InterviewKajsa Ollongren

Minister Kajsa Ollongren: ‘Nee, de woningmarkt is niet af. Er moet veel gebeuren’

Kajsa Ollongren., geportretteerd op het Binnenhof. 
 Beeld Patrick Post
Kajsa Ollongren., geportretteerd op het Binnenhof.Beeld Patrick Post

Ze staat niet per se bekend als een groot prater, maar minister Kajsa Ollongren van binnenlandse zaken praatte “de blaren op haar tong” om de woningmarkt uit het slop te trekken. Tot irritatie van critici. Want wat bereikte ze nou met al dat praten? Een terugblik.

Critici noemen haar weleens de omgekeerde Jan Schaefer. Ze is niet die rouwdouwer van de PvdA die enorme hoeveelheden Amsterdamse woningen uit de grond liet stampen, bekend van zijn spijkerpakken én van de uitspraak: “In gelul kun je niet wonen.” Maar zij zou de D66-minister zijn die juist alleen maar praat over woningmarktproblemen, eindeloos poldert, papieren tijgers produceert en uiteindelijk niks presteert.

Kajsa Ollongren, minister van binnenlandse zaken, zucht een beetje als ze het aanhoort. “Tja, ik heb mensen dat horen zeggen”, begint ze. Maar toen ze vier jaar geleden aantrad, was “het woord zo ongeveer het enige instrument dat ik had.” De ministerpost wonen was zojuist opgedoekt, het regeerakkoord miste concrete afspraken over de woningmarktperikelen en geld was er ook niet voor. ‘De woningmarkt draait als een zonnetje’, had haar voorganger Stef Blok ook nog gezegd bij zijn vertrek.

“Ik sta niet per se bekend als een groot prater, maar ik heb inderdaad de blaren op mijn tong gepraat. Omdat ik zag dat er dingen moesten gebeuren. Daarvoor moest ik meer praten dan ik normaal doe, en dat heb ik heel graag gedaan”, zegt Ollongren. Al dat gepraat zorgde voor vier miljard euro voor de woningmarkt. Belangrijk, zegt ze. “Want we hebben een enorme opgave te doen.”

Nederland kampt met een oplopend ­woningtekort. De teller staat inmiddels op 330.000. Tien jaar wachten op een sociale huurwoning is in grote steden eerder regel dan uitzondering. Middeldure huurwoningen van maximaal 1000 euro per maand zijn er nauwelijks. En de gemiddelde koopwoning – tegenwoordig al binnen 29 dagen verkocht – kost nu 365.000 euro, bijna alleen te betalen voor tweeverdieners met een bovenmodaal inkomen.

Intussen daalt het aantal sociale huurwoningen. Forse belastingen, zoals de verhuurderheffing die jaarlijks rond de 2 miljard kost, zitten woningcorporaties in de weg als ze huizen willen bouwen. En starters slagen er op de overspannen koopmarkt maar moeilijk in een betaalbaar huis te bemachtigen.

Dat is nogal wat: U komt erachter dat er een enorme opgave ligt, terwijl uw voorganger zei: de woningmarkt is af.

“Het vorige kabinet is heel erg bezig geweest met de gevolgen van de crisis. Met bezuinigingen. Ik heb geconstateerd dat er een intensiever beleid nodig was. En investeren in woningbouw. Dat is wel een verschil. Ik ben er meteen ingedoken. Al snel was duidelijk dat de woningbouw weer op gang moest komen. Die was in de crisis volledig ingestort.”

Er stond amper iets over in het regeerakkoord. Was het onderwerp niet urgent genoeg?

“Ik ben aangetreden toen het regeerakkoord er lag, voor mij was dat een feit. Het eerste wat ik heb gedaan is het opstellen van de Nationale Woonagenda, met afspraken met verschillende partijen om jaarlijks 75.000 nieuwe woningen te bouwen. Een minister bouwt uiteindelijk geen woningen, dat doen andere partijen. Van de woningbouwcorporaties tot de gemeenten, ontwikkelaars en financiers. De woonagenda bracht ze bij elkaar. Dat is de basis geweest van waaruit ik verder ben gaan werken.

“Van daaruit zijn ook de woondeals ontstaan met stedelijke regio’s. Die deals geven richting aan wat er moet gebeuren in die regio’s. Ook op het gebied van bouwen. Al met al, als je naar het geheel kijkt, van bouwen, tot en met verduurzamen, huurbeleid, starters op de woningmarkt, is er een enorme agenda uit voortgekomen.”

Deskundigen zagen een omslag bij het Rijk, bij u eigenlijk. U trok meer de regie naar u toe.

“Ja, dat heb ik zeker zo ervaren. Die regie krijg je alleen al door afspraken te maken over hoeveel nieuwbouw er jaarlijks gerealiseerd moet worden. Die 75.000 te bouwen woningen per jaar was geen bestaande afspraak, maar wel een logische doorvertaling van de problemen die we overal zagen. Ik zie dat zeker als een kentering. En ik hoop ook dat wat we in deze vier jaar hebben neergezet de richting aangeeft voor het vervolg. Want dit is echt iets van de lange adem.”

Critici zeggen: het heeft lang geduurd voor die omslag er kwam, er zijn een paar jaar verloren gegaan.

“Het vorige kabinet eindigde met te zeggen dat de woningmarkt af was. Ik ben tot de conclusie gekomen dat er nog heel veel te doen is. En aan het eind van de kabinetsperiode staan we waar we staan en zie ik dat er ontzettend veel is gebeurd. Er kwam een woningmarktimpuls van 1 miljard, woningcorporaties kregen ook 1 miljard. Uiteindelijk is er meer geld in de woningmarkt gestoken. Ruim 4 miljard in totaal. Alle targets hebben we jaar op jaar gehaald, soms zelfs overtroffen. En er zijn ook weer nieuwe problemen opgedoken. Er moet zelfs een tandje bij, hebben we ontdekt. Allerlei heilige huisjes zijn omver gegaan. Dat moest ook. Of het te snel of te langzaam is gegaan is misschien een smaakkwestie. Maar dat extra geld, ruim 4 miljard, is er wel bijgekomen. Die woningbouwimpuls heeft wel gezorgd voor versnelling.”

Welke heilige huisjes zijn gesneuveld?

“De overdrachtsbelasting is op nul gezet voor starters. Voor beleggers is die juist verhoogd. Er is een huurverlaging gekomen voor mensen die het moeilijk hebben. Ook niet per se iets dat op draagvlak kon rekenen. De ongebreidelde huurstijging in de vrije sector is aan banden gelegd, net als de toeristische verhuur.” (Denkt na.) “Zoveel, wat hebben we eigenlijk nog meer gedaan?”

Het heilige huisje van de verhuurderheffing, de belasting voor woningcorporaties, staat nog overeind.

“Nou, eigenlijk ook niet. Ik heb corporaties een korting gegeven van 2,6 miljard, waardoor ze die heffing niet hoefden te betalen. Dat geld gebruiken ze nu om 150.000 nieuwe corporatiewoningen versneld te realiseren. Binnen twee jaar.

“Er ligt nu ook een rapport van de drie ministeries en de vereniging van woningcorporaties Aedes en dat is klip en klaar over de uitholling van de investeringscapaciteit van woningcorporaties. Dat heb ik naar de Tweede Kamer gestuurd en daarmee heb ik ook gezegd: dit moet worden opgelost, want anders kunnen corporaties hun kerntaak niet meer uitvoeren, namelijk zorgen voor betaalbare huren, bouwen en ook nog verduurzamen.”

Hoe los je ‘dit’ op dan?

“Het is heel simpel. Die verhuurderheffing is ingevoerd als crisismaatregel, maar is daarna structureel geworden. De analyse laat duidelijk zien: als je die heffing laat doorlopen, komen corporaties op termijn miljarden tekort voor hun kerntaken. En dus is de oplossing – en dat zie je ook in meerdere verkiezingsprogramma’s – ofwel die heffing volledig schrappen, of het geld wordt door de corporaties zelf benut, in plaats van dat ze het geld afdragen aan de schatkist. Hoe dat precies moet, dat is aan de partijen die straks meedoen aan de formatie.”

U zegt tegen het nieuwe kabinet: schrap die heffing en zet hem in om te bouwen?

“Ik zet me tot de laatste snik in voor de woningmarkt. Maar ik kan op dit punt niet anders dan zeggen: kijk wat er ligt, kijk naar de analyse en los het op aan de formatietafel. Ik kan nu in mijn positie als demissionair minister niet verder gaan dan dat.”

Waarom niet? Het rapport lag er eind juni al. Toen had u nog driekwart jaar te gaan.

“Ja, maar laten we eerlijk zijn. Deze verhuurderheffing is structureel ingeboekt op de rijksbegroting. De investeringscapaciteit van corporaties is nu nog goed en ik doe alles om ervoor te zorgen dat die nú inderdaad geen probleem wordt voor corporaties. Maar op termijn ontstaan er problemen. Dus je moet een structurele oplossing vinden. Dat is mijn advies: zorg dat dit op termijn wordt opgelost.”

Uw advies aan het volgende kabinet is dus: schrappen?

“Ik zou zorgen dat die woningcorporaties voldoende investeringscapaciteit hebben.”

Door het schrappen van de verhuurderheffing?

“Nogmaals: alles wat ze betalen aan verhuurderheffing kunnen ze niet gebruiken voor die andere doeleinden. Dus ja, daar moet een oplossing voor komen.”

Wethouders zijn maar half tevreden over de woondeals die ze met u sloten. Ze willen ondersteuning met nieuwe wetten en regels, en er moet meer geld bij.

“Ik moet de eerste wethouder nog tegenkomen, die zegt: ‘Ik ben helemaal tevreden. Ik wil niks meer.’ Die wethouders bestaan niet. En terecht, dat is hun werk. Maar die woondeals zijn een heel mooi instrument gebleken, omdat ze maatwerk bieden. Dat betekent dat de wethouders op tafel hebben kunnen leggen wat zij graag wilden. Wij hebben geprobeerd daar een mouw aan te passen. En dat is volgens mij gelukt.  In de woondeal van Eindhoven is bijvoorbeeld afgesproken dat in een gebied waar geen permanente bebouwing mogelijk is, toch zo’n 700 tijdelijke woningen worden geplaatst voor spoedzoekers. In Delft komen op een oud bedrijventerrein 2688 woningen. En Zaanstad bouwt 6000 woningen voor met name jongeren en starters.

Er moet dus een tandje bij om het woningtekort tegen te gaan. Hoe?

“Ik doe wat ik kan. Het is heel duidelijk: de woningbouwimpuls om versneld te bouwen en die korting op de verhuurderheffing zijn twee instrumenten die zorgen voor een meetbaar groot aantal extra woningen. Als je die bouwafspraken ook voor de jaren hierna wil nakomen, zul je dus op dezelfde wijze dat soort middelen moeten inzetten.”

Dat betekent?

“Dat betekent gewoon extra geld. Corporaties en gemeenten en ontwikkelaars zullen financiële ruimte moeten hebben om die woningbouw te realiseren.”

In alle segmenten is een tekort aan woningen. Waar moet een volgend kabinet beginnen om dat tegen te gaan?

“De beste manier om van de schaarste af te komen is bouwen. Dat is cruciaal. De schaarste voert namelijk druk uit op alle segmenten in de woningmarkt. Van sociaal tot dure koop. We hebben aan alle knoppen gedraaid. De fiscale knop, de subsidieknop, de knop van wetten en regels. We hebben alles ingezet en ik denk dat dat nodig blijft.”

De VVD is in de peilingen de grootste. Stel die partij komt weer aan de macht. Hoeveel vertrouwen heeft u erin dat ze niet weer zeggen: laat de wooncrisis maar aan de markt, die lost het wel op.

“Mijn conclusie is dat je het niet aan de markt kunt overlaten. Zo werkt het niet in Nederland. Dan zouden mensen met een klein inkomen, maar ook de middeninkomens geen kans meer maken. Dat kan echt niet, dat moeten we niet doen. Als ik door mijn oogharen naar alle verkiezingsprogramma’s kijk, zie ik iets opdoemen wat niet leidt tot: alles terug naar de markt. Dat geloof ik niet.”

Waarom kan je het niet overlaten aan de markt?

“We staan voor zulke grote opgaven. Die lost die markt niet vanzelf op. Sterker nog: het ingrijpen in de markt is nu nodig gebleken. Tot en met de huren in de vrije sector aan toe, het ruimte maken voor de middeninkomens zoals sommige steden dat doen, de opkoopbescherming tegen beleggers. Die waren nodig omdat dit niet een markt is die zichzelf redt. De woningmarkt is nog niet af, er moet nog veel gebeuren. Er zijn gelukkig al forse stappen gezet.”

Lees ook: Het jaar dat de woningmarkt níet instortte – maar er komt een daling aan

Alom werd gevreesd dat de woningmarkt zou instorten door de coronacrisis. Dat gebeurde niet. Maar banken zijn er niet gerust op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden