Goede doelen?

Nederland is een belastingparadijs voor organisaties die een 'algemeen nut' dienen, want dat is moeilijk te controleren

Beeld Nanne Meulendijks

Ruim 43.000 organisaties krijgen in Nederland belastingvoordelen, omdat ze het algemeen nut zouden dienen. Maar wat algemeen nuttig is, valt voor de Belastingdienst amper te controleren.

In het voorjaar van 2018 raakt de Haagse As Soennah-moskee in opspraak: een prediker blijkt vrouwenbesnijdenis te hebben aanbevolen om de vrouwelijke lust te temmen, en steniging als straf bij overspel door getrouwde mensen. Het gebedshuis blijkt bovendien al langer op de radar van de inlichtingendienst te staan: As Soennah zou financiering krijgen van een Koeweitse instelling die met terrorisme in verband wordt gebracht.

De stichting achter de moskee blijkt dan al jarenlang belastingvoordeel te genieten: sinds 2008 is As Soennah officieel erkend als Algemeen Nut Beogende Instelling (Anbi), een status waarmee organisaties fiscale voordelen genieten. Behalve de As Soennah-moskee hebben ruim 43.000 instellingen in Nederland de Anbi-status.

Het schandaal wakkert de politieke discussie aan: welke dubieuze organisaties profiteren nog meer van de belastingvoordelen? En voldoen de stichtingen wel aan de voorwaarden?

Anbi’s betalen geen erf- en schenkbelasting: over (grote) geldbedragen uit schenkingen of erfenissen hoeven ze niets af te dragen aan de fiscus. Normaal gesproken kan de heffing over een schenking oplopen tot 40 procent. Sommige Anbi’s kunnen een deel van de energiebelasting terugkrijgen. Beide belastingvoordelen leveren bij elkaar opgeteld bijna 600 miljoen euro per jaar op.

In ruil daarvoor zijn Anbi’s verplicht hun financiële gegevens online te publiceren. Verder mogen ze in principe geen winstoogmerk hebben en inkomsten niet onnodig ‘oppotten’. Een bestuurder mag niet in z’n eentje beslissen over het geld. En de belangrijkste voorwaarde: 90 procent van alle uitgaven moet ten goede komen aan de doelstelling van de organisatie en dus het ‘algemeen nut’ dienen.

Bijna de helft voldoet niet aan zijn publicatieplicht

Een groot deel van stichtingen dat de fiscale voordelen geniet, voldoet niet aan de vereisten, blijkt uit het onderzoek dat Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico en datajournalistiek platform Pointer deden voor de Groene Amsterdammer, ‘Reporter Radio’ en Trouw. Uit een representatieve steekproef blijkt dat 48 procent van de instellingen niet voldoet aan de publicatieplicht. Zij hadden de cijfers over 2018 twee maanden na de deadline nog niet gepubliceerd. Bijna een derde had ook over 2017 nog geen cijfers gepubliceerd.

Voor dit onderzoek deden Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico en datajournalistiek platform Pointer een representatieve steekproef van 381 instellingen met een Anbi-status. De steekproef is getrokken uit 43.268 bij de Belastingdienst als Anbi geregistreerde instellingen. Hierbij geldt een marge van 5 procent bij een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent. Met andere woorden: de onderzoekers zijn er 95 procent zeker van dat tussen de 43 en 53 procent van alle Anbi’s in Nederland op het moment van onderzoek geen jaarverslag van 2018 online hebben staan. Zie ook platform-investico.nl.

Van ruim 1500 stichtingen kan de Belastingdienst de publicatieplicht überhaupt niet controleren, ontdekten Investico en Pointer. Die hadden namelijk een onbereikbare website opgegeven: de link was onvindbaar of de domeinnaam bestond niet meer.

Ronddwalend door het Anbi-register van de Belastingdienst krijg je een gevoel bij de Nederlandse liefdadigheidstraditie. Tussen de tienduizenden stichtingen staan honderden hulporganisaties voor straatkinderen, tienermoeders of boeren in ontwikkelingslanden. Van heel concrete hulp – Sinterklaascadeaus voor arme kinderen – tot brede initiatieven ter bevordering van integratie en een harmonieuze samenleving. Stichtingen voor behoud van monumentale kerkorgels, stichtingen voor restauratie van historische boeken, stichtingen voor antroposofische kinderartsen, klassieke zangavonden en Indiase dans. Lokale politieke partijen ook vrijmetselaars, evangelisatieclubs en vooral heel veel kerken.

Een facebookpagina volstaat

Bestuurders met een opvallend riant salaris, een stichting die forse winsten draait of over een ontzagwekkend vermogen beschikt – dat zijn aanwijzingen voor de Belastingdienst om eens dieper in de boeken te duiken. Is er wel echt sprake van een goed doel of wordt hier belasting ontweken? Dat begint met publicatie van financiële gegevens; sinds 2014 verplicht voor Anbi’s en bedoeld om misbruik te voorkomen. Waar ze die gegevens publiceren, maakt niet uit, zolang het maar online is. Een facebookpagina volstaat.

Dat lijkt heel transparant, maar de controle op die publicatieplicht is marginaal. Eind 2016 constateerde de Belastingdienst zelf in een evaluatie dat het toezicht te wensen overlaat.

Er is maar beperkt mankracht voor beschikbaar: het Anbi-team van de Belastingdienst telt 45 medewerkers. Daarom leunt de dienst op andere instanties voor controle: toezicht op de kerkelijke instellingen met een Anbi-status is uitbesteed aan de kerken zelf via de koepelorganisatie Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (Cio). Islamitische organisaties vallen daar overigens buiten.

Het Cio waarschuwt de Belastingdienst als het iets ontdekt wat niet klopt. Cio-secretaris Daniëlle Woestenberg zegt: “We geven dan door dat we simpelweg niet kunnen vaststellen of aan de Anbi-voorwaarden is voldaan”. En daar stopt de verantwoordelijkheid van het Cio. “Wij zijn geen belastingkantoor, het is aan de Belastingdienst wat ze ermee doen.”

Voor de Belastingdienst is het comfortabel dat die het toezicht kan overlaten aan mensen die weten hoe de kerken werken. Voor het Cio is het volgens Woestenberg ‘wel heel veel werk’ dat de Belastingdienst eigenlijk zelf zou moeten doen. De organisatie heeft het er graag voor over, omdat kerken in Nederland geen financiële steun krijgen van de overheid. “De Anbi-regeling is voor de kerken in Nederland heel belangrijk om te kunnen voortbestaan.”

Het CBF blijkt strenger dan de Belastingdienst

Voor goede doelen werkt de Belastingdienst sinds 2017 samen met toezichthouder Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF), die betrouwbare organisaties van een CBF-erkenning voorziet. Een door het CBF Erkend Goed Doel voldoet aan een uitgebreide lijst met normen die grotendeels overeenkomen met de Anbi-criteria. 

Beeld Nanne Meulendijks

Voor Anbi-instellingen die ook een CBF-erkenning hebben, is de kans op controle door de Belastingdienst kleiner. Het CBF blijkt in praktijk strenger dan de Belastingdienst zelf. Van de 112 goede doelen die het CBF in de afgelopen drie jaar niet erkende of waarvan het de erkenning introk, hebben er volgens het register van de Belastingdienst 27 nog wel een Anbi-status.

Een daarvan is de stichting Family Help Programme (FHP), die sinds 1984 hulp geeft aan mensen in Sri Lanka. Ze helpt dakloze ouderen en families met lage inkomens, heeft scholen gebouwd en bijna vijfhonderd woningen.

FHP heeft in Nederland de Anbi-status. Jarenlang is de samenwerking tussen de stichting in Nederland en haar partnerorganisatie in Sri Lanka succesvol. Tot 2016. “We ontdekten corruptie in de organisatie in Sri Lanka”, zegt Fons Catau, voorzitter van FHP. “Het was een soort familiebedrijf geworden. Onze steun diende vooral voor het in stand houden van werk voor mensen rond de stichting.”  

Fons Catau informeert het CBF zelf, waarop het CBF de stichting onder verscherpt toezicht stelt. In oktober 2017 trekt het CBF de erkenning in, omdat verbeteringen uitblijven. FHP waarschuwt de donateurs: de stichting kan niet langer met de hand op het hart zeggen dat hun geld goed terechtkomt. Ze stopt de samenwerking met de organisatie in Sri Lanka.

Maar voor de Anbi-status werkt het anders. Catau: “Het geld was keurig netjes naar de organisatie in Sri Lanka gegaan, wat dat betreft hielden we ons aan de regels.” Dat het geld in Sri Lanka niet goed werd besteed, bleek voor de Anbi-status geen probleem. “Als ik geen goedgekeurd jaarverslag meer had gehad, ja, dan had de Belastingdienst misschien wél bovenop ons gezeten.”

‘Een signaal om de instelling in controle te nemen’

CBF-toezichthouder Dick Koopmans: “We informeren de Belastingdienst over welke organisaties wel of niet worden erkend en bij welke organisaties we de erkenning intrekken. Maar we blijven beiden zelfstandig bevoegd. Dus het is aan hen of ze een Anbi-status intrekken naar aanleiding van onze informatie.”

Desgevraagd zegt de Belastingdienst dat een intrekking of afwijzing van de CBF-erkenning voor de fiscus ‘een signaal is om de instelling in controle te nemen’.

De ruim zeshonderd goededoelenorganisaties in Nederland die een CBF-erkenning hebben, zijn slechts een fractie van de ruim 43.000 Anbi-stichtingen. Wel gaat in die ruim zeshonderd organisaties een aanzienlijk deel van al het geefgeld in Nederland om.

Koopmans: “Volgens het rapport ‘Geven in Nederland’ uit 2017 is de omvang van de filantropische sector in Nederland 6 miljard euro. Uit de jaarverslagen van 2018 blijkt dat 4 miljard daarvan omgaat in de door ons Erkende Goede Doelen.”

De belangrijkste voorwaarde voor een Anbi-status blijkt voor de Belastingdienst nauwelijks te controleren. Het algemeen nut, dat ligt besloten in de naam Algemeen Nut Beogende Instelling, is in de wet amper gedefinieerd.

Misbruik van giften voor een ‘verkwistende, vraatzuchtige’ levensstijl

Zo kon de As Soennah-moskee van de Anbi-status profiteren. Zolang aan de publicatieplicht is voldaan, de statuten niet in strijd zijn met de wet of de leiders niet door de rechter zijn veroordeeld, is het moeilijk de status te weigeren.

Dat speelde ook bij het boeddhistisch onderwijsimperium Rigpa van de Tibetaan Sogyal Rinpoche, een persoonlijke vriend van de Dalai Lama. Zijn organisatie groeide tot 130 vestigingen in dertig landen, waaronder Nederland. Sogyal, die in augustus is overleden, kwam in 2017 in opspraak, toen ex-volgelingen hem beschuldigden van seksueel en emotioneel misbruik en van het gebruik van giften voor zijn ‘verkwistende, vraatzuchtige’ levensstijl. Een onafhankelijk onderzoek bevestigde de beschuldigingen. In Nederland geldt Sogyals imperium Rigpa nog steeds als Algemeen Nut Beogende Instelling.

Als het eenvoudiger zou zijn om de Anbi-status in te trekken, zou dat ook zijn keerzijde hebben. Het zou willekeur in de hand werken, wanneer er zonder bewijzen, op basis van de verdenking van haatzaaien of andere zaken die in strijd zijn met de Grondwet een status wordt ingetrokken.

Het As Soennah-gebedshuis verloor een paar maanden na de onthullingen de Anbi-status, maar de Belastingdienst wilde niet ingaan op de reden voor intrekking; hij doet geen uitspraken over specifieke gevallen. Wel bleek de stichting de publicatieplicht te hebben verzuimd, de vereiste financiële gegevens waren niet online gepubliceerd.

Beeld Nanne Meulendijks

In de praktijk is Algemeen Nut Beogende Instelling een heel ruim begrip, getuige het Anbi-register. Wat te denken van een stichting die voorlichting geeft over ‘zedenleer op rooms-katholieke grondslag’? En waarom heeft een in China gevestigde organisatie voor onderzoek naar en ontwikkeling van machines voor de verwerking van minerale gesteenten een Anbi-status in Nederland?

‘Dan blijven alleen de dijken over als algemeen nuttig’

De vraag of een stichting het algemeen belang dient, levert voortdurend discussie op. Het algemeen belang is niet: daar waar iedereen in Nederland het mee eens is, zegt Sigrid Hemels, hoogleraar belastingrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Algemeen belang is per definitie een beperkt belang, dat heeft de Hoge Raad al in 1926 vastgesteld. Anders blijven alleen de dijken over als algemeen nuttig.”

De politiek zou meer moeten debatteren over wie ervoor in aanmerking komt, zegt Hemels. “Als ik in het buitenland vertel dat amateursport hier niet als algemeen nuttig geldt, kijken ze me met verbazing aan. Dat wordt nog erger als ik zeg dat politieke partijen dat per definitie wél zijn.”

Hemels is nadrukkelijk geen voorstander van afschaffing van de Anbi-regeling, ook al fraudeert volgens haar een deel van de organisaties. De fiscale voordelen voor goede doelen én voor mensen als stimulans om te geven, zijn een groot goed, zegt ze. Goed voor de gever, maar ook voor het ontvangende goede doel – het belastingvoordeel zou de ‘geefbereidheid’ stimuleren.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees ook:

Zo onderzocht de Belastingdienst toeslagenfraude:‘Vanuit Blauw nu toch een Ghana populatie aan het bekijken’

Hoe de Belastingdienst steeds verder gaat met het analyseren op nationaliteit, blijkt uit een zaak die draait om fraude met giftenaftrek. Een verhaal uit het dossier van de Toeslagenfraude.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden