René van Hoof in natuurcentrum De Specht. Hij verloor zijn moeder aan corona.

Een jaar coronaTerug naar Oost-Brabant

Met roomse lichtvoetigheid pakt Oost-Brabant de draad weer op, al zijn de littekens van corona blijvend. ‘We zijn dichter bij elkaar gekomen’

René van Hoof in natuurcentrum De Specht. Hij verloor zijn moeder aan corona.Beeld Merlin Daleman

Verslaggever John Graat fietste een jaar geleden door de Brabantse straten van zijn jeugd nadat zijn moeder besmet werd met het coronavirus. Hij maakt de fietstocht opnieuw en ziet dat de inwoners hun best doen om het leven weer op te pakken.

In de kantine van RKVV Erp wijst Toon Kerkhof waar hij met Harrie Opheij naar de televisie stond te kijken op 27 februari 2020. Ze hoorden de nieuwslezer vertellen dat de eerste besmetting met corona in Nederland was vastgesteld, elders in Brabant. Toon (61) en Harrie (84) deden er nog een beetje lacherig om. Nou nou, Nederland had er ook eentje hoor. “Twee weken later was Harrie dood. Twee dagen nadat zijn vrouw Dora stierf.”

Kerkhof heeft het er nog altijd moeilijk mee. “Harrie was mijn maat.” Kerkhof is voorzitter van de voetbalclub in Erp, dorp van vijfduizend mensen in de boerenstreek van mijn jeugd. Hechte gemeenschappen als Erp, Boekel, Handel en Gemert zaten vooraan in de eerste coronagolf in Nederland. Verhalen van bekenden en familieleden die ziek waren, soms heel ziek, of aan het virus overleden waren, stapelden zich op, vorig jaar maart.

Toen de rest van het land misschien nog dacht dat het een Brabantse ziekte was, mede te danken aan dat verderfelijke carnaval, schreef ik in Trouw over mijn fietstocht door de straten van mijn jeugd die stil en verlaten waren. Alsof de inwoners zich verschanst hadden voor het virus dat als een sluipschutter leek toe te slaan. En ik schreef over de zorgen over mijn moeder die nooit eerder zo ziek was.

Haar koorts en die stekende pijn op de longen gingen maar niet weg, dus móest John Graat vorig jaar naar zijn moeder, of – zolang dat nog niet mocht – in elk geval naar zijn geboortegrond. ‘Het voelde als een schuldige rit. Ik houd mezelf voor dat ik een vitaal beroep heb en dus gelegitimeerd op pad mag. Tegelijk weet ik dat het een slap alibi is.’

Fietsend door hetzelfde Erp, een jaar later, ben ik bij de kerk rechtsaf gegaan. In het clubhuis zit Toon Kerkhof, een bekende van mijn vader, een beker koffie te drinken met een groepje vrijwilligers. Er rolt al maanden geen bal, de stoelen in de kantine staan nog roerloos zoals ze in oktober zijn achtergelaten, maar deze oudere mannen verzamelen zich elke vrijdag voor wat onderhoudswerk aan het sportpark. Sommige van hen hebben ook corona gehad. In korte tijd vielen in Erp 28 coronadoden. Er reden in die dagen meer lijkwagens en ambulances dan gewone auto’s door Erp. Angst regeerde, ook bij Kerkhof. “De kerkklok luidt hier altijd als er iemand dood is. Soms was dat wel vier keer op een dag. Als ik zo’n Willem Engel of anderen hoor zeggen dat het maar een griepje is, denk ik: ik zou jou zo graag eens rondleiden in Erp om te laten zien wat de viruswaarheid is.”

Toon Kerkhof, voorzitter RKVV Erp, raakte een goede vriend kwijt die overleed aan het virus.  Beeld Merlin Daleman
Toon Kerkhof, voorzitter RKVV Erp, raakte een goede vriend kwijt die overleed aan het virus.Beeld Merlin Daleman

Bidprentjes van prominente clubleden

Uit een kastje in de bestuurskamer haalt Kerkhof de bidprentjes van prominente leden van zijn club die overleden aan corona. Behalve Harrie Opheij was dat ook ‘Bobby’, de bijnaam van Ad de Groot. ‘In iedere traan van verdriet, glinstert een mooie herinnering’, staat op zijn bidprentje. “Toen we in de zomer toch een herdenkingsdienst konden organiseren voor de overleden leden, op het hoofdveld, wilde iedereen helpen of gratis spullen ter beschikking stellen.” De anderhalve meter mag er nu dan tussen zitten, de band tussen de Erpse mensen is afgelopen jaar enorm versterkt, denkt Kerkhof, in het dagelijks leven gemeenteambtenaar. “Vroeger dachten mensen dat ze zeven keer per jaar op vakantie moesten. Dat is voorbij. We zijn dichter bij elkaar gekomen.”

Met de opdracht om de hartelijke groeten te doen aan mijn vader, fiets ik verder, richting Boekel. In mijn geboortedorp, een jaar terug ook zo’n brandhaard, is het weer ouderwets druk bij de viskraam van Henk Bos op het Agathaplein. Vrijdag is hier nog altijd visdag. Op anderhalve meter van elkaar wachten de Boekelnaren geduldig op hun kibbeling of verse schol. Voor het huis van mijn nicht die vorig jaar nog flink ziek was, staat een schildersbusje. Nieuwe lente, nieuwe kleuren.

Ook Handel, het volgende dorp, herademt al lang weer. Hier woont mijn moeder die nog maanden last had van haar longen. Ze overleefde het virus. Dat geldt niet voor de vader van Elly van Rooij, ooit jeugdprinses aan mijn zijde met carnaval. Ik sprak haar dit najaar, over het trieste einde van vader Piet die jarenlang de vermaarde carnavalsoptocht in goede banen leidde.

Bij Natuurcentrum De Specht, aan de rand van de Handelse bossen, haalt een andere oude bekende net de post uit de brievenbus, René van Hoof. De jongen waarmee ik ooit in een team voetbalde bij de plaatselijke VV, en die een verleden heeft als hooligan bij PSV, is nu 53 en heeft een baard die eigenzinnigheid verraadt. Op zijn buik hangt een verrekijker. René is boswachter maar vooral fulltime vrijwilliger bij De Specht, een centrum voor natuureducatie. Bijna een jaar terug stond zijn leven even stil.

Bidprentjes van Ad de Groot en van Harrie Opheij met zijn vrouw. Beeld Merlin Daleman
Bidprentjes van Ad de Groot en van Harrie Opheij met zijn vrouw.Beeld Merlin Daleman

Gekrompen menske

Moeder Tonnie, 87, zou gaan verhuizen naar een appartementje verderop in Gemert. Het gaf spanning en onrust. “We dachten dat het goed zou zijn als ze een paar dagen naar mijn zus in de Achterhoek zou gaan. Onderweg in de auto werd ze al heel ziek.” Moeder overleed een paar dagen later aan corona. “In Aalten is ze gecremeerd, een dorp waar ze niets mee had. Niemand mocht erbij zijn.” De hele familie moest immers in quarantaine. Via een livestream keken ze naar de crematie. “Ze lag in een heel klein kistje. Het menske was nogal gekrompen.” Van Hoof lacht.

Zwaarmoedigheid is geen eigenschap voor deze streek van doeners. Met elkaar en met een zekere roomse lichtvoetigheid worden tegenslagen verwerkt. Bij De Specht vindt Van Hoof zijn uitlaatklep als hij kinderen meeneemt door de veelzijdige tuin. Al 20.000 leidde hij er rond. “Dan eet ik spontaan brandnetel. Je ziet ze dan denken: die meneer is gek. Of ik pak poep op, van een vos bijvoorbeeld. En begin erover te vertellen.” Of over de sachembijen of urntjeswes-pen in de insectenmuur, over de vleermuizenbunker of de paddenpoel. Op onze wandeling stopt hij steeds ineens met praten. “De zwarte specht. Zied’m? Daar, een goudhaantje. Weegt net zo veel als een suikerklontje.” Dan trekt hij ineens weegbree uit de grond. “Hier, de wortel, zie je, die is goudkleurig. Ik laat daar de kinderen hun neus mee verven.” Hij stipt zijn eigen neus aan.

De natuur bood René niet alleen na het overlijden van moeder houvast. Dat doet de natuur al heel zijn leven. “Sinds een tijd komt hier Jan, een verstandelijk gehandicapte man. Eerst een dag, nu al drie dagen in de week. Hem begeleiden, dat vind ik leuk.”

null Beeld Louman & Friso
Beeld Louman & Friso

Carnavalisten, verbonden in de onecht

Op weg naar Gemert gaan de gedachten naar het onbezorgde carnaval dat we hier vierden, een jaar geleden. Ik was er op maandag, een dag voordat op de traditionele boerenbruiloft twee carnavalisten in de onecht werden verbonden. Dat evenement wordt in Gemert achteraf gezien als superverspreider. Voor mij is een ontmoeting met oud-klasgenote Maaike van den Elsen vaste prik met carnaval. Dit najaar sprak ik haar en haar vriend Walter Biemans. Over hoe vader Wim plotseling werd getroffen, in die maand maart. Zijn overlijdensbericht lag tussen de stapel rouwkaarten die mijn ouders in die tijd in de bus hadden gekregen.

Wim Biemans had nog een afscheidsspeech geschreven voor zijn aan corona overleden broer Piet toen hij zelf ziek werd. Wim was een tuinder maar vooral ook heel actief met allerlei sociale activiteiten. Boeken inzamelen en verkopen voor goede doelen in Afrika, de levende kerststal bij de kerk inrichten en zijn grote trots: de Polder Express. Een rolstoelvriendelijke wagen achter een tractor waarmee hij zieken en ouderen rondreed door het buitengebied van Gemert. Al die activiteiten worden voortgezet als het weer mag, verzekert zoon Walter, als ik hem weer even aan de telefoon heb.

Martijn van den Boogaard op zijn geruimd netsenbedrijf.
 Beeld Merlin Daleman
Martijn van den Boogaard op zijn geruimd netsenbedrijf.Beeld Merlin Daleman

Op het Ridderplein in hartje Gemert ligt nu geen verregende confetti, zoals andere jaren na carnaval. Aan dit plein werkt Martijn van den Boogaard, een achterneef, bij het softwarebedrijf van zijn zwager. Ik tref hem bij zijn huis en voormalige bedrijf, op de weg naar Beek en Donk. Van den Boogaard (42) was nertsenfokker. Op 25 april werd er bij zijn dieren als eerste corona vastgesteld. “Er was een licht hogere uitval dan normaal bij de moederdieren. De dierenarts stelde longontsteking vast. De bloedmonsters gaven aan dat het corona was. Het virus bleef daarna maar rondwaren onder de dieren. Op 7 juni is alles geruimd.” In totaal 7500 moederdieren en 33.000 pups.

Drie weken lang waren alle fiets- en voetpaden in een straal van 400 meter afgesloten, vanwege luchtonderzoek. Er waren mensen, ook in de Brabantse politiek, die een oorzakelijk verband zagen tussen de coronabesmettingen bij mensen en de grote concentratie nertsen en vooral varkens in deze streek. Bewezen is dat nooit. Van den Boogaard zelf leefde in die tijd ‘in een bubbel’. Hij bleef thuis, om later niet het verwijt te krijgen dat de ziekte door hem verder was verspreid. Boodschappen werden aan de weg afgeleverd. Later in het jaar viel in Den Haag het besluit dat de nertsensector versneld moest stoppen. “Het is moeilijk, het is toch je levenswerk.” En dat van zijn vader.

Goei to go

Martijn liep stage in Nieuw-Zeeland, tijdens zijn studie landbouwtechniek in Wageningen, toen zijn vader plotseling overleed in 2005. “Ik heb het toen samen met ons moeder voortgezet.” Hij staat bij een enorme, lege stal. Die is nog altijd verboden terrein omdat de derde en laatste desinfecteerronde nog komt. Alle kooien zijn al verkocht en gaan naar Oekraïne. Van den Boogaard zette de knop om en werkt nu voor halve dagen als programmeur bij een softwarebedrijfje. “Het fijne is dat ik weer regelmaat heb in mijn leven. En in de weekenden ben ik echt vrij.” Ondertussen broedt hij op een nieuwe invulling voor zijn hal. Nee, geen dieren meer. “In dit gebied mag er weinig. En je doet het voor de burger toch nooit goed.” Misschien wordt het een caravanstalling, zegt hij. Of een kinderdagverblijf? Iets met recreatie? Opslag? “Het ondernemersbloed blijft toch stromen. Het is een uitdaging om een nieuw verdienmodel te vinden.”

Even later fiets ik weer weg uit de streek. Volgens officiële tellingen scoren de dorpen hier op landelijke schaal inmiddels gemiddeld qua totaal aantal coronadoden. In Beek en Donk heeft ‘koffiehuis en theetuin De Goeikamer’ een bordje buiten, gericht op de passant die zin heeft in verse koffie: ‘Goei to go’. Een nieuw verdienmodel. Aan de struiken ernaast zitten groene knopjes. Ik denk aan mijn moeder, bijna 81, weer kerngezond. Komende week krijgt ze het vaccin. Het wordt een betere lente dan vorig jaar.

Op 27 februari 2020 werd de eerste coronabesmetting in Nederland geconstateerd. We blikken daarom dit weekend terug op een jaar corona.

Zo veranderde de toon van de corona-persconferenties in een jaar tijd. Een terugblik in zes citaten

Soms werden ze voorbeschouwd alsof het om een wedstrijd op het WK voetbal ging. In een jaar tijd traden premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge ruim dertig keer aan voor een persconferentie. En wie ze terugkijkt, ziet hoe het kabinet, net als de rest van Nederland, in het begin overvallen werd door het virus en week na week geroutineerder met ‘het nieuwe normaal’ omging.

Charles en Adri de Koning tijdens corona: van tijdelijk afscheid naar eeuwig afscheid

Trouw volgde Charles de Koning tijdens de bezoekstop in de verpleeghuizen. Hij keek door een verrekijker naar ‘zijn Adri’. Hoe kijkt hij terug op het coronajaar?

‘Ik probeer mijn best te doen, Diederik Gommers doet het niet voor zichzelf’

Diederik Gommers is de hoeder van de ic’s. Als de bedden schaars worden, staat hij op. Als zijn mensen een vaccin willen, is Gommers op tv. Dat levert kritiek op, maar die wuift Gommers weg.

In deze bizarre crisis vallen geen banken om, maar mensen. ‘De een zijn dood is de ander zijn brood’

Door het coronavirus stort de economie van het ene uiterste in het andere. Het is een crisis van verliezers en winnaars. In sommige sectoren zelfs allebei tegelijk. Het enige dat zeker lijkt aan deze tijd, is dat de vooruitzichten onzeker zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden