Proefschrift

Nieuw onderzoek toont aan: getraumatiseerde veteranen kunnen baat hebben bij terugkeer naar het oude front

De Nationale herdenking Srebrenica Genocide op Het Plein in Den Haag.  Beeld Robin Utrecht, ANP
De Nationale herdenking Srebrenica Genocide op Het Plein in Den Haag.Beeld Robin Utrecht, ANP

Veteranen die worstelen met trauma’s kunnen er baat bij hebben terug te gaan naar gevechtslocaties. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Siri Driessen.

Ook toen nog niemand had gehoord van het psychologische verschijnsel trauma keerden veteranen terug naar plekken waar ze ooit hadden gevochten. Zo keerden Amerikaanse soldaten terug naar Gettysburg, waar ze in 1863 op elkaar schoten, en bezochten Franse veteranen de slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog.

Tegenwoordig verzorgen Amerikaanse reisbureaus veteranentrips naar Vietnam, vertelt cultuurwetenschapper Siri Driessen, die vrijdag aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit is gepromoveerd op het onderwerp ‘oorlogstoerisme’. “Aanvankelijk ging het bij die bezoeken vooral om herdenken”, vermoedt ze. Reizen als middel om trauma’s te verwerken kwam pas veel later in zwang. “Bij defensie is pas na Bosnië veel aandacht gekomen voor posttraumatische stressstoornis.”

Driessen onderzocht diverse groepen oorlogstoeristen. “Over ‘gewone’ oorlogstoeristen is best veel gepubliceerd, maar niet over motieven en ervaringen van oorlogsveteranen.”

Ernstige psychische klachten

Ze sprak zeventien Nederlandse veteranen die in de jaren negentig deelnamen aan missies in voormalig Joegoslavië. Zes van hen ontwikkelden daarna ernstige psychische klachten. Praten werd bemoeilijkt doordat de missies een slecht imago kregen vanwege de genocide op Bosnische moslims in Srebrenica in 1995, die ‘Dutchbatters’ niet hebben verhinderd. Ook militairen die elders in Bosnië waren ingezet, voelen zich daarop aangekeken.

Veel geïnterviewden ervoeren een gevoel van vervreemding. Niet alleen door het onbegrip van buitenstaanders: “Ook de confrontatie met het verschil tussen oorlog en vrede werkte vervreemdend. Een veteraan beschreef zijn basiskamp als ‘Center Parcs omgeven door prikkeldraad’. Of ze verwonderden zich: hoe kan de natuur zo mooi zijn, terwijl er zoveel wreedheden gebeuren? Of: hoe kan ik wat ik meemaak verenigen met mijn wereldbeeld of morele kompas?”

Wegkomen van oude herinneringen

Alle veteranen die Driessen sprak waren positief over het effect van een reis naar Bosnië. “Het hielp ze weg te komen van hun oude herinneringen. Velen vreesden boze reacties van de lokale bevolking. Dan helpt het als iemand zegt: ‘jou verwijt ik niks, jij wás hier tenminste’.”

Sommigen blijven terugkeren, en doen vrijwilligerswerk. “Ik ben bij een massagraf geweest dat net was ontdekt en deed mee aan de herdenking”, vertelt een veteraan in het proefschrift. “Ik was deel van de geschiedenis toen, en was nu weer onderdeel van dezelfde geschiedenis, door die kisten naar hun laatste plek te dragen.”

‘Mijn verwonding heb ik omgezet in mijn kracht’

Ron Deelen (56) raakte in 1993 als konvooicommandant zwaargewond in Bosnië. “We haalden hulpgoederen op in Kroatië, om door heel Bosnië te verdelen. Daarvoor moesten we vaak door zes frontlinies. Dagelijks werden konvooien beschoten, want alle strijdende partijen – moslims, Kroaten en Serviërs – voelden zich altijd tekortgedaan.

“Op een dag namen moslims en Kroaten die daar tegen elkaar vochten ons van beide kanten onder vuur. Daarbij vielen één dode en tien gewonden. De eerste kogel sloeg door de voorruit in mijn linkerarm, de tweede ook, een derde kogel raakte de hoofdsteun. Mijn hele arm lag er op het vel na af, de botten waren verbrijzeld, spierweefsel weggeslagen. Dankzij acht operaties, een half jaar ziekenhuis en een dik jaar revalideren kan ik hem wel weer gebruiken, al heb ik er geen kracht meer in.

“Ik heb mijn ervaring omgebouwd in mijn kracht en heb me omgeschoold tot maatschappelijk werker bij defensie. In 2000 ben ik voor zeven maanden teruggegaan naar het kamp waar ik ook in ’93 gelegerd was, Busovaca. De oorlog was afgelopen, onze rol was toezicht houden en hulpverlening. De aanvankelijke angst – ‘Wanneer word ik weer beschoten?’ – heb ik snel kunnen uitschakelen.

Hengel in plaats van kalasjnikov

“Maar pas in 2008 durfde ik terug naar de plek waar ik ben neergeschoten, samen met mijn vrouw en ouders. Er staat nu een monument, waar ik een kaarsje heb gebrand voor de jongen die is doodgeschoten. Een man met een hengel passeerde. Mijn vader reageerde heel heftig: ‘Hij zou zomaar de man kunnen zijn die jou heeft neergeschoten’. Ik zei: ‘Ja, maar ik ben blij dat hij nu met een hengel rondloopt en niet met een kalasjnikov’.

“Die scène deed me beseffen dat ik mensen daar kon zien als mensen, en niet als oorlogsmisdadigers. Oorlog maakt mensen slecht, zeggen ze ook daar. En ook zeggen ze nu: ‘We zijn blij dat jullie hier voor ons waren’.

“Ik werk nu mee aan een project om zulke terugkeerreizen als onderdeel van veteranenzorg te verzorgen. Geholpen door mijn eigen ervaringen heb ik daar een persoonlijke missie van gemaakt.”

Lees ook:

Dit fotoproject in Amsterdam helpt de genocide van Srebrenica te verwerken

25 jaar na de oorlog in voormalig Joegoslavië herinnert kunstenaar Anna Dasovic met verschillende projecten aan de genocide.

Hoe zingt commandant Karremans als hij zijn emoties binnenhoudt?

De val van Srebrenica leent zich niet als onderwerp voor een opera. Maar de thuiskomst van commandant Karremans wel. Huba de Graaff schreef de muziek voor de opera De Lamp. Door muziek te schrijven voor Karremans kon ze ondanks alles met hem meevoelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden