InterviewDennis Wiersma

Minister Wiersma wil sneller kunnen ingrijpen op scholen. ‘Vrijheid mag nooit een excuus zijn voor slecht onderwijs’

null Beeld ANP
Beeld ANP

Onderwijsminister Dennis Wiersma wil sneller kunnen ingrijpen op scholen waar de kwaliteit, de sociale veiligheid of het burgerschapsonderwijs niet op orde is. Dat is niet in strijd met de vrijheid van onderwijs, zegt hij. Donderdag debatteert de Kamer over zijn wetsvoorstel.

Janne Chaudron

Onderwijsminister Dennis Wiersma kijkt soms naar een zinkend schip en kan niets doen. Dat frustreert. Maar hij heeft weinig instrumenten om slechte scholen, denk aan het Haga Lyceum of recent de School voor Persoonlijk Onderwijs (SvPO), aan te pakken. De vrijheid van onderwijs, opgenomen in artikel 23 van de grondwet, ligt daaraan ten grondslag. Scholen hebben veel mogelijkheden om hun eigen onderwijs vorm te geven en vechten regelmatig inspectierapporten aan bij de rechter.

Wiersma heeft een wet in de maak waarin het gemakkelijker wordt in te grijpen op scholen. In zijn wetsvoorstel wordt wanbeheer het sleutelwoord waarop scholen worden afgerekend. Dat wordt ruimer gedefinieerd. In de toekomst vallen ook de kwaliteit, het burgerschapsonderwijs en sociale veiligheid onder deze definitie. De Tweede Kamer debatteert donderdag over zijn wetsvoorstel.

De bestuurder van de SvPO is onlangs gedwongen opgestapt. Er is zelfs aangifte gedaan omdat hij onderwijsgeld onjuist heeft besteed. Had dit met de nieuwe wet voorkomen kunnen worden?

“Er is financieel wanbeheer geconstateerd, en in de huidige wet is dat ook reden om in te grijpen. Maar de school is ook nalatig geweest op het gebied van kwaliteit. Ik heb verschillende ouders gesproken waarvan de leerlingen op achterstand stonden en een jaar moesten overdoen. Ik sprak met een docent die werd ontslagen omdat hij tegen het beleid inging. Er waren verplichte bijlessen die werden aangeboden door een bureautje dat gelieerd was aan de eigen familie. Allemaal rare praktijken waar de leerlingen de dupe van zijn. Met deze wet had ik eerder kunnen forceren. Als een huis in brand staat moet je zo snel mogelijk blussen.”

De ingewikkelde stichtingenstructuur bij de SvPO zorgde voor ondoorzichtige geldstromen. Maar de belangrijkste stichting, de zogenoemde Anbi-stichting waarmee Misha van Denderen zijn vastgoed financierde, is niet overgeheveld naar het nieuwe bestuur. Hoe is dat mogelijk?

“Dat klopt. Er is geld weggesluisd. Het geld is op slinkse wijze in een andere constructie gestopt. Dat veroordelen we, er is aangifte gedaan, maar we hebben niet de mogelijkheid om het geld terug te vorderen. Het bestuur dat er nu zit heeft de opdracht om dat alsnog te doen, maar het is niet makkelijk. Daar moeten we eerlijk over zijn, vandaar dat we het strafrechtelijke pad zijn ingeslagen. Ik houd druk op de ketel, dit dossier is niet uit mijn zicht.”

Scholen moeten hun burgerschapsonderwijs op orde hebben en kunnen daar ook op afgerekend worden in de nieuwe wet. Waarom is het belangrijk om daar strenger op te handhaven?

“Een school is een plek waar je wordt klaargestoomd voor de wereld. Het is ook een plek waar je erachter mag komen wie je bent en wat je gelooft. Je leert er hoe het in Nederland werkt. Kennis van de rechtsstaat is cruciaal. Scholen hebben de vrijheid om zelf in te vullen hoe ze deze aspecten in passen in het onderwijs, maar als het niet goed gaat op één van deze facetten, dan wil je kunnen ingrijpen. Neem het Haga Lyceum (islamitische middelbare school in Amsterdam, red.). Toen was het burgerschap nog te vaag geformuleerd in de wet. Bepaalde salafistische invloeden kwamen ondertussen de school binnen. We voelden dat het niet in de haak was. Toch konden we destijds niet ingrijpen. In de nieuwe wet kunnen we de overtredingen op het gebied van burgerschap scharen onder wanbeheer.”

Hoe verhoudt de nieuwe wet zich tot artikel 23, de vrijheid van onderwijs?

“We hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat we geen noodzaak zien om artikel 23 aan te passen. Scholen hebben nog steeds heel veel vrijheid, maar dat mag nooit een excuus zijn voor slecht onderwijs. Dat vinden de ChristenUnie en het CDA overigens ook.”

Dus u morrelt niet aan de vrijheid van onderwijs?

“Nee. Slecht onderwijs is slecht onderwijs en artikel 23 is geen excuus om niet in te grijpen. In deze wet zeggen we duidelijk waaraan een school zich moet houden.”

Geldt dat ook voor verklaringen die ouders of leerlingen ondertekenen waarin ze een bepaalde levensbeschouwing onderschrijven, de zogenoemde identiteitsverklaringen?

“Dat is een ingewikkeld gebied. Als een docent een leerling dwingt om uit de kast te komen en het bestuur weigert te voldoen aan de zorgplicht, dan is dat afschuwelijk en altijd in strijd met het burgerschapsonderwijs. Maar als een school de visie predikt dat het huwelijk een aangelegenheid is tussen mannen en vrouwen, dan is dat niet meteen reden om te zeggen dat het burgerschapsonderwijs niet voldoet. Het is overigens uiteindelijk aan de inspectie om te oordelen. Ik moet dat niet doen, ik heb een politieke rol.

“Overigens heb ik wel de indruk dat reformatorische scholen de afgelopen jaren veel hebben aangepast. De bestuurders vertellen mij ook dat ze protocollen hebben opgesteld waarin is opgenomen dat leerlingen zich veilig moeten voelen. Ik weet niet of die protocollen in de praktijk goed werken, dat controleert de Inspectie, maar ik vind wel dat de scholen de kans moeten krijgen om te laten zien dat ze op een goede en integere manier bezig zijn.”

Lees ook:

School voor Persoonlijk Onderwijs opnieuw in opspraak: bestuurder gebruikt stichtingsgeld voor hypotheek kinderen

De School voor Persoonlijk Onderwijs ligt onder het vergrootglas van de onderwijsinspectie. De geldstromen tussen de verschillende schoolstichtingen roepen veel vragen op.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden