Geschiedenis van de verwarming

Nederlanders waren bang voor de verwarming, feministen keerden het tij

Oude ansichtkaart uit het archief van Natasja Hogen: reclame voor een radiator. 

 Beeld
Oude ansichtkaart uit het archief van Natasja Hogen: reclame voor een radiator.

Zoals nu bij sommige mensen de animo ontbreekt om een warmtepomp te installeren, was er vroeger weinig enthousiasme voor centrale verwarming en ventilatiesystemen. Dat veranderde vooral door de inmenging van feministen.

Tobiah Palm

“De vraag: ‘Wat zal ik stoken’ is een van de gewichtigste van de geheele huishouding, en ofschoon natuurlijk elke huisvrouw haar best zal doen zoo goedkoop mogelijk te stoken, toch worden er gewoonlijk juist op dit gebied veel fouten gemaakt.”

Dat betoogde schrijfster Amy Groskamp-Ten Have begin twintigste eeuw in het boekje Ik kan huishouden. Een eeuw daarvoor hadden artsen en hygiënisten al ontdekt dat frisse lucht belangrijk was voor de gezondheid. Ruimtes moesten, zo dachten ze, doorgelucht worden om ziektes als krop, tuberculose en ‘algehele malaise’ te voorkomen. Vooral de huizen van arbeiders hadden meer ventilatie nodig; daar sliepen mensen bij wijze van spreken in de kooklucht.

Frisse lucht rook niet zo lekker

Maar de nieuwe ontdekking over de samenstelling van lucht betekende niet dat iedereen verwarming, roosters en leidingen wilde laten installeren, of hier genoeg geld voor had, vertelt architectuurhistoricus Natasja Hogen. Ze deed haar promotieonderzoek naar de installatie van ventilatie- en verwarmingssystemen tussen 1840 en 1920. Een niche-onderwerp, zegt ze zelf. Toch blijft de techniek haar fascineren. Niet alleen door haar achtergrond – ze komt uit een familie van klokkenmakers en kon al solderen toen ze zes jaar oud was - maar ook doordat we volgens haar veel kunnen leren van de geschiedenis. “Het was de eerste grote verandering in klimaatsystemen in huizen”, zegt de onderzoeker. “Ik zie dat veel mensen, vooral arbeiders, net zo zaten te morren over het ventileren en verwarmen als nu, nu iedereen aan de warmtepomp moet.”

Nederlanders waren aan het begin van de negentiende eeuw bang voor frisse lucht: die rook namelijk niet zo lekker, vooral in de grote steden. Daarbij zorgde de kou van buiten voor hogere stookkosten. Dus hield men angstvallig de ramen en deuren gesloten. Dit tot grote frustratie van sociaal hervormsters uit de vrouwenbeweging en hygiënisten. Zo verzucht hygiënist J.M. Oudendijk in 1888 in het magazine Eigen Haard: “Toch zit men ’s avonds, zoowel thuis als op concerten en in restaurants, in kamers en zalen, vooral ’s winters, dicht bij elkander en ademt de bedorven lucht in, en verwondert zich als men hoofdpijn krijgt en op den duur bleek wordt; toch slaapt men in slecht geluchte kamers, dikwijls meerdere personen in dezelfde kamer.”

Architecten waren arrogant in hun onwetendheid

Architecten waren ook niet meteen enthousiast te krijgen voor de nieuwe verwarmings- en ventilatiesystemen. Vaak wisten ze niet precies hoe en hoeveel warmte en verse lucht in de gebouwen gepompt moest worden, en vonden ze de systemen te complex. In de opleiding bouwkunde was er maar weinig aandacht voor.

Die architecten kregen kritiek uit een opvallende hoek, vertelt Hogen: van de vrouwenbeweging. Huisvrouwen zaten de hele dag thuis in de muffe lucht van de natte was en in de giftige gasdampen van de kachel, met kinderen die te dicht op elkaar leefden. De architecten, stuk voor stuk mannen, hadden daar geen weet van.

De kritiek van de sociaal hervormsters was stevig, zegt Hogen. Architecten, huizenbouwers en ‘mannen in het algemeen’ waren volgens hen ‘arrogant in hun onwetendheid’. Omdat de huisvrouwen niets hadden aan de bouwkundigen, besloten ze zelf centrale systemen te ontwerpen, onder andere op basis van hete lucht. Ze namen afstand van het gebruik van de open haard; die was in hun ogen oneconomisch en inefficiënt.

Sommige hervormsters gaven ook direct advies aan architecten. Onder hen de Britse schrijfster en verpleegster Florence Nightingale, onder andere bekend van haar boek over de Krimoorlog (tussen 1854 en 1856). Ze maakte een ontwerp van een luchtverversingssysteem, dat volgens Hogen nog steeds redelijk accuraat is.

Feministen voor verwarming

In Nederland kreeg Nightingale navolging van schrijfster en feministe Helena Mercier. Naar haar voorbeeld schreven hervormsters folders, reclameposters en huishoudboekjes met advies en grappige teksten over een beter binnenklimaat – allemaal gericht op huisvrouwen.

Langzaamaan veranderde zo de teneur. Comfort raakte zelfs in de mode. De meeste huizen kregen een klimaatsysteem, met voor de middenklasse de mogelijkheid van een eenvoudige warmwaterverwarming. Sommige woningen, die van de allerrijksten, kregen zelfs een uitgebreide centrale verwarming op basis van lucht en stoom.

Democratisering van verwarming

Maar de woningen van arbeiders bleven achter. Er was te weinig geld, en centrale systemen bleven lang te duur. Wéér kwam de vrouwenbeweging in actie. Met voorop Mercier. Ze zette zich niet alleen in voor vrouwenkiesrecht en gelijke behandeling op de werkvloer, ze speelde ook een grote rol in de discussie over het ‘woningvraagstuk’ van de arbeidersklasse. Ze schreef een serie artikelen over huisvesting in Eigen Haard, die uiteindelijk heeft bijgedragen aan de invoering van de Woningwet van 1901, de eerste Nederlandse huisvestingswet, die als doel had gezonde woningen te bouwen.

En zo werden er steeds meer arbeiderswoningen gebouwd met ventilatiesystemen, vertelt Hogen. “Maar de democratisering van de verwarming kwam pas echt in 1963,” zegt ze. “Toen werd in Slochteren de gasbel ontdekt, en werden met hulp van de overheid kachels op stadsgas vervangen door cv-ketels op aardgas. Zo zie je maar weer: pas toen de kosten omlaag gingen, kon iedereen overstag.”

Lees ook:

Een enorme verbouwing? Dat is bij een hybride warmtepomp niet nodig

Is de centrale verwarming stuk? Dan moet er vanaf 2026 een duurzamer alternatief, zoals een hybride warmtepomp, voor in de plaats komen. Maar over dat dinsdagochtend aangekondigde kabinetsplan bestaan nogal wat misverstanden.

Van het gas af kan ook met infraroodpanelen. ‘Met zonnepanelen erbij kost de verwarming ons geen cent’

Een huis opwarmen met infrarode verwarmingspanelen, kan dat ook? Het bedrijf Greeniuz denkt van wel, en investeerder Kees Koolen ook.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden