Vuurwerkverbod

Moet je vuurwerk wel met één knal verbieden?

Beeld Hollandse Hoogte / Robin Utrecht

Het debat over vuurwerk kentert. Een grote meerderheid is voor een verbod, een fanatieke minderheid nog altijd tegen. Past dat zware knalvuurwerk nog wel in veilig Nederland of ligt de toekomst in de vuurwerkvrije zone?

Ira Helsloot leverde zeven jaar geleden in opdracht van de Nederlandse politie een mooi rapport af. De hoogleraar besturen van veiligheid aan de Nijmeegse Radboud Universiteit verkende toen voor het eerst de oudejaarsproblematiek. Hij kwam tot de slotsom dat het belangrijk is een onderscheid te maken tussen de risico’s in de Oudejaarsnacht (die blijven al jaren hetzelfde) en de acceptatie van die risico’s. “In 2012 werd namelijk al de vraag gesteld of de huidige viering van Oud en Nieuw nog wel maatschappelijk aanvaardbaar was”, aldus Helsloot.

Het debat is verlopen zoals Helsloot destijds voorspelde. De materiële schade is volgens hem nagenoeg stabiel gebleven en het aantal gewonden nam in tien jaar tijd met de helft af, met een kleine toename dit jaar. “Ondanks deze cijfers is plotseling een meerderheid van de bevolking vóór een vuurwerkverbod. Dat komt vooral doordat we in een steeds veiliger samenleving leven, waarin steeds minder fout kan gaan, en de Oudejaarsnacht als een van de weinige risico’s is overgebleven. Vandaar die aandacht van activistische beroepsgroepen als oogartsen en politiemensen.”

De opdracht tot zijn rapport was in 2012 al een teken dat het tij ging keren, zegt Helsloot. “Maar je ziet de discussie elk jaar opleven en steeds heftiger worden. Vorig jaar was daar het kritische rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, die doorgaans alleen aan het werk gaat als er écht iets aan de hand is. Die adviseerde een verbod op riskant vuurwerk. En vervolgens kaapte de politie het onderwerp. Vuurwerk werd gezien als geweld tegen de agent op straat.”

De emmer van ongenoegen is langzaam vol gedruppeld

De afgelopen jaren is in Nederland de emmer van ongenoegen langzaam vol gedruppeld, zegt hij. En vervolgens kwamen daar het debat rond de risico’s van de Haagse vreugdevuren en het afgrijselijke drama in de Arnhemse flat nog eens bij. “Beide zaken hadden ­eigenlijk weinig met vuurwerk te ­maken. Op het strand van Scheveningen ontstond een vonkenregen van een te hoge vuurstapel. Arnhem is weliswaar geframed als vuurwerkincident, maar die zitbank had natuurlijk ook met een aansteker in brand gestoken kunnen worden.”

Hoe het ook zij, dat waren volgens Helsloot twee plonzen in de volle emmer waardoor de zaak nu blank staat: een meerderheid in de Tweede Kamer lijkt voor een vuurwerkverbod. 

De politieke tegenstanders van zo’n verbod bedienen zich momenteel vooral van schijnargumenten, merkt hij op. Dat het afsteken van vuurwerk een traditie zou zijn en daarom moet worden behouden, gaat niet op. Tradities ontstaan en verdwijnen weer. Zo niet, dan zou in Nederland de heksenverbranding of het ganzentrekken nog bestaan. Dat een vuurwerkverbod niet door de politie te handhaven zou zijn, is als argument volgens Helsloot ook niet te hanteren. “Als we met z’n allen een verstandige regeling bedenken, kan het niet zo zijn dat die niet doorgaat omdat de politie onvoldoende kan optreden.”

Een grote minderheid is tegen een vuurwerkverbod

Toch, zegt hij, moet de Nederlandse politiek voorzichtig zijn met een algeheel vuurwerkverbod. Want over die traditie en dat handhaven zijn ook andere opmerkingen te maken. Helsloot: “Een meerderheid van de bevolking is weliswaar voor een vuurwerkverbod, maar een grote minderheid is tégen.” Sterker nog, dit jaar is er voor een recordbedrag van 77 miljoen euro aan vuurwerk gekocht. “Als zo’n grote groep tegen een verbod is, heeft dat niet genoeg draagvlak en is daarmee niet te handhaven. Dan heb ik het niet over een paar jongetjes die je in de kraag moet vatten, maar een groot bevolkingsdeel dat de regeling ontduikt.”

De maatregel lijkt dan op de (alcohol-)drooglegging in de Verenigde Staten, die een geheel zwart circuit creëerde. “Als we op diezelfde manier het roken aan banden hadden gelegd, was dat faliekant mislukt. Nu dat in stapjes gebeurt, en er gefaseerd op steeds minder plekken een sigaret mag worden opgestoken, terwijl deze steeds duurder wordt, gaat de bevolking langzaam maar zeker mee.” Op die manier moet het met vuurwerk ook.

Niet alleen vuurwerkvrije, maar ook vuurwerkblije zones

Een rijksoverheid kan ook niet van bovenaf met een vuurwerkverbod een traditie afschaffen, zet Helsloot. Dat kan alleen beetje voor beetje, van onderaf, op het niveau van de gemeente. “De gemeentelijke vuurwerkvrije zones werken goed, omdat iedereen begrijpt dat je geen rotjes bij een verpleeg­huis moet afsteken. Er zijn dan ook nauwelijks overtredingen. Op die weg moeten we voort. De gebieden moeten uitgebreid, maar misschien zijn er ook ‘vuurwerkblije’ zones nodig, zodat mensen die wél willen afsteken uit hun buurten trekken en op eigen risico ­elders samen van vuurwerk genieten. Langzaam maar zeker kunnen we dan als samenleving naar een vuurwerkvrij Oudjaar toeleven.” Rotterdam deed dat al die jaren heel goed, met vuurwerkvrije zones en een centraal vuurwerk bij de Erasmusbrug als alternatief. “Maar met de aankondiging gisteren van een totaalverbod op alle consumentenvuurwerk gaat de stad weer te snel. Dat is een drooglegging die om problemen vraagt.”

Is er dan helemaal geen taak voor de bewegende Kamer en uiteindelijk het kabinet waarin de stemming langzaam maar zeker verandert? Jazeker, zegt Helsloot, maar eerder ter ondersteuning van wat er lokaal gebeurt. “Met een goede landelijke voorlichtingscampagne over de gevaren van vuurwerk krijgen burgemeesters steun voor ­mogelijk impopulaire maatregelen.” Maar ook een landelijk verbod op ­bepaalde soorten vuurwerk kan helpen bij het stapsgewijs terugdringen van de risico’s en de overlast. “We zijn het er allemaal over eens dat we geen staaf ­dynamiet op straat mogen laten afgaan. Dat verbod staat niet ter discussie. Hetzelfde kan gelden voor zwaar knalvuurwerk en vuurpijlen. Maar laat ook ruimte aan de gemeenten om te bepalen waar dat lichtere vuurwerk nog wél mag worden afgestoken.”

Dat beleid is net als het vuurwerk zelf: handle with care.

Wie is Ira Helsloot?

Prof. dr. Ira Helsloot is oorspronkelijk gepromoveerd als wiskundige, maar houdt zich sinds 1994 bezig met onderzoek naar rampenbestrijding, crisisbeheersing en fysieke veiligheid. Van 2006 tot en met 2011 was hij hoogleraar crisisbeheersing en fysieke veiligheid aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij werkte tot 2003 bij het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding. Op het laatst als hoofd expertise en onderzoek. Van 2003 tot 2007 werkte hij als directeur crisis en veiligheid bij het COT Instituut voor Veiligheids- en crisismanagement. Van 2005 tot 2008 was hij (interim) hoofd rampenbeheersing bij de regionale brandweer Amsterdam-Amstelland. Vanaf 2008 tot 2010 was hij daar lid van de korpsleiding.

Lees ook:
De Tweede Kamer wil een vuurwerkverbod. Maar komt dat er ook?

Een Kamermeerderheid wil een vuurwerkverbod. Toch ligt het niet voor de hand dat het er snel komt. Lees hier de analyse van Niels Markus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden