ReportageOekraïense vluchtelingen

Na een week zwoegen raakt de sporthal in Wormer langzaam uit de crisisstand

Het Rode Kruis ruimt de bedden op en zorgt voor schone dekens in de slaapzaal waar de vluchtelingen uit Oekraïne verblijven.  Beeld Olaf Kraak
Het Rode Kruis ruimt de bedden op en zorgt voor schone dekens in de slaapzaal waar de vluchtelingen uit Oekraïne verblijven.Beeld Olaf Kraak

Overal in het land zijn opvanglocaties verrezen voor Oekraïense vluchtelingen. Vandaag het laatste verhaal over de sporthal in Wormer: hoe een crisisnoodopvang uit de crisisstand kwam.

Petra Vissers en Joost van Egmond

Op maandagmiddag heerst in de sporthal in Wormer nog een lichte crisissfeer. Terwijl vluchtelingen uit Oekraïne een broodje eten, even douchen of op een van de stretchers in de sporthal uitrusten, stoeien medewerkers van de gemeenten Wormerland en Oostzaan met onhandelbare Excelsheets en lijsten die niet uit de printer willen rollen. Er wordt gezocht naar telefoonnummers, roosters en protocollen.

Op vrijdag 11 maart sliepen hier de eerste vluchtelingen, nadat de crisisnoodopvanglocatie die dinsdag daarvoor in allerijl was opgezet door de samenwerkende gemeenten Oostzaan en Wormerland. “We wisten dat wij wat minder hotelkamers of andere langdurige opvang konden aanbieden”, zegt burgemeester Judith Michel van Wormerland aan het begin van de week, “dus was al vrij snel duidelijk: dan moeten wij de eerste crisisopvang doen.”

‘Dit is ontzettend intensief’

Ze zit aan tafel met Marvin Polak, burgemeester van Oostzaan. De twee kleine gemeenten hebben één ambtelijke organisatie en die houdt nu al meer dan een week de opvang in de sporthal draaiende. “Het hoofd bedrijfsvoering staat er”, zegt Polak, “net als het hoofd vergunningen.” Hij vervolgt: “Dit is ontzettend intensief. Mensen zetten hun hele leven opzij, er zijn 24 uur per dag en 7 dagen per week gemeentemedewerkers aanwezig. Mensen slapen er ’s nachts ook.”

Dat kan voor nu. De meeste inwoners begrijpen best dat ze nu iets langer moeten wachten op bijvoorbeeld een vergunning. Maar dit kan niet maanden, of zelfs jarenlang duren. Hoelang de oorlog in Europa gaat duren en hoeveel vluchtelingen naar Nederland zullen komen, kan niemand voorspellen. “Maar wij krijgen te horen dat we rekening moeten houden met opvang van 6 maanden tot 2 jaar”, zegt Polak erover.

Vandaar dat in de loop van de week wordt besloten dat ook omliggende gemeenten medewerkers gaan leveren die meedraaien in het rooster. Op vrijdagmiddag is nog niet helemaal duidelijk hoe dat gaat werken, maar de eerste medewerkers van andere gemeenten krijgen al wel een introductie.

Routine

Op vrijdag hangen ook, op grote witte A3-vellen, namen, telefoonnummers en roosters in het geïmproviseerde coördinatiekantoor in de sporthal. In de hal hangen nu grote kaarten van de regio, zodat vluchtelingen kunnen zien waar ze zijn, en waar ze naartoe gaan.

Er wordt schoongemaakt, de weinige vluchtelingen die hier vannacht geslapen hebben kletsen in de kantine terwijl gemeentemedewerkers anderen registreren of bellen voor een betere opvangplek elders. “Het begin hier echt routine te worden”, zegt Manon Kok, die vandaag de opvang coördineert. “Iedereen weet wel zo’n beetje waar-ie aan toe is.”

Daarmee lijkt een einde te komen aan de lange en chaotische dagen die veel vrijwilligers en gemeentemedewerkers gemaakt hebben. Op maandagmiddag wijst Pauline Kauffmann, die als gemeentemedewerker met veel ervaring in crisismanagement de eerste dagen de crisisstructuur opzet, nog naar een collega en zegt: “Zij heeft hier vannacht geslapen.” Zelf begon ze om half acht ’s ochtends en staat ze er aan het einde van de middag nog.

Een ruwe versie van een registratiesysteem

Op die maandag beginnen de eerste contouren van een langetermijnplan zich af te tekenen. Op een grote flip-over schrijft Kauffmann wat er de komende dagen moet gebeuren: weet iedereen wat te doen als een alleenreizend kind zich hier meldt, bijvoorbeeld? Wat zijn de nummers van artsen en andere medische diensten? Maar ook: wat is het verzamelpunt als er geëvacueerd moet worden? Op de achtergrond probeert iemand zuchtend en steunend toegang te krijgen tot een Excelbestand waar een wachtwoord op zit.

Schone dekens voor de slaapzaal waar de vluchtelingen uit Oekraïne verblijven.  Beeld Olaf Kraak
Schone dekens voor de slaapzaal waar de vluchtelingen uit Oekraïne verblijven.Beeld Olaf Kraak

In dat bestand staan de namen van mensen die hier vannacht hebben geslapen en die mee moeten op de bus die vanmiddag naar Den Helder vertrekt. Het is de ruwe versie van een registratiesysteem.

Omdat Oekraïense vluchtelingen geen asiel hoeven aan te vragen, staan zij als ze in de sporthal aankomen in principe nog nergens geregistreerd. Samen met een tolk gaan medewerkers de vluchtelingen af, en toetsen de gegevens in op een tablet. “Zo weten we hoeveel mensen we hebben, wie het zijn en wat de medische bijzonderheden zijn”, legt gemeentemedewerker Marieke Huizenga uit.

Op de lange termijn

Uiteindelijk zullen deze mensen ook in de basisregistratie terecht moeten komen die gemeenten bijhouden. Zo moet er op termijn een beeld ontstaan van hoeveel vluchtelingen waar zijn en wat zij nodig hebben. De registratie in de sporthal zelf is aan het einde van de week op orde, maar een landelijk overzicht is nog ver weg.

Nu de eerste crisisopvang loopt en de meeste kinken uit de kabel zijn, kijkt de streek ook verder vooruit naar wat de opvang van deze grote groepen vluchtelingen op de langere termijn met zich meebrengt. Dat betekent bijvoorbeeld nadenken over onderwijs en woningen, zeggen burgemeesters Michel en Polak, want mensen kunnen niet altijd in een hotel blijven slapen. “Maar het betekent ook dat we heel zorgvuldig om moeten gaan met de sportverenigingen die nu niet in de hal kunnen sporten”, zegt Polak. “Ook daarvoor kijken we nu of ze elders in de regio terechtkunnen.”

Onderwijs voor Oekraïense vluchtelingen

Omdat de sporthal in Wormer een eerste noodopvang is, waar mensen in principe maar één of twee nachten zullen slapen, gaan kinderen er nog niet naar school of de kinderopvang.

Maar het onderwijs voor deze groep vluchtelingen is een thema waar nu veel over nagedacht wordt. Zeker omdat de Oekraïense vluchtelingen vooral vrouwen en kinderen zijn, staan scholen straks voor een enorme taak, ook landelijk.

Zoals overal in het land komen nieuwkomers in de Zaanstreek normaal gesproken in een overgangsklas. Die is erop gericht om kinderen met een jaar internationaal onderwijs klaar te stomen voor een reguliere Nederlandse school. De regio heeft daarvoor basisschool de Kernschool in Zaandam, maar die is met 157 leerlingen nu al ‘heel vol’, zegt Ellen Voskuilen van Zaan Primair, de scholengroep waar de Kernschool bij hoort. “Onze inzet is: dit gaan we gewoon regelen, maar er moet nog wel wat gebeuren.”

Op het moment wordt hard gewerkt om een extra gebouw voor de kinderen op orde te krijgen, en wordt er meubilair geleend. Maar bovenal zijn ze op zoek naar leraren met kennis van zaken, want die zijn het moeilijkste te vinden. Daarnaast hopen ze dat er docenten zijn onder de vluchtelingen zelf, die zouden kunnen bijspringen.

“We zeggen nu heel voorzichtig dat we op 1 april willen beginnen”, zegt Voskuilen. Dan wil ze plek hebben voor tweehonderd extra kinderen. Of dat het juiste aantal is, is op dit moment volslagen giswerk.

Lees ook:

Pauline Kauffmann is getraind voor orkanen, nu runt ze de noodopvang. ‘Het is de afgelopen dagen weleens misgegaan’

Aan Kauffmann de taak om alles in goede banen te leiden, tegen de achtergrond van een voortdurend veranderende situatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden