Opkomst

Niet-stemmers zijn niet per se afhakers

De opkomst in Rotterdamse Tarwewijk was slechts 13 procent voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart. Beeld Phil Nijhuis
De opkomst in Rotterdamse Tarwewijk was slechts 13 procent voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart.Beeld Phil Nijhuis

Uit onderzoek naar de opkomst bij verkiezingen blijkt dat ook maatschappelijk actieve burgers regelmatig thuisblijven.

Jelle Brandsma

Niet-stemmers zijn geen maatschappelijke ‘afhakers’, concluderen onderzoekers van onder meer de Universiteit Utrecht. Sommige burgers die het stemhokje mijden, zijn boos of onverschillig, maar anderen zien in bijvoorbeeld vrijwilligerswerk een betere manier om invloed uit te oefenen.

Het is een van de conclusies uit onderzoek dat het ministerie van binnenlandse zaken liet doen naar de historisch lage opkomst van 51 procent bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart. Behalve ontevreden burgers zien de onderzoekers een groep niet-stemmers die zelfs veel vertrouwen heeft in de lokale politiek en daardoor geen noodzaak voelt om te gaan stemmen, schrijft minister Hanke Bruins-Slot aan de Tweede Kamer. “De niet-stemmers ‘afgehaakt’ noemen doet geen recht aan de bijdrage die zij aan de maatschappij leveren”, stelt zij.

Niet één reden

Dat de thuisblijvers bij de gemeenteraadsverkiezingen niet altijd afhakers zijn, blijkt ook uit het feit dat zij meestal bij de landelijke verkiezingen wel hun stem uitbrengen, zegt Hans Vollaard, een van de onderzoeksleiders. “De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen ligt net boven de 50 procent en die is bij de landelijke verkiezingen rond 80 procent. Via onderzoek in wijken waar de opkomst laag is, komen we ook mensen tegen die zeggen dat ze niet stemmen, maar wel allerlei maatschappelijk dingen doen. Dat zijn geen afhakers.”

De oorlog in Oekraïne, die in februari begon, speelde geen grote rol bij de lage opkomst. Wel bleek bijna één op de tien niet-stemmers het stembureau te mijden vanwege een coronabesmetting of vanwege het risico op besmetting, zo werd eerder al duidelijk. Verder speelden verschillende factoren een rol. Vollaard: “Niet-stemmen heeft allerlei redenen. De een is ontevreden, de ander stemt niet om praktische reden en een motief kan ook zijn dat iemand binnenkort gaat verhuizen. Er blijkt niet één reden aan te wijzen.”

Voor alle inwoners

Bij jongeren is sprake van ‘een kloof’ tussen praktisch en theoretisch opgeleide jongeren. Slechts 24 procent van de jongeren met alleen een vmbo-opleiding ging stemmen bij de raadsverkiezingen, tegenover 42 procent van de jongeren met theoretisch onderwijs. Vollaard pleit voor meer aandacht voor de lokale democratie in het onderwijs.

Het beïnvloeden van de opkomst is lastig, zegt Vollaard. Het kan belangrijk zijn, zegt hij, dat de gemeenteraad aandacht besteedt aan de thema’s die niet-stemmers belangrijk vinden. “Niet stemmers zijn vaker kritisch over de opvang van asielzoekers, hebben stevige meningen over cameratoezicht en over cultuur. Als die opvattingen geen aandacht krijgen in de raad is een deel van de bevolking minder goed vertegenwoordigd. Daar kan de raad iets aan doen. De raad hoort op te komen voor alle inwoners.”

Lees ook:

Een op de drie thuisblijvers wist niet wat te stemmen

De lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen baart zorgen. Bleven kiezers thuis uit gebrek aan vertrouwen in de politiek, of ligt de oorzaak ergens anders?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden