InterviewRacisme

Niet opvallen, hard werken – die tijd is voorbij, vinden jonge Chinezen

Phoei Ying TangBeeld Herman Engbers

De eerste generatie Chinese Nederlanders werkte hard en viel liever niet op. Hun kinderen kwamen deze week voor zichzelf op. Twee generaties over discriminatie en racisme, en hoe ze daarmee omgaan.

Toen Siu Sia Tang (56) op dertienjarige leeftijd naar Nederland kwam, begreep ze de vervelende dingen niet die mensen tegen haar zeiden. Later wel, maar toen was haar Nederlands niet goed genoeg om altijd te reageren. Het gebeurt op straat: mensen die ‘babi pangang’ riepen. Of mensen zeiden ‘sambal bij’ in het restaurant dat ze 28 jaar lang met haar man bestierde. En er waren jongeren die overal sambal aan smeerden. “Maar dat is geen discriminatie”, zegt ze. “Jongelui hebben gewoon veel energie.” Misschien is het inderdaad geen discriminatie, reageert dochter Phoei Ying Tang (23). “Maar het is niet oké.”

De twee vrouwen vertellen op uitnodiging van de krant over hun ervaringen met discriminatie en racisme, en over hoe ze daarmee omgaan. Moeder Tang vindt het spannend, ze wil liever niet op de foto. Haar dochter is dat punt voorbij. “Ik wil het probleem van discriminatie aanpakken. Ik vind de nadelen minder belangrijk dan de voordelen. Voor mijn moeder is het belangrijk dat ze niet lastig gevonden wordt.” De meeste Nederlanders zijn aardig, benadrukt die. “Ik vind het fijn om in Nederland te wonen.”

Dus slik je maar

Het is een generatieverschil, denken de vrouwen, al is mevrouw Tang trots dat haar dochter zich uitspreekt op Twitter en in de krant. “Daar moet ruimte voor zijn”, zegt ze. “Niemand vindt discriminatie leuk. Als je iets voelt, moet je dat uiten.” Phoei Ying: “De eerste generatie heeft heel hard gewerkt. Dat was waar ze mee bezig waren. Dan ga je niet tegen mensen in, dan ga je niet zeggen dat je iets niet leuk vindt.” Haar moeder heeft haar hele leven in de horeca gewerkt, eerst in het restaurant van haar ouders, daarna in haar eigen restaurant.

Phoei Ying vertelt over kinderen in het restaurant die grappen maakten over haar uiterlijk. “Ouders doen er niets aan. Dan voel je je voor paal gezet. Je kunt ook niet boos worden. Dus slik je het maar.” Niet opvallen, niet lastig zijn, hard werken. Dat is hoe meer Chinees-Nederlandse kinderen de generatie van hun ouders typeert. Zelf zijn ze opgegroeid in Nederland, hebben vaak een goede opleiding en willen niet meer slikken. Dat bleek de afgelopen week duidelijk na verschillende misplaatste, discriminatoire of racistische grappen en grollen over het nieuwe coronavirus.

De generatie van haar dochter snapt alles, zegt mevrouw Tang. “De eerste generatie wist nog niet zoveel. Dat kwam ook door taalproblemen.” Maar ook Phoei Ying heeft een ontwikkeling door moeten maken. “Afgelopen half jaar ben ik meer gaan zeggen van vervelende opmerkingen en discriminatie.

Hanky Panky

“Of ik maak een grapje over een opmerking, maar dat doe ik dan zo overdreven dat mensen zelf ook wel doorhebben dat wat ze zeggen racistisch is. Meer Aziatische mensen doen dat. Ik zie mensen wel eens expres een accent opzetten of doen alsof ze de ‘l’ niet kunnen uitspreken. Een soort zelfverdediging voor de aanval begint.”

Ze heeft zich verdiept in hoe discriminatie werkt, volgt ook het debat over Zwarte Piet en de Nederlandse slavernijgeschiedenis, en leert nu onder woorden te brengen waarom ze sommige dingen vervelend vindt, zegt ze.

Neem het liedje ‘Hanky Panky Shanghai’ dat op basisscholen gezongen wordt, vaak terwijl kinderen aan de zijkant van hun ogen trekken. Een deuntje vol nonsenswoorden maar het wordt geacht Chinees te zijn. Dat liedje mag van Phoei Ying als eerste verdwijnen.

“Ik weet nog dat ik nooit op de stoel wilde staan als dat in de klas werd gezongen. Maar ik begreep niet waarom ik me ongemakkelijk voelde dus ik heb er nooit iets van gezegd.” Kent haar moeder dat liedje? “Ja”, zegt ze. “Dat vind ik niet zo leuk.”

Lees ook: 

Van ‘Aziatisch ongedierte’ naar ‘Nummertje 39 met rijst’ - zo nieuw is dat racisme tegen Chinezen niet

Het omstreden carnavalslied over het wuhanvirus staat in een lange traditie van bedenkelijke spots over Chinezen in Nederland.

‘Banaan’ als scheldwoord of geuzennaam

Nicole Chung en Pete Wu, twee auteurs met Aziatische roots, zijn pijnlijk eerlijk over hun leven in een ‘witte’ omgeving. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden