Roofkunst

Moet je buitgemaakte Korans documenteren, tentoonstellen of terugbrengen naar Atjeh?

Koran uit Atjeh, buitgemaakt tijdens de Atjeh-oorlog. Beeld Museum van Wereldculturen
Koran uit Atjeh, buitgemaakt tijdens de Atjeh-oorlog.Beeld Museum van Wereldculturen

Welke objecten van koloniale herkomst bevinden zich in de collecties van Nederlandse musea, hoe zijn die hier terechtgekomen, en wat voor verhaal vertellen ze – hier en in de landen van herkomst? Dat zijn vragen waar wetenschappers, musea, kunstenaars en het publiek zich over buigen in het project ‘Pressing Matter’. 

Vier manieren van verwerving onderscheiden de initiatiefnemers van het project, Wayne Modest van het Museum van Wereldculturen, en VU-hoogleraar politieke geschiedenis Susan Legêne: wetenschappelijke studieobjecten, cultuurgoederen die met geweld zijn afgenomen, kunstvoorwerpen waar in gehandeld is, en religieuze voorwerpen waarvan gekerstende gemeenschappen afstand hebben gedaan.

Een zeer omstreden categorie vormen buitgemaakte objecten. Daaronder vallen volgens Modest minstens tienduizend objecten in de volkenkundige collecties van het Museum van Wereldculturen. “Plus nog tal van objecten in het Amsterdamse Rijksmuseum en Museum Bronbeek, die ook deelnemen aan het project.”

Een samenwerkingsverband van Nederlandse musea en universiteiten gaat grootschalig onderzoek doen naar wat er met objecten uit koloniale collecties moet gebeuren. 

Spectaculair voorbeeld van die buit zijn de ‘Benin Bronzes’, duizenden beelden die eind negentiende eeuw zijn geroofd tijdens een Britse strafexpeditie tegen de koning van het Beninrijk, in huidig Nigeria. Het Museum Volkenkunde bezit daarvan ruim 130 voorwerpen. Ook Indonesische speren, geweren, krissen en klewangs die onder dwang zijn afgenomen vallen in deze categorie. Maar er zijn ook minder spectaculaire en overduidelijke voorbeelden van kwestieuze objecten in deze categorie, zoals de rituele trommel in het Museum Volkenkunde, die in de tweede helft van de negentiende eeuw in gebruik was bij een Siberische sjamaan.

Siberische trommel, gebruikt voor een sjamaans ritueel. Beeld Museum van Wereldculturen
Siberische trommel, gebruikt voor een sjamaans ritueel.Beeld Museum van Wereldculturen

Modest: “Die trommel was ‘legaal’ gekocht, maar de sjamaan heeft die onder dwang afgestaan aan een Kozakkenleider. Het Yakut Museum in Siberië heeft ons onlangs laten weten dat zij de trommel niet hoeven, maar wel graag samenwerken om Siberische collecties in Europese musea in kaart te brengen. Een promovendus behandelt in het kader van Pressing Matter de vraag wat te doen met ‘legaal’ verworven objecten die onder dwang zijn afgestaan.”

Ook de kracht uit hun geloof ondermijnen

Ook het Rijksmuseum en het Niod doen mee aan een studie naar buitgemaakte objecten. Legêne: “Het Tropenmuseum heeft een verzameling korans die zijn buitgemaakt in de Atjeh-oorlog (1873-1914). Hun cultuur-historische waarde is niet groot, maar ze vertellen wel iets over die oorlog: de Nederlandse militairen wilden kennelijk ook de kracht die Atjeeërs uit hun geloof haalden ondermijnen. Moet je die Korans documenteren, tentoonstellen of terugbrengen? Kunnen ze misschien een kunstenaar inspireren om er iets mee te doen?”

Een tweede categorie omstreden objecten vormen de ongeveer 3400 menselijke resten, van haar tot beenderen, onder andere in Museum Vrolik (onderdeel van het Amsterdamse UMC-Ziekenhuis), en in de Universiteitsmuseums in Utrecht en Groningen. In 2019 heeft het Museum Vrolik een getatoeëerd hoofd en botten van acht personen teruggegeven aan vertegenwoordigers van Nieuw-Zeelandse Maori’s. Legêne: “We willen ervaringen en moeilijkheden bij de terugkeer van menselijke resten inventariseren.”

In dezelfde categorie vallen ook de afgietsels van gezichten, die antropoloog Johannes Pieter Kleiweg de Zwaan (1875-1971) begin vorige eeuw maakte op het Indonesische eiland Nias. De maskers, nu in bezit van het Universiteitsmuseum in Utrecht, zullen samen met het museum van Nias worden onderzocht. Legêne: “De mensen van Nias moeten weten dat wij die maskers hebben. Sommige exemplaren hangen nu in het Rijksmuseum, op de afdeling waar het gaat over de rol van de antropologie in de rassenleer.”

Surinaamse slavensamenleving

Een derde categorie zijn ‘handelsobjecten’, zoals de diorama’s van Gerrit Schouten. Legêne: “Schouten was vrij man, maar kwam uit een familie in slavernij. Hij maakte zijn diorama’s op bestelling van zo’n beetje tout plantagebezittend Nederland, tot aan koning Willem I aan toe. Zijn kijkkastjes geven een beeld van de Surinaamse slavensamenleving, maar tonen ook dat in Nederland de aard van het koloniale bestel alom gekend werd.”

Voorouderbeeldje van Papoea's. Beeld Museum van Wereldculturen
Voorouderbeeldje van Papoea's.Beeld Museum van Wereldculturen

Een voorbeeld van de vierde categorie, ‘zending en missie’, zijn voorouderbeeldjes van Papoea’s. Legêne: “Nieuwe christenen deden afstand van dergelijke objecten, maar hoe vrijwillig was dat? Welke betekenis gaven musea aan die objecten? Moeten ze terug? Wat betekenen ze dan voor herkomstgemeenschappen die nu christelijk zijn?”

Lees ook:

Het gaat nu echt gebeuren: musea en universiteiten buigen zich samen buigen over koloniale collecties

De komende vier jaar gaan wetenschappers verschillende museumcollecties inventariseren om de herkomst van koloniale objecten te onderzoeken.

‘Lokale gemeenschappen vissen achter het net’

Veel bijval oogsten de aanbevelingen van de commissie-Gonçalves over hoe Nederland moet omgaan met kunstobjecten die stammen uit de koloniale tijd. Maar kritiek is er ook.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden