op afstraffen van grensoverschrijdend gedrag, zonder aandacht voor de menselijke complexiteit daarachter, help je de maatschappij niet verder, is haar overtuiging.

Als officier van justitie leer je om geen emoties te ­tonen in de rechtszaal. Je schiet niet uit je slof, laat staan dat je een potje gaat zitten janken. Nu is dat laatste ook voor Disa Jironet wat te gortig, emoties mogen niet in de weg staan van het werk. Toch mag het van haar best wat minder zakelijk. “Afstandelijkheid wordt nog te vaak verward met objectiviteit. Je mag geen emoties tonen; erkennen dat je ze voelt, wordt vaak als een zwakte gezien.”

Jironet (34) is officier van justitie in Amsterdam. Van haar hand verscheen onlangs ‘Misdaad en mede­dogen’. Een boek waarin ze een betoog houdt voor een ander strafrecht. Een waarin het niet alleen draait om het afstraffen van een verdachte die een grens heeft overschreden, maar meer om de vraag wat die verdachte nodig heeft om de volgende keer een betere keuze te maken en wat er nodig is om echt bij te dragen aan ­herstel van het slachtoffer.

Dat vraagt om een andere benadering tijdens de ­zitting door de officier van justitie, zegt Jironet. Ze ­beschrijft dat zo: “Als je vanuit oprechte menselijkheid kunt laten zien dat iets je raakt, en tegelijk professioneel en sterk kunt blijven, doe je recht aan zowel de juri­dische kant, zoals het bewijs en de strafoplegging, als de menselijke kant. En volgens mij zijn beide even belangrijk bij het zoeken naar een passende straf voor de ­dader.”

Geen makkelijke opgave, erkent ze. “Maar ik denk wel dat we dat van officieren van justitie moeten vragen. Er wordt nu binnen het Openbaar Ministerie nog nauwelijks gesproken over wat een zitting emotioneel met je heeft gedaan. Terwijl het een belangrijk gesprek is: hoe verhoud je je als mens tot je vak? Waar kom je jezelf ­tegen? Waarom raakte je geïrriteerd door de verdachte? Waarom vind ik het soms moeilijk om zedenzaken te doen, terwijl anderen juist moeite hebben met drugs­zaken?”

Een officier van justitie die pleit voor een ­mense­lijker strafklimaat. Dat is wel opvallend.

“Het klopt dat het harde geluid vaak overheerst. Van zwaarder straffen, van een harde aanpak, van daders vooral niet pamperen. Dat hoor je ook vanuit de politiek. De roep om zwaarder straffen komt voort uit een ver­langen naar veiligheid. Maar op de lange termijn wordt de samenleving er niet veiliger van. Je kunt mensen niet eindeloos opsluiten.

“Er bestaan hele dogmatische ideeën over verdachten en slachtoffers. Verdachten zijn slecht of zielig. Slachtoffers zijn zwak of boos. Maar ik wil weten: wat is jouw verhaal? Wat heb je nodig, zodat onze samenleving veiliger wordt? Ik ben niet tegen zwaar straffen, maar de behandeling op zitting kan beter. Er moet ruimte zijn om niet alleen de dader of het slachtoffer te zien, maar ook de menselijke complexiteit die daarachter schuilgaat.

“Ook dat geluid klinkt binnen het OM. Ik denk zelfs dat een steeds grotere groep er zo over denkt. Mogelijk komt dat voort uit frustratie dat het niet werkt zoals we het nu doen of misschien heeft het te maken met verjonging binnen het OM.”

In het boek staan bedenkingen over het nut van gevangenisstraffen.

“Dat gaat over de kale gevangenisstraf. Iemand moet zitten, maar werkt niet aan zijn problemen. Alle bagage die bepaald gedrag heeft veroorzaakt, neemt hij gewoon weer mee als hij vrijkomt. Misschien ben je door de gevangenisstraf wel in het reine gekomen met de maatschappij, in de zin van vergelding, maar niet met ­jezelf.

“We snijden onszelf daarmee in de vinger. Kijk ­alleen al naar de detentieschade. Iemands uitkering wordt gestopt, ook als iemand nog in voorlopige hechtenis zit. Als je dan na zoveel maanden weer vrijkomt, heb je dus geen woning meer, omdat je die niet kon ­betalen. Velen zijn hun baan verloren, of hun relatie. Zo komt iemand dus terug in de samenleving. Je moet ­helemaal ­opnieuw beginnen. Maar dat is niet de straf, zo staat het niet in de wet.”

Hoe zou een straf er dan uit moeten zien?

“Dat je straf krijgt, is op het verleden gericht. Het dient als vergelding. Maar de invulling van de straf zou op de toekomst gericht moeten zijn. Wat heeft iemand nodig om het de volgende keer anders te doen? Ik ben bijvoorbeeld groot voorvechter van het idee dat een taakstraf wordt uitgevoerd in de wijk waar het leed is veroorzaakt. Zo maak je een verbinding tussen het leed en de straf.”

Hoe kunt u als officier van justitie zittingen anders laten verlopen?

“Door goed te luisteren, bijvoorbeeld naar de woorden die iemand gebruikt. Diezelfde woorden gebruik ik dan ook. Het is iets kleins, maar dat is voor iemand een teken dat hij gehoord wordt.

“Gisteren nog had ik een hele fijne zitting. Het ging om een man die terechtstond voor 23 auto-inbraken en die al drie keer in een Instelling voor Stelselmatige Daders had gezeten. Het had een zitting kunnen worden waarin zowel ik als de advocaat heel technisch bezig was geweest over elk stukje bewijs voor iedere inbraak. Heel ­afstandelijk allemaal.

“Dat werd het nu niet. Hij bekende alles, op een paar kleine dingen na. Daardoor konden we een gesprek voeren over hem. Over waarom hij in zijn oude patroon was vervallen van cocaïne gebruiken en auto-inbraken plegen, over waar zijn pijn zit, over wat hem drijft, over waar hij het gevoel van betekenis uithaalt. Hij zei op een gegeven moment: ik zou wel als ervaringsdeskundige anderen willen helpen. Ik reageerde daarop met: als ervaringsdeskundige zou je van betekenis kunnen zijn. Hij liet zich zakken in zijn stoel en hij zei: dat lijkt me te gek. Hij ging meteen anders praten.

“Het kwam trouwens zeker niet alleen door mij dat de zitting zo prettig verliep. Het kwam ook al door de agent die hem had verhoord en die in die gesprekken niet veroordelend was geweest. En door de advocaat, die hem stimuleerde zijn verhaal te doen.”

Hangt het verloop niet enorm af van een bekennende verdachte?

“Dat hij bekende, speelt hier zeker mee. Soms lukt het ook bij een ontkennende verdachte om een gesprek te voeren over wat hij of zij nodig heeft, maar het is wel een stuk moeilijker.”

Uw boek heet ‘Misdaad en mededogen’. Wat betekent mededogen voor u?

“Mededogen is wat anders dan medelijden. Met ­medelijden verzand je in een treurigheid, alsof je gaat meehuilen. In mededogen zit actie: je ziet het ­lijden bij iemand en je wilt er wat aan doen. Het is als emotie een waardevolle raadgever, een moreel kompas.” 

Haar boek bestaat niet alleen uit haar eigen visie. ­Jironet interviewde ook andere betrokkenen bij het strafrecht: daders, slachtoffers, advocaten, rechters en een gevangenisdirecteur. Het moest voorkomen dat haar boek al te eenzijdig werd. En ze wilde naar eigen zeggen haar zienswijze op die manier toetsen bij anderen.

Derk Wiersum speelt zo ook een kleine rol in het boek. Juist op 18 september 2019, de dag dat de advocaat voor zijn eigen huis werd doodgeschoten, had Jironet een afspraak met hem voor een interview. “Ik ken hem niet persoonlijk, maar ik kwam bij hem terecht omdat ik van collega’s hoorde dat als ze ooit in de problemen zouden komen, ze dan Derk als advocaat zouden willen. Hij deed zijn werk met zoveel integriteit voor zijn cliënt, met zoveel waardigheid, het is vreselijk dat zo’n waardevol persoon opeens uit het leven is gerukt. Ik kan er nog steeds verdrietig om worden.”

Is het werk veranderd na de moord?

“Het zette alles op scherp. Juist op dat moment zat ik een boek over mededogen te schrijven. Ik heb me ­afgevraagd of dit alles onderuithaalt. Uiteindelijk denk ik van niet. Het verandert niet wie ik ben, of wie individuele mensen zijn. Het is belangrijk dat we het gevoel van angst, boosheid en verdriet niet overhevelen op alle verdachten.”

Verdienen daders die zoiets doen ook mededogen?

“Ook een moordenaar kan mededogen verdienen. Iemand per definitie afschrijven, is niet behulpzaam. Wel hangt het af van iemands verhaal. Er moet iets van lijden in zitten. De vraag is of dat bij de georganiseerde misdaad ook zo is. Iemand die bewust kiest voor de ­beroepscriminaliteit lijkt ver af te staan van dat lijden.”

Kan dat lijden niet ook een smoes worden?

“Als iemand zegt: ik wilde het ook niet, maar… dan volgt er vaak een smoes. Het is belangrijk dat soort taal te herkennen. Je hoeft niet mee te gaan in het beeld dat iemand van zichzelf schetst.

“Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen ­keuzes, dat staat als een paal boven water. Mededogen laat dat onverlet. Je maakt iemand ook sterker door hem verantwoordelijkheid te laten nemen voor zijn daden, ­alleen dan zal hij het de volgende keer anders kunnen doen.”

Het soefisme (een mystieke levensbeschouwing, red.) is een rode draad in uw boek. Wat betekent het voor u?

“Het soefisme is meer een levenswijze dan een ­religie. Het gaat uit van de waarde dat we als mens naar geluk streven. Als we in lijn leven met ons ware zelf, dan voelen we geluk. Alle mensen verlangen terug naar wie ze echt zijn, dus hoe je geboren bent. In het leven dwaal je daar van af.

“Ik ben met het soefisme opgevoed. Vanaf mijn veertiende heb ik de keuze gemaakt om zelf in de leer te gaan, dat was bij wijlen Johannes Witteveen (VVD-politicus en voormalig minister van financiën, red.). Het gaat in het soefisme heel erg over je persoonlijke tocht, over jouw verhouding tot je leermeester.

“In alles wat we tot nu toe hebben besproken, speelt het soefisme voor mij een rol. Ik geloof dat we allemaal wel iets goeds en slechts in ons hebben. Ik ben niet ­anders dan de verdachte of het slachtoffer. Niet in de zin van: ik had het kunnen zijn, maar in essentie. Alle ­mensen hebben min of meer dezelfde drijfveren: erbij willen horen, erkenning, het gevoel van betekenis willen hebben.”

Heeft u bij het OM het gevoel erbij te horen?

“Ik begon mijn carrière bij een mensenrechtenadvocaat. Die advocaten zijn echte pitbulls. Ze kunnen zes, zeven jaar aan een zaak werken omdat ze excuses van de staat willen. Ik ben niet voldoende gedreven door boosheid om dat te kunnen doen. Voor mij is boosheid een uitputtende drijfveer.

“De ‘andere kant’ past mij beter. Ik heb bij het OM mijn plek gevonden. Dat ging snel. Ik kreeg veel vrijheid om te experimenteren. Het OM is een hiërar­chische organisatie, maar daar heb ik nooit last van ­gehad. Ik ben altijd al vrij bijdehand geweest. Ik vraag ­al­tijd: waarom dan? Ik heb een probleem met autoriteit, zei mijn leraar vroeger. Grappig, want nu ben ik zelf de autoriteit.”

BIO

Disa Jironet werd in 1986 geboren in Zweden en kwam op haar negende naar Nederland. Ze studeerde rechten in Utrecht en liep als twintigjarige stage bij een advocatenkantoor betrokken bij het Joegoeslavië-tribunaal. Ook werkte ze voor advocaat Liesbeth Zegveld. Twaalf jaar geleden stapte ze over naar het Openbaar Ministerie, waar ze nu zes jaar officier van justitie is. Jironet woont met haar man en twee kinderen in Amsterdam.

Lees ook: 

‘De moord op Derk Wiersum was een aanslag, maar de rechtsstaat is niet om het leven gebracht’

De moord op advocaat Derk Wiersum, precies een jaar geleden, werd een ‘aanslag op de rechtsstaat’ genoemd. Is de rechtsstaat de klap inmiddels te boven? Drie togadragers aan het woord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden