Vluchtelingenopvang

Myrte bood vluchteling Amira haar logeerkamer aan: ‘Het is een beetje als vroeger, met je huisgenoten in het studentenhuis’

Amira kreeg vorig jaar augustus haar verblijfsvergunning en logeert nu in het huis van Myrte van Lonkhuijsen in afwachting van haar eigen woning. Beeld Maartje Geels

De regeling dat vluchtelingen in een gastgezin mogen wonen, is een succes. Myrte van Lonkhuijsen en Amira vertellen over hun bijzondere logeerpartij. 

De eerste keer dat de Jemenitische Amira (26) in haar huis kookte, realiseerde Myrte van Lonkhuijsen (57) zich ineens hoe ontregelend het kan zijn als je keuken ineens anders ruikt. “Ik was me er niet bewust van dat mijn huis een bepaalde geur had. Tot die ineens veranderde”, zegt ze, terwijl ze Amira aankijkt. Het was heerlijk eten. Amira kan geweldig koken maar, wil ze maar zeggen: je moet wel een beetje flexibel zijn om iemand die je eigenlijk niet kent in huis te nemen. 

Van Lonkhuijsen en Amira, die vanwege de veiligheid van haar familie in Jemen niet met haar volledige naam in de krant wil, maken gebruik van de logeerregeling die het voor statushouders mogelijk maakt om in afwachting van een huis te logeren bij een gastgezin. “Ik zou helemaal gek worden in zo’n kamp”, motiveert Van Lonkhuijsen waarom zij zich opgaf. In haar lieflijke huisje in Weesp, waar een koren- en houtmolen om de hoek draaien, heeft ze een kamer over. “Dus ik dacht: waarom niet?” 

Meer vluchtelingen met een verblijfsvergunning kunnen gaan logeren bij een Nederlands gastgezin. De zogeheten ‘logeerregeling’, in 2018 gestart, blijft bestaan en wordt uitgebreid. Dat schrijft staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (VVD) donderdag aan de Tweede Kamer. Ze belooft haar best te doen een aantal problemen met de regeling op te lossen.

Dankzij de logeerregeling kunnen statushouders die in een asielzoekerscentrum wachten op een woning tijdelijk verblijven bij een gastgezin of bij familie of vrienden. Daar hebben ze baat bij, bleek vorig jaar uit onderzoek van het Verwey Jonker Instituut. De logees hebben vaker een baan, of volgen een opleiding en hebben meer contact met Nederlanders dan de mensen die in een azc wachten op een huis. Ze leren sneller de taal en bouwen een netwerk op.

‘Ik realiseer me wat een goed leven we hebben in Nederland’

Amira die sinds augustus vorig jaar haar verblijfsvergunning heeft, wilde inderdaad graag weg uit het azc. “Ik was nieuwsgierig naar het leven buiten het kamp”, zegt ze. Met hulp van bemiddelingsorganisatie TakeCareBnB kwamen de twee in contact. 

Beide vrouwen zijn enthousiast over de regeling. “In het azc had ik alleen maar contact met Arabische mensen”, zegt Amira. Nu doet ze vrijwilligerswerk, is ze bezig met inburgeringslessen en leert ze Nederlands. “Ik doe weer dingen met mijn dag. Ik heb een ritme.” Van Lonkhuijsen is vooral enthousiast over het lekkere eten, lacht ze. Maar zonder gekheid: “Ik realiseer me weer wat een goed leven wij hebben in Nederland. Wat een geluk we hebben.”

Het is een bijzonder soort relatie, die tussen Van Lonkhuijsen en haar logee. Amira is net zo oud als een van haar dochters, maar is natuurlijk geen dochter. “Het is een beetje zoals je huisgenoten, vroeger in het studentenhuis”, zegt Van Lonkhuijsen. Amira: “Dat heb ik nooit gedaan. Dus ik zou het niet weten.” De twee zien elkaar soms dagen achter elkaar niet omdat ze beiden een druk eigen leven leiden maar als ze elkaar zien is het altijd leuk. Amira: “Jij hebt meegedaan met de  ramadan. We deelden de eerste maaltijd samen. Dat was bijzonder.”

Een nieuw netwerk opbouwen

Enige nadeel is dat Amira al sinds oktober in het kleine huisje woont in Weesp. Wat een verblijf van drie maanden zou zijn, duurt nu al bijna negen maanden. “Als we dat hadden geweten had ik het nog steeds gedaan”, zegt Van Lonkhuijsen. “Maar dan had ik het wel anders geregeld. Misschien iets meer met die kamer gedaan.” Amira wil na jaren wachten graag door, een eigen leven starten met een eigen woning. Haar verblijfsvergunning heeft ze nu al bijna een jaar op zak. 

Wat ook niet handig is: ze krijgt in de toekomst een woning toegewezen in Hilversum. Dat betekent dat ze daar opnieuw een netwerk op moet bouwen. “Idealiter zou iemand naar een gastgezin gaan in de gemeente waar diegene ook een woning krijgt”, vindt Van Lonkhuijsen. “Of ze zouden zo flexibel moeten zijn dat Amira nu een woning kan krijgen in Weesp.” Maar dat kan niet  want het COA hanteert een verdeelsleutel.

Van Lonkhuijsen kan eigenlijk geen enkele reden verzinnen waarom niet meer mensen zich zouden opgeven voor de logeerregeling. “Mensen vinden mij dapper als ik vertel dat Amira bij mij logeert. Ik snap werkelijk niet waarom. Ze heeft een verblijfsvergunning, ze is door de test gekomen van de IND. Ze is geen willekeurig iemand.” 

Amira snapt wel waarom Nederlanders zouden aarzelen. “Ik denk dat mensen bang zijn”, zegt ze. “Ik vond jou ook dapper, dat je zomaar een vreemdeling in huis nam. Ik denk dat als mensen hier meer van horen ze ook meer vertrouwen hebben. Daar kan iedereen van profiteren.”

De achternaam van Amira is bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

Meer vluchtelingen kunnen logeren bij gastgezinnen

De logeerregeling voor vluchtelingen blijft. Dankzij die regeling kunnen statushouders tijdelijk bij Nederlandse gastgezinnen terecht, terwijl ze in afwachting zijn van een woning. 

Waarom neem ik geen vluchteling in huis?

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele vraag. Een Duitse politicus laat twee vluchtelingen in zijn eigen huis logeren. Ethicus Paul van Tongeren vraagt zich af waarom hij dat voorbeeld niet volgt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden