Kinderen van de oorlogSacha en Hendrickje Spoor

‘Mijn grootvader was het hoofd van een geweldsmachine’

Sacha Schneiders-Spoor (links) en Hendrickje Spoor, kleindochters van generaal Simon Hendrik Spoor.Beeld Suzanne Liem

Generaal Spoor (1902-1949) was legercommandant in Nederlands-Indië tijdens de ‘politionele acties’. Zijn kleindochters Hendrickje Spoor en Sacha Schneiders-Spoor: ‘Hij was geen monster. Ieder weldenkend, gevoelig mens zit onder zulke omstandigheden in een onmogelijke situatie’. Deel 10, tevens het laatste deel, van een serie over de kinderen van de hoofdrolspelers in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, die 75 jaar geleden begon.

Simon Hendrik Spoor wilde in eerste instantie violist worden, maar koos toch voor de kadettenschool en de Koninklijke Militaire Academie (KMA). Bij aanvang van de oorlog met Japan week hij als kapitein verbonden aan de Generale Staf van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) uit naar Aus­tralië. Hij vloog mee met het laatste, inderhaast opgelapte vliegtuig dat enkele uren voor de capitulatie van Nederlands-Indië, op 8 maart 1942, vertrok. Met zijn daadkrachtige mentaliteit oogstte hij veel ­bewondering bij zijn Britse en Amerikaanse collega’s. Hij werd benoemd tot directeur van de NEFIS (Netherlands East Indies Forces Intelligence Service), de organisatie die voor de geallieerden inlichtingen verzamelde om Japan te kunnen verslaan.

Na de capitulatie van Japan arriveerde Spoor in oktober 1945 in Nederlands-Indië, dat toen nog ruim een jaar onder het South East Asia Command van Lord Louis Mountbatten zou vallen. Begin 1946 werd hij met zijn 44 jaar de jongste Nederlandse legercommandant ooit. Dat leger was door de ­terugkomst van ex-krijgsgevangenen van het KNIL, onder meer vanuit Thailand, en door de toestroom van Nederlandse ­militairen en de Mariniersbrigade weer op sterkte gekomen.

Tijdens de dekolonisatieoorlog (1945-1949) bestond er een groot spanningsveld tussen politiek en leger, waarbij Spoor ­probeerde de besluitvorming naar zijn hand te zetten, maar uiteindelijk had de politiek altijd het laatste woord. Omdat diplomatieke onderhandelingen met de Indonesische regeringstop waren vastgelopen, besloot Nederland in juli 1947 militair in te grijpen: dat werd operatie Product, de eerste ­‘politonele actie’.

Spoor wilde onmiddellijk de republikeinse hoofdstad Djokjakarta innemen, maar dat werd hem vanuit de Nederlandse politiek verboden. Bij operatie Kraai, de tweede politionele actie, die begon op 19 december 1948, kreeg Spoor wel zijn zin. Djokja werd ingenomen en de republikeinse leiders gearresteerd. Tegen die tijd had de internationale publieke opinie zich echter al tegen ­Nederland gekeerd; de Veiligheidsraad dwong onder dreiging van diverse sancties een diplomatieke oplossing af.

Ingewikkelde relatie

De ontmoeting met de kleindochters van generaal Spoor zou aanvankelijk in Frankrijk plaatsvinden, maar vanwege corona werd het interview online afgenomen. Kleindochter Hendrickje is schrijver en woont in Bourgondië, haar halfzus Sacha is advocaat-generaal bij het gerechtshof in Amsterdam, woont in Haarlem en is daar ­gemeenteraadslid. Ze zijn de dochters van André Spoor (1931-2012), zoon van generaal Spoor en diens eerste echtgenote, Louise Ooms.

De vader van Sacha en Hendrickje had een ingewikkelde relatie met hun groot­vader, die na zijn eerste huwelijk nog twee keer zou trouwen. Vlak voor zijn dood schreef André Spoor in niet-gepubliceerde memoires: ‘Eerst was ik de zoon van een held en nu ben ik ineens de zoon van een oorlogsmisdadiger’.

“Ik heb soms het gevoel dat zolang papa er nog was, ik me geen beeld kon of mocht vormen van onze grootvader. Dat kan ­eigenlijk pas nu”, zegt Hendrickje. Beide kleindochters hebben hun groot­vader niet gekend. Sacha: “Het beeld dat ik van hem heb, is dat van een militair. Iemand die weet wat hij wil en doorzet, maar tege­lijkertijd ook een betrokken, lieve man is. Dat weet ik door wat ik over hem heb gehoord en gelezen: hij vond het bijvoorbeeld heel belangrijk om met gewonde soldaten in het ziekenhuis te praten.”

Generaal Simon Hendrik Spoor met zijn zoontje André Simon Spoor, Bandoeng 1932.Beeld Suzanne Liem

Hendrickje ziet haar grootvader minder als een militair: “Ik heb meer het beeld van ­iemand met een complexe persoonlijkheid: begaafd, charmant, maar ook ontzettend ­ingewikkeld. En inderdaad hartelijk en hartstochtelijk. Hij werd meerdere keren verliefd, is drie keer getrouwd.”

In 2016 verscheen van Rémy Limpach ‘De Brandende kampongs van Generaal Spoor’, waarin de grootvader van Hendrickje en Sacha ‘een koloniale generaal met bloed aan zijn handen’ wordt genoemd. Sacha ­gelooft niet dat haar grootvader van alle ­excessen op de hoogte was. “Hij schrijft in bladen die het leger uitgaf, dat het niet de bedoeling is dat je onschuldige mensen neerschiet. Hij is erg bezig om zijn mensen daarin te beïnvloeden. En tegelijkertijd is het natuurlijk wel een oorlog. Een oorlog in die tijd. Ik vind het lastig om dat in deze tijd te beoordelen.”

Dit interview is mede tot stand gekomen met financiële steun van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en met medewerking van Marjolein van Asdonck en Kees Snoek. Het maakt deel uit van het project ‘Kinderen van de Oorlog’. Hiervoor fotografeert en interviewt Suzanne Liem nazaten van grote spelers van het dekolonisatieproces, aan Indonesische en aan Nederlandse zijde. Het project verschijnt volgend jaar in boekvorm bij uitgeverij WalburgPers onder de naam ‘Echo van de strijd om Indonesië, familieverhalen in beeld’. Meer verhalen vindt u op trouw.nl/indonesie.

Begrijpen, niet oordelen

Volgens Hendrickje zat haar grootvader in een onmogelijk situatie. Dat maakt ze op uit de brieven die ze van hem heeft, en uit de biografie J.A. De Moor, ‘Generaal Spoor, triomf en tragiek van een legercommandant’. “Je leest de stress. Aan het einde was hij somber en irritabel. Hij werkte twintig uur per dag, onder onmogelijke omstandigheden, en had het idee dat niemand naar hem luisterde. Hij was geen monster. Ieder weldenkend, gevoelig mens zit onder zulke omstandigheden in een onmogelijke ­situatie.”

Sacha: “Ik heb het boek van Limpach ­gelezen en vind het eenzijdig en niet objectief. Natuurlijk hebben er allerlei excessen plaatsgevonden, maar ik kan mij niet voorstellen dat onze grootvader, met zíjn persoonlijkheid, daartoe heeft aangezet. Ook kan ik het mij niet voorstellen, omdat hij de hele tijd probeerde de regering zover te krijgen hem te helpen om uit de problemen te komen.” Ze doelt op het feit dat Spoor de Nederlandse regering nodig had om zijn ­militaire strategieën te kunnen uitvoeren en de oorlog te winnen.

“Ik hoop het tenminste. En dat hij heeft geprobeerd om, waar dat kon, de excessen te voorkomen en tegen te gaan. Misschien is dat ook wel een beeld dat je als kleinkind graag wilt vasthouden: dat hij zijn best heeft gedaan om er het beste van te maken en dat dat heel lastig was.”

Sacha schetst het moeilijke parket waar haar grootvader zich in bevond en de langzame reactie vanuit Den Haag, dat de oorlog vaak niet goed kon inschatten. “Hoe gaan we ervoor zorgen dat al die manschappen niet ziek worden? Dat ze het allemaal overleven en dat de moraal niet verdwijnt? Je moet snel in actie komen en de regering ­reageert alsmaar niet. En ik denk dat hij ­inderdaad heel veel niet wist.”

Hendrickje: “Het was toch gewoon een oorlog? Het is altijd walgelijk om mensen dood te maken. Ik vraag me af of hij het ­allemaal niet wist. Waarschijnlijk wel, maar ja, hij was natuurlijk het hoofd van een ­geweldsmachine. Dat is zeker zo. En ik heb moeite om überhaupt een oorlog goed te praten. Ik vind het een waanzinnig iets.”

“Ik denk dat de realiteit van toen veel ingewikkelder was dan we ons kunnen voorstellen. Daarom is het ook zo moeilijk om te oordelen: je kunt het best, zoals Spinoza zei: ‘proberen te begrijpen en niet te oordelen’.”

Al die manschappen

Kunnen de kleindochters zeggen dat ze trots zijn op hun grootvader? Sacha: “Ik ben misschien wel trots op het feit dat hij heeft doorgezet. Dat hij in een situatie kwam en niet bij de pakken neer is gaan zitten. Hij heeft een aantal keren gezegd: ‘Ik neem ontslag’. En telkens is hij tóch doorgegaan, omdat hij vond: ik heb al die manschappen hier naartoe gehaald, nu moet ik voor ze zorgen. Dat vind ik iets om trots op te zijn. Het gaat niet om de politionele acties, daar ben ik niet trots op, maar wél om wat erachter zit: het proberen een oplossing uit de problemen te vinden. Hij schreef bijvoorbeeld veel rapporten over de situatie in ­Nederlands-Indië en probeerde altijd de ­politiek naar zijn hand te zetten.”

Hendrickje twijfelt: “Trots, niet trots. Dat zou een moreel oordeel zijn. Ik vind dat moeilijk. Ik denk dat hij gedaan heeft wat hij kon onder de omstandigheden. Ik ben blij dat hij mijn grootvader is, ik kan mij geen andere grootvader voorstellen.”

Op de dag dat Spoor tot generaal werd ­bevorderd, 23 mei 1949, werd hij plotseling ernstig ziek. Twee dagen later overleed hij. Nog steeds twijfelen de kleindochters eraan of hij een natuurlijke dood stierf. Allebei werden ze ooit geconfronteerd met een ­persoon die aangaf meer te weten over zijn plotselinge dood.

Postuum werd generaal Spoor door koningin Juliana benoemd tot Commandeur in de Militaire Willems-Orde.

‘Atypisch’ zou je Simon Spoor (1902-1949) kunnen noemen.
‘Een vat vol tegenstrijdigheden’ is misschien ook wel passend.

Hij week af van de meeste andere militairen en hun leidinggevenden. Generaal Simon Spoor stamde uit een geslacht waarin het wemelde van de musici en de acteurs. Zelf toonde hij zich een begaafd violist en aardig toneelspeler. Die achtergrond viel ook later in het ­leger aan hem af te zien. Spoor had een andere stijl dan zijn collega’s en zijn intellectuele en artistieke belangstelling reikten verder. Hij had een broertje dood aan afmattende oefeningen, maar excelleerde als het ging om studieresultaten.

Ook tegenover zijn latere ­ondergeschikten benadrukte Spoor het belang van onderwijs en persoonlijke ontwikkeling. Nieuwe wetenschap en nieuwe strategieën vond hij al even onontbeerlijk voor moderne oorlogsvoering. Tegelijkertijd bleef hij reactionair op andere terreinen: als het ging om het nationaal gevoel, autoriteit en de lange tijd die Indië nog nodig zou hebben om aan het handje van ‘ouder’ Nederland richting volwassenheid en rijpheid voor een zekere onafhankelijkheid te worden geleid.

Spoors carrière als militair, militair docent en medewerker van de generale staf maakte dat hij een aantal malen naar Indië en terug verhuisde. Na de Japanse bezetting van het latere Indonesië belandde hij in Australië. Begin 1946 kreeg Spoor als luitenant-generaal het bevel over alle Nederlandse troepen in de Oost. Hij was nog maar net 44. Dat zegt, gezien de verhoudingen tussen oud en jong toen, veel over zijn capaciteiten.

In de jaren erna werd behalve militair vakmanschap ook de nodige politieke behendigheid van hem gevraagd. Spoor weerhield zijn manschappen van eigenhandig optreden en rebellie, al waren commandant en troepen het nog zo oneens met de lijn van Den Haag en de internationale reacties.

Zelf dreigde hij tot vier keer toe met ontslag. De onvrede over het beleid vrat aan hem. Hij kreeg het gevoel een roepende in de woestijn te zijn. Het droeg waarschijnlijk bij aan zijn vroege dood in 1949. Op de dag dat Spoor tot generaal werd bevorderd, werd hij plots ernstig ziek. Twee dagen later overleed hij. Zowel aan Nederlandse als aan Indonesische zijde zou – zonder enig bewijs – nog lang worden gespeculeerd over moord.
Paul van der Steen

Lees ook: Mijn vader omstreden? ‘Hij heeft op Zuid-Celebes ook veel mensen gered’

Kapitein Raymond Westerling (1919-1987) was commandant van het Depot Speciale Troepen dat in 1946 naar Zuid-Celebes werd gestuurd om voor de koloniale legertop het gebied te ‘zuiveren’. Hij is de meest controversiële militair uit de dekolonisatieperiode. Zijn dochter Palmyra Westerling: ‘mijn vader heeft altijd achter zijn besluiten en handelen gestaan.’ Deel 9 van een serie over de kinderen van de hoofdrolspelers in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, die 75 jaar geleden begon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden